Waarom je vinken beter niet kunt bijvoeren

Deel dit artikel:

Veel mensen hebben in deze tijd van het jaar een voedertafeltje of vetbol in hun tuin om vogels aan te trekken. Hartstikke gezellig, om die fladderende beestjes in je tuin te hebben. Maar voor sommige vogels is het beter als ze wat minder vaak worden bijgevoerd door de mens.

Een studie in het vakblad Journal of Avian Biology toont aan, dat bijvoeren ook negatieve gevolgen kan hebben. Veel van de voederproducten zitten namelijk boordevol zonnebloempitten. De zaadjes bevatten een grote hoeveelheid omega 6-vetzuur. En wanneer vogels daar teveel van binnenkrijgen, kan dat invloed hebben op de vruchtbaarheid van de beestjes.

Vinken

Noorse en Tsjechische onderzoekers bekeken het dieet van de appelvink en de groenling. Die vogelsoorten komen in beide landen voor, maar kennen een verschillend voedingspatroon. Net als bij ons zijn voedertafeltjes in Noorwegen populair. Maar in Tsjechië komen ze een stuk minder voor. Uit bloedtesten bleek, dat de Noorse vogels daardoor veel meer omega 6-vetzuren in hun bloed hadden.

Verminderde vruchtbaarheid

De onderzoekers ontdekten daarnaast, dat er een verband was tussen de hoeveelheid omega 6-vetzuren en het aantal misvormde spermacellen bij beide vogelsoorten. Volgens de wetenschappers verstoren chemische reacties met de omega-6 vetzuren de productie van de zaadcellen van de vogels. Daardoor hebben de vinken een verlaagde vruchtbaarheid. Willen we in de toekomst dus nog van de vogels blijven genieten, dan is het beter om te stoppen met bijvoeren.

Lees verder
Waarom je een schepje suiker bij pioenrozen moet doen

Bron| Journal of Avian Biology
Beeld| iStock