Wat als je dementerende vader niet naar een verzorgingstehuis wil

Deel dit artikel:

Pinterest

Een dierbare heeft dementie en je moet hem of haar vertellen dat thuiswonen echt niet langer gaat. Marjolein en Nienke weten precies hoe dit voelt.

Marjolein Bruurs (52, eigenares van een schoonheidssalon): ‘Toen hij begreep wat er gebeurde, riep hij woedend: ‘Jullie hebben me erin geluisd!” “Zes jaar geleden werd bij mijn vader alzheimer geconstateerd, maar hij had absoluut geen ziekte-inzicht. Hij bleef ontkennen dat hij vergeetachtig was. Als wij, zijn kinderen, hulp voor hem wilden regelen, werd hij boos.

Leugen om bestwil

“De enige manier om dingen toch voor elkaar te krijgen, was een leugen om bestwil. Ik moest mijn vader voortdurend om de tuin leiden.
Autorijden werd bijvoorbeeld echt gevaarlijk. Maar als ik dat zei, riep hij: hoe kom je daarbij! Een normaal gesprek daarover lukte gewoon niet. Toen hebben we de auto laten afkeuren en de sleutels afgepakt. Ik heb vervolgens lang met hem gepraat: als je doorgaat met autorijden krijg je boetes, je raakt je rijbewijs kwijt, et cetera. Uiteindelijk ging hij akkoord. Ik denk dat hij in zijn hart toch onzeker over dat autorijden was.

Op de wachtlijst

Ruim drie jaar geleden hebben we hem op de wachtlijst voor een verzorgingstehuis gezet. We legden uit: dat is niet voor nu, maar voor als je ziek wordt. Op een gegeven moment werd hij verward, hij zag dingen die er niet waren, hij kon echt niet langer thuis wonen. Ik ging elke keer het gesprek aan. Hij was bijvoorbeeld thuis erg bang en dan zei ik: in zo’n tehuis ben je veilig. Ik zei ook dat het een zorghotel was, om het aantrekkelijker te maken. Maar hij wilde niet luisteren.

Verhuizen

Uiteindelijk hebben we tegen hem gelogen, heel verdrietig was dat. Er was een plek vrij in het verzorgingshuis en we moesten op korte termijn zorgen dat hij daar terechtkwam. Mijn zus en haar man zijn met hem gaan toeren in Amsterdam. Ondertussen heb ik met mijn oudste zus en broers al zijn spullen gepakt en zijn mijn zus en haar man rechtstreeks met hem naar het verzorgingshuis gereden. Toen hij in zijn kamer zat, begreep hij wat er gebeurde en riep hij woedend: ‘Jullie hebben me erin geluisd!’. Hij heeft toen een kalmeringsmiddel gekregen en we zijn bij hem gebleven. De volgende dag zei hij er niets meer over. Hij dacht gewoon dat hij thuis was. Ik vond het erg dat we mijn vader voor de gek moesten houden, maar tegen hem in gaan, was zinloos. En nu hij daar woont, ziet hij er een stuk beter uit. Soms denkt hij dat hij de directeur is.”

Vertrouwensband

“Mijn opa was een heel intelligente man, maar op een gegeven moment merkte ik dat zijn geheugen achteruitging.” vertelt Nienke van Bezooijen (51, sprekerscoach.) “Ik zei toen tegen hem: als het in de toekomst minder goed met je gaat, kan ik er dan voor je zijn? Zo plaveide ik de weg om in gesprek te blijven als het echt moeilijk werd. Ik beloofde hem: ik zal altijd eerlijk tegen je zijn. Daarmee bouwde ik een vertrouwensband op waarop ik later kon terugvallen.

Laten inzien dat het niet meer gaat

Mijn opa had vasculaire dementie. Hij had hulp in huis nodig, maar dat accepteerde hij niet. Ik ging met hem in gesprek en benadrukte het positieve. Ik zei: we gaan wél thuishulp regelen, want dan heb je aanspraak. En die aanspraak bleek hij inderdaad heel prettig te vinden. Op een gegeven moment werd de situatie in huis gevaarlijk, maar dat zag hij zelf niet in. Toen hebben mijn man en ik hem een paar praktische opdrachten gegeven: zet een kopje thee, warm een kop soep op. Dat ging helemaal mis. Het was heel confronterend, maar het was de enige manier om hem te laten zien dat het echt niet meer kon.

Altijd eerlijk

“Soms moesten we er dingen doordrukken, zoals toen we zijn bed beneden neerzetten. Dat wilde hij niet, maar ik zei: “We moeten dit doen, vertrouw me. Ik heb je beloofd dat ik altijd eerlijk tegen je zou zijn.” En dat accepteerde hij. Omdat ik vertrouwen had opgebouwd. Het moeilijkste gesprek was toen hij naar een hospice ging. Hij dacht zelf dat hij in een verzorgingshuis zat. Ik hield mijn belofte, bleef eerlijk en heb hem toen verteld: dit wordt het einde. Ik vergeet nooit hoe hij mij aankeek. Er kwam een soort vlies voor zijn ogen. De dag daarop overleed hij.”

Moeilijke gesprekken

“Ik heb daarna nog meerdere malen in mijn familie moeilijke gesprekken moeten voeren. Bijvoorbeeld met mijn dementerende schoonmoeder, toen ze naar een verzorgingshuis moest. Zij wilde dat niet. Mijn man en ik zijn in gesprek met haar gebleven, want als je zoiets er doordrukt, passeer je iemand. We zijn blijven herhalen wat niet meer ging, en wat in de nieuwe situatie beter zou zijn. Zo werd de beslissing draaglijk voor haar.”

Dit interview verscheen eerder in Margriet 2018-45. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 

 

 

 

 

 

 

Beeld | iStock

Artikelen ontvangen in je mailbox? Ga naar margriet.nl/nieuwsbrief.