Header Sanne NW Beeld Redactie
Beeld Redactie

PREMIUM

Sanne kijkt naar de agenten, dan weer naar Loes. ‘Maar, wat is er gebeurd? Wat is...’ Ze durft de naam van Willem niet uit te spreken

Na het telefoontje van Loes is Sanne meteen naar Cathy toegereden. Daar hoort ze wat er met Willem is gebeurd.

Vorige week: Sanne moet in allerijl naar Cathy. Er is iets ergs gebeurd met Willem.

Op de bank zit Cathy. Voorovergebogen, haar armen om haar knieën geslagen. Ze wiegt kreunend heen en weer. Op de stoelen tegenover haar zitten twee agenten, een derde agent staat bij de kamerdeur. Ze knikken en mompelen een groet als Sanne binnenkomt. Loes, die haar heeft binnengelaten, loopt meteen naar haar moeder en gaat weer naast haar zitten, haar arm om haar heen. “Ze reageert nergens op,” zegt Loes. “We hebben de dokter gebeld. Hij komt zo.”

Eenzijdig ongeval

Sanne loopt naar de bank. Het zijn maar een paar stappen, maar het lijkt alsof ze door een emmer stroop waadt. Ze legt haar hand op Cathy’s schouder.
“Liefie, ik ben er,” zegt ze. “Sanne!” Cathy kijkt niet. Ze kreunt alleen, alsof ze een aangeschoten stuk wild is dat wegkruipt voor haar belagers. Sanne kijkt naar de agenten, dan weer naar Loes. “Maar, wat is er gebeurd? Wat is...” Ze durft de naam van Willem niet eens uit te spreken.

“Was er een ongeluk?” Ze heeft nu oogcontact met de ene politieagent, een vrouw. Die kijkt haar aan en knikt. “Een eenzijdig ongeval,” zegt ze.
“Eenzijdig?” Sanne herhaalt het, vragend.
“Het voertuig is in alle vroegte tegen een boom gereden op de Oude Staflozenweg. De technische recherche is ter plaatse. Voor zover nu bekend is er geen ander voertuig bij betrokken geweest.” De vrouw zegt het gedempt. En Sanne begrijpt. Willem is met zijn auto tegen een boom gereden.
“En..” Ze kijkt verwilderd rond. “De bestuurder was op slag dood,” mompelt de agent.

Dan heft Cathy haar hoofd op. “Maar misschien was het hem niet,” zegt ze. “Misschien was het iemand anders.” Dan duikt ze weer in elkaar, kreunend en wanhopig.

Geen remsporen

“We kunnen straks naar het mortuarium om papa te identificeren,” zegt Loes, terwijl ze haar moeder over haar rug aait. Het is alsof dat het sein is voor de agenten. Ze staan alle twee op en de derde bij de deur doet de kamerdeur open.

“We nemen contact met u op, zodra u daar terechtkunt. Heel veel sterkte,” zegt de vrouw. Ze geven Loes en Sanne een hand en aarzelen bij Cathy, maar die reageert niet. “Dank u wel,” zegt Loes.
“Eenzijdig...” zegt Sanne nog maar eens.
“Er waren geen remsporen,” zegt Loes. “De boom stond vijf meter naast de weg.”
“Dus ze denken dat hij met opzet...” Loes knikt.
Sanne zucht. Dan bedenkt ze: “Of hij kreeg een herseninfarct achter het stuur. Dat kan ook, hè? Het hoeft geen...”
“Nee, het hoeft geen opzet te zijn,” maakt Loes voor haar af. “Misschien week hij uit voor iets. Dat kan ook. Het zal allemaal uit het onderzoek blijken, hoop ik.”

Identificeren

“Waar is Will nu?” kreunt Cathy.
“Dat weten we niet, mama. Papa wordt ergens heen gebracht waar wij hem kunnen identificeren. Daarna kunnen ze obductie doen.”
“Dat wil ik helemaal niet!” schreeuwt Cathy.
“Dat moet, denk ik, in dit geval. Om te zien of de klap werkelijk de doodsoorzaak was.”
Sanne knikt. Ze heeft genoeg naar misdaadseries gekeken om te weten dat dat in elk geval voor de uitkering van een levensverzekering heel belangrijk is. Want die keert bij zelfdoding meestal niet uit. En ze verbaast zich erover dat deze gedachte zo heel nuchter en overwogen in haar opkomt. Terwijl die arme Willem nu misschien nog steeds in het wrak van zijn auto zit. Och hemel, wat verschrikkelijk verdrietig.

Tranen

“Hij is gevonden door een paar jagers die met zonsopgang het land in wilden. Die zagen ineens papa’s auto,” vertelt Loes. “Mama miste hem vanochtend. Ze belde meteen naar mij. Papa had eerder een verhouding gehad. Dus ze dacht dat hij weer...” Ze maakt haar zin niet af. Wel zegt ze: “Vanmiddag om half drie kwam de politie langs. Dat is nu een uur geleden.”

“Kun jij vannacht bij je mama blijven?” vraagt Sanne praktisch. Loes knikt. “Marijke komt ook. Die is nu onderweg,” zegt ze.

De huisarts arriveert en schrijft meteen iets kalmerends voor. Sanne springt in haar auto om de pilletjes op te halen bij de apotheek bij het ziekenhuis. In de auto belt ze Jaap. Maar dan breken ineens de tranen door en moet ze haar auto aan de kant zetten.

Volgende week: Sanne vertelt aan Daan en de jongens dat Willem veel schulden bleek te hebben.

Marjan van den BergRedactie

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden