Header Sanne NW Beeld Redactie
Beeld Redactie

PREMIUM

Jaap heeft weer een paniekaanval en is bang dat er iets niet in orde is met zijn hoofd

Sanne schrikt als Jaap opeens onwel wordt vlak voor hun vertrek naar Griekenland.

Vorige week: Rinke weet nog niet of ze de Oekraïense oma’s op Jeppe wil laten passen.

Maar al snel, een dag voor hun vertrek naar Samos, krijgt ze Rinke vrolijk aan de telefoon. “OmaSanne, die oppassuggestie was een keigoed idee. Ik zag Jeppe met de oma’s in de moestuin en ik kreeg er meteen zo’n blij gevoel bij! Het is allemaal liefde. En dat zal die taalbarrière wel overwinnen!”

Sanne is blij. Oprecht blij. Nu kijkt ze uit naar een tijd waarin Jeppe kan komen logeren. Dan zit er geen verplichting meer achter en is ze gewoon de lieve leuke verwenoma die ze wil zijn, zonder erop te hoeven letten of ze alles wel goed doet, volgens allerlei opvoedregels.

Asgrauw

“Het is zo’n opluchting!” zegt ze tegen Jaap. Hij zit in de tuin met zijn laptop en heeft net de laatste slok van zijn koffie genomen als zijn telefoon rinkelt.

“Even nog!” zegt hij verontschuldigend. Hij neemt het gesprek aan en loopt even bij de tuintafel weg.

“Dat is dan helemaal in orde. Ik laat je de contracten ter controle morgen toezenden. Dan nemen we over een week of twee contact op. Ik ben er even tussenuit. Griekenland! Ja. Heerlijk. Ik kijk er erg naar uit. Naar Samos. Ja. Nee. Morgen. Ja. Dank je. Ik spreek je.”
Ze kijkt op van de toon van die laatste zinnen. Zo mat. Zo kort. Ze herkent Jaap er nauwelijks in en kijkt naar hem, als hij terugloopt naar zijn stoel. Hij wankelt en zijn gezicht ziet asgrauw. Hij lijkt adem tekort te komen.

“Jaap?” Hij laat zich moeizaam in zijn stoel zakken. Zweet parelt op zijn voorhoofd.

“Ik zal water voor je halen,” zegt Sanne. Ze loopt snel de keuken in, pakt de karaf die daar al klaar staat en vult hem met water. De waterglazen staan ernaast.

Als ze aan tafel zijn glas heeft gevuld, drinkt hij een paar kleine slokjes en hij zucht diep.

“Ik kreeg hetzelfde als laatst,” hijgt hij. “Het enige verschil: Ik denk niet meer dat het een hartinfarct is. Ik weet wat het is. Mijn zoveelste angstaanval.”

“Misschien omdat we nu bijna op weg zijn naar Samos?” En daar misschien je dochter gaan vinden?” oppert Sanne.

“Ja. Ik denk het. Het zakt al. Ik ben er weer een beetje.” Hij haalt nog een paar keer diep adem en zegt dan: “Maar wat ik erger vind: als ik angstaanvallen heb, dan is er met mijn hoofd dus iets niet in orde. Toch?”
Hij kijkt haar angstig aan. Ze glimlacht geruststellend. “Nou, dat denk ik niet. Maar misschien zou je wel baat kunnen hebben bij een goede psycholoog of een therapeut. Iemand met wie je kunt praten over alles wat je bezighoudt.”

Geen zin in zielenknijperij

“Dan ben ik dus een beetje gek,” zucht Jaap. Sanne knikt. “Inderdaad. Dat wist je toch zeker al? Natuurlijk ben jij een beetje gek. Wie niet? Gelukkig zijn we dat allemaal. Vaak kunnen we het lang volhouden zonder ondersteuning. Maar van tijd tot tijd hebben we daar een beetje hulp bij nodig.”

“Jij hebt makkelijk praten,” zegt Jaap. “Ik zie het als een zwakte.” Zijn kleur is helemaal terug, ziet Sanne. Zijn ademhaling is ook weer goed onder controle. Ze vermoedt dat deze aanval met een sisser afloopt.

“Het is niet zwak,” zegt ze stellig. “En er is niks mis met voortschrijdend inzicht. Ik zou mijn waardeoordeel maar eens kritisch herijken, als ik jou was.”

“Misschien valt al die onbewuste angst weg, zodra ik mijn kind heb gevonden,” zegt Jaap.

“Dat kan. Maar het is ook goed mogelijk dat je die angst toch eens recht in de ogen moet gaan kijken.”
Er valt een stilte. Ze weet dat Jaap nu nadenkt. En ze weet ook dat hij zich ergert. Want hij heeft helemaal geen zin in die zielenknijperij, zoals hij het zelf geringschattend noemt. Hij heeft zelfs geen zin om het met haar te bespreken. Dus hij doorbreekt de stilte met: “Ik ga nog even naar de stolp om mijn koffer te pakken. Rijd je mee?”

“Ja, leuk! Even iedereen gedag zeggen!” Sanne staat meteen op en Jaap komt ook verbazend kwiek overeind. Maar toch zegt hij, als ze op de parkeerplaats staan: “Hier. Rij jij maar.” En hij gooit zijn autosleutels naar haar toe. Op dat moment denkt Sanne: Als hij onderweg maar geen paniekaanval krijgt. Bij de incheckbalie. Of nog erger: in het vliegtuig.

Volgende week: Anna vertelt Sanne iets verdrietigs uit de tijd dat zij nog getrouwd was met Jaap.

Lees nu ook het dagboek van Sannes kleindochter Rinke op margriet.nl/rinke

Marjan van den BergRedactie
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden