header sanne juiste kleur Beeld Redactie
Beeld Redactie

PREMIUM

Bertus staat voor het graf en zegt: ‘Dag Tineke. Jaap zoekt jouw Leontien’

Bertus neemt Sanne en Jaap mee naar het graf van Tineke, waar Jaap het woord tot haar richt.

Het kleine kerkhof van Zweldijk ligt achter het kruiskerkje.

Vorige week: De telefoon gaat. ‘Liefie van me!’ zegt Jaap. ‘Ik krijg ineens een brainwave’

“De kerk van de heilige Lidwina dateert uit 1468,” zegt Bertus. “Ik leid hier vaak mensen rond. Ik weet alles.” Sanne bedenkt dat bescheidenheid geen graag gekoesterde eigenschap is voor Bertus en moet vanwege die gedachte een gniffel onderdrukken. Jaap knijpt even waarschuwend in haar hand. Die heeft haar natuurlijk meteen door. Ze grijnst naar hem en hij lacht terug. Dan vraagt hij: “Is de kerk open, Bertus?” De oude baas voelt even in zijn broekzak, diept daaruit een enorme sleutel op en zegt: “Op verzoek altijd! Er is een prachtig doopvont uit het begin van de zestiende eeuw.”

Onder de moerbei

Het grind knerpt onder hun voeten als ze het hof op lopen. Er zijn keurige haagjes langs grote vakken, zorgvuldig geknipt. De graven liggen zij aan zij, ordelijk gerangschikt. “Dit kerkhof stond model voor het ontwerp van New York,” doceert Bertus ernstig. Maar dan knipoogt hij en zegt: “Nou ja, het zou zomaar kunnen. We verzorgen het hof met vrijwilligers. Netjes, hè?” Sanne en Jaap knikken. Het is supernetjes. Ze lopen langs een vak met kindergraven helemaal achteraan; er staan bankjes, boven een grafje tinkelt een windcarrillon en overal liggen knuffels. Bertus zegt: “Elke keer als ik hier langsloop, voel ik een steek in mijn hart. We gaan hier naar rechts. Tineke ligt onder de moerbei.”

Schijn bedriegt

De moerbei heeft een enorme stam, vol knoesten en groeven. Er is een eenvoudige steen van grof graniet. Bertus van Kampen gaat voor het graf staan en zegt: “Dag Tineke. Ik heb hier Jaap en Sanne bij me. Jaap zoekt jouw Leontien, want zij is ooit bij hem weggelopen, terwijl ze zwanger was. Toch, Jaap? Vertel het haar zelf maar.” Hij geeft Jaap een bemoedigend knikje, maar Sanne voelde even de beweging die Jaap maakte, vol schrik en gêne ook; moet hij hier nu tegen een grafsteen gaan praten? Jaap vermant zich.

“Dag Tineke,” zegt hij. Het klinkt heel normaal. Alsof Tineke gewoon in een kamer zit en alsof ze gewoon bij haar op bezoek zijn. En Sanne bedenkt op slag blij dat het zó ook moet! Op bezoek gaan. Praten. Je hart uitstorten. Luisteren naar wat een ander zegt. Ze wordt er blij van en zegt op haar beurt: “Dag Tineke, wat fijn dat Bertus ons wilde meenemen hierheen. Het is een bijzondere plek.”

Zijn verhaal

“Dat is het zeker,” beaamt Jaap. “Oké, mijn verhaal: Leontien verdween uit mijn leven in 1979. In dat jaar moet zij een kind hebben gekregen. En ik neem aan dat ik de vader ben. We woonden toen samen, nog maar kort. Ik denk dat ze in paniek is geraakt. Ik heb haar nooit meer gezien. Ik wil haar graag terugvinden. En mijn kind zien! Dat zou jouw kleinkind zijn.” Er valt even een stilte. Dan zegt Sanne: “Als we je kleinkind vinden, dan komen we het vertellen. En dan nemen we meteen bloemen mee, want die hebben we nu niet.”

“Dat is mooi,” knikt Bertus tevreden. “Nu gaat Tineke jullie vast helpen. Kom, ik laat jullie de kerk zien.”Het is nog lastig om op een nette manier van Bertus af te komen, want hij is eigenlijk na al die borreltjes en al die aandacht niet meer te stuiten in zijn verhalen en zijn rondleiding. Maar na een uurtje zegt Sanne: “We moeten echt weg, lieve Bertus. Dank je wel voor alles! Kom, Jaap, we moeten naar huis, want we hebben afgesproken met Rinke, weet je nog?” En ze trapt hem handig tegen zijn kuit, als ze merkt dat hij verwonderd opkijkt. Jaap corrigeert zich op slag. “O ja!” zegt hij. “We moeten inderdaad rennen!”

Een kort afscheid

Ze nemen afscheid en in de auto belt Sanne met Rinke. Want Jaap heeft gelijk. Twee dagen oppassen op Jeppe Jan is haar inderdaad te veel. En als hij een andere optie financieel wil opvangen, is het meteen opgelost.“Rinke bellen,” zegt ze hardop. Haar telefoon maakt verbinding. Terwijl ze de snelweg op draait, krijgt ze Rinke aan de lijn.“Liefie! Heb jij morgen tijd om even langs te wippen? O! Loop je in de supermarkt? Niks ernstigs, nee, maar ik moet even met je overleggen. Top! Dag lieverd! Knuffel die kleine van me!” Daarna hoort ze Jaap naast haar de hele weg zachtjes snurken.

Volgende week: Sanne belt Rinke, maar die reageert niet bepaald zoals ze had verwacht.

Marjan van den BergRedactie
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden