Persoonlijk

‘Mijn zijtanden maakten gebruik van hun bewegingsvrijheid door zich van elkaar te distantiëren’

aaf-brandt-corstius.jpg

Aaf Brandt Corstius is schrijfster. Ze woont samen met Gijs, hun zoon Benjamin (7) en dochter Rifka (6). 

“Ik vind het ook wel sexy hoor. Een beugel. Bij een vrouw van in de veertig,” zei Gijs.
Ik wist dat hij het meende, maar ik meende dat een klein percentage van de beweegredenen achter deze opmerking ook wel was toe te schrijven aan het feit dat hij me wilde geruststellen.
Kijk, van mijn twaalfde tot mijn zestiende liep ik rond met een beugel. Het was geen gezicht. Danoontjes – door mij veel gegeten in die tijd – bleven eraan plakken. Spinazie bleef erin hangen. De binnenkant van mijn wang ook, trouwens, regelmatig. Een keer in de zoveel weken werd de beugel hardhandig aangedraaid. Pijn, span­ ning en narigheid. In een gemeenschappelijke beugelzaal waar de helft van mijn middelbare schoolgenoten ook gefolterd lagen te wor­ den. Maar het resultaat mocht er zijn: een strakke rij tanden die door een spalkje aan de achterkant decennia in het gelid bleven staan. Maar het spalkje schoot op een dag los, en ik was te sloom om er meteen wat aan te laten doen. Net als de meeste mensen ben ik nooit zo snel met de tandarts bellen. Of: ik bel pas als het eigenlijk al te laat is. Na een paar weken zag ik een spleet ontstaan tussen mijn twee zijtanden. Waar ze al die jaren in het gareel waren gehouden door die spalk, hadden ze nu bewegingsvrijheid en daar maakten ze gebruik van door zich van elkaar te distantiëren. Had ik mijn hele puberteit met die beugel rondgelopen voor een mooi gebit, verprutste ik dat nu alsnog, omdat ik een paar weken te laat de tandarts had gebeld.

Ik besloot tot drastische actie. Dan maar weer een beugel. Voor kortere tijd dan die eerste natuurlijk, dus minder ingrijpend, want slechts gebouwd om één spleetje terug te dringen, maar ik ging niet de rest van mijn leven met een spleet tussen mijn zijtanden rond­ lopen. Ik liet alles meten en fotograferen, liet met een plastic mal een afgietsel van mijn tanden in klei maken en kreeg daarbij, net als vroeger, kokhalsneigingen. Het was als vanouds. In de wachtkamer van de beugeltandarts met allemaal middelbare scholieren, maar dan op je 42ste.
De beugel moest erin vlak voor een serie tv­opnames. Leek me niet handig. Ik verzette de afspraak. De beugel moest erin toen ik griep had. Leek me niet handig. Ik verzette de afspraak. De beugel moest erin na de vakantie. Ik dacht er de hele vakantie over na. Ik keek nog eens naar die spleet. Hij viel me eigenlijk niet eens meer op. Zo’n spleetje was toch ook wel sexy? Minstens zo sexy als een beugel, zou ik zeggen.
Voordat de vakantie voorbij was, mailde ik de beugeltandarts dat ik afzag van mijn plan.
Die maandagochtend gaf mijn agenda me een melding. ‘10.45 uur: beugel plaatsen.’ Maar dat ging dus niet gebeuren. Het leek ineens alsof het de melding van een grote nationale feestdag was.

Fotografie | Ester Gebuis
Styling | Odette Simons en Nicky Groenewoud (assistent)
Visagie | Tirzah Waasdorp

 Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-44. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Op de koffie bij Aaf

Ook lekker om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant