MT47 M47 Interview Yvonne Keuls Beeld Feriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Bart Brom
Beeld Feriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Bart Brom

PREMIUM

Yvonne Keuls: ‘Als je de humor in dingen kunt blijven zien, verzacht dat veel leed’

In december wordt ze 91, maar een bevlogen spraakwaterval blijft Yvonne Keuls. Een gesprek met haar springt dan ook van onderwerpen als Nederlands-Indië en de hongerwinter naar Willem Nijholt die op virtuoze wijze haar moeder vertolkte in het toneelstuk van haar boek Mevrouw mijn moeder.

Over Yvonne Keuls
Yvonne Keuls werd in 1931 geboren in Batavia (het huidige Jakarta) in het toenmalige Nederlands-Indië en kwam op zevenjarige leeftijd naar Nederland. Ze heeft meer dan negentig publicaties op haar naam staan, van toneelstukken en hoorspelen tot literaire televisie-bewerkingen en romans. Midden jaren zeventig brak ze door bij het grote publiek met haar sociale romans, zoals Jan Rap en z’n maat en Het verrotte leven van Floortje Bloem. Onlangs verscheen het bejubelde Gemmetje Victoria. Tijdens Nederland leest treedt Yvonne gedurende de maand november op in het hele land. Kijk voor alle acties rond Nederland leest op cpnb.nl/campagnes/nederland-leest-2022

Dat boek verscheen in 1999, werd een bestseller en is nu – vijftig herdrukken verder – het bibliotheekgeschenkboek van de campagne Nederland leest in november. Het thema dit jaar: Oud worden, jong blijven. Want oud worden willen we immers allemaal, maar hoe word je dat op een fijne manier? Hoe blijf je fit en vitaal? En hoe zorg je ervoor dat je contact houdt met de mensen om je heen?

Het zijn vragen die grappig genoeg niet echt aan Yvonne Keuls besteed zijn. Ze worden met een simpel: “Ik ben helemaal niet met leeftijd bezig,” hupsakee, zo van tafel geveegd. Liever praat ze over dat prachtige autobiografische boek dat zowel schrijnend als hilarisch is. Het is een monumentje voor haar moeder, de eigenzinnige Indische dame van één meter veertig die, tot ze op 96-jarige leeftijd stierf, haar autonomie bewaakte met alles wat ze in zich had.

“Ze weigerde naar een bejaardentehuis te gaan,” vertelt Yvonne. “Ouder worden zou zij wel even op haar eigen manier doen.”

Altijd samen eten

‘Haar eigen manier’ dreef haar mantelzorgende kinderen en ingehuurde krachten vaak tot wanhoop. Maar thuis, in haar geliefde huis aan de Haagse Laan van Meerdervoort, bleef haar doel onwrikbaar: haar leven leiden zoals ze dat altijd had gedaan.

MT47 M47 Interview Yvonne Keuls Beeld

Yvonne: “Niemand hoefde mijn moeder te zeggen: ‘Je valt steeds, je moet naar een tehuis.’ ‘Dat geeft niks, ik sta gewoon weer op,’ was dan het antwoord. Ze zat in haar stoel en het enige wat aan haar bewoog was dat handje waarmee ze wees naar wat ze nodig had. Geweldig hoe die vrouw zich autonoom opstelde in een tijd waarin dat not done was. Als je oud was ging je naar een bejaardentehuis, waar de kinderen je dan af en toe kwamen opzoeken, je in een karretje zetten en dan een beetje met je gingen lopen. Ja dááág, niks in een karretje! Mijn moeder nodigde ook nog steeds de hele familie uit om komen te eten. En iedereen maar aan die lange tafel zitten en eten. Dat is een bekende eigenschap van de Indische gemeenschap, er moet altijd worden gegeten. Ik heb weinig van mijn moeder geërfd - behalve haar verteltrant - maar wél haar eettafel met achttien stoelen. Die zit bij mij ook vaak vol.”

Yvonnes moeder Jopie was half-Javaans. Haar Nederlandse vader had haar de oer-Hollandse naam Johanna gegeven, die door de Javaanse bevolking niet uit te spreken was. Dus werd het al snel nonnie (meisje) Djoppie en later, in Nederland, Jopie. Het gezin vertrok in 1938 naar Den Haag. Zeven jaar eerder werd Yvonne in het toenmalige Batavia geboren uit het huwelijk van Jopie met de Joodse wiskundige Samuel Bamberg. Ook zij kreeg een naam die niet in dank werd aanvaard: “Mijn vader vond dat ik Yvonne moest heten. Ik heb als decemberkind het sterrenbeeld Boogschutter en volgens hem betekent mijn naam ‘strijdster met de taxushouten boog’. Mijn moeder weigerde die naam uit te spreken. Binnen tien minuten doopte ze mij om in Angin, wat in het Maleis ‘wind’ maar ook ‘gerucht’ betekent; kabar angin betekent ‘verhaal dat op de wind wordt gedragen en dat misschien waar is, of niet waar’.”

Telepatische band

Het boek dat in 1999 verscheen, en de latere toneelbewerking van Mevrouw mijn moeder, werd een groot succes. “Dat komt door de oerband tussen moeder en dochter,” vermoedt ze. Een band die niet suikerzoet was, verre van zelfs, maar o zo herkenbaar, of je nou van Java komt of van het Groningse platteland. Yvonne: “De irritatie die een dochter kan hebben als moeder niet van haar wint, en dan een beroep doet op je schuldgevoel: ‘Je bent toch mijn dochter…’ Dat herken ik op mijn beurt weer in de band die ik met mijn dochters heb.”

Drie heeft ze er: Claudette, Marysa en Gerdien, vier kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. De telepathische band die Jopie met Yvonne had, heeft Yvonne op haar beurt met haar jongste dochter. “Mijn moeder wist precies wanneer ik of wie dan ook zou komen. Ze dacht aan je, bijna telepathisch haalde ze jou naar haar toe. Als ik binnenkwam, zei ze: ‘Ik heb op je gewacht.’ Dat heb ik ook met Gerdien. Ik weet precies wanneer ze belt of langskomt. Omgekeerd heeft ze dat ook met mij. Dat is een vorm van magie.”

Ze vertelt trots dat er net weer een achterkleinkind bij is gekomen. “Sprekend een klein Javaantje. Als ik daar de foto van mijn grootmoeder naast leg, dan zie je geen enkel verschil. Zo mooi!”

MT47 M47 Interview Yvonne Keuls Beeld

Het belang van humor

“Door dat grote gezin en mijn werk leef ik een vol leven. Niet omdat ik het vol máák, maar omdat ik mij openstel. Je kunt pas iets vol laten lopen als je het deksel eraf haalt. Ik heb het grootste plezier in het leven. Natuurlijk is er in de loop der jaren ook de nodige ellende voorbijgekomen. Maar niet meer dan bij ieder ander.” Dat er een keerzijde is aan het behalen van een hoge leeftijd geeft ze wel toe: “Je bent een van de weinigen die zo oud worden. Je verliest dus steeds meer mensen om je heen.”

Dat neemt niet weg dat ze volgend jaar met haar echtgenoot, violist Rob Keuls, hun zeventigjarig huwelijk hoopt te vieren. “Rob is 94 en glashelder, maar hij loopt slecht. We hebben een rollator in huis en in zijn scootmobiel rijdt hij met zijn wapperende witte haren door heel Den Haag. Rob kwam als negentienjarige met zijn broers in Nederland aan. Ze hadden in jappenkampen gezeten en konden alleen bij een tante terecht. De Nederlandse overheid deed niets.” Dat vindt ze zo erg, dat ‘Indisch zwijgen,’ al die mensen die daar nooit over spraken, niet over de kampen, niet over de bloedige Bersiap-tijd, niet over het gebrek aan opvang. “Joden deden dat ook niet na de oorlog. Mijn vader werd opgepakt in de oorlog en pleegde zelfmoord. Twaalf was ik toen. Wat ik van hem heb is het mathematische, ik pak mijn werk heel gestructureerd aan. Maar ook het besef hoe belangrijk humor is. Als je dat in dingen kunt blijven zien, verzacht dat veel leed.”

Wat Yvonne als negentigjarige ook meer beseft dan ooit is dit: “Dat je niets kunt veranderen. En dat je ervoor moet zorgen dat anderen jou niet veranderen. Dat is wat ik heb ontdekt. Door mijn boeken als Floortje Bloem en Jan Rap en z’n maat heb ik veertig jaar lang geprobeerd om de gruwel van Jeugdzorg aan te pakken. Ik weet nu dat ik hooguit steentjes heb kunnen bijdragen.”

Uitjes met vriendinnen

Oud worden, jong blijven, het blijft een mooi thema. Ook voor de vrouw die er zelf niet zo mee bezig is. “Hoewel, het is eigenlijk wat ik doe,” zegt ze. “Maar wat ik vooral merk is dat ánderen vinden dat ik oud ben. Ik ga voor Nederland leest straks het hele land door. Alleen maar leuk, maar ik hoorde bij het maken van de afspraken: ‘Wil je geen vrije dag? Gaat dat straks wel?’ Ik hoef geen vrije dag en ja, het gaat. Dat houdt je jong! Echt, ik heb die ouderdom helemaal niet zo in de gaten. Ik heb vroeger horden gelopen en ik heb in het Nederlands softbalteam gezeten. Dat kan ik dus niet meer.” Fysiek ongemak? Met lichte tegenzin rept ze over een knie-operatie en een nieuwe heup. “Maar ik doe toch precies wat ik wil. Ik ga elke woensdag naar pilates, dat is wel echt nodig. Dat doe ik met mijn vriendinnenclub met wie ik ook ga lunchen, naar de film ga of dagjes uit. Het zijn allemaal vrouwen die alles nog doen. Als ik dan hoor van mensen: ‘Ja, ik heb geen pensioen…’ Ik keer het om: omdat ik geen pensioen heb, ben ik zo fit. Ik móét wel doorwerken!”

MT47 M47 Interview Yvonne Keuls Beeld

Geen cosmetisch gedoe

Actief blijven, niet met je leeftijd bezig zijn, het zijn allemaal belangrijke dingen, maar dat er ook een grote dosis geluk bij komt kijken wordt door haar beaamd. En: “Ik accepteer bepaalde veranderingen aan mijn lichaam gewoon en zorg ervoor dat ik leuke kleding draag waar ik me lekker in voel. Gelukkig zie je die ‘oudedameskleding’ steeds minder. In zekere zin heb ik de tijdloosheid die mijn moeder ook had.” Aan Yvonnes lijf of gezicht dus geen cosmetische polonaise om rimpels en dergelijke weg te halen. “Vreselijk vind ik dat! Als een god ga je jezelf opnieuw uitvinden. Ik vind mijn rimpels eigenlijk wel mooi. Ik ben tevreden, maar het trotst ben ik op mijn gebit. Mijn tanden staan niet recht, maar een gaatje heb ik nooit gehad. Ik heb niet eens terugtrekkend tandvlees! Ik heb een Javaans gebit, dan is dat heel gewoon.”

Vol energie

Op de vraag of ze überhaupt bezig is met de dood, is het antwoord: “Nee, helemaal niet. Ik maak gewoon plannen voor projecten die misschien drie jaar gaan duren.” Gelooft ze in een leven na de dood? Ze lacht: “Als je het weet mag je het zeggen! Ik zie het zo: het leven is energie, en energie gaat nooit verloren. Als er íéts vol energie zit, is het de mens. Dat zegt mijn mathematische kant. Mijn Indische kant staat open voor het wonderlijke, het magische. Toen ik in Indonesië was, sliep ik in het huis waar wij ooit hadden gewoond. Daar heb ik mijn overleden moeder echt gevoeld en gehoord. Ze raakte me aan en zei op dat typisch Indische toontje: ‘Ik ben toch maar weer gekomen.’ Dood is niet dood, ik weet nog dat ik dat dacht. Maar verder is de dood geen thema in mijn leven.”

In Mevrouw mijn moeder schrijft ze: ‘Er is geen groter goed dan waardig oud te mogen worden, op je eigen voorwaarden.’ Gevraagd naar die van haar, zegt ze: “Dat ze mij met rust laten. Dat ik zelf mag bepalen of ik op een bepaalde manier door het leven stuntel. Al mag ik tot op zekere hoogte voor dingen die ongemakken met zich meebrengen wel hulp vragen. Maar het moet niet worden opgelegd. Mijn waardigheid moet bewaard blijven. Zoals mijn moeder altijd zei: ‘Zo moet het. En niet anders.’”

MT47 M47 Interview Yvonne Keuls Beeld

De 5 van Yvonne

Favoriet moment van de dag: “De vroege ochtend.”

Onhebbelijkheid: “Ik ben zeer direct, dat kan vervelend zijn voor mensen.”

Grootste drijfveer: “Rechtvaardigheid.”

Lievelingsschrijver: “Jeroen Brouwers, vooral zijn boek Bezonken rood.”

Levensmotto: “Doorgaan.”

Heleen SpanjaardFeriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Bart Brom

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden