null Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Thirza Waasdorp.
Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Thirza Waasdorp.

PREMIUM

‘Waar er vier kinderen kunnen zijn, is ook plek voor een vijfde’

Door de jaren heen heeft Ingrid van Beek (61) met haar man 29 pleegkinderen opgevangen. “Mijn moederinstinct steekt er altijd bovenuit. Je bent meteen verliefd op het kind dat jou zo hard nodig heeft.”

“Ik had nog nooit over pleegzorg nagedacht, tot ik twintig jaar geleden door bezuinigingen mijn technische baan bij de PTT kwijtraakte. Tijdens een handbalwedstrijd van de kinderen vertelde een andere moeder over het pleegkindje dat ze tijdelijk opving. ‘Misschien ook iets voor jou?’ vroeg ze. Nieuwsgierig geworden, meldden mijn man Richard en ik ons aan voor een vrijblijvende bijeenkomst, waar we een berg informatie kregen over de voor ons nieuwe pleegzorgwereld. Gelukkig waren we allebei enthousiast, want pleegouder ben je echt samen. Toch overlegden we eerst uitgebreid met onze kinderen, toen 11, 13 en 15, voor we definitief besloten het plan door te zetten. Zij hadden vooral wat praktische vragen over waar de kindjes dan zouden slapen en of het echt tijdelijk zou zijn, maar stonden er wel voor open. Bij ons thuis was het toch altijd al een zoete inval. Vriendjes kwamen altijd bij ons spelen, dus wat dat betreft keken ze er niet vreemd van op dat we ons huis hiervoor wilden openstellen.”

Zorgvuldig proces

“Pleegouder word je niet van de ene dag op de andere. Je wordt gescreend en moet een hele lijst aan vinkjes halen voordat je toestemming krijgt van Jeugdzorg. Het duurde bij ons ongeveer een jaar, met veel vragenlijsten, gesprekken en huisbezoeken. We moesten ook naar een opvoedcursus. Dat voelde wel een beetje gek: we waren immers al een tijdje drie kinderen aan het opvoeden. Maar dat zorgvuldige proces zorgt er ook voor dat je je goed kunt voorbereiden en kunt besluiten welk soort pleegzorg je wilt bieden; in welke leeftijdscategorie en welke vorm van opvang. Wij kozen voor de allerkleinsten en de crisisopvang.”

Een kindje

“In januari 2002 kwam het officiële rapport: we waren goedgekeurd als pleegouders. Nu ging het echt gebeuren. Onze eigen babyuitzet en kinderspullen had ik door de jaren heen doorgegeven of naar de kringloop gebracht. Ik hing een briefje op bij de basisschool van onze jongste dochter met daarop de spullen die we nodig hadden en waarom. Binnen een week kregen we meerdere kinderwagens, boxen, bedjes en vier grote zakken vol kleding in alle maten. Geweldig, want vanaf de goedkeuring zouden we elk moment van de dag én nacht kunnen worden gebeld. Gemiddeld duurt het dan nog wel vier tot zes weken, maar soms gaat het sneller. En dat gebeurde bij ons dus ook. Binnen een maand kregen we een telefoontje: ‘Er is een kindje. Hij is net geboren met een keizersnede en volgende week heeft hij een plek nodig.’”

Liefde en vertrouwen

“Zeven dagen later stond ik in het ziekenhuis om de baby op te halen, ontzettend zenuwachtig en met een lege Maxi-Cosi aan mijn arm. De handbalmoeder van destijds, inmiddels een vriendin geworden, was mee. ‘Dit is Barakat, pak hem maar,’ zei de verpleegkundige. Ik keek in de prachtige ogen van een jongetje dat eruitzag als een lief beertje. En toen gebeurde wat al die volgende keren ook zou gebeuren: vanaf het moment dat ik het kindje vasthad, hield ik van hem. Daar zaten we dan, heel onwennig. Ook in dat opzicht voelde ik me weer een kersverse moeder. Flesjes maken, hoe moest dat ook alweer? Het was inmiddels elf jaar geleden, dus ik wist echt niet alles meer. Die avond zaten mijn man en ik naar Barakat te kijken en zeiden we tegen elkaar: ‘Hoe kan het toch dat iemand niet in staat is om zelf voor dit hummeltje te zorgen?’ Zonder oordeel, maar wel met een mix van verbazing en medelijden. Er zijn zó veel dieptrieste, schrijnende situaties waarin vrouwen en gezinnen verkeren. Het enige wat ons als pleegouders te doen staat, is zo goed mogelijk zorgen voor de kinderen en ze al onze liefde en vertrouwen geven.”

Rust en regelmaat

“Vanaf die eerste avond ging het meeste eigenlijk vanzelf. We bouwden een nieuw ritme op met heel veel rust en regelmaat en leerden de handleiding van Barakat kennen. Crisisopvang is in eerste instantie altijd voor een periode van één of twee keer zes weken. Richard en ik hebben als stelregel dat een kind zo lang mag blijven als nodig is en tot er een goed plan is. We willen niet dat het bij ons vandaan naar een nieuwe crisisopvang gaat.”

In ons hart

“Toen Barakat vier maanden bij ons was, kwam de onverwachtse en ongebruikelijke vraag: ‘Mag hij bij jullie blijven?’ Hij kon niet terug naar zijn biologische moeder en de gezinsmanager zag de klik binnen ons gezin. Diep vanbinnen wist ik al dat ik hem niet meer kwijt wilde. Maar ik was op dat moment 41 en Richard vier jaar ouder. Wilden we echt weer opnieuw beginnen met een baby? We hebben veel gepraat met een stel dat ook op latere leeftijd nog een baby in huis nam. Het was fijn om van gedachten te wisselen met ervaringsdeskundigen. Toen we het daarna met de kinderen bespraken, zei onze middelste zoon: ‘Natuurlijk mag hij blijven, hij zit toch in ons hart?’ Voor de kinderen was Barakat echt hun broertje geworden. Omdat vooraf tijdelijke zorg de afspraak was, was het een behoorlijk grote beslissing. Maar eigenlijk was er maar één uitkomst mogelijk: Barakat hoort bij ons. Dat was al zo vanaf het moment dat hij kwam en inmiddels hebben we hem geadopteerd.”

null Beeld

Nieuw kindje

“Na een jaar met alle aandacht voor Barakat wilden we ons weer als pleegouders beschikbaar stellen voor crisisopvang. Waar er vier kinderen kunnen zijn, is ook plek voor een vijfde, vonden we. Algauw kwam er nieuwe baby van nog geen vier weken, die een aantal maanden bleef en daarna volgden er, met tussenpauzes, nog velen. Soms heel kleine baby’s, soms peuters. De ene keer een paar weken en soms anderhalf jaar. Het gebeurde wel dat onze kinderen uit school kwamen en een nieuw kindje in de box zagen liggen. ‘We hebben er weer één!’ riepen ze dan.”

Gedragsproblemen en angsten

“Het mooist is misschien wel dat Barakat altijd de verbindende factor is geweest tussen de nieuwe kindjes en ons gezin. Hij was binnen ons eigen gezin de jongste, maar de peutertjes die kwamen zagen hem als grote broer en trokken zich aan hem op. Dat werkte voor iedereen heel goed. Er is geen onderscheid tussen mijn biologische en pleegkinderen. Ze draaien allemaal gewoon mee met het gezin. We vieren sinterklaas en verjaardagen met elkaar, klappen om eerste stapjes en zijn net zo trots als een kind een ander stapje maakt in zijn ontwikkeling. De kinderen die komen hebben allemaal een ‘rugzakje’, wat zich kan uiten in gedragsproblemen en angsten. Dat vraagt niet alleen om oneindig veel geduld en liefde, maar er komt ook veel zorg bij kijken. Naar het ziekenhuis, logopedie, bezoekuren met de ouders... We doen het zonder morren, maar het is wel intensief.”

Lichtpuntje

“Nachtenlang op een los matras naast het bedje van een bange peuter liggen, zodat hij of zij zich veiliger voelt, nachtvoedingen en medicatie geven of een ontroostbare baby sussen. In dat laatste is Richard het best. Hij krijgt ze altijd als eerste stil. Weinig slaap en gebroken nachten zijn niet het zwaarst. Ik vind de zorgen en het feit dat je niet alles kunt oplossen veel moeilijker. Er is niks waardevollers dan kinderen die zó’n slechte start hebben iets te kunnen meegeven. Een baby zal zich zijn tijd bij ons niet meer herinneren, maar als je goed bent gehecht, heb je daar je hele leven profijt van. Richard en ik hopen dat we ergens in het geheugen van een kind een lichtpuntje kunnen achterlaten.”

Veilige plek

“Ook al doen we dit met al onze liefde en aandacht, op een bepaalde manier zien we het ook als werk. Maar dan wel het leukste werk dat ik me kan voorstellen. Er zo naar kijken helpt ook wel als we een kindje weer moeten loslaten. Dat went nooit helemaal, maar ik kan er beter mee omgaan dan in het begin als we een kindje moeten terugbrengen naar zijn biologische ouder(s) of wegbrengen naar een nieuw vast pleeggezin. Dat laatste is soms makkelijker, omdat je weet dat ze dan goed terechtkomen. Als een kind teruggaat naar huis kán dat heel goed zijn, maar er zijn ook wel situaties dat ik er niet zo zeker van ben dat het daar het best af is. Maar met de jaren leer je wel dat je niet de hele wereld en alle kinderen kunt dragen, al zou je niks liever willen. Het enige wat we kunnen doen is het kind een zo goed mogelijke start geven op een veilige plek.”

Te oud

“Er zal een moment komen dat we te oud worden, dat we het leeftijdsverschil te groot vinden. We kunnen dit niet tot ons zeventigste blijven doen. Je moet je ook afvragen of het wel goed is voor een kind als er meerdere generatiekloven zijn. We hebben liefde genoeg, daar ligt het niet aan. Richard beschrijft dat goed: ‘Je moet wel heel goed kunnen springen tussen twee generatiekloven.’ Dus we bekijken het tot die tijd per kind en situatie. Inmiddels hebben we drie kleinkinderen, alle drie peuters en kleuters. Met een pleegkind erbij is het vaak een gezellige puinhoop in huis. Speelgoedbakken dwars door de woonkamer en ik er middenin, torens bouwen en koekjes uitdelen. Mijn aandacht goed verdelen is weleens lastig en waar kinderen spelen is er ook jaloezie en moet er worden geleerd om rekening te houden met elkaar. Botsingen zijn dan onvermijdelijk. Ondanks dat is het vooral mooi om te zien dat de kleinkinderen de pleegkinderen zo opnemen. De oudste is inmiddels vijf en begrijpt steeds beter wat er speelt en dat er kindjes bij ons logeren. Bij de laatste die wegging, kwam hij ook zelf even gedag zeggen. Heel lief. ‘De baby gaat weer hè, oma?’”

Veel tranen

“Ik houd altijd twee dagboeken bij; eentje voor mezelf en eentje voor het pleegkind. Dat krijgt het mee, vol verhalen over de tijd bij ons, familiefoto’s en ons telefoonnummer. Als het kind het wil, mag het altijd contact met ons opnemen. Je weet dat die afscheidsdag komt en toch vloeien er altijd veel tranen. De eerste twee dagen wentel ik me daarin. Dan laat iedereen me met rust. Opruimen is voor mij dan de beste therapie. Kleertjes wassen en uitzoeken voor ze in de grote opbergboxen op maat gaan, de box weer naar zolder, de kinderwagen in de schuur. Na twee dagen ben ik teruggeveerd en nemen we een aantal maanden pauze. Je geeft een kind een deel van je hart mee en dat moet weer vol kunnen lopen. Dan neem ik alle tijd voor mijn familie en vriendschappen. Maar ook om het huis van onder tot boven soppen, klusjes te doen die zijn blijven liggen of samen met Richard even weg te gaan. Na een tijdje begint het vanzelf weer te kriebelen en bel ik de gezinsbegeleider op. ‘We hebben weer een warm bedje vrij.’”

Caroline van MourikMariel Kolmschot. Visagie: Thirza Waasdorp.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden