Persoonlijk

Mijn verhaal: ‘In onze ‘goede’ kleren moesten we langs de deuren om te vragen om steeds één aardappel’

mijn-verhaal-in-onze-goede-kleren-moesten-we-langs-de-deuren-om-te-vragen-om-steeds-een-aardappel.jpg

Lenie: “De Hongerwinter van 1944-1945 heeft veel indruk op mij gemaakt. Wij woonden in Leiden met een groot gezin van negen kinderen. Ik was 11 jaar en de middelste van het stel. Op een goede dag moesten wij, drie broers en ik, bij mijn vader komen.”

Langs de deuren

Hij was erg bezorgd omdat hij voorzag dat het deze winter niet goed zou gaan met de voedselvoorziening. Hij had daarop bedacht dat wij vieren in onze ‘goede’ kleren langs de deuren moesten gaan om te vragen om steeds één aardappel. ‘Dat zal vast niemand jullie kwalijk nemen,’ zei mijn vader. En als we geen aardappel kregen, mochten we ook om een ui of een wortel vragen. En wat oude kranten graag, zodat we daar toiletpapier van konden maken. O ja, wel op gras lopen, was ons nog gezegd, zodat onze schoenzolen niet zo hard zouden slijten.”

Gevoelens van schaamte

“Met deze instructies gingen we op pad. Omdat mijn vader een redelijk bekende Leidenaar was met een openbare functie, wilde hij liever niet dat we in onze stad langs de deuren zouden gaan. Hij schaamde zich toch wel, omdat hij zijn kinderen op deze manier moest inzetten om aan eten te komen. Het was een flink eind lopen van Leiden naar Rijnsburg, met een kinderwagentje en enkele juten zakken voor de spullen die we hopelijk zouden ophalen. En eenmaal daar aangekomen, vonden we het heel spannend om aan te bellen. Maar het móést, had pa gezegd, en dus deed ik het.”

Aardappelschillen

“De eerste mevrouw die opendeed, had begrip en gaf me inderdaad een aardappel. De tweede mevrouw had alleen wat aardappelschillen en ook die nam ik graag mee. En zo droegen we alle vier bij tot ons wagentje aardig was gevuld. We hadden geen brood kunnen meenemen, omdat ook dat er maar mondjesmaat was, maar ik had het geluk dat ik tussendoor iets mocht mee-eten bij een aardige familie. En als dank daarvoor hielp ik met de afwas.”

Iedere dag op stap

“Na uren sjokken, gingen we om een uur of vier terug naar huis. Daar waren ze erg blij met onze opbrengst, maar voor negen monden was het niet genoeg en dus moesten we de volgende dag weer op stap, nu naar Oegstgeest. En de dag erna weer. Wekenlang ging het zo. En al waren we moe, ’s avonds moesten we om beurten een halfuur trappen op een stilstaande fiets om elektriciteit op te wekken, zodat er een lichtje kon branden.”

We hebben tóch gevlagd

“Zo zijn we als groot gezin de Hongerwinter doorgekomen met wat extra moeite en inspanning van ons allemaal. Gelukkig kwam in mei 1945 de bevrijding. Wij hadden geen vlag meer, want die was gebruikt voor het maken van kleding, maar met een oud rood lapje, een wit hemd en een oude blauwe broek hebben we tóch gevlagd!”

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-08. Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Beeld |iStock

Ook interessant