Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Michelle (59) kreeg 2 keer borstkanker: ‘Ik dacht al snel: dit wordt geen lightversie’

michelle-59-kreeg-2-keer-borstkanker-ik-dacht-al-snel-dit-wordt-geen-lightversie.jpg

Michelle Rutten (59) kreeg in de zomer van 2019 te horen dat ze borstkanker had, dacht ze: nee, niet nog een keer. En: dit wordt niet de lightversie, zoals vorige keer.

‘Ik had me erop ingesteld’

“Ik stond hier in Almere op het plein en het was winderig. Het haar vloog zo mijn hoofd uit, ik zag de plukken voorbijvliegen. Ik ben snel naar huis gegaan en mijn zoon en dochter hebben mijn haar kort geknipt, waarbij ze gekke kapsels uitprobeerden. Daarna hebben ze zich uitgeleefd met de tondeuse. Ik was niet verdrietig over het verlies van mijn haar, ik had me erop ingesteld. De kapper heeft me een pruik aangemeten, een heel duur ding, maar ik heb hem nooit op gehad: hij zat niet lekker, het was benauwd en het was een soort Sidonia-kapsel. Wel heb ik me helemaal gek gekocht aan sjaaltjes en mutsjes. Die stonden me ook leuk. Een paar maanden eerder, augustus vorig jaar, ging ik naar de huisarts met het vermoeden van borstkanker.”

‘Ik wist heel zeker dat het borstkanker was’

“De huisarts dacht dat het geen borstkanker was, maar zei wel: ‘Als je wilt, kan ik je doorsturen naar de mammapoli.’ Ik zei: ‘Ja, doe maar,’ want ik wist heel zeker dat het borstkanker was. Ik heb namelijk eerder borstkanker gehad, in 2002, aan de andere borst. Daar ben ik ook zelf achtergekomen. Ook toen ben ik naar de huisarts gegaan met de mededeling: ‘Ik heb borstkanker.’ En ook toen zei de huisarts: ‘Dat zal wel niet.’ Voor de zekerheid werd ik destijds toch doorgestuurd. Nu voelde ik iets zitten in de andere borst en ik dacht: nee, niet nog een keer hè.”  

Snel groeiende tumor

“Ik was er tamelijk ontspannen over, want de vorige keer had ik een heel langzaam groeiende tumor, die er waarschijnlijk al jaren had gezeten. Dit keer groeide de tumor sneller. Het was ook een heel ander soort kanker dan de eerste keer. De eerste keer heb ik alleen een borstbesparende operatie en bestralingen gekregen. Ik noemde dat toen de lightversie, omdat ik om me heen veel zwaardere behandelingen zag. Deze keer dacht ik al snel: dit wordt geen lightversie.”

Operatie in coronatijd

“Ik kreeg eerst chemokuren, om de tumor te laten slinken. Tegen de misselijkheid kreeg ik medicijnen, maar verder had ik alle bijwerkingen. Ik was intens moe van de chemo, zo’n moeheid waarbij je denkt: als ik nu nog een stap zet, val ik om. Ik werd ook moe in mijn hoofd, kon minder goed nadenken. Mijn eetlust verdween grotendeels; ik moest me er echt toe zetten om te eten. Ik proefde en rook ook niets. Bovendien kreeg ik neuropathie in mijn handen en mijn voeten: dan sterven zenuwuiteinden af. Dat is blijvend, omdat ik er iets te lang mee ben doorgelopen: ik moet soms uitkijken waar ik loop, want ik voel dat niet zo goed meer. Ze hadden me wel gewaarschuwd tijdens de kuren: op het moment dat er neuropathie ontstond, zouden ze stoppen, omdat dat onomkeerbaar is.”

Lastig te verwijderen

“Ik dacht: ik heb wel iets in mijn voeten, maar het lijkt meer of ik op kussentjes loop. Het was een beetje dom van me om er zo lang mee rond te lopen, maar zo ben ik, zo ken ik mezelf: ik vond het nog steeds wel meevallen met mij. Na de tiende kuur besprak ik het met de oncoloog. Die zei meteen: ‘We gaan stoppen.’ Daarna heb ik drie operaties gehad. De eerste twee operaties waren borstbesparend, maar beide keren vonden ze in de snijranden nog kankercellen. Het bleek namelijk een lobulair carcinoom te zijn. Dan heeft de tumor een beetje een sprieterige vorm, waardoor hij lastig te verwijderen is. Ik had redelijk grote borsten, een cup D, dus er kon wel wat weggehaald worden, maar na de tweede operatie zei de chirurg toch: ‘We moeten hem er nu af gaan halen.’

Lees ook:
Marinet (50) had drie vormen van borstkanker tegelijk

Allebei de borsten

“Dat was al middenin de coronatijd – de eerste twee operaties waren net ervoor. Ik zei: ‘Weet je wat, haal ze er dan allebei maar af.’ Door de bestralingen in 2002 was mijn andere borst hard geworden, het weefsel was gaan verkleven. Daardoor dacht ik vaak: ik voel weer wat, maar dat was dat verkleefde weefsel. De chirurg wilde dat wel, maar hij wilde toch even overleggen met het interdisciplinaire team. Hij raadde het daarna toch af: een langere operatie was middenin coronatijd niet zo handig.”

Lymfeklieren

“Bovendien zou ik dan twee wonden hebben. Drie dagen later werd ik geopereerd: mijn linkerborst ging eraf en uit mijn oksel werden lymfeklieren verwijderd, want daarin hadden ze ook iets gevonden. Ik stond er nuchter in: het moest eruit, het moest weg, en als dat betekende dat mijn borst eraf moest, dan moest dat maar. Ik had toch al nooit zoveel met mijn borsten, ik vond ze altijd al te groot, had altijd het idee dat mensen eerst mijn borsten zagen en dan pas mij. Ik wilde ook geen reconstructie. Mijn borsten bepalen niet mijn identiteit.”

Chemokoppie

“De wond is niet mooi geheeld, het voelt een beetje bobbelig. Als mijn huid helemaal genezen is van de bestralingen, wil ik een prothese, niet onder mijn huid, maar tegen mijn huid aan, die ik in mijn bh doe. Ik heb er nu een kussentje in van stof. Dat vind ik voor nu goed. Terugkijkend had ik liever gehad dat ze mijn borst er meteen hadden afgehaald, want dan had ik maar één keer geopereerd hoeven worden en niet drie. Dat wilde ik ook, maar de dokter stelde dat ze altijd zo veel mogelijk borstbesparend werken. Het verlies van mijn borst deed me dus niet zoveel, maar wat ik wel erg vond was het verlies van mijn wimpers en wenkbrauwen. Dan krijg je meteen zo’n chemokoppie. Vroeger stond ik echt bekend om mijn mooie wimpers.”

Wenkbrauwen tekenen

“Om toch nog iets te hebben, probeerde ik wenkbrauwen te tekenen met potlood, maar dat was geen gezicht. Mijn ogen maakte ik donkerder met kohlpotlood, zodat ze nog een beetje spraken. En verder keek ik maar niet te vaak in de spiegel. Mijn wimpers zijn wel teruggekomen, maar ze zijn niet meer als daarvoor. Het is maar de vraag of ze nog terugkomen in de oude vorm. Thuis was ik makkelijk, daar droeg ik een joggingbroek, maar daarbuiten deed ik mijn best er niet ziek uit te zien. Als ik dan naar het ziekenhuis ging voor een chemokuur – naar de kurenkamer, zoals dat heet, alsof je naar een spa gaat – kleedde ik me altijd mooi aan, tot een bijpassend hoofddoekje of mutsje aan toe, en maakte ik me op.”

‘Ik ben niet van plan om hieraan dood te gaan’

“Dat vond ik prettig: ik wilde er niet uitzien alsof ik ziek was, al zag je dat evengoed wel, omdat ik geen haar meer had. Bang ben ik nooit geweest. Ik dacht: ik ben niet van plan om hieraan dood te gaan. Net als de eerste keer had ik de instelling: ik word gewoon beter. Ik ging ervan uit dat de artsen wisten wat ze deden en dat de chemo zijn werk zou doen. Het ziek-zijn heb ik wel ervaren als een fulltimebaan. De vermoeidheid vond ik het lastigst: ik ben graag met verschillende dingen tegelijk bezig en ik heb ook een zorgintensieve dochter die nog thuis woont. Ik vond het moeilijk om mijn werk los te laten. Daarom ben ik er nog een beetje bij blijven werken. Ik ben zelfstandig re-integratiecoach en coach/begeleider van mensen met een beperking. Een aantal klanten hield ik aan.”

Hulp aanvaarden

“Het werken bood me afleiding, ik vond het lekker dat ik het gevoel had nuttig bezig te zijn. Ik heb ook wat bestuurlijke functies, maar die heb ik op een laag pitje gezet. Ik heb mezelf geloof ik niet echt de kans gegeven om me ziek te voelen. In het begin vond ik het ook moeilijk om hulp te aanvaarden. Daar heb ik me echt overheen moeten zetten. Toen me dat eenmaal was gelukt, merkte ik hoe lief mensen kunnen zijn. We kregen soepen van een kok, elke week en iemand stuurde bijna elke week een bos bloemen. Dat hoefde natuurlijk niet, maar ik waardeerde het wel heel erg. Door mijn werk als voorzitter van het Fonds Bijzondere Noden kon ik mijn ziekte denk ik goed relativeren. Daar zie ik echte misstanden, armoede, mensen aan de onderkant van de samenleving.”

‘Klaas dit is de laatste keer hoor’

“Door alles wat ik daar heb gezien, kon ik over mijn ziekte denken: het is zoals het is, de dokters doen er alles aan om me beter te maken, het wordt opgelost. Ik was namelijk heel tevreden over de zorg die ik hier in het ziekenhuis kreeg van de artsen en verpleegkundigen. Er was veel persoonlijke aandacht. Op het laatst was het bijna gezellig. ‘Klaas, dit is de laatste keer hoor,’ zei ik vlak voor mijn derde operatie. ‘Oké, Michelle, ik ga mijn best doen,’ zei hij dan. Na de operatie zaten we al middenin de coronatijd. Daardoor waren veel vervolgafspraken telefonisch. Dat vond ik niet zo erg, omdat ik, voor de coronacrisis uitbrak, al heel veel persoonlijke afspraken had gehad. De bestraling werd door de coronacrisis ook anders georganiseerd. Normaal gesproken zou ik drie weken lang elke werkdag worden bestraald.”

Michelle (59) kreeg 2 keer borstkanker: ‘Ik dacht al snel: dit wordt geen lightversie’

Bubbelwijn

“Nu was het vijf weken lang een keer per week, met een veel hogere dosis, met als gevolg dat mijn huid veel meer schade heeft opgelopen. Dat is nog aan het genezen en ik moet ook nog zeven jaar aan de anti-hormoonpillen. Toch hebben we, toen de bestralingen achter de rug waren ’s avonds bubbelwijn gedronken om het te vieren. Mijn fulltime baan, die ziek zijn was, zat erop.”

Dit verhaal verscheen eerder in Margriet 43/44-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Meer lezen over borstkanker?

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Tekst | Sanne Kloosterboer
Fotografie | Mariel Kolmschot.

Ook interessant