Persoonlijk

Elisah (36) leerde haar moeder Liesbeth List nooit écht kennen

elisah-36-leerde-haar-moeder-liesbeth-list-nooit-echt-kennen.jpg

Het trauma uit haar jeugd dat Liesbeth List met zich meedroeg zorgde ervoor dat zij juist alles uit het leven wilde halen. En dat deed ze ook. Voor haar dochter Elisah Baijens was ze heel beschermend. “Ik was haar enige échte familie.”

“Ik was elf jaar toen ik ontdekte dat mijn moeder geadopteerd was. Het was kort na de dood van mijn oma. Ik zag in de krant dat de pleegmoeder van Liesbeth List was overleden. Ik schrok verschrikkelijk: mijn oma op Vlieland, waar we altijd op vakantie gingen, was dus niet mijn echte oma. Ik was direct bang dat ook ík was geadopteerd. Had ze dat misschien ook achtergehouden? Dat was echt niet zo, drukte mijn moeder me op het hart. En ze legde uit dat ze me nooit over haar eigen adoptie had verteld uit loyaliteit aan haar pleegouders. Ze wilde niet dat ik dan misschien eens zou roepen: ‘Je hebt niets over mij te vertellen, je bent mijn oma niet.’”

Pleegouders

“Dat ik dit in de krant las, is tekenend voor alles wat ik weet van het verleden van mijn moeder. Dat heb ik allemaal ergens gelezen of van anderen gehoord. Het was te groot voor ons om over te praten. De biologische ouders van mijn moeder zijn na hun trouwen naar Indonesië gegaan, vlak voor de inval van de Japanners in 1942. Daar werd mijn moeder geboren. Toen werden ze opgepakt en uit elkaar gehaald. Mijn oma Corrie en mijn moeder kwamen in een jappenkamp terecht. Daar heeft mijn moeder geen herinneringen aan, wel heeft ze haar leven lang nachtmerries gehouden.”

“Voor haar moeder Corrie zijn die jaren zó afschuwelijk geweest – de ontberingen, de martelingen en de verkrachtingen van de Japanners – dat ze twaalf dagen nadat ze haar man terugzag die te werk was gesteld aan de Birmaspoorlijn, zelfmoord heeft gepleegd. Mijn moeder is daarna met haar vader en zijn nieuwe vrouw naar Nederland gekomen. Haar stiefmoeder mishandelde haar en haar vader kon haar niet beschermen. Ze belandde in weeshuizen. Waar ze telkens werd weggestuurd als bleek dat ze nog een vader had. Pas in een pleeggezin op Vlieland vond ze een thuis. Ze was zeven jaar. Haar pleegouders hielden heel veel van haar, zij ook van hen en ze was hen ongelooflijk trouw.”

Pijn

“Aan journalisten kon mijn moeder over haar achtergrond vertellen. Aan mij niet. Dat vond ze te moeilijk, ze wilde mij niet met haar ellende opzadelen. Toen ik jong was, vroeg ik er ook niet naar. En toen ik dat wel wilde gaan doen, kon het eigenlijk niet meer. Maar in wezen is het ook voor mij altijd te moeilijk geweest. Als ik eraan denk, erover praat, komen er al snel tranen. Alsof ik op een diep niveau ervaar hoe groot haar trauma is. Ik kan haar pijn voelen; die moet ik hebben meegekregen in haar buik.”

Trauma’s

“Met grote trauma’s kan het twee kanten op gaan: je geeft op of je gaat vechten. Mijn biologische oma pleegde zelfmoord, mijn moeder is gaan leven. Ze haalde alles uit haar bestaan wat erin zat, bekeek alles positief. Klagen deed ze nooit, ze kon er ook niet tegen als anderen dat deden. Haar manier van overleven was heel sterk op eigen benen staan. Dat ging ver: als je haar een arm wilde geven, vond ze dat al niets. Dat zag ze niet als iets liefs, maar als steun die ze niet nodig had.

Ik heb weleens meegemaakt dat ze terugkwam van vakantie met een gebroken pols. ‘Waarom heb je dat niet verteld?’ vroeg ik dan stomverbaasd. ‘Daar wilde ik jou niet mee lastigvallen,’ zei ze dan. En ze liet zich niet kwetsen: dat was al te vaak gebeurd. Als je het bij haar had verbruid, dan kwam je er nooit meer in. Dan werd je ‘afgeschaft,’ zo noemde ze dat.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Als een leeuwin

“Mijn moeder was eenenveertig toen ze mij kreeg. Haar eerste man wilde geen kinderen, mijn vader moest worden geopereerd aan onvruchtbaarheid voordat het lukte. Ik was haar enige échte familie en ze was extreem bang om mij te verliezen. Ik hoefde echt geen vijf minuten te laat thuis te komen, dan was het huis te klein. Ze gedroeg zich als een leeuwin, was heel beschermend.

Als een vriendinnetje mij pestte, moest ik praten als Brugman om haar nog een keer te mogen zien. En als ik iets niet durfde – zo kampte ik bijvoorbeeld met enorme telefoonangst – nam zij het me uit handen. Ze was ook erg gevoelig: als ik iets onaardigs zei, was ze diep gekwetst. Vooral in mijn tienerjaren heb ik haar soms als verstikkend ervaren. Toen konden we heftig botsen. Mijn vader was ons vangnet, die probeerde ruzies te neutraliseren. Dan kreeg ik onder tafel een schop, zo van: hou je in!”

Azië

“Ik was behoorlijk op mezelf in die tijd, veel met mijn paard bezig. Maar als we als gezin op vakantie gingen, waren we echt samen. We gingen altijd naar Azië. Bijzondere herinneringen heb ik aan die keer dat we op zoek gingen naar het graf van mijn biologische oma Corrie, in Kandy, Sri Lanka. We zijn een paar keer teruggegaan naar de begraafplaats maar helaas is het niet gelukt het graf te vinden. Dat was emotioneel voor mijn moeder.”

Loslaten

“Ik was achttien toen ik uit huis ging. Dat moet moeilijk zijn geweest voor mijn moeder, dat ze me moest loslaten, maar ook daar praatte ze niet over, haar slapeloze nachten hield ze voor zichzelf. Onze band is altijd heel sterk gebleven. Toen ik zwanger was bijvoorbeeld: ‘Wij krijgen een kind,’ zei ze daarover, zo betrokken was ze. Ze vond de uitbreiding van haar familie geweldig. Maar mijn dochter mocht geen oma zeggen, want dan voelde ze zich oud.”

Dementie

“De laatste jaren van haar leven kampte ze met dementie. Dat is ingewikkeld geweest, ook door haar karakter en haar positieve houding. Ze wilde niet klagen, dus haar ziekte bestond gewoon niet. Lastig, want dan moet je als kind beslissingen nemen. Zo zou ze nog op tournee door België, maar ze kon haar teksten niet meer leren en dan moet je iemand toch tegen zichzelf beschermen. Toen ze tweeënhalf jaar geleden de diagnose kreeg, zei ze meteen: ‘Zorg dat niemand dit te weten komt.’ Ze was van mening dat je als artiest een beeld hoog had te houden. Zo wilde ze ook nooit op de foto of worden gefilmd zonder dat ze make-up droeg.

Het is een groot gevecht geweest om haar wens te respecteren en haar zo veel mogelijk uit de publiciteit te houden. Maar daar heb ik wel mijn uiterste best voor gedaan, ook omdat ze die achteruitgang nooit had gewild. Ze had op allerlei manieren vastgelegd dat ze euthanasie wilde als dit haar overkwam, maar toch is dat verzoek afgewezen omdat ze niet meer wilsbekwaam was. Daar ben ik heel boos en verdrietig over. Ook nu, na haar dood, wil ik niet praten over haar laatste periode. Uit respect voor haar. Maar het is ook niet belangrijk. In mijn ogen gaat het om wat ze uit het leven heeft gehaald. En dat is zo veel.”

De artiest en de moeder

“Voor mij is er altijd een grote scheiding geweest tussen de privépersoon Liesbeth en de artiest Liesbeth List. Ik heb ‘Liesbeth List’ nooit als mijn moeder gezien. Als ze haar pruik niet ophad en niet in de make-up zat, herkende niemand haar. Wij konden gewoon leuke dingen doen, samen shoppen, we
zijn zelfs een keer naar een saunacomplex geweest. Ik zag erg op tegen haar dood, omdat ik geen idee had hoe ik die scheiding dan voor mezelf zou kunnen bewaren. Door de coronacrisis werd me dat heel makkelijk gemaakt; ik ben mijn moeder dankbaar voor haar timing. Hierdoor moest ik de uitvaart klein houden en heb ik alleen de mensen afscheid laten nemen die haar in de laatste tweeënhalf jaar nog bezochten. “

Eerbetoon

“De avond voor haar crematie heb ik met mijn dochter van negen lang bij haar kist zitten praten: zo mooi dat we die kans hadden. Ik heb haar kunnen wegbrengen zoals een kind dat wil doen met haar moeder. Er kan later altijd nog een groot afscheid komen: we hebben haar as, dan is ze er toch nog een beetje bij. Het was haar grootste wens dat ik ooit zou gaan zingen, maar ik had daar te veel podiumangst voor. Nu heb ik als eerbetoon een lied voor haar opgenomen: ‘Vanaf vandaag’. Het uitbrengen van dit nummer zie ik als een soort vervanging van een traditionele uitvaart. Als troost voor iedereen die van haar hield, maar ook voor degenen die in deze moeilijke tijd een dierbare verliezen en niet op de gebruikelijke manier afscheid kunnen nemen.”

‘Daar praten wij niet over’

“Eerlijk gezegd was ik vooral opgelucht toen ik hoorde dat ze was overleden. Want dit was wat zij wilde. Maar natuurlijk is er ook verdriet. ‘De dood is net een brandwond, eerst voel je het niet, maar later gaat het pijn doen,’ zei Frank Boeijen op de avond van het afscheid tegen mij. En zo is het. Sinds ze er niet meer is, voelt ze vreemd genoeg weer dichterbij. Laatst zei ik iets stoms en toen had ik meteen haar stem in mijn hoofd die zei: ‘Dat moet je niet zeggen, daar praten wij niet over.’”

Halfzus

“De pijn die mijn moeder had over haar verleden draag ik nu met me mee. En net als zij praat ik er moeilijk over. Tegelijk merk ik dat mijn interesse in wat er daar in de oorlog is gebeurd steeds groter wordt. Sinds de dood van mijn moeder heb ik veel contact met een halfzus van haar die in Australië woont. Zij schijnt meer te weten over mijn biologische grootouders en dat gaat ze mij nog vertellen.”

Blij, optimistisch en dankbaar

“Wat ik ook van mijn moeder heb overgenomen, is de gave om enorm te genieten. Dat ik vanuit mijn woonkamer de lucht kan zien is iets waar ik elke dag blij mee ben. Mijn moeder kon ook zo genieten. Dan kwam ik langs, op een doodgewone dinsdag, en dan zei ze: ‘Maak de fles uit de koelkast even open.’ Dan stond daar een fles champagne. ‘Hebben we wat te vieren?’ vroeg ik dan. ‘Ja, het leven,’ antwoordde ze. En zo is het. Er is altijd een reden om blij, optimistisch en dankbaar te zijn.”

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 26– 2020Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst|Lydia van der Weide
Fotografie|Mariel Kolmschot

Ook interessant