Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Ontwikkelaar Nedelandse Gebarentaal Sarah Muller: ‘Mijn leraar zei dat ik dom zou worden van gebaren’

sarah-muller.jpg

Het is Wereld Dovendag, een dag waarop extra aandacht wordt gefocust op dove mensen en gebarentaal. Sarah Muller (54) is zelf doof geboren en anno 2021 senior ontwikkelaar Nederlandse gebarentaal en deskundige Nederlandse gebarentaal. Ze vertelt over leven zonder gehoor, vooroordelen rondom doofheid en het belang en de schoonheid van gebarentaal.

Sinds 1958 wordt ‘Werelddovendag‘ wereldwijd gevierd door op de vierde zaterdag in september. Centraal staan bekendheid geven aan doof zijn en gebarentaal, opkomen voor de rechten en belangen van doven, voorlichting geven aan doven en slechthorenden en gelegenheid bieden om elkaar te ontmoeten.

Moedertaal

Sarah Muller is doof geboren en weet dus niet beter dan dat ze niets kan horen. Ze heeft het in eerste instantie nooit als groot nadeel ervaren, vertelt ze. Dit besef kwam pas later. “Ik heb eigenlijk geluk gehad. Mijn ouders waren ook doof en daarmee kreeg ik vanaf het begin volledig een taal aangeboden thuis. Gebarentaal is dus echt mijn moedertaal. Als kind was ik me er wel van bewust van dat ik wel anders was, terwijl ik vanuit huis wel altijd te horen kreeg dat ik goed was zoals ik was. Ik voelde me dus nooit anders. “

Strijd op school

Toch was het op school al wel lastig, omdat het onderwijs destijds nog veel minder toegankelijk was voor dove en slechthorende kinderen. “In mijn tijd kreeg ik geen gebarentaal op school. Ik kan me nog zo goed herinneren dat een docent eens zei ‘als je blijft gebaren blijf je dom’, en dat ik er niks van snapte. Ik vroeg me af of mijn ouders dan ook dom waren, omdat zij ook gebarentaal gebruikten”, vertelt Sarah.

Verboden gebarentaal

“Het was tot aan de jaren tachtig in Nederland verboden om gebarentaal te gebruiken, omdat taal belangrijk werd geacht en gebarentaal daar niet onder viel. Dove kinderen kregen tot dat moment dan ook geen gebarentaal aangeboden op school. En dat is pijnlijk en schrijnend, gezien het voor doven haast een onmogelijke taak is om alle informatie via liplezen te vergaren”, gaat ze verder. “Er is jaren gestreden om gebarentaal erkend te krijgen als echte taal, net zoals Nederlands, Engels en Frans dat is.”

Sarah vertelt gepassioneerd dat de strijd vorig jaar éindelijk zijn vruchten afwierp. Een heuglijk moment met een klein verdrietig randje, herinnert ze zich. “Vorig jaar pas is gebarentaal echt erkend als echte taal in Nederland door onze koning. Helaas hebben mijn ouders dit niet meer meegemaakt, want zij hebben zich hier altijd hard voor gemaakt.”

Tweederangsburger

Toch is deze overwinning pas de start van een doorbraak meent Sarah. “We zijn nog niet klaar. De taal is erkend maar er moet een grote inhaalslag gemaakt worden. Heel veel is nog niet toegankelijk voor dove mensen. Het nieuws op de radio is daar een goed voorbeeld van, persconferenties zijn zo nu en dan maar voorzien van een tolk, en het journaal alleen op gezette tijdstippen. Andere belangrijke nieuwsonderdelen zijn niet toegankelijk voor dove mensen. Ook tijdens corona kwam er pas later een tolk bij; pas bij de tweede persconferentie werd dit ingezet. Ik merkte toen dat er bij veel dove mensen wel een boosheid ontstond, velen voelden zich tweederangsburger en dat moet veranderen.”

Lees ook:
Tolk gebarentaal Sarah Muller: ‘Er is met een doof persoon meer communicatie mogelijk dan je denkt’

Veel moeite

“Er wordt vaak gezegd dat ondertiteling op tv voldoende is, maar bij mensen die doof geboren zijn vergaat lezen niet gemakkelijk, omdat er geen emoties ervaren worden via de taal. Deze zinnen moeten dan toch nog vaak in gebaren vertaald worden om ze echt goed te begrijpen. En het is ook heel belangrijk om informatie in je eigen taal te kunnen krijgen waar je geen moeite voor heeft te doen”, gaat ze verder. “Nu kan ik goed Nederlands lezen dus ik heb er weinig moeite mee, maar veel doven vinden dit wel erg lastig. Maar ik moet wel altijd moeite doen om informatie te krijgen, dit gaat namelijk een stuk moeilijker dan bij mensen die wel kunnen horen.”

Coachen

Inmiddels is de gebarentaal waar ooit zo op neergekeken werd, Sarah’s werk, passie en grote kracht. “Ik werk nu bij het Nederlands talencentrum en daarnaast coach en train ik tolken Gebarentaal, met name voor het journaal. Ik doe dat inmiddels al ruim achttien jaar. Omdat gebarentaal voor mij echt mijn moedertaal is, kan ik tolken heel goed ondersteunen. Voor hen is het vaak een tweede taal die ze leren, en het journaal heeft best nog wel eens pittige onderwerpen met ander taalgebruik. Via videobellen help ik de tolken dan met het maken van de beste keuze voor het gebaar.”

Communicatiemogelijkheden

Veel nadelen ervaart ze dan ook niet aan haar doofheid. Al zou de omgang met voorbijgangers soms soepeler kunnen; daar is nog veel vooruitgang te boeken, vertelt Sarah. “Ik woon zelf in een klein dorpje en als iemand mij de weg vraagt, schrikken ze soms van mijn stem omdat deze anders klinkt. Soms lopen ze door, het lijkt wel alsof ze bang voor me zijn. Mensen moeten open staan voor een andere taal, niet schrikken van een doof persoon”, vertelt ze. Sarah tipt: “Probeer gewoon eens te communiceren, want je zult er versteld van staan hoe gemakkelijk het soms toch nog kan gaan. Er zijn soms best mogelijkheden, met handen en voeten en eventueel het notitieblok in je mobiele telefoon kom je een heel eind!”

Bron | wdd2021
Beeld | Harry Vurink

Ook interessant