Persoonlijk

Thea was jaren werkloos: “Ik voelde aan alles dat mijn leeftijd het probleem was”

mkf-hr-m46-thea-nieuwe-baan-67.jpg

Vier jaar was Thea Tolsma (63) werkzoekend. Ze deed er alles aan om nieuw werk te vinden, wilde alles aanpakken, solliciteerde zich suf en werd steeds somberder van alle afwijzingen. “Ik dacht elke keer: nu willen ze me niet meer.”

Thea: “Tot 2012 had ik een geweldige baan: ik werkte bij de Kunstkijkuren. Dat was een educatieprogramma van de gemeente Amsterdam. Mijn collega’s en ik waren allemaal beeldend kunstenaar en voor de Kunstkijkuren leidden we kinderen uit groep acht rond door Amsterdamse musea.

Een geweldige baan

Dat was een intensief programma: met een groep kinderen ging ik negen weken achter elkaar naar musea: een paar keer naar het Rijksmuseum, een paar keer naar het Stedelijk en een paar keer naar het Van Gogh. Dat werk deed ik twee dagen per week en daarnaast heb ik altijd gewerkt als sieradenmaker.

Ik vond het niet alleen een geweldige baan, maar ook een geweldig programma. Met de kinderen ontwikkelde ik in de loop van zo’n programma echt een band. Na een paar weken was het al: ‘Hé Thea!’ Door die band kwam het zaadje dat ik wilde planten, de liefde voor kunst, in veel vruchtbaarder aarde terecht dan dat we maar één keer naar een museum zouden gaan. De kinderen kwamen uit heel Amsterdam en daar waren ook veel kinderen bij die anders nooit in een museum zouden komen.

Steeds meer vragen

Het was een programma van de gemeente en ik was dus ook in dienst van de gemeente. Daar rezen in de jaren voor mijn ontslag steeds meer vragen over het programma, dat al bijna zestig jaar bestond: wat was het nut ervan, konden we dat wel uitleggen, werkten we wel hard genoeg, wat deden we dan precies? In 2012 werd de stekker eruit getrokken. Ik had er toen veertien jaar gewerkt, en mijn man, die ik op mijn werk heb leren kennen, 38 jaar.

“Ik vond het een drama”

Toen we boventallig werden verklaard, verloor ik niet alleen mijn baan, maar zag ik ook het programma verdwijnen waar ik zo in geloofde en dat me zo na aan het hart lag. Ik kon niet meer die fantastische gesprekken voeren met de kinderen. Het gekke was dat onderzoeken lieten zien dat zo’n intensief programma heel goed werkte: de kinderen die hadden meegedaan bleven later veel vaker musea bezoeken dan kinderen die maar één keer een museum hadden bezocht met school.

Dat gold ook voor leerlingen uit achterstandswijken. We hebben beroemde leerlingen die nog altijd zeggen hoeveel ze aan die Kunstkijkuren hebben gehad, zoals Jenny Arean. Ik vond het een drama.

Traject van de gemeente

Veel van mijn collega’s zijn met een afkoopregeling vertrokken. Ik dacht: ik ben van een leeftijd waarop je niet zomaar meer een baan vindt en koos dus op mijn 57ste voor een traject van de gemeente. Eerst werd er gekeken of ik binnen de gemeente ergens kon worden geplaatst. Dat was lastig: vrijwel niemand had ooit van de Kunstkijkuren gehoord. Ik wilde alles aanpakken, maar was ‘moeilijk te bemiddelen’ zoals dat dan heet.

“Zij kan hier echt niet werken”

Toen ik na een jaar nog geen nieuwe baan had gevonden, werd er een extern bureau ingeschakeld. Van dat bureau kreeg ik intensieve begeleiding en dat was fijn. Zo leerde ik hoe je een cv moet opstellen – dat was in al die tijd dat ik werkte natuurlijk ook veranderd. Met mijn consulent van dat bureau heb ik in die tijd onder meer een callcenter bezocht.

Daar moest je met een koptelefoon op telefoontjes aannemen en die gesprekken moest je direct intikken op de computer. Ik ben dyslectisch, dus de consulent vroeg tussen neus en lippen door hoe daarmee werd omgegaan. De reactie was meteen: ‘Zij kan hier echt niet werken.’ Ik kon dus meteen af door de zijdeur. Dat was maar een van de vele afwijzingen.

Voor veel dingen niet geschikt

Ik wilde alles aanpakken, maar kwam in die tijd wel tot de ontdekking dat ik voor veel dingen gewoon niet geschikt was. Als ik tegen vrienden zei: ‘Ik solliciteer me helemaal suf, maar ik kan niet zoveel,’ dachten ze vaak dat ik niet graag genoeg wilde, maar dat was het niet. Ik had weinig ervaring met de computer en maar op een heel beperkt gebied werkervaring.

Voor omscholing kwam ik niet in aanmerking, maar cursussen deed ik wel. Ik kan me een cursus Powerpoint herinneren. Wat een ramp! Ik was nog bij stap één en was nog aan het zoeken naar het pijltje, terwijl de rest al bij stap 24 was. Hoe hard ik ook wilde, ik liep dus ook tegen een aantal beperkingen van mezelf aan.

Lees ook: Rienke’s zoon was verslaafd: ‘Hij zei: ‘Ik ga mezelf wat aandoen’

Zware periode

Na weer een jaar stopte de ondersteuning door het bureau. Ik moest nu zelf verder zoeken en minimaal vier sollicitaties per maand doen. Als werkloze viel ik nog altijd onder de gemeente – ik kreeg nog zeventig procent van mijn oude salaris van de gemeente – en die controleerde die sollicitaties ook. Dat vond ik een zware periode.

Ik solliciteerde op alles, maar werd nooit uitgenodigd voor een gesprek. Als winkels een briefje op de deur hadden met ‘personeel gezocht’ liep ik meteen naar binnen. In een winkel werken was iets wat ik met mijn capaciteiten zou kunnen doen. Zo’n baan lag voor mijn gevoel ook het dichtst bij me.

Leeftijd

De afwijzingen vond ik vreselijk. Ik werd er zo verdrietig van dat niemand me wilde. Soms zat er natuurlijk ook weleens een afwijzing tussen waarvan ik dacht: pfff, fijn dat ik het niet ben geworden, maar meestal was het gewoon een teleurstelling. Werkgevers lieten het natuurlijk niet merken, maar ik voelde aan alles dat mijn leeftijd het probleem was.

Totaal gefrustreerd

Mijn man vond ten slotte weer een baan bij de gemeente. Hij begeleidde tot zijn pensioen werkloze jongeren en leerde ze structuur aanbrengen in hun leven door dingen met ze te doen: fietsen repareren, met hout en ijzer werken, noem het maar op. Hij vond het fantastisch werk en kwam steeds thuis met enthousiaste verhalen. En dan vertelde ik dat ik weer niet was aangenomen.

Ik raakte er totaal gefrustreerd van en werd daar geen leuker mens van. Ik werd een beetje boos, op hem, op alles, op de wereld. Ik deed zo mijn best en vond maar geen werk. In de jaren dat ik werkloos was, lukte het me ook nauwelijks sieraden te maken. Ik kon me er gewoon niet toe zetten. Om creatief te zijn moet je kop leeg zijn en mijn hoofd zat vol zorgen.

Als ik iets positiefs uit die periode moet halen, is het dat toen mijn ouders lichamelijk erg verslechterden ik alle tijd had om voor ze te zorgen. Mijn vader belandde vlak voor mijn ontslag in een verzorgingshuis en ik kon daar dus elke dag naartoe. Hij overleed niet lang na mijn ontslag. Mijn moeder is twee jaar later overleden, dus dat viel samen met mijn werkloosheid.

“JA, ik kan dit”

Elke keer dat ik een leuke vacature zag, was ik opgetogen. O, dacht ik dan, als dat toch eens iets zou worden. Maar al die lichtpuntjes draaiden uit op teleurstellingen. Tot ik de vacature van Hester van Eeghen zag, een tassen- en schoenenontwerpster met onder meer drie winkels in Amsterdam. In de advertentie stonden verschillende punten: je moest dit kunnen en dat kunnen.

Ik las de advertentie en dacht: ik ga het deze keer helemaal anders aanpakken, ik ga een rare sollicitatie schrijven. Ik schreef: ‘JA, ik kan dit, JA, ik kan dat en JA, ik wil dat.’ Zo ging ik al die punten langs. Toen ik mijn brief wegstuurde, dacht ik: wat ze er ook van vinden, één ding is zeker: mijn brief springt er wel uit.

Bloed, zweet en tranen

Prompt werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Ik schrok ervan: in die vier jaar tijd mocht ik twee keer op gesprek komen en daar was dit er een van. Ik kon het bijna niet geloven toen ik hoorde dat ik was aangenomen. In mijn inwerkperiode was ik de hele tijd bang dat ik alsnog zou worden ontslagen. Het ging ook niet meteen soepel. Zo kostte het me bloed, zweet en tranen om de kassacomputer goed te bedienen.

Mijn collega’s en mijn manager moesten me steeds uit de penarie helpen als-ie weer eens vastliep. En dan dacht ik elke keer: nu willen ze me niet meer. Op een goed moment heb ik dat ook geuit, heb ik gezegd dat ik de hele tijd dacht dat ze me niet meer zouden willen. ‘Welnéé, Thea,’ was de reactie.

“Ik zie een heleboel”

Want ik heb natuurlijk wel een andere kwaliteit: ik zie een heleboel. De manager had al snel in de gaten dat ik het zie als de winkel niet goed is ingericht. Na een maand of vier vroeg ze of ik de inrichting van de etalages en de winkel op me zou willen nemen. Nou, dat vond ik geweldig! Ik bleek het ook te kunnen en dat was goed voor mijn zelfvertrouwen.

Ik werk er nu ruim twee jaar en werk intussen ook zelf mensen in – ik heb zelfs meegewerkt aan het inwerk – protocol. Ik heb veel plezier in mijn werk, ook in het contact met de klanten. Sommige klanten willen met rust gelaten worden, maar soms heb je ineens intieme gesprekken, heel bijzonder vind ik dat. Ik ben gelukkig makkelijk in de omgang en kan met alle soorten mensen overweg.

“Ik heb weer een verhaal”

Het betekent veel voor me dat ik weer onderdeel ben van de maatschappij, dat ik weer een verhaal heb. Ik kan mensen weer vertellen wat ik doe en hoeveel lol ik daarin heb. Ik kan weer naar een feestje zonder die lastige vraag: ‘O, heb je nog steeds geen baan?’ Als mensen nu vragen wat ik doe, denk ik: yes, daar komt mijn verhaal. Met het sieraden maken gaat het ook weer veel beter. Ik heb net een tentoonstelling gehad met nieuwe sieraden van heel dun messing, het materiaal waarmee ik nu werk.

Veel te bieden

Oudere werknemers hebben in mijn ogen veel te bieden. Als ik even voor mezelf spreek: ik heb een ongelooflijk groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het product dat ik verkoop. Ik wil dat niet alleen de winkel er goed uitziet, maar ook de opslag van alle tassen. Ik wil zorgvuldigheid uitstralen, tegenover het product en de klant.

Als ik jonge collega’s spreek, denk ik vaak: o ja, zo was dat op die leeftijd, wat natuurlijk leuk is, maar veel jonge mensen zijn nog erg met zichzelf bezig, met hun studie, vriendjes. Als oudere werknemer ben ik een stabiele factor en dat wordt gelukkig gezien. Tegen andere oudere werklozen zeg ik: blijf proberen, het kan goed komen. Kijk maar naar mij.”

Tekst | Sanne Kloosterboer
Fotografie | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-41
Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL >

 

 

 

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant