Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik ben terminaal ziek’

nog-nooit-verteld-ik-ben-terminaal-ziek.jpg

Clara (60) is terminaal ziek en heeft niet lang meer te leven. Haar omgeving is er kapot van, zelf heeft ze vrede met de situatie.

Een vriendin

“Buiten mijn huisarts is er maar één vriendin die echt begrijpt hoe ik in mijn ziekteproces sta. Zij kent mij al vijftig jaar en weet precies hoe ik in elkaar zit. Ze zei onlangs dat ze na een gesprek met mij weer had moeten denken aan de jaren dat we jong waren en veel uitgingen. Zij was iemand die altijd de lichten uitdeed op feestjes en dan nog niet naar huis wilde. Ik niet. Ik ging liever weg als het nog gezellig was. Als ik voelde dat het hoogtepunt voorbij was, zocht ik niet naarstig naar een volgend hoogtepunt maar dacht: het is genoeg geweest. Zo sta ik nu ook in het leven. Ik heb niet zo heel lang meer, omdat ik terminaal ziek ben. Maar dat is oké. Ik heb het goed gehad, ik kijk terug op een mooi leven.”

Terminaal ziek

“Ik heb er vrede mee, dat ik niet ouder zal worden dan begin zestig. Maar dit hardop uitspreken blijkt een groot taboe. Het begon acht jaar geleden met een knobbeltje in mijn borst. Ik stond onder de douche toen ik het ontdekte. De huisarts stuurde me meteen door en toen ging het snel. Chemo, een amputatie en ook nog bestralingen. Al met al was het een proces van een jaar. Ik vond het erg zwaar, zowel fysiek als mentaal. Niet in de laatste plaats omdat ik dit alleen moest doorstaan. Hoewel, ik kreeg wel hulp van vriendinnen, van familie en ook mijn ex was betrokken. Maar ik had geen geliefde die me steunde, en al ging er trouw iemand uit mijn omgeving mee naar de behandelingen, ’s avonds zat ik toch weer in mijn eentje op de bank.”

Bucketlist

“Ik hield me overeind door plannen te maken, een soort van bucketlist van dingen die ik zou doen als ik weer beter was. Dan wilde ik de reizen maken die ik altijd had uitgesteld, ik wilde een andere baan en ik zou – als ik terugkwam van het reizen – een huisdier nemen, want dat had ik mijn hele leven al uitgesteld. Ik wérd beter en ik heb nog veel van die plannen uitgevoerd. En ik haalde de allerliefste hond van de wereld uit het asiel. Ja, de eerste jaren na mijn ziekte waren een cadeautje waar ik tijdens eerdere bange uren in mijn eentje op de bank al niet meer op had durven hopen. Maar de afgelopen vier jaar zat ik minder goed in mijn vel. Ik wind er geen doekjes om: ik vind ouder worden niet leuk.”

Het gemis

“Ik word er niet fitter op, heb last van mijn gewrichten en ik verlang vaak naar de energie die ik had toen ik jong was. Ik mis de mensen die er niet meer zijn; mijn ouders, mijn oudere broer met wie ik een hechte band had, en twee goede vriendinnen die jong overleden zijn. En ik mis de kinderen die ik nooit heb gekregen. Mijn ex en ik hadden ze graag gewild maar dat is niet gelukt. Hoewel dat altijd voor verdriet heeft gezorgd, kon ik er lang best goed mee omgaan, ik wist mijn leven op andere manieren te vullen. De afgelopen jaren doet het juist weer extra pijn. Ik had het leven graag doorgegeven en nu een volwassen dochter of een zoon gehad, of allebei. Dat ik weinig contact meer heb met de jonge generatie geeft me het gevoel dat ik niet helemaal meetel.”

Lees ook:
Nog nooit verteld: ‘Ik werd verliefd terwijl mijn man depressief was’

Een relatie

“Een langdurige relatie is me ook niet gegeven: sinds mijn ex en ik, nu al bijna vijftien jaar geleden, uit elkaar gingen, heb ik de liefde niet meer gevonden. Net als enkele vriendinnen die er op latere leeftijd alleen voor kwamen te staan. Het lijkt wel alsof de kans op een leuke relatie verkeken is als je een bepaalde leeftijd voorbij bent. Daar ben ik niet bitter over hoor; het is gewoon wat het is. Alleen heb ik wat dat betreft dus niet zoveel hoop meer. En ik verwacht dat het alleen zijn met de tijd alleen maar eenzamer gaat zijn. Ik zou mijn gevoel van de afgelopen jaren niet als een depressie willen bestempelen; ik weet dat dat echt nog een hele slag erger is. En suïcidaal ben ik zeker niet. Toch merk ik dat ik niet helemaal verpletterd ben nu mijn ziekte is teruggekomen.”

‘Als dit het is dan heb ik daar vrede mee’

Dit keer verraadde de kanker zich met een knobbel in mijn lies. Natuurlijk schrok ik verschrikkelijk en ben ik erg van slag geweest toen ik hoorde dat het op verschillende plekken in mijn lijf zat en ik niet meer te genezen ben. Toch kwam er vrij snel berusting. De gedachte: als dit het is, dan heb ik daar vrede mee. En ergens, diep in mij, is er zelfs een bepaalde opluchting – gaan zullen we allemaal, ik weet nu tenminste hoe. Maar dat blijk je dus niet te kunnen zeggen. In onze maatschappij moet alles maar leuk zijn. Je moet hoop houden, doorzetten en volhouden. En absoluut tot het uiterste willen gaan. De keren dat ik toch iets over mijn ware gevoel laat doorschemeren, blijkt dat mensen het niet goed kunnen horen. Ze noemen het meteen ontkenning, zelfbescherming of depressie en vinden dat ik hulp moet zoeken.”

Antidepressiva

“Ook mijn huisarts dringt aan op antidepressiva. Ik snap niet waarom: het is niet zo dat ik de hele dag in bed lig, integendeel, ik maak het beste van de tijd die ik nog heb en geniet zelfs extra, omdat ik heel bewust leef. En ik onderga behandelingen die mijn leven verlengen; het is dus niet zo dat ik het al opgegeven heb. Ik ben er alleen heel nuchter in: als die behandelingen niet aanslaan, of als ik ze niet goed zou verdragen, dan leg ik me daar zonder veel tranen bij neer. Mijn enige zorg is mijn hond – maar ik weet dat mijn beste vriendin hem met liefde zal opvangen. Ondertussen ben ik druk om mensen om mij heen te troosten, die verdrietig zijn omdat mijn situatie zo onzeker is. Mij noemen ze ‘dapper’ omdat ik zelf zo rustig ben onder mijn terminale ziekte. Maar met dapperheid heeft mijn houding niets te maken. Alleen met het leven gewoon nemen zoals het komt.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | Getty Images

Ook interessant