Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Suzanne heeft twee hoogbegaafde kinderen: ‘De vooroordelen zijn het ergst’

suzanne-heeft-twee-hoogbegaafde-kinderen-de-vooroordelen-zijn-het-ergst.jpg

Suzanne van Haaften is moeder van drie kinderen. Samen met haar ex-man heeft ze twee dochters, Sterre (21) en Emma (20), en met Sander, haar huidige partner, kreeg ze zoon Fynn (8). Twee van deze drie zijn hoogbegaafde kinderen getest.

De vooroordelen bij hoogbegaafde kinderen

“Het ergst zijn de vooroordelen over hoogbegaafde kinderen. Mensen die ervan uitgaan dat als je kind hoogbegaafd is, je het dan als ouders gemakkelijk hebt omdat school voor het kind een eitje is. Ze zouden eens moeten weten. Sterre was een hypergevoelige baby. Ze zat vol onrust, sliep moeilijk en had voedingsallergieën. Emma was al net zo, alleen nog een tikje erger. Slapen in de kinderwagen was geen optie. Bij elke passerende auto schoot haar lijfje in een stuip. Alleen thuis, in haar eigen bed met haar eigen rituelen, kwam ze tot rust. Anderen vonden mij een overbezorgde moeder. ‘Ga toch eens uit die kramp,’ zeiden ze. Jullie hebben gemakkelijk praten, dacht ik. De meisjes waren net baby af of ze konden al feilloos bekertjes stapelen.”

Slim en overgevoelig

“Als peuter spraken ze volzinnen en kwamen ze met waarom-vragen en nog voor de basisschool kende Emma het alfabet uit haar hoofd en had ze uitgevogeld dat drie keer tien dertig was. Maar behalve slim waren ze dus ook overgevoelig. Spelen op het schoolplein was niet vanzelfsprekend. ’s Middags na schooltijd vielen ze in slaap omdat ze bekaf waren van alle prikkels, ’s nachts hadden ze nachtmerries en overdag boze buien. Emma was zeven toen ze klaagde over buikpijn en dat ze niet naar school wilde. En dat terwijl ze een aardige juf had en geliefd was bij haar klasgenoten. Toen ze na een paar maanden aangaf dat ze zich verveelde op school gingen bij mij de alarmbellen rinkelen. En inderdaad, de test wees uit dat Emma hoofbegaafd was en een IQ had van 145+. Hoger testen ze niet.”

‘Ook een HB’er heeft begeleiding nodig’

“De juf dacht het op te lossen door Emma extra werkstukjes te geven. En dat is precies waar het fout gaat, weet ik nu. Hoogbegaafd, of HB’er, zijn, betekent niet dat je op je zevende al zonder instructies weet hoe je een werkstuk moet schrijven. Ook een HB’er heeft begeleiding nodig. Emma werd steeds ongelukkiger op school en dus gingen we op zoek naar een andere. Sterre verhuisde met haar mee, want ook zij zat daar niet op haar plek. Voor Sterre bleek deze school de juiste keuze, voor Emma niet. Zij is in groep 8 weer overgestapt naar een andere school. Godzijdank kon ze hier wel aarden.”

Buiten de lijntjes

“Inmiddels zijn de meiden een stukje ouder, en ja ook wijzer en het gaat goed met hen. Emma studeert, nadat ze cum laude was geslaagd voor het gymnasium, in Utrecht. Ze is sociaal en zingt graag. Sterre is halverwege de middelbare school overgestapt van het vwo naar de havo. Het is een vooroordeel te denken dat alle hoogbegaafde kinderen op het vwo zitten. Er is niet één type HB’er. Net zoals ook niet iedere HB’er een in zichzelf gekeerde nerd met een bril is. Er zijn zat HB’ers die uitstromen met vmbo. Niet omdat ze het vwo cognitief niet aankunnen, maar omdat het onderwijs zoals het wordt aangeboden niet bij hen aansluit. HB’ers denken niet in hokjes en scoren daarom vaak middelmatig op de citotoets, omdat die methode niet aansluit bij hun denkvermogen”

‘Naar de havo gaan is haar redding geweest’

“In plaats van één juist antwoord zien ze soms wel vijf mogelijke antwoorden, omdat ze ervan uitgaan dat je een vraag op verschillende manieren kunt interpreteren. HB’ers zien overal verbanden in, kleuren graag buiten de lijntjes en zijn vaak creatief. Sterre wilde op school niet meer op haar tenen lopen, daar kreeg ze stress van, ze wilde ook tijd hebben om leuke dingen te doen. Naar de havo gaan, is haar redding geweest. Ze zit nu in het vierde jaar van de kunstacademie, is happy en heeft veel vrienden.”

Te snel een stempel

“En dan hebben we nummer drie: Fynn. Hij kwam op mijn 43ste, ietwat ongepland, maar meer dan welkom. Al was mijn voornemen het deze keer anders te doen dan bij de meiden. Toen wilde ik thuis zijn om fulltime te kunnen moederen, nu zou ik gewoon blijven werken. Ambities genoeg en daarbij komt: ik was ouder, meer ontspannen en door de wol geverfd, dus ik zou dit varkentje wel even wassen. Maar zo ging het dus niet. Fynn huilde aan één stuk door en overtrof qua sensitiviteit zijn zussen in het kwadraat. Voortdurend overprikkeld, reflux, allergisch voor alles wat je maar kunt bedenken en hyperalert. Hij hoefde maar ergens in de verte een ekster te horen en hij stopte al met drinken.”

Lees ook:
Vera heeft de ziekte van Hashimoto: ‘Die trage schildklier veranderde álles aan mijn leven’

‘Hij sprak eerder dan zijn leeftijdsgenoten’

“En ja, ook hij sprak eerder dan zijn leeftijdgenoten, zag op zijn derde verbanden die een volwassene niet eens ziet en heeft een geheugen van heb ik jou daar. Op zijn vierde ging hij naar school. Ik zal je de lijdensweg besparen, maar hij is nu acht en heeft al op drie verschillende scholen gezeten. Het kwam erop neer dat hij het eerste halfjaar om de week als een verlept vogeltje met hoge koorts thuiszat. Pas in de zomervakantie keek hij weer helder uit zijn ogen en had hij kleur op zijn wangen. Tot de vakantie voorbij was en de hele riedel weer opnieuw begon. Hij werd steeds angstiger en wilde niet meer naar school.”

Cognitieve uitdaging

“De ene keer omdat de klas groter was geworden, een andere keer omdat de kinderen te onrustig waren of omdat hij de cognitieve uitdaging mistte. Hij kreeg woedeaanvallen en ging tics ontwikkelen. Kuchen bijvoorbeeld of om de haverklap naar de wc moeten en met stoelen en lades schuiven. En telkens zei hij: ‘Ik kan niks, ik moet maar dood.’ Die woorden gingen door merg en been. Ik voelde me wanhopig en machteloos. Mijn kind was vijf en lag nu al volledig in de kreukels, wilde zelfs dood, was er dan niemand die ons kon helpen?”

Een stempel

“Leerkrachten of zorgverleners zijn geneigd te snel een stempel te plakken op een kind. Is iemand druk? Dan heeft hij ADHD. Is hij explosief en boos? Dan heeft hij gedragsproblemen. En is hij sociaal angstig en vindt hij geen aansluiting bij zijn leeftijdgenoten? Dan is hij autistisch. Stempels die lang niet altijd kloppen, met het gevolg dat die kinderen een verkeerde behandeling krijgen. Een kind met autisme bijvoorbeeld heeft structuur en regels nodig, maar bij een HB’er werkt deze aanpak juist averechts. Die wordt ongelukkig in een keurslijf en moet zich autonoom en vrij kunnen bewegen.”

Zware jaren met hoogbegaafde kinderen

“Toen Fynn vijf was, en vastgelopen thuiszat, lieten we hem testen. De uitslag was geen verrassing. Een IQ van 145+, met het vermoeden dat hij die 145 ver overstijgt. Inmiddels is Fynn acht en zit hij dus op zijn vierde basisschool. Belangrijk is om in de gaten te houden dat hij niet overprikkeld raakt en tegelijkertijd voldoende uitdaging krijgt. Vooralsnog lijkt het hier goed te gaan. Het is een school speciaal voor hoogbegaafde kinderen, de klassen zijn klein en de kinderen krijgen maatwerk. Omdat Fynn nu gelijkgestemden om zich heen heeft, maakt hij gemakkelijker contact. Dat ik op een schooldag twee uur in de auto zit om hem te brengen en te halen, neem ik dan ook voor lief. Overigens gaat hij niet fulltime naar school, omdat er naar aanleiding van de angst die hij heeft opgebouwd voor school PTSS bij hem is vastgesteld waarvoor hij in therapie is.”

Gevoelens

“Over zijn gevoel praten doet hij niet. Ook als ik ernaar vraag, blokkeert hij. Toch merk ik dat het iets beter met hem gaat. Omdat hij maar twee dagen per week naar school hoeft, heeft hij ruimte om te herstellen van de prikkels en zie ik hem weer tevreden zingend met lego spelen. Ook ik ben weer hersteld, maar de eerste jaren waren een hel. Ik sliep amper, was de uitputting nabij en voelde me radeloos omdat ik Fynn zag worstelen, maar niet wist hoe ik hem kon helpen. Ook voelde ik me schuldig naar de meiden, omdat ik niet beschikbaar was voor hen en dus niet die gezellige moeder kon zijn die ik wilde zijn en altijd voor hen was geweest.”

‘Al die jaren wachtte ik op het moment dat het goed zou gaan’

“En dan was ik ook nog eens zwaar gefrustreerd over mijn eigen leven dat stilstond. Soms verlangde ik ernaar in een vliegtuig te stappen om naar de andere kant van de wereld te vliegen. Tot ik ging inzien dat ik uit de wachtkamer moest. Al die jaren wachtte ik op het moment dat het goed zou gaan met Fynn, zodat ik eindelijk míjn ding kon doen. Maar hoe lang zou dat nog duren? Eén jaar? Vijf jaar? Geen idee. In elk geval was het tijd om mezelf op te pakken en aan de slag te gaan. Maar met wat? Wederom geen idee.”

Achterhaald systeem

“Fynn zal zes zijn geweest en we zaten midden in zijn schoolkwesties toen bij mij het kwartje viel. Hoe duidelijk wilde ik het voorgeschoteld krijgen? Mijn weg was iets te doen met hoogbegaafdheid. En dus schreef ik me in voor een opleiding als begeleider van hoogbegaafden. Was het niet voor mijn carrière, dan was het wel voor Fynn. Als ervaringsdeskundige werd ik voorheen vaak niet serieus genomen, maar als HB-begeleider zou niemand mij meer de mond snoeren. Inmiddels heb ik een eigen praktijk en begeleid ik HB’ers en hun ouders. Mijn leven staat nog steeds in het teken van het faciliteren van Fynn, maar in de uren daaromheen doe ik míjn ding en daar voel ik me goed bij. Wat dat betreft heeft dit alles mij ook veel gebracht. Ik heb zelfinzicht gekregen en aan mijn vastgeroeste overtuigingen gewerkt.”

Get over it

“Ik heb geleerd alles wat ik nog wil of moet van mezelf, los te laten en te leven bij de dag. Ook ben ik met mijn slachtofferschap aan de slag gegaan. Ik kan dan wel in een vliegtuig willen stappen, maar dit is het. Ik heb volmondig ‘ja’ gezegd tegen dit leven, dus houd op met zeuren en get over it. Ik ben onverschilliger geworden. Niet naar Fynn toe, want voor hem zal ik blijven vechten, maar naar het onderwijssysteem. Fynn is de afgelopen jaren meer thuis geweest dan op school en toch loopt hij qua niveau een jaar voor op zijn klasgenoten. Het idee dat de school de enige plek is waar je iets kunt leren, is achterhaald. Sterker nog: voor sommige kinderen werkt school misschien averechts.”

‘Ik heb er alle vertrouwen in’

“Het hele systeem is erop gericht dat als een kind uitvalt, hij zo snel mogelijk weer aan de haren naar school wordt getrokken omdat dat de plek is waar het moet gebeuren. En als je daar als ouder anders over denkt, stuit je op onbegrip en word je zelfs beticht van kinderverwaarlozing. Hoe kan het zo zijn? Ik ken Fynn al zijn hele leven, ben door schade en schande wijzer geworden en weet wat goed voor hem is. Wat Fynns pad wordt in het leven, daar heb ik geen idee van, maar ik heb er alle vertrouwen in dat hij er gaat komen. Als het maar op zíjn manier is.”

Dit interview verscheen eerder in Margriet 50-2020. Deze editie nabestellen kan via lossebladen.nl.

Tekst | Ymke van Zwoll
Beeld | Getty Images

Ook interessant