null Beeld

Stef Bos over zijn moeder: ‘Ze kon nog altijd kind zijn met de kinderen’

Hij zingt dat hij steeds meer op zijn papa lijkt, maar eigenlijk lijkt zanger Stef Bos (59) veel meer op zijn moeder Nellie. Een dynamische, sterke vrouw, die het kind in zichzelf nog kende en haar belangstelling voor literatuur, poëzie en kleinkunst aan haar zoon doorgaf.

“Dat liedje van mij, met die regel ‘Papa, ik lijk steeds meer op jou’, dat klopt voor een groot deel niet. Het zou moeten zijn: ‘Mama, ik lijk steeds meer op jou.’ Mijn liefde voor poëzie, literatuur, theater – het komt allemaal van haar. Ze heeft nooit letterlijk op een podium gestaan, maar was wel veel meer iemand van de voorgrond dan mijn vader."

Stef Bos over zijn moeder

"In hun juwelierswinkel deed hij de boekhouding, zij was het gezicht van de zaak. Ze werd in 1927 geboren als enige meisje in een gereformeerd gezin met nog drie jongens. Mijn opa was een strenge onderwijzer, op zijn reputatie word ik nog weleens aangesproken als ik in Veenendaal optreed. Hij was een lieve man, maar kon geen orde houden. Mijn moeder heeft bij hem in de klas gezeten en vond dat vreselijk. Hij had een kort armpje, waarmee hij dan zo machteloos stond te zwaaien."

Levenslust

"Mijn moeders vechtlust en verantwoordelijkheidsgevoel zijn denk ik aangewakkerd door de Tweede Wereldoorlog. Ze heeft vele hongertochten ondernomen; ze fietste eens 130 kilometer naar Steenwijk. Mijn opa maakte na de oorlog een oorkonde voor haar: ‘Met dankbaarheid aan onze dochter Nellie’, staat erop. De oorlog heeft haar optimistische aard niet aangetast, misschien eerder versterkt. Ze zei altijd: ‘Als je ver genoeg vooruit kijkt, komt alles goed.’"

"Het helpt me in deze coronacrisis om aan die woorden te denken: er gebeuren nu dingen die we niet in de hand hebben, maar later kijken we hierop terug als een moeilijke periode in de geschiedenis, die weer voorbij is gegaan."

Een einzelgänger

"Mijn moeder maakte de mulo af en ontmoette via de kerk mijn vader, een ernstig, principieel mens. Je kon op hem bouwen, maar hij was geen feestvarken. Mijn moeder was eigenlijk veel te levenslustig en te bruisend voor het leven in behoudende, protestantse kringen in die tijd, maar was tegelijkertijd heel solidair."

"Ze trouwden in 1948, drie jaar later werd mijn broer geboren, in 1958 mijn zus en in 1961 volgde ik. In die tijd hadden mijn ouders de juwelierszaak van mijn oom al overgenomen. We woonden boven en achter de winkel. Mijn moeder is vol voor die zaak gegaan. Later heeft ze met spijt gezegd dat ze mij veel te lang in de box alleen heeft gelaten en dat ik daarom een einzelgänger ben geworden."

null Beeld

'Ze was ongelofelijk dynamisch'

"Mijn moeder heeft dat nooit goed los kunnen laten. Ze wilde het de rest van haar leven zó graag goed maken, dat ik die navelstreng maar niet doorgeknipt kreeg. Toen ik al uit huis was, vond ik haar bemoeienis lastig: ‘Zorg je wel goed voor jezelf? Kook je wel?’ Toch herinner ik me de moeder uit mijn jeugd niet als afwezig. Ze was ongelofelijk dynamisch en kon kind zijn met de kinderen. Dat heb ik ook. Ze had een grote verbeelding, vertelde altijd verhalen voor het slapengaan. En als we niet naar bed wilden, speelde ze de heks Menoem en joeg ze ons de trap op. Dat was lékker en spannend tegelijk."

Lees ook:

Zanger Stef Bos: ‘In de muziek ligt mijn redding’

"Mijn opa was leraar, mijn broer en zus zijn het onderwijs ingegaan, dus ik ging ook naar de lerarenopleiding. In onze familie gold dat als een respectabel beroep. Pas daarna ben ik naar de kleinkunstacademie in Antwerpen gegaan. Dat vond mijn moeder te gek. Ze kwam geregeld in haar eentje naar een voorstelling kijken en dan dronken we daarna samen een trappistenbiertje."

"Mijn vader had weinig met de kleinkunst. Zonder het te zeggen, heeft mijn moeder me denk ik aangemoedigd: ga je gang, zoek je eigen weg, ga ruimtes in die je nog niet kent, ook al ben je bang. In 1988 moesten mijn ouders stoppen met de juwelierswinkel, omdat mijn vader kanker kreeg en kort daarna ook mijn moeder. Ze kreeg borstkanker, die genas, maar net toen wij dachten dat het achter de rug was, bleek de ziekte door haar hele lijf te zitten. Toch is ze pas in 1998 overleden – artsen begrepen niet hoe ze het zo lang heeft kunnen volhouden."

null Beeld

Trouwen

"Bij het opdoeken van de winkel heeft mijn moeder een paar ringen bewaard. Tegen mijn zus zei ze: ‘Je weet het nooit met Stef, misschien gaat hij ooit nog trouwen.’ Tien jaar later, op haar sterfbed, vroeg ze mijn zus die ringen te bewaren. ‘Mama, hou op,’ reageerde zij, ‘trouwen is niks voor Stef.’ Weer tien jaar later, in 2008, besloten mijn vriendin Varenka en ik te gaan trouwen."

"Tijdens een etentje bij mijn vader thuis haalde mijn zus opeens die ringen tevoorschijn. Ze pasten mijn vrouw precies. De schoonheid van het toeval! Zo regeerde mijn moeder over het graf heen, als de verbinder die ze was. Toen ze op sterven lag, ben ik doorgegaan met optreden."

"Dat wilde ze graag, ze vond dat ik ‘het licht’ moest blijven doorgeven. En ze zei ook: ‘Ik kan afscheid nemen van het leven, maar niet van mijn kinderen.’ Ze is gegaan toen ze alleen was. Mijn broer, zus en ik hebben haar zelf gewassen: een heel intiem afscheidsritueel. Ik zag haar voor het eerst in mijn leven naakt, ook de littekens op de plek van haar afgezette borst. Die aanblik maakte het aanvaardbaar dat ze er niet meer was: dit lichaam was op. En door haar ziekte zijn we haar niet zomaar opeens verloren, maar heb ik alles wat ik wilde nog tegen mijn lieve moeder kunnen zeggen.”

Tekst | Bas Maliepaard

null Beeld

Dit artikel verscheen in Margriet 2021-13. Je kunt deze editie nabestellen via lossebladen.nl.

Redactie Margriet

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden