Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Zanger Stef Bos: ‘In de muziek ligt mijn redding’

zanger-stef-bos-in-de-muziek-ligt-mijn-redding.jpg

Hij wist het eigenlijk al wel, maar dit jaar kwam Stef Bos (59) er definitief achter dat muziek het belangrijkste is in zijn leven. De singer-songwriter en taalkunstenaar met de diepwarme stem en gevoelige liedjes kan niet zonder.

Het is een bijzondere dag voor Stef Bos. Na drie maanden verplicht thuiszitten en een vrijwel volledig gecancelde tournee treedt hij vanavond voor het eerst weer op. De locatie is Op Hodenpijl in Schipluiden, een voormalige kerk die tegenwoordig dienstdoet als cultureel centrum. Er is ook een restaurant, een tuin, een yurt en er worden allerhande spirituele evenementen georganiseerd.

Stef Bos en zijn vrouw

“Heel macrobiotisch allemaal”, grapt Stef, die hier jaarlijks terugkeert vanwege de unieke sfeer. Hij is sowieso in een vrolijke bui, ondanks dat de dag ervoor is ingebroken in de Belgische boerderij waar hij samen met zijn Zuid-Afrikaanse vrouw – de beeldend kunstenaar Varenka Paschke – en hun drie kinderen een gedeelte van het jaar woont. Het andere deel wonen ze in Kaapstad. Ook daar werd al meerdere keren ingebroken, vermeldt hij terloops, maar dat mag de pret niet drukken. Vandaag al helemaal niet, want er wordt opgetreden. Voor slechts dertig man, met dank aan Het Virus, en het is vooralsnog eenmalig, maar toch.

De man die muziek drinkt

Het is een begin voor de man die muziek drinkt, eet en ademt. Want als de coronatijd hem íéts leerde, was het wel dat hij boven alles muzikant is. “In de muziek ligt mijn redding. Na een paar weken quarantaine zei ik tegen Varenka: ‘Ik besta voor een deel niet meer, want muziek is wat ik ben.’ Ik moet de dingen die ik zie en voel omzetten in een lied, een verhaal, een gedachte. Ik ben een soort doorgeefluik. En als ik niet kan doorgeven, stopt het bij het maken van dat verhaal, terwijl muziek juist bestaat bij de gratie van het oor van de ander. Als je het alleen voor jezelf doet, is het precies alsof je in een isolatiecel zit.”

Je was er dus helemaal klaar mee?

“In het begin was het nog fascinerend. In Kaapstad was die lockdown zó extreem dat we letterlijk ons huis niet uit mochten. Het was een noodtoestand. Ik moest denken aan mijn vader, aan zijn verhalen over de oorlog. Vrij snel daarna heb ik ervoor gezorgd dat we konden worden gerepatrieerd naar België, omdat ik voelde dat als het daar in Kaapstad zou exploderen, het ook écht zou exploderen. Maar eenmaal terug in België veranderde de fascinatie al snel in een confrontatie. Ik voelde: zingen is ademhalen. Ik moet mijn verhalen kwijt. Ik zat met een geestelijke variant van een darmopstopping.”

Dan moet vanavond bijzonder voor je zijn.

“Ja, al ben ik vooral nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren, want ik spring gewoon in het diepe, er is geen uitgestippeld plan. Ik ga nummers spelen die nieuw zijn en ik maak een duik in het verleden, maar voor de rest zie ik wel wat er gebeurt. Dertig man in Schipluiden, wat kan er gebeuren? Hierop zal mijn carrière niet stranden, haha. Maar deze plek is mij heel dierbaar, er hangt iets goeds in de lucht. Hier kan ik beginnen. Zo voelt het vandaag: als een nieuw begin. Als het leven een klassieke tragedie in vijf bedrijven zou zijn, dan begint vanavond het vierde bedrijf. Het vijfde bedrijf is het eind, dan zie je de man met de zeis staan. Maar het vierde bedrijf… dat zou zo mooi kunnen worden, vooral als we na deze coronatijd stilstaan bij wat die periode met ons heeft gedaan. Maar ik hoorde vanochtend alweer over de files, over het uit de hand lopende racismedebat. Alles gaat door, alsof er niks is veranderd.”

Stef Bos

Jij reist normaal heen en weer tussen Kaapstad en Vlaanderen, nu zat je thuis met je gezin. Alleen al dat moet een enorme verandering voor je zijn geweest.

“Het viel me mee. Mijn vrouw zei direct toen dit begon: ‘We gaan yoga doen.’ Had ik nog nooit gedaan. Zat ik ineens als een ouwe swami op een zolder in Kaapstad. Het intense contact met de kinderen was ook goed, we kregen al snel een systeem. Ik heb slechts één keer met een schoteltje een gat in het raam gegooid. Dat was na een maand of twee. Toen voelde ik dat ik er klaar mee was. Ik was mezelf aan het verliezen, ook door al dat nieuws. Als die statistieken, al die shit, het voelde niet fijn. Ik wilde dat niet. Ik vond en vind dat we dit in een groter perspectief moeten zien, omdat het anders straks geen zin heeft gehad. Dan gaan we weer verder bij waar we waren gebleven, wat nu dus helaas alweer aan het gebeuren is.”

Beslissingen nemen

“Een zwarte man in Amerika sterft door politiegeweld, wat verschrikkelijk is, maar ineens ging het niet meer om alle mensen die op de intensive care zijn gestorven de afgelopen maanden. Niet over hoe we mensen het recht hebben ontnomen hoe ze aan hun einde willen komen. Dat je niet meer mocht beslissen wie je wilde zien aan je sterfbed. We hebben de afgelopen drie-, vierhonderd jaar toch niet deze rechtsstaat ontwikkeld om op het punt te komen dat je dat soort grote beslissingen niet meer zelf mag nemen?”

‘We hebben het lef niet gehad’

“En we staan vervolgens wel met vijfduizend man op de Dam voor die ene man in Amerika – wat goed is, daar gaat het niet om – maar we hebben niet het lef gehad om te zeggen: ‘Stop deze trein, dit pikken we niet, er is een humane grens die nu wordt overschreden.’ Maar goed, ik had dus wat woede en frustratie in mijn lichaam en zo vloog dat schoteltje door het raam. Ik was vooral kwaad omdat ik niet kon stromen. Introspectie is goed, maar tot op zekere hoogte. Ik heb dat gat laten zitten, trouwens. Het is dubbel glas, het gaatje zit alleen aan de binnenkant en ik vond dat een mooi idee. Het is mijn coronaster.”

Was je bang?

“Ik ben niet bang meer, want dit soort dingen zijn onderdeel van het leven. Ik was vroeger een angsthaas, een klein jongetje uit Veenendaal. Maar door telkens stapjes te nemen, realiseerde ik me dat het niet om mij gaat. Het leven gaat door, ook zonder mij. Kijk naar mijn kinderen… Ze zijn geen troost tegen de dood, maar ze vormen samen met alle andere mensen de boom van het leven. Wij zijn allemaal maar blaadjes. Je hebt mensen die zeggen dat ze het zich niet kunnen voorstellen dat ze er op een dag niet meer zijn. Toch is het zo: jij en ik stellen niet zo veel voor, we zijn onderdeel van een doorgaande beweging. Meer is het niet.”

Betekent dat ook dat je continu haast hebt, dat je alles wilt doen voordat het voorbij is?

“Tot mijn veertigste had ik haast. Ik had het idee dat de dood in mijn nek hijgde. Ik dacht ook heel dramatisch over de dood. Nadat mijn moeder was overleden, veranderde dat. Die ging zo mooi. Ze zei tegen mij: ‘Ik geef het licht aan jou door.’ That’s it. Vanaf dat moment kwam er een rust in mij, ten aanzien van het einde. Ik geloof niet in een hemel, maar het is zo dramatisch om te denken dat alles stopt met jouw einde. Het is niet bij jou begonnen en het eindigt ook niet bij jou. En zo ben ik al een leven lang bezig geweest om angst recht in de ogen te leren kijken. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn kinderen: ‘Als je ergens bang voor bent, ga het niet uit de weg, ga er vol in.’ In angst ligt je ruimte om te groeien.”

Lees ook:
Nelleke Noordervliet: ‘Het buitenstaandergevoel past bij mijn karakter’

Moet jij niet eens denker des vaderlands worden?

“Haha, genade! Ik ben daar heel slecht in, op commando een mening geven. Onverwachts vind ik het prima, ik ben een man van het moment, maar als ik ergens ‘in functie’ moet zijn, mijn gedachten moet formuleren over een onderwerp, vraag ik me af: is dit nou nodig? Een radioprogramma vroeg me een keer als ‘Zuid-Afrika-kenner’, omdat ik gedeeltelijk in België en in Kaapstad woon. Toen dacht ik: nu moet ik oppassen. Voordat je het weet, moet ik bij alles over Zuid-Afrika komen opdraven. Ik ben uiteindelijk toch vooral muzikant.”

Werkt dat een beetje, een muzikant en een beeldend kunstenaar in één huis?

“Jawel. Gek genoeg met name omdat we er nog lang niet zijn. Ik heb me enorm in de moeilijkheden gewerkt door met Varenka het levenspad op te gaan, maar ik zocht dat. Ik wilde moeilijk, want de rest kende ik al. De andere dames met wie ik was, de langere relaties, dat waren toch vooral vrouwen die mij met rust lieten. Ach, dachten die, laat hem maar, het is een kunstenaarstype. Maar Varenka is zelf beeldend kunstenaar. Toch wilde ik dat, ruimtes ingaan die ik nog niet kende. Dat wil ik nog steeds. Al was het met Varenka extreem… Ik voelde dat deze relatie mij helemaal stuk kon maken, haha. Evenzogoed moet het leven zo zijn voor mij: ik houd niet van veiligheidsmarges. Vroeger wel. Als ik een relatie had met een vrouw stond er altijd wel een achterdeur open. Bij deze vrouw wist ik dat er geen achterdeur was. Ik wist: die laat me alle hoeken van het huis zien en ik kan niet weg, haha.”

Wat is er leuk aan zo veel moeite doen voor een relatie?

“Maar we gaan structureel vooruit, hè! Het moet alleen geen relatie worden met een gebruiksaanwijzing die we allebei kennen. In het begin wist ik niet waar ik aan begon. Ik voelde: ik ga een mijnenveld in. Maar hoe langer wij samen zijn, hoe beter het wordt. Alleen: we moeten elkaar blijven uitdagen, het moet een avontuur blijven. Concluderend kun je zeggen dat onze relatie werkt omdat we continu willen blijven groeien. We willen geen kasplanten zijn.”

Volgend jaar word je zestig.

“Ja. Dat is een groot getal, maar na die corona is zestig worden een fluitje van een cent. Het kwam bij de voorbereiding voor de volgende tournee wel even op me af: 2021, Bos, dan word je zestig. Ik kan me van iedereen voorstellen dat ‘ie zestig wordt, maar ikzelf… dat idee was even wennen. Het is bovendien het absolute begin van het einde, die zestig. En toch ik zie er ook naar uit. De dood is sowieso een goede uitvinding. Hoe erg zou het zijn als je voor altijd leeft? Als je iedereen voortdurend verliest, dat alles continu van mooi naar lelijk gaat, van jong naar oud, van zwart naar wit. Behalve jij. Dus ja, zestig is het begin van het einde, maar ik ga juichend naar de eindstreep.”

Zijn er nog dingen die je wilt doen?

“Zoals Gerard Cox en Peter Faber in dat tv-programma Beter laat dan nooit? De wereld over? Ik weet het niet… Die zogenaamde bucketlist, daar beginnen mensen eigenlijk veel te laat mee. Aan het eind van je leven? Nee man, fuck it, je moet het nu doen.”

Bovendien heb je toch al groots en meeslepend geleefd.

“Daar zeg je wat. Dat wilde ik altijd wel, dat heb ik altijd gezocht. Groots, meeslepend, geweldig, sturm und drang! Maar nu denk ik: nee, ik heb behoefte aan nuance. Het moet juist klein en indringend. Dat wordt een song, jongen, een lied. Zo werkt het dus bij mij; door te praten gaat het stromen.”

Dit verhaal verscheen eerder in Margriet 43/44-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Tekst | Marcel Langedijk
Fotografie | Marloes Bosch

Ook interessant