Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Simone Weimans: ‘Anchor van het journaal? Dat had ik nooit kunnen bedenken’

simone-weimans-anchor-van-het-journaal-dat-had-ik-nooit-kunnen-bedenken.png

Journaallezer Simone Weimans (48) heeft een, naar eigen zeggen, ingetogen kledingsmaak en is dol op maatpakken. Van panterprints moet ze niks hebben. “Zó cliché bij een zwarte vrouw.”

In het mooie, stijlvol ingerichte, Jordanese pand waar de fotoshoot zojuist heeft plaatsgevonden, komt Simone Weimans enthousiast aangelopen: “Ik heb al een mooi plekje gevonden voor het interview. Boven op het terras, vind je dat goed?” Het is schitterend weer, dus daar zeggen we geen ‘nee’ tegen. Niet veel later nemen we plaats aan een tafeltje op een zonnig terras.

Geniet je van een dag als deze?

“Ja, zeker. Ik word mooi opgemaakt, krijg leuke kleren aan en mag poseren als een model.” Lachend: “Ik heb veel Holland’s next top model gekeken, dus ken alle poses. Weet zelfs hoe je moet smizen (lachen met je ogen, red.). De fotoshoot was relaxed. Aan het einde werd ik wel een beetje gaar van dat poseren, daarom heb ik nu koffie nodig.”

Wat vond je van de kleding die de styliste had uitgezocht?

“Leuk! Hoewel ik van sommige kleurcombinaties dacht: oeh. Zoals het rode pak met de groenige blouse. Maar toen ik het aanhad, werkte het wel. De styliste heeft daar goed zicht op.”

Wat heb je überhaupt met kleding?

“Mijn zus Marga is modeontwerper, dus zij las altijd al modebladen. Door hoe Marga met mode omgaat, ben ik er meer in geïnteresseerd geraakt. Weliswaar op een ander niveau; Marga is een kunstenaar en bij mij gaat het meer om draagbaarheid. Ik ben dol op shoppen. Vind het heerlijk om nieuwe kleding aan te schaffen.”

Wat vond je de tofste outfit van vandaag?

“Het okergele pak van Vanilia. Ik houd van ton-sur-ton, dat het één look is. Ik zou dat pak zo in het Journaal aan kunnen doen. Alleen zou ik er dan een hemdje onder dragen, qua decolleté.”

Dat rode pak met die groene blouse zou je zelf niet snel aandoen, maar stond toch leuk! Gebeurt dat ook weleens bij de NOS?

“Ja, dan komt mijn styliste, Hanna Suurland, met iets en denk ik: dat zou ik zelf nooit uitzoeken. Zo ben ik anti-dierenprint. Een zwarte vrouw in panterprint vind ik zo cliché. Zo’n safarilook trek ik slecht. Maar onlangs kwam Hanna aanzetten met een blouse in slangenprint van &Other stories en die stond leuk! Hij was dan ook niet zo in your face. Inmiddels draag ik ’m best vaak.”

Omschrijf je kledingstijl eens…

“Ingetogen. Als je mij ziet lopen, zul je niet snel zeggen: ‘Wow, wat heeft díé aan?’ Ik draag graag A-lijn- of doorknoopjurken en kokerrokken. Wat spijkerbroeken betreft ben ik fan van flared pants, skinny jeans én wijde modellen. Mijn favoriete kledingmerken zijn Arket, Filippa K, Céline, Cos en Weekday. Vanilia draag ik vaak bij het Journaal. En ik houd van sieraden, draag áltijd oorbellen.”

Lees ook:
Simone van der Vlugt: ‘Het is goed dat de roem zo laat kwam’

Ik las dat je een voorliefde hebt voor vintage sieraden. Vertel.

“Klopt. Tien jaar geleden – voordat ik bij de NOS werkte – had ik zelfs een Etsy-webshop met vintage sieraden. Ik verkocht vooral sieraden uit de jaren dertig en veertig en zelfgemaakte oorbellen. Mocht ik ooit m’n baan kwijtraken, dan begin ik gewoon weer een webshop.”

Bij het Journaal zien we je vaak in een pak. Is dat je ideale werkoutfit?

“Ja, een pak is lekker clean. De laatste tijd draag ik vooral maatpakken. Ik heb vrij grote borsten, dus een confectiejasje zit dan vaak bij m’n schouders te wijd en bij mijn borsten te strak of andersom. Het is het altijd net niet. Op beeld komt dat niet mooi over. Zo’n maatpak past als een handschoen. Je moet wel oppassen dat je niet aankomt. Na de intelligente lockdown dacht ik: wat is hier gebeurd? Ik was dus een paar kilo aangekomen. Ik ben niet continu met mijn gewicht bezig, maar het moet niet uit de hand lopen. Sporten gaat bij mij met ups en downs. Dan ben ik vier maanden als een razende aan het sporten en daarna laat ik het een beetje los.”

Uit wat voor gezin kom je?

“Mijn ouders zijn beiden eind jaren zestig vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Ze zijn hier verliefd geworden en getrouwd. Met mijn ouders en zus Marga woonde ik in Rotterdam. Mijn vader zat in het onderwijs, mijn moeder was maatschappelijk werkster op scholen. Toen het eens écht slecht ging met een leerling, heeft ze die tijdelijk in huis gehaald. Best pittig. Wij waren als twee brave dochters niet echt gewend aan brutaal gedrag.”

Waren jullie echt zo braaf?

“Absoluut. Braaf en gelukkig. We gingen geregeld naar de bieb en het museum. Mijn ouders lieten ons veel lezen en gingen met ons naar leuke, educatieve plekken. En in dat veilige wereldje kwam ineens zo’n getraumatiseerd kind binnen! Maar het was goed voor ons om te zien hoe het leven óók kan lopen. Ik realiseerde me toen hoeveel geluk wij hadden dat we in dit gezin opgroeiden.”

Je ouders scheidden toen je twaalf was. Was dat het einde van je gelukkige jeugd?

“Helemaal niet. Mijn ouders pasten totaal niet bij elkaar. Mijn moeder is een vrijgevochten feministische vrouw, terwijl mijn vader daar niet zo veel mee had. Hij hield nogal van vrouwen. Ging meerdere keren vreemd. Ik snapte wel dat ze uit elkaar gingen. Ik weet nog dat mijn zus en ik bij de kinderrechter waren om te vertellen bij wie we wilden wonen. We zeiden: ‘Onze ouders passen gewoon niet bij elkaar en we willen bij mama blijven.’ Je zag die kinderrechter kijken: huh, waar is het grote conflict? Het enorme verdriet? Die scheiding was voor ons totaal geen issue. Later hertrouwde mijn vader met zijn jeugdliefde. Zij keerden terug naar Suriname, waar hij de rest van zijn leven heeft gewoond. Acht jaar geleden overleed hij. Een paar maanden voor zijn dood hebben mijn zus en ik vakantie met hem gevierd in Suriname. Op zijn ziekbed heb ik hem bezocht en hebben we op een fijne manier afscheid kunnen nemen. Later zijn we teruggekeerd voor zijn begrafenis. Natuurlijk mis ik hem nog steeds; het was een zachtaardige, slimme man.”

Je was een energiek kind dat altijd vragen stelde.

“Ja, ik was inderdaad nieuwsgierig. Voor mijn moeder niet altijd een pretje. De hele dag: ‘Waarom? Hoezo? Vertel eens! Hoe zit dat? Waarom dan?’ Het gíng maar door. Eerst denk je nog: leuk, een nieuwsgierig kind! Maar even later: wanneer houdt ze haar mond eens? Ik interviewde ook iedereen. Met een lepel als microfoon. We maakten radioprogramma’s die we opnamen met een cassetterecorder. Er ligt nog zo’n cassettebandje bij m’n moeder.” Zet een hoog meisjesstemmetje op: “‘Oké, ik ga de radioshow presenteren: Marga, jij moet opletten!’ En dan hoor je mijn broer stemmetjes nadoen, net als in De dik voor mekaar show waar hij veel naar luisterde. Zo leuk.”

Jullie groeiden op in een overwegend witte wijk. Voelde jij je anders als zwart meisje?

“We hadden altijd witte vriendjes en vriendinnetjes, dus ik zag heus verschil. En ik wilde in die tijd graag lang – liefst blond – haar hebben, net als mijn vriendinnen. Maar dat was het dan ook. Ik registreerde het, maar was er niet continu mee bezig. Ik ben ook niet echt gediscrimineerd of benadeeld als kind. Hoewel, op de basisschool kreeg ik mavoadvies. Dat was raar, omdat ik goed presteerde en taalvaardig was. Mijn ouders zeiden: ‘Mavo? Dat gaat niet gebeuren.’ Ik ging naar een scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo, waar ik vwo deed. Minderheidsgroepen worden in het onderwijs vaak lager ingeschat. Je kunt het nooit direct toeschrijven aan discriminatie, maar het is opvallend dat je het laagste niveau adviseert voor een kind dat bovengemiddeld scoort.”

Maar toen je ouder werd, heb je toch weleens met discriminatie te maken gehad?

“Niet zelf. Wel had ik zwarte vrienden die op hun twintigste talloze keren werden aangehouden door de politie, terwijl dat bij witte vrienden van diezelfde leeftijd nooit gebeurde. En natuurlijk hoorde ik weleens: ‘Daar loopt zwarte piet.’ Mijn moeder was destijds trouwens al anti-zwarte piet. Daarom speelde ze thuis zélf voor ‘zwarte piet’. Oma deed witte watten op haar gezicht en was Sinterklaas. Mama maakte ons al snel duidelijk dat het zwarte piet-gedeelte de keerzijde van het, verder leuke, feest was. Weet je, ik snap je vragen, maar we hebben het nu al een kwartier over racisme en ik heb geen zin om in allerlei anekdotes te vervallen. Momenteel hoor je overal zwarte mensen vertellen over hun pijn. Witte Nederlanders zeggen dan: ‘Werkelijk, o? Wat heb je dan meegemaakt?’ Denk na over wat je zegt in plaats van dat je mij vraagt hoe erg het allemaal is. Al die journalisten die op zoek zijn naar anekdotes hierover… Ik vind het vermoeiend. Elk interview dat ik de afgelopen tien jaar heb gegeven, gaat over mijn kleur. Elk interview! Het is interessanter om een blonde dame te vragen hoe zij tegenover racisme staat. Natúúrlijk vind ik dat Nederland moet veranderen. Maar nog een keer te moeten vertellen hoe erg het was. Daar pas ik voor.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Duidelijk. Door naar je werk: je presenteert nu bijna tien jaar het Journaal, een droom voor een meisje dat altijd journalist wilde worden, lijkt me.

“Zeker! Dat ik journalist zou worden, stond vast, maar anchor van het Journaal? Dat had ik nooit kunnen bedenken. De live-uitzendingen bij de nationale events vind ik overigens ook geweldig om te doen, zoals de slavernijherdenking op 1 juli. Of het Bevrijdingsconcert op de Amstel: daar staan duizenden mensen én de koning en koningin. Dat ik zo veel verschillende dingen mag presenteren, op radio én tv, houdt het spannend. Het grappige was dat ik me – toen ik nog niet zo lang bij de NOS zat – verbaasde over het feit dat ik nooit voor dit soort events werd gevraagd. Tot een vriendin me erop wees dat ik dan kenbaar moest maken dat ik zoiets graag wílde doen. Daarop werd ik pro-actiever. Dat heeft alle verschil gemaakt.”

Heeft die instelling je ook op andere vlakken iets gebracht?

“Ja, een hoger salaris! Ik dacht altijd: mijn loon is oké. Tot ik hoorde wat een collega verdiende. Toen ging ik vergelijken: wat doet diegene en wat doe ik? En waarom verdient die persoon zo veel meer? Tijd om aan de bel te trekken. Met klotsende oksels heb ik onderhandeld over m’n salaris. Laat ik het zo zeggen: ik ben blijer dan ik daarvoor was.”

Simone Weimans: ‘Anchor van het journaal? Dat had ik nooit kunnen bedenken’

Op werkgebied niets te klagen. Hoe is het in de liefde?

“Ik ben alweer een aantal jaar single. Praat er niet graag over in interviews, omdat ik weet dat ik in actie moet komen. Dat ik nu niks doe en dat straks teruglees, is confronterend… Het is wel weer tijd voor een lover, maar ik ben daarin heel passief.”

Waarom? Zit je niet op Tinder of Inner Circle?

“Nee. Vroeger wel en daar heb ik leuke dates aan overgehouden, maar als bekend persoon weet je nooit wat de intentie is van die ander. Hoewel er volgens mij wel meer bekende mensen op zitten, dus misschien moet ik eroverheen stappen. Op een gegeven moment denk je: het is wel prima zo. Dat is niet goed. Want die spanning die bij daten en verliefd zijn hoort, is veel te leuk. Leuker dan single zijn!”

Tekst | Thea Tijssen
Beeld | Yvette Kulkens Photography

Ook interessant