Persoonlijk

Schrijfster Yvonne Keuls: ‘Ik doe elke dag iets met de mogelijkheden die de dag geeft’

yvonne-keuls.jpg

Ze mag dan 86 zijn, Yvonne Keuls schrijft nog volop en staat weer in het theater met de Indië Monologen. Een gesprek over levenslust en leermomenten.

Yvonne Keuls woont met haar man in Den Haag. Een woning waar haar Indische roots duidelijk zichtbaar zijn. Trots leidt ze rond en vertelt dat ze nog nooit iets heeft gekocht. “Dan kreeg ik weer een kleed of een tafel van iemand, tot het hele huis vol was. Er past nu niks meer bij.” Op elk mogelijk plekje hangen oude foto’s van Indische familieleden en van haar drie dochters en kleinkinderen plus aanhang. Twee dochters wonen vlakbij. “Ik zie ze heel veel, we hebben een warme familieband.”

Liefde voor toneel

Van rustig aan doen wil ze niks weten. Ja, ze loopt nu even met een stok omdat ze last heeft van haar been, maar binnenkort treedt ze weer op in verschillende schouwburgen met de Indië Monologen. Met onder anderen Willem Nijholt en acteur Eric Schneider. De cirkel is dan mooi rond, want: “Schneiders vader was mijn leraar Duits op de middelbare school. Echt zo’n bevlogen leraar die liever liedjes met ons zong dan grammatica doornam. Hij heeft me richting het toneel gestuurd. Ik deed mee aan alle toneelstukken op school en zat op het jeugdtoneel bij de Haagse Komedie.” Schneider sprak met Yvonnes moeder over een mogelijke carrière voor haar bij het toneel. Daar ziet haar moeder niks in, en moeders wil is wet. Yvonne wordt onderwijzeres. In dit vak heeft ze veel aan haar toneelervaring. “Ik had in die tijd meer dan vijftig kinderen in de klas en dat in een achterstandswijk in Den Haag. Zie daar maar eens orde te houden. Er stond een piano in de klas en ik zette alles op muziek. Zo heb ik de kinderen geschiedenis en aardrijkskunde onderwezen en leerde ik ze lezen.”
Ook het schrijven zit er al vroeg in. “Ik was acht jaar oud toen het begon. Ik weet nog goed dat ik midden in de nacht wakker werd. Ik hing uit het raam en hoorde het afweergeschut en zag Duitse parachutisten. Dat was zo indrukwekkend. Ik wilde het aan mijn moeder vertellen, maar er was niemand thuis. Wij hadden zelf geen radio en de hele familie zat bij de buren om daar te luisteren. Ze hadden mij laten slapen. Omdat ik het aan niemand kon vertellen, ben ik het gaan opschrijven. Dat is het eerste keerpunt in mijn leven geworden. Vanaf dat moment ben ik dingen gaan opschrijven die me emotioneel raakten.”
Een ander keerpunt is op haar veertiende, als ze in de klas Oliver Twist van Charles Dickens leest. “Het was een openbaring dat een schrijver de emoties van anderen zo mooi onder woorden kon brengen. Keerpunten staan niet alleen, je hebt ze nodig om het volgende punt voor te bereiden. Het gaat trapsgewijs, het is een groeiproces dat je alleen goed kunt begrijpen als je het vorige keerpunt goed bent doorgekomen.”

‘Mijn dochters zie ik heel 
veel, we hebben een warme familieband’

Persoonlijke ontwikkeling

Aan haar carrière als juf komt abrupt een einde als ze vanwege haar huwelijk wordt ontslagen. Zo ging dat in die tijd. Daarna vindt ze toch een baan als rekenaar bij een verzekeringsmaatschappij, als enige vrouw tussen tientallen mannen. Ze maakt snel carrière, maar moet bij de directeur op het matje komen als ze zwanger blijkt te zijn. “Hij voelde zich belazerd. Hij had mij opgeleid en kon me nu niet in dienst houden. Hij keek op zijn horloge en zei: ‘Ga maar naar de kassier. Het is nu kwart over drie, laat je tot die tijd uitbetalen.’”
Schrijven is ze altijd blijven doen, vooral toneelstukken. Ook met drie dochters blijft ze schrijven. Bij de première van haar eerste toneelstuk in de Koninklijke Schouwburg in 1965 zit Hella Haasse in het publiek. Het hoofd drama van de NCRV stelt ze aan elkaar voor. Zijn oog is op hen gevallen voor een tv-serie naar Boeken der kleine zielen van Louis Couperus. “Zo’n dramaserie was een primeur in Nederland en dan vroeg hij ook nog eens twee vrouwen, terwijl de emancipatie in die tijd echt niks was.” Haar kinderen neemt ze mee op sleeptouw, want kinderopvang bestaat nog niet. “Ik had zo’n gammele fiets, die heette Goudhaantje, waar ik met drie kleine kinderen geen kant mee op kon. Ik kijk nu vaak jaloers naar de jonge moeders met zo’n handige bakfiets. Toch was het ook een leuke tijd om mee te maken. Ik moest veel zelf bedenken om me toch te kunnen ontwikkelen. Ik trof andere vrouwen met wie ik dagen deelde dat we elkaars kinderen opvingen. Eigenlijk organiseerden we een soort crèche. Ik heb nooit het gevoel gehad dat het een rottijd was, maar wel dat vrouwen niet meetelden.”

In het opvanghuis

De tv-serie die ze schrijft met Hella Haasse als adviseur, wordt een groot succes. Naar aanleiding hiervan gaat Yvonne op middelbare scholen lezingen geven over Couperus. Daar ontdekt ze dat er heel andere zaken spelen bij de scholieren. Het is inmiddels 1968 en er 
is een drugscultuur ontstaan waar niemand raad mee weet. De boeken blijven in haar tas en ze gaat het gesprek aan met de leerlingen. Haar betrokkenheid is zo groot dat ze probleemkinderen tijdelijk in huis neemt en uiteindelijk een opvanghuis start voor verslaafde jongeren die van huis zijn weggelopen. Over het leven in het opvanghuis schrijft ze Jan Rap en z’n maat. Het onderwerp laat haar niet los. Ook De Moeder van David S. en Het verrotte leven van Floortje Bloem gaan over drugs en prostitutie. De tijd in het opvanghuis heeft echter ook een keerzijde. “De kinderen vertelden mij verhalen over een kinderrechter die zich aan hen vergreep, nota bene in het gerechtsgebouw. Het duurde lang voor ik ze geloofde, omdat deze man in het bestuur van het opvanghuis zat en een vriend van me was. Toen het zoveelste kind met hetzelfde verhaal kwam, kon ik er niet langer omheen.” Ze schrijft er het boek Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel over, maar dat komt haar duur te staan. Ze wordt als klokkenluider behandeld en neergesabeld. Zelfs goede vrienden ontwijken haar. Ook haar inmiddels hechte vriendschap met Hella Haasse staat op het spel. “Ik kreeg geen steun, maar ik kon niet anders dan doorgaan, dat zit in mijn karakter. Die kinderen zijn voor de rest van hun leven beschadigd. Er was geen weg meer terug. Uiteindelijk heeft al die tegenwerking me alleen maar gesterkt.”
Achteraf heeft Yvonne spijt dat ze zo radicaal brak met Hella Haasse. Toen ze niet werd gesteund, zagen ze elkaar nauwelijks meer. “Zij deed wel haar best om het weer op te pakken. Toen ik een prijs kreeg voor het boek Mevrouw mijn moeder stuurde ze me bloemen. Er hing een kaartje aan: ‘Voor onze Indische moeder’. Dat was het moment dat ik had moeten instappen, maar dat heb ik niet toen gedaan.”
Aan het eind van Haasses leven komt het toch weer goed tussen de twee en Yvonne schrijft het boek Zoals ik jou ken, ken jij mij, over de bijzondere vriendschap van twee heel verschillende vrouwen.

Moeilijke moeder

Ook met haar moeder is er een periode slecht contact. “Ik heb altijd gedacht dat mijn moeder zo oud moest worden om de relatie met mij goed te krijgen.” Haar moeder luistert naar niemand en vooral de mening van haar dochters telt niet mee, alleen de zonen zijn belangrijk. Voor Yvonnes toneel- en schrijfcarrière heeft haar moeder geen oog; een vrouw hoort niet te werken. Toch staat haar moeder aan de wieg van haar carrière, door Yvonne op haar veertiende een jeugdabonnement te geven. “Drie maanden lang ben ik elke dag naar een voorstelling in het Kurhaus gegaan. Ik heb zo veel gezien. Geld voor de tram was er niet meer, dus ik liep elke dag een uur heen en weer terug.” Op het eind van haar leven groeien moeder en dochter naar elkaar toe. “Het was echt een onmogelijk mens, maar ik heb met niemand zo kunnen lachen als met haar. Ze was uniek en maakte van alles een feestje. Er was altijd iets bijzonders en iedereen was altijd welkom bij haar.”

Levensvreugde

Met haar man Rob is Yvonne al 64 jaar samen. “Heel lang. Dat lukt zo goed omdat we niet op elkaars lip zitten. We zijn beiden heel actief. Mijn man heeft zijn hele leven naast een drukke baan opgetreden als violist. Het is zo belangrijk om iets voor jezelf te hebben, dat verrijkt je leven.” Zelf heeft ze een groep van acht vriendinnen van verschillende leeftijden en achtergronden. Met elkaar ondernemen ze wekelijks iets leuks, zoals een bezoek aan een tentoonstelling. “Als je de hele dag met de pest in je lijf loopt, komt er niks uit je handen. Het zit in mezelf. Ik kan met het grootste plezier in mijn tuintje werken terwijl ik er niks van terecht breng. Ik doe elke dag iets met de mogelijkheden die de dag geeft.” Naast de Indië Monologen staat er De Nationale Voorleeslunch op het programma. “Ik heb nog zo veel te doen. Ik ben al volop geboekt voor de komende periode. Naar vermogen doe ik alles. Wat ik wel geleerd heb in het leven is dat het ongelooflijk belangrijk is dat je kunt lachen. Als je de humor van bepaalde dingen ziet, verzacht dat veel leed. Leed hoort erbij, maar het wordt anders als je erom kunt lachen. Zoals nu met mijn been waar ik last van heb. Van klagen krijg je geen beter been. Ik focus op wat ik wél kan.”

Tekst | Dorine van der Wind
Fotografie | Ester Gebuis

Dit interview met Ilse de Lange staat in Margriet 36 – 2018. Bestel deze editie na via magazine.nl.

Ook leuk om te lezen:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant