Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Sanne: ‘Je gunde me de liefde van mijn leven niet’

sanne-je-gunde-me-de-liefde-van-mijn-leven-niet.jpg

Vorige week: In het zwaar vervuilde tuinhuisje vindt Sanne een brief van Debby.

Ze staat even te aarzelen met de envelop in haar handen. Hij is dichtgeplakt. Kwart voor elf is het nu. Als ze snel die stofzuiger door het tuinhuis heen haalt, is het klaar. Voor het oog tenminste. Een sopbeurt volgt nog wel een keer. Maar die brief. Het liefst zou ze hem nu meteen met haar vingers willen openritsen, slordig, rafelig. En dan snel lezen.

Maar ze weet nu al dat ze door al dat werken in het tuinhuis en alle bende die Debby heeft achtergelaten, zó opgefokt is, dat ze zelfs in een aardige brief een akelige toon zou lezen. En dit is geen aardige brief. Dat vermoedt ze in elk geval. Dit is een nare brief.Ze beheerst zich. Ze vouwt de brief met envelop en al dubbel en stopt hem in de kontzak van haar spijkerbroek.

Het smerige tuinhuis

Om vijf over elf stapt ze De Roos en de Koekoek binnen. Iedereen kijkt haar vol verwachting aan. Behalve juffrouw Schaap. Die is druk doende met een ontbijtkoek met kan­dijsuiker, die ze met het broodmes in dikke plakken snijdt. Jaap zegt: “Ik heb ze maar meteen verteld dat je naar het tuinhuis van Debby was gegaan, omdat we haar al een paar dagen niet hadden gesproken. En dat ik dus denk dat je daar al die tijd was?” Sanne knikt. “Debby had een puinzooi achtergelaten. Alles was smerig, al het servies, handdoeken, nou ja, alles. Dus ik heb de boel opgeruimd.”

‘Ik wist niet eens dat ze weg was’

“Maar ze is dus vertrokken?” vraagt Daan. “Hebben jullie haar weg­gebracht naar Schiphol?” Sanne schudt haar hoofd. “Ik wist niet eens dat ze weg was. Ik bedacht ineens dat ik haar al een dag of twee, drie niet had gezien!” Abels mond valt letterlijk open.

“Dus ze heeft geen afscheid genomen?!” Sanne schudt haar hoofd en Jaap schudt mee. “Er was wel een brief. Die zat op de stofzuiger.” Ze trekt de envelop uit haar kontzak en vouwt hem open. Daan geeft haar een mes, dat klaarligt om de kandijkoek met roomboter te besmeren. Sanne ritst de envelop open en geeft het mes terug.

Antrax

“Als dat gekke mens maar geen antrax in die envelop heeft gedaan. Dan zit dat straks op onze koek,” lacht Abel. Daan rilt. “Ze zou ertoe in staat zijn. Een monster, dat vond ik haar.” “De kans dat een normaal mens in Nederland over zou kunnen gaan tot de aanschaf van antrax, lijkt me gering,” zegt Jaap plechtig. “Ik kan wel horen dat je de hele ochtend hebt vergaderd, jongen,” lacht Daan. En al die tijd staat Sanne te kijken naar het A4’tje in haar handen met die woorden van haar halfzus. Ze is totaal van slag.

De brief van Debby

“Ga eerst maar even zitten,” zegt Schaapje. “Hier, koffie. En koek. Lekkere roomboter is dit. Geef die brief maar hier. Daan leest hem straks wel voor. Is dat goed?” Al babbelend heeft ze Sanne naar een stoel gedirigeerd. De brief is weg, die ligt nu bij Daan. En iedereen zit, voorzien van koffie en koek. Schaapje smeert de laatste snee voor haarzelf, laat zich op een stoel zakken en zegt: “Zo. Debby is weg. Laat een ­puinhoop achter. Je hebt bijna drie uur gewerkt om dat kleine tuinhuis aan kant te krijgen, dus dat was vast niet misselijk. En er is een brief. Die is vast boos. Mogen we het allemaal horen?”

“Graag,” zegt Sanne. “Als ik het deel, wordt het vast minder erg.” “Heel wijs,” vindt Schaap. “En ik ben hoe dan ook blij dat Debby weg is. Zo veel boosheid, daar kon ik niets aan keren, zolang ze daar zelf niet voor openstaat. En dat zal ze niet. Dat zal ze nooit.”

‘Jullie hebben me altijd weggetrapt’

“Lezen dan maar?” vraagt Daan. Iedereen knikt. Daan begint: “Halfzus, je liet me slapen in een verkrot tuinhuis, zodat ik maar geen deel van je leven zou worden. Dat is altijd zo geweest. Je vader wilde me al niet in zijn leven en jij en die zus van je, die Cathy, wilden dat ook niet. Jullie hebben me altijd weggetrapt. Geschopt. Vernederd. Geslagen”

Daans stem begint een beetje te trillen. Hij kijkt op en zegt: “Wat een brief, zeg. Nog een paar regels, oké?” Sanne knikt. Iedereen is verder stil. Daan gaat verder. “Je gunde me de liefde van mijn leven niet en joeg Peter bij me weg. Maar nu is het jouw beurt om te lijden.” Hij vouwt de brief dicht. “Hè? Is dat het? Wat bedoelt ze?” vraagt Abel.

Volgende week: de onaardige, dreigende brief zet Sanne aan het denken.

Beeld | Getty Images

Ook interessant