Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Sanne: Debby keert zich om en loopt luid huilend het huis uit

sanne-debby-keert-zich-om-en-loopt-luid-huilend-het-huis-uit.jpg

Vorige week: met z’n vieren genieten ze van een gezellige avond, zonder Debby en Peter.

Jullie zijn al begonnen. Sanne laat de woorden van Debby binnenkomen en kauwt op elk woord afzonderlijk, lang en bedachtzaam. Jullie. Onderwerp in de zin. Dat zijn wij. Jaap en ik, zus Cathy en zwager Willem in wonderlijke harmonie bij elkaar. Daar is ze dankbaar voor. Want dat is alweer lang geleden. En met zus Cathy weet je het nooit.

Zijn begonnen. Het gezegde. De observatie is correct. Dat zijn we inderdaad. Sterker nog, we zijn al bijna klaar. Alles heeft een begin en een eind. Het begin ligt in elk geval achter ons. Dat klopt. Het eind is in zicht. En dan nog het vreemdste woord in de zin. Al. Bijwoordelijke bepaling. Te vervangen door reeds. Het lijkt hier te duiden op iets voortijdigs. Te vroeg. In de trant van: nu al.

Tien over tien

“Het is tien over tien,” zegt ze, met een blik op haar telefoon die op tafel ligt. En om te voorkomen dat iemand zich zal gaan beroepen op mediterrane eettijden, voegt ze eraan toe: “Ik kon die kippen niet meer goed houden. Het was heerlijk. Willen jullie een bordje? Of liever eerst je voorgerecht?” “Ik wil helemaal niks,” zegt Debby meteen. Ze keert zich om en loopt luid huilend het huis uit. In de kamer is de stilte om te snijden. Peter Granides zucht, keert zich om en loopt achter Debby aan. De keukendeur gaat dicht.

‘Be-la-che-lijk!’

“Dat is toch niet te filmen?” begint Cathy. “Komt hier doodleuk pas na tienen op een zogenaamd zelfgeorganiseerd diner, want ja, zeg nou zelf, dit heb jij toch zeker allemaal gedaan, Sanne?” “Ik heb boodschappen gedaan,” roept Jaap. “Ja, maar verder, Debby heeft er dus geen fluit aan gedaan, staat dan doodleuk in de keuken iedereen van van alles en nog wat te beschuldigen en…”

“Nou, ze zei alleen dat we al waren begonnen,” sust Willem. “Op zich klopte dat wel.” “Hè Will!” snauwt Cathy. “Je snapt best wat ze eigenlijk bedoelde. Het was een enorm verwijt aan iedereen. Belachelijk. Be-la-che-lijk!!!” En Sanne, die meestal zwijgt als haar zus zo van leer trekt, zegt nu vanuit de grond van haar hart: “Nou. Dat vind ik ook.” En meteen er achteraan: “Ik heb een fantastisch citroenmeringue-dessert. Ik ga nu aan de slag!”

Tijd voor het dessert

In de keuken kleurt ze heel zorgvuldig de eiwitten met haar gasbrander. Tijdens het klusje, dat al haar aandacht vraagt, luistert ze met een half oor naar het gebabbel aan tafel. Wat een heerlijke avond, denkt ze. En wat een wonderlijke onderbreking, die entree van Debby. En van Peter. Nou ja, die laatste hobbelde erachteraan. Dat ze daar ooit zo verliefd op was. En dat heeft ze nog jaren gevoeld. Zo’n diepe jeugdliefde kan lang met je meewandelen. Maar nu is de wandeling wel voorbij! Ze bedenkt het met een brede glimlach. En wat wordt die taart mooi! Terwijl ze hem heel voorzichtig op haar kristallen taartplateau laat glijden, gaat de keukendeur open. De koele avondlucht strijkt langs haar armen. Ze kijkt niet om. Nog een klein stukje. De taart is er bijna.

Een bordje eten

“Sanne?” De stem van Debby fluistert door de keuken. De taart is geland. Sanne kijkt even tevreden naar het resultaat en kijkt dan om. “Ja?” “Zouden Peter en ik nog wat eten mogen?” Debby kijkt haar vragend aan. Ze heeft nog rode vlekken op haar gezicht van de enorme huilbui. “Wat eten,” herhaalt Sanne. Debby knikt. “Natuurlijk,” zegt Sanne dan. “Ik maak wat op een bordje en dan breng ik het wel naar je toe. Kun je het zelf even in de magnetron zetten.” “Fijn. Dank je,” zegt Debby. Ze verdwijnt. De keukendeur gaat zachtjes dicht.

‘Ze zijn echt gek’

Sanne staart naar de dichte deur. Ze willen eten. Ze gaat nu bordjes opmaken. Dan kunnen ze het opwarmen. Ze zijn gek. Ze zijn echt gek. Totaal. Of is zij gek om dit te gaan doen? Ja. Dat ook wel een beetje. Maar het eten is toch over. En ze kan altijd bidden dat er een kippenbotje overdwars in Debby’s keel komt te zitten. Of dat ze snel weer ophoepelt. Dat wordt dus nog een project. Hoe krijgen we Debby weg. Ze haalt eens diep adem, pakt dan twee borden en zet ze op het aanrecht naast de ovenschaal met kip.

“Wie was daar?” roept Jaap.

Volgende week: dat Sanne bordjes eten naar het tuinhuis gaat brengen, valt niet bij iedereen goed.

Tekst | Marjan van den Berg
Beeld | Getty Images

Ook interessant