Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Sandra viel bijna 90 kilo af: ‘Mijn lijf was mijn pantser tegen de buitenwereld’

sandra-viel-bijna-90-kilo-af-mijn-lijf-was-mijn-pantser-tegen-de-buitenwereld.jpg

Ooit woog Sandra de Kruijf 182 kilo. Toen ze zich realiseerde dat ze door haar gewicht geen goede moeder kon zijn voor haar zoon Daniël (nu 21) ging de knop om. Na een moeizame strijd viel ze bijna negentig kilo af en laat de weegschaal nu 95 kilo zien; daar voelt ze zich goed bij.

“Ik vond het verwarrend dat personen die nooit iets tegen mij hadden gezegd me opeens wel aanspraken nu ik dunner was.”

Altijd over gewicht

“Al mijn hele leven gaat het over mijn gewicht. Toen ik dik was, op een negatieve manier. Toen ik bijna negentig kilo was afgevallen, op een positieve manier. Ik heb dan ook getwijfeld over dit interview. Het zou dan immers wéér over mijn gewicht gaan. Dat ik nu toch mijn verhaal doe, is omdat ik hoop een inspiratiebron te kunnen zijn voor iedereen met overgewicht. Ik wil laten zien dat ik meer ben dan het getal dat de weegschaal aangeeft.”

Seksueel misbruik

“Mijn ongezonde relatie met eten ontstond nadat ik op mijn achtste seksueel werd misbruikt door een klasgenoot. Daarover praten deed ik niet. Ik schaamde me en wilde mijn ouders er niet mee lastigvallen. Zij waren druk met hun eigen zaak en hadden genoeg aan hun hoofd. Dus zocht ik mijn heil in eten. Stiekem iets pakken uit de trommel of van het geld dat ik pikte uit de portemonnee van mijn moeder snoep kopen. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn klasgenoten. Ik liet me omkopen. Als ik hen snoep zou geven, zouden zij mij niet pesten.”

Negatieve aandacht

“Of eten mij troost bood? Ik weet het niet. Eten gaf mij het gevoel controle te hebben over mijn leven. Mijn lijf werd mijn pantser waarmee ik mezelf kon beschermen tegen de buitenwereld. Ergens diep vanbinnen wist ik dat ik was misbruikt, maar ik had het zó ver weggestopt, dat ik er nooit meer aan dacht. De herinnering kwam pas naar boven toen ik was afgevallen en me niet meer kon verschuilen achter mijn pantser. Die lagereschooltijd was afschuwelijk. Jarenlang was ik het pispaaltje. Ik zat in de zesde, nu groep acht, toen we onszelf moesten meten en wegen. Mijn klasgenoten lagen in een deuk toen op de weegschaal mijn 61 kilo zichtbaar werd. De meester lachte net zo hard mee. Als verdoofd liet ik het gebeuren. Ik was niet bij machte om voor mezelf op te komen.”

“Ook op de middelbare school was ik behoorlijk verlegen, al zat ik daar wel beter in mijn vel. Wat overigens niet betekende dat ik minder at, want de repen, zakken drop en chocolade, daar kon ik geen afscheid van nemen. Dat mijn ouders een cafetaria hadden, werkte niet in mijn voordeel. Iedereen dacht dat ik elke dag friet at, iets wat hooguit eens per week gebeurde. Ondertussen ging het altijd over mijn gewicht. Mijn ouders, de schoolarts, mensen uit de buurt… Iedereen vond het nodig, hoe goedbedoeld soms ook, om er iets over te zeggen. Altijd maar die negatieve aandacht voor mijn lichaam. Nooit ging het over iets wat ik goed had gedaan of wat ik leuk vond.”

Enorme vechtlust

“Nadat ik vier jaar op de ambulance had gewerkt, begon ik aan een opleiding voor ziekenverzorgster. Ik had het naar mijn zin en haalde goede cijfers. Tot de bedrijfsarts aangaf dat ik met de opleiding moest stoppen als ik niet in korte tijd veertig kilo – ik woog toen 140 kilo – zou afvallen. In die tijd ontwikkelde ik boulimia. Ik at nog net zo veel als ik altijd at, maar spuugde het daarna weer uit. Mét resultaat. Alleen ging ik er psychisch aan onderdoor, waardoor eten nog belangrijker werd en ik het streefgewicht niet haalde en dus kon vertrekken. Dat ik niet meer mocht doen wat ik zo graag wilde doen, maakte dat ik het leven niet meer zag zitten. Ik moest worden opgenomen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Daar ging ik voor het eerst praten.”

“Ook leerde ik daar een vriendin kennen. Helaas maakte zij een einde aan haar leven. Haar besluit maakte een soort vechtlust in mij wakker. Bij haar had het leven haar eronder gekregen, maar mij zou dat niet gebeuren. Het lukte me meer te focussen op de positieve dingen, ik ging in therapie en kreeg mijn boulimia onder controle. Ik begon te leven en kreeg zin om dat leven met iemand te delen. Via een datingsite voor mensen met overgewicht en mensen die er geen probleem mee hebben als een partner een maatje meer heeft, ontmoette ik de biologische vader van Daniël. Hij viel op dikke vrouwen. En ik viel op hem. Alhoewel hij wist dat ik wilde afvallen, deed hij er alles aan om mijn gewicht in stand te houden. Twee jaar na onze ontmoeting, in 1997, trouwden we. Weer twee jaar later, ik was toen vijf maanden zwanger, vertrok hij. Hij was verliefd op mijn lichaam, maar niet op mij.”

Lees ook:
Esther onderging een maagverkleining: ‘Veel mensen denken dat ze vanzelf gelukkig worden als ze eenmaal slank zijn’

Niet leven, maar óverleven

“Toen Daniël ruim een jaar was, ging ik me realiseren dat het weleens fout zou kunnen aflopen als ik niet met mijn gewicht aan de slag zou gaan. Dat inzicht kreeg ik toen hij opeens voor mij uit rende richting een drukke straat. Met mijn 182 kilo was ik niet in staat om achter hem aan te hollen. Het besef dat ik met dit lichaam niet voor mijn kind kon zorgen en zijn veiligheid niet kon waarborgen, zorgde ervoor dat ik een besluit nam. Die kilo’s moesten er hoe dan ook af en een maagverkleining, een operatie die destijds nog in de kinderschoenen stond, zou mij daar misschien bij kunnen helpen.”

“Na een uitgebreide screening kreeg ik in 2001 een maagverkleining met maagbandje. Natuurlijk had iedereen ook daar weer een mening over. ‘Ja zo kan ik het ook,’ werd er gezegd. ‘Lekker makkelijk’ was ook zo’n opmerking. Maar geloof me, zo’n ingreep is niet niks, het is niet zo van: ik ben geopereerd en nu ben ik slank. Ik wist dat ik altijd op mijn voeding moest blijven letten. En dan had ik ook nog een peuter thuis rondlopen, voor wie ik moest zorgen. Gelukkig waren mijn ouders bereid om Daniël op te vangen. Dat hun kleinzoon in de jaren die volgden vaker bij hen, dan bij mij zou zijn, wisten we toen nog niet.”

Sandra viel bijna 90 kilo af: ‘Mijn lijf was mijn pantser tegen de buitenwereld’

Na de operatie

“Na de operatie vlogen de kilo’s eraf. Tot het na twee maanden misging. Ik hield niets binnen, was zo slap als een vaatdoek en viel om de haverklap flauw. In no time was ik honderd kilo kwijt. Op straat kreeg ik complimenten over mijn nieuwe uiterlijk. Niemand zag wat ik wél zie als ik foto’s uit die tijd terugkijk: de holle blik in mijn ogen. Het leven was eruit. Ik was aan het óverleven. Letterlijk zelfs, want de band bleek te worden afgestoten door mijn lichaam en vrat zich een weg door mijn maag. Ik heb vijf maanden continu aan de sondevoeding gezeten om ervoor te zorgen dat mijn lichaam weer sterk genoeg was om de operatie voor de verwijdering van de band aan te kunnen. Omdat de kilo’s die er zo rap waren afgegaan er na die operatie weer aankwamen, kreeg ik in 2003 een maagverkleining met darmomleiding. Deze keer bleek het wel goed te gaan.”

Complicaties

“Het afvallen ging voorspoedig, ik zat op de tachtig kilo en voelde me goed. Tot ik complicaties kreeg en over de grond kroop van de pijn. De paniek in de ogen van de arts toen ik in het ziekenhuis lag, zal ik nooit vergeten. Ik wist: dit is kantje boord. Dagen later werd ik wakker op de ic. Ik had een darmperforatie en een buikvliesontsteking overleefd. Mijn lijf had de nodige klappen te verduren gehad en het herstel kostte tijd. Toen ik eindelijk weer fysiek in orde was, gingen mijn emoties met mij aan de haal. Blijkbaar moest ik eerst gezond zijn om te voelen wat er allemaal was gebeurd. Ik raakte in een identiteitscrisis, was het vertrouwen in mijn lichaam kwijt en herkende mezelf niet meer in de winkelruit. Ook vond ik het verwarrend dat personen die nooit iets tegen mij hadden gezegd me opeens wel aanspraken nu ik dunner was. En het was pijnlijk om te moeten ontdekken dat veel vriendinnen uiteindelijk geen vriendinnen bleken te zijn. Op een vriendin na dan. Karin heeft mij altijd door dik en dun gesteund. En dat doet ze nog steeds.”

Nieuwe ik, nieuwe energie

“Natuurlijk genoot ik ook van mijn nieuwe ik. Eindelijk kon ik dingen doen waarvan ik dacht dat ik ze nooit zou kunnen doen. Paardrijden bijvoorbeeld of met Daniël van de glijbaan roetsjen. En sporten. Het winnen van een abonnement van de sportschool heeft mij veel goeds gebracht. Op die sportschool komen alleen vrouwen, wat ik wel zo prettig vind. En of je nu dik bent of dun, oud of jong, er wordt niet veroordeeld of vergeleken. Ik durf er te zijn zoals ik ben. Tijdens de zumbales sta ik zelfs vooraan. En ja, dan moet ik een uur lang naar mijn spiegelbeeld koekeloeren, maar so what? Door therapie en door mijn geloof in God schaam ik me niet meer voor mezelf. Ook niet voor het feit dat mijn onderkant drie maten verschilt met mijn bovenkant, omdat ik lipoedeem, ofwel ingekapseld vet, heb in mijn benen. Het is wat het is. Mensen moeten me maar nemen zoals ik ben.

‘Ik heb geleerd te genieten van mijn eten’

“Zoals zovelen ontwikkelde ook ik coronakilo’s toen de sportscholen gesloten waren. Tot ik inzag dat ik nooit meer terug wil naar waar ik vandaan kom en, mede op aanraden van de arts, koolhydratenvrij ben gaan eten. Volgens de arts zou zo’n dieet ook een positieve uitwerking kunnen hebben op mijn maag- en darmpijn. En hij kreeg gelijk. De pijn is weg, medicijnen zijn overbodig geworden, ik verloor 25 kilo in een halfjaar en voel me nu met mijn 95 kilo beter dan ooit tevoren. Ik heb geleerd te genieten van mijn eten. Ik ben gezond, fit en barst van de energie. Eindelijk lukt het me om mezelf te accepteren zoals ik ben. Althans, meestal, want dat onzekere stemmetje in mijn hoofd kan hardnekkig zijn. Maar als dat stemmetje van zich laat horen, blaas ik het zo snel mogelijk mijn hoofd weer uit. Negatieve gedachtes brengen mij niets meer. Kijk eens welk pad ik heb afgelegd. Ik heb het toch maar mooi geflikt. Ik wil het leven, LEVEN in hoofdletters. Vanmorgen heb ik de sleutel gekregen van mijn nieuwe huis, maar belangrijker nog: ik ben vriendinnen geworden met mezelf.”

Tekst | Ymke van Zwoll
Fotografie | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 15 – 2021. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl.

Ook interessant