Sandra (57) reanimeerde haar man: ‘Ik ben geen held omdat ik het kon, ik heb het gewoon gedaan’ Beeld Mariël Kolmschot
Beeld Mariël Kolmschot

Sandra (57) reanimeerde haar man: ‘Ik ben geen held omdat ik het kon, ik heb het gewoon gedaan’

De 66ste verjaardag van de man van Sandra Tweebeeke werd er eentje om nooit te vergeten: hij kreeg een hartstilstand en Sandra reanimeerde hem.

“Rond middernacht, na het laatste rondje met de hond, schoof Gert-Jan naast me in bed. Half slaapdronken aaide ik even zijn wang. ‘Zo, leef je nog?’ fluisterde ik zoals ik dat vaak zeg. Hij is een nachtvogel en komt vaak later naar bed. ‘Ik voel me niet goed,’ antwoordde hij. Hij was benauwd en had een raar gevoel op z’n borst. We gingen naar beneden voor een glas water.”

Foute boel

“Hij zat aan de kop van de tafel en zag heel grauw. ‘Je moet toch maar de huisartsenpost bellen,’ zei hij. ‘Ik vertrouw het niet en stuur een ambulance,’ zei de assistente aan de andere kant van de lijn. Niet lang daarna stonden er twee ambulancebroeders binnen. Het was foute boel. ‘Meneer, u heeft een hartinfarct.’ We keken elkaar aan. Wat goed dat we hadden gebeld. ‘We gaan u klaarmaken om u naar het ziekenhuis te brengen,’ zeiden ze. ‘Oké, dan trek ik heel snel even wat anders aan,’ zei ik nog. Het volgende moment zakte Gert-Jan in elkaar. Hij gleed als een slappe pop van de stoel en weg was-ie. Zo’n verstikkende diepe zucht, zijn ogen draaiden weg, zijn tong uit zijn mond. Dit is het, dacht ik. Hij is dood.

‘Moet ik serieus mijn eigen man reanimeren?’

‘Kunt u reanimeren?’ vroeg één van de broeders terwijl hij de AED gereedmaakte. De andere was bezig bij Gert-Jans hoofd. Ik dacht: moet ik nou serieus mijn eigen man reanimeren? Maar dwars door de wanhoop heen stroopte ik mijn mouwen op en volgde de stappen zoals ik die had geleerd bij de BHV-cursus. ‘Hij mag niet doodgaan,’ riep ik huilend. Ik telde en pompte. ‘Kom terug, niet weggaan!’ Het leek oneindig lang te duren. In werkelijkheid was het twee minuten, toen zijn lichaam na de shocks van de AED weer overeind kwam. Hij was terug.”

Trillend op de bijrijdersstoel

“Daarna ging het allemaal heel snel. Gert-Jan moest met spoed naar het ziekenhuis. Misselijk van de adrenaline zat ik in de tweede ambulance. De eerste met Gert-Jan erin vloog met 180 km per uur voor ons uit over de A6. Ik was ontzettend bang dat hij alsnog dood zou gaan. ook hoorde ik dat de ambulances contact met elkaar hadden over de snelste route, maar ik durfde niet te vragen hoe het met Gert-Jan ging. Ik zat trillend op de bijrijdersstoel, met mijn handtas op schoot waar ik nog snel zijn pantoffels in had gepropt. De rit duurde een eeuwigheid.”

‘Ik voelde me vreselijk’

“Eindelijk aangekomen bij het ziekenhuis zag ik Gert-Jan rechtop op de brancard zitten. Hij leefde nog. Ongelooflijk. Ze namen hem meteen mee en ik bleef alleen achter tot een vriendelijke verpleegkundige me een kopje thee in mijn handen drukte. ‘Vertel,’ zei ze. Ik barstte in huilen uit en vertelde hortend en stotend wat er was gebeurd. Ik voelde me vreselijk, intens moe en mijn lijf deed zo’n pijn van de kracht waarmee ik op Gert-Jans borstkas had geduwd. In een klein kamertje moest ik wachten tot de kinderenkwamen. Wat was het ziekenhuis donker en stil.”

Eindelijk mocht ik bij hem. Toen ik zijn kamer binnenkwam, hoorde ik zijn stem. ‘Ik heb het gevoel dat ik alleen maar even heb geslapen.’ Het ene moment lag hij voor dood op de keukenvloer en nu zat hij, nadat ze drie stents hadden geplaatst, rechtop met praatjes voor tien.”

‘Het ging té snel’

“De eerste periode die volgde, vond ik heel ingewikkeld. Ik voelde de ‘eind goed, al goed’ niet. Natuurlijk was ik blij en dankbaar dat het goed was afgelopen, maar het lukte niet om Gert-Jans beleving van alles en die van mij bij elkaar te krijgen. Hij voelde zich al snel stukken beter, maar ik helemaal niet. De angst en paniek, mijn handen op zijn borstkas, ik kreeg het allemaal niet uit mijn systeem. Het is maandag ’s nachts gebeurd en op donderdagavond zat hij naast me in bed voetbal te kijken. Zo snel kon ik niet schakelen.

Wat is ons allemaal overkomen en hoe moet het nu verder? Ik kreeg het niet goed op een rij. Hij was weg, hij was er weer, maar wat nou als het nog een keer zou gebeuren? Ik was alleen maar met Gert-Jan bezig. Hoe was de kleur van zijn gezicht? ’s Nachts luisterde ik steeds of hij nog wel ademde. Ik ging weer naar mijn werk op school. ‘Je moet wel meteen opnemen als ik bel,’ zei ik tegen hem. Maar terwijl ik stond les te geven, waren mijn gedachtes thuis.”

Altijd bezorgd

“Ik wist al snel dat ik hulp nodig had. De impact van die nacht was zó groot, dat kon ik niet in mijn eentje oplossen door een goed gesprek met mijn gezin of vriendin. Het was moeilijk uitleggen aan mensen dat het inmiddels met mijn man weer goed ging, maar met mij niet. Door een opeenstapeling van administratieve slordigheden en pech vanwege corona had ik pas een halfjaar later mijn eerste gesprek met een psycholoog. Ik kreeg EMDR-therapie om de scherpe randjes van deze traumatische gebeurtenis te halen. Dat heeft zeker wel geholpen, maar het is geen wondermiddel dat alles oplost.”

Herkenning en erkenning

“Ik voelde dat ik graag met iemand wilde praten die hetzelfde heeft meegemaakt; die ook haar man reanimeerde. Mijn dochter deed een oproep op social media, waar ontzettend veel reacties op kwamen. Dat laat wel zien dat er meer aandacht mag komen voor de partners die iets als dit hebben meegemaakt. Misschien ga ik later zelf wel op zoek naar een manier om ons te verenigen, maar nu richt ik me bewust op mezelf.”

Ik oefen ook met het juist níét vertellen, omdat ik niet wil dat deze gebeurtenis allesoverheersend blijft. Het hoeft niet weggestopt, maar ik wil erover kunnen praten op de momenten en met de mensen die ik uitkies. Ik vond een vrouw die hetzelfde heeft meegemaakt. Onlangs hebben we samen tijdens een lange wandeling gesproken over wat ons is overkomen. Die herkenning en erkenning is zo fijn.”

Nooit meer onbevangen

“Je staat er niet dagelijks bij stil dat dit kan gebeuren. Gelukkig maar! Je leven wordt namelijk nooit meer onbevangen als je zoiets hebt meegemaakt. Bij de kleinste tekenen dat er misschien iets is, sla ik aan. ‘Je bent kortademig, gaat het wel?’ Ik zit erbovenop. Iets te veel misschien. Als Gert-Jan de container buitenzet en hij blijft lang weg, spookt het door mijn hoofd dat hij vast ergens op straat ligt, terwijl hij gewoon met de buurman staat te kletsen.”

Sandra (57) reanimeerde haar man: ‘Ik ben geen held omdat ik het kon, ik heb het gewoon gedaan’ Beeld Mariël Kromhout
Beeld Mariël Kromhout

Levensstijl aangepast

“Nu, anderhalf jaar later, kan ik zeggen dat het beter met me gaat. De tijd doet veel en het vertrouwen groeit weer. We hebben onze levensstijl rigoureus aangepast. Een bewuste keuze, omdat we nog heel lang willen genieten van elkaar, onze kinderen en heerlijke kleindochter. Het bourgondische is er bij ons wel af. Geen fles wijn meer op tafel bij het eten. Wandelen deden we altijd al, maar nu nog veel meer. Klachten en pijntjes bagatelliseren we niet meer en we zijn kilo’s afgevallen. Mede omdat hartkwalen in de familie zitten, heb ik mezelf laten doorlichten. Daarnaast ben ik heel bewust aan mijn gezondheid en ontspanning gaan werken. Dat laatste is voor mij een uitdaging, want ik sta altijd aan. Maar buiten in de natuur kom ik tot rust.”

Geen heldenrol

“Ik zie het niet zo dat ik Gert-Jans leven heb gered. Zo praten we er ook niet over. Hij hoeft mij niet eeuwig dankbaar te zijn, ik wil dat onze relatie gelijkwaardig blijft. Ik ben geen held omdat ik het kon, ik heb het gewoon gedaan. Toen het gebeurde dacht ik in een flits: ik kan nu hysterisch gaan gillen en flauwvallen of ik kan handelen.

Ik heb zestien jaar BHV-trainingen gedaan op mijn voormalige werk in de bouw. Een jaarlijks terugkerende dag, waarop we ook altijd veel hebben gelachen. Bouwvakkers die met hun grote handen veel te hard op die oefenpoppen duwden. ‘In het echt kan ik dit nooit,’ zei er altijd wel eentje. Nou, in het echt kun je het dus óók. Ik vind het lastig als mensen zeggen hoe knap het van me is en dat ik zo’n sterke vrouw ben. Ik heb liever dat iemand soms gewoon aan me vraagt hoe het gaat en dan echt even luistert.”

Onbevreesd vooruit

“17 februari is vanaf nu een dag met een dubbele lading. We staan stil bij wat er is gebeurd en vieren het leven. De positieve kant van deze gebeurtenis is dat onze relatie intenser is geworden. We praten veel en zijn heel open naar elkaar. We gaan niet zitten wachten tot de leuke dingen ons overkomen, maar we zoeken ze op.

Ons liefdesliedje is Fearless heart van Steve Earle. Dat speelde Gert-Jan altijd voor me op zijn gitaar. Er zit een zin in die alles zegt: ‘A fearless heart just comes back for more.’ Onbevreesd er wat moois van maken, dat is ons streven. Ik ben docent ‘ondernemend gedrag’ en mijn lessen gaan over je grenzen durven te verleggen en dat ook dóén! Dat telt voor mezelf net zo. Je kunt je leven laten leiden door angst, maar in een hoekje bang zitten zijn, zou niet bij me passen. Door zelf de regie te pakken en assertief te zijn, krijg je veel meer voor elkaar.”

‘We durven wel, hè?’

“Gert-Jan en ik hebben nadat het is gebeurd meteen weer de grenzen opgezocht om onze wereld groter te maken. Met kleine stapjes vooruit. Dat begon met voorzichtig een stukje naar de overkant lopen. En zo bouwden we het uit met steeds grotere rondjes, net zolang tot het weer lukte om vijf kilometer te wandelen. Een paar maanden na het hartinfarct gingen we voor het eerst weer op vakantie naar Frankijk.

Natuurlijk werden we er ook mee geconfronteerd dat dingen niet meer gingen. Het was echt een pas op de plaats. Geen lange autoritten meer met de muziek hard aan, zoals voorheen. Maar wél gewoon de bergen in omdat we daar zo van houden. Op een dag waren we op pad en belandden in the middle of nowhere. Het uitzicht was prachtig, maar er waren geen andere mensen en er was geen bereik. We keken elkaar aan. ‘We durven wel, hè?’ Ik zou het nooit anders willen.”

Tekst | Caroline van Mourik
Fotografie | Mariël Kolmschot
Visagie | Nicolette Brøndsted

RedactieMariël Kolmschot
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden