Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Samen maar apart: liefde als je partner in een verzorgingshuis woont

samen-maar-apart-je-partner-in-een-verzorgingshuis.jpg

Onder één dak oud worden met degene van wie je houdt, we hopen er allemaal op. Maar misschien is door fysieke of mentale problemen die wens niet langer houdbaar en worden jullie als partners van elkaar gescheiden. Hoe gaat het dan verder met je partner in een verzorgingshuis?

En soms bloeit de liefde onverwachts ook in het verzorgingshuis op…

Partner in een verzorgingshuis

In 2019 woonden ruim 115.000 mensen in een verzorgings- of verpleeghuis. Hoe gaat het verder met de liefde als je partner in een verzorgingshuis terechtkomt? Annette Heffels is psycholoog en relatietherapeut. Zij vertelt: “Verbonden zijn met je partner als die niet meer met jou samenwoont, blijf je door te praten over wat je meemaakt, denkt en voelt. Maar ook door elkaar aan te raken. Als het geheugenverlies een probleem wordt bij het gesprek met elkaar, kan het helpen om foto’s of films te bekijken of samen naar muziek te luisteren.”

Als het verzorgingshuis in het spel komt

Het is onvermijdelijk dat als het verzorgingshuis in het spel komt, dit zijn sporen in een relatie nalaat. Annette Heffels: “Als een van beiden ziek wordt, fysiek of geestelijk, komt de verbondenheid in gevaar en dat veroorzaakt veel verdriet en angst, voor beide partners. Veel van wat hoort bij de liefde voor elkaar kan ineens niet meer. Dingen samendoen is veel minder mogelijk. Praten over gevoelens kan lastig zijn, omdat de levens zo verschillend zijn geworden en omdat je bang bent voor elkaars angst en verdriet. De gezamenlijke geschiedenis vertoont gaten, omdat sommige dingen niet meer worden herinnerd. Voor intimiteit is er vaak te weinig privacy, er kan zomaar iemand binnenkomen, het bed is te smal en vooral: het verlangen verandert.”

Een nieuwe balans

Als een van de partners in een verzorgingshuis woont, zal er een nieuwe balans moeten worden gevonden. Wanneer ga je naar je partner toe, maar ook: hoe richt je je leven opnieuw in? Het antwoord op deze vragen is voor elk stel anders. “Met de jaren heb ik mijn ritme overdag wel gevonden”, vertelt Mary (69). Haar man herstelde na een ongeluk niet meer goed genoeg om thuis te kunnen blijven wonen. “Ik probeer ook tijd en energie te blijven steken in de mensen om me heen, want ik wil niet dat mijn wereld klein wordt. Maar de avonden alleen vind ik het ergst, dat er niemand naast je zit op de bank. Ik ga nu een avond per week naar een kaartclub en keer per week eet ik samen met de buren.”

Henk en zijn vrouw

Dat de avonden vaak lastig zijn, herkent Henk ook (59). Zijn partner Greetje woont nu twee jaar in een verzorgingshuis. “Als ik Greetje gedag heb gezwaaid en naar mijn auto loop, dan springen de tranen weleens in mijn ogen. Dan ben ik écht alleen en rijd ik naar een leeg en stil huis. Als ik dan thuis ben, doe ik snel de lampen en tv aan. Wat me helpt is de troostende gedachte dat Greetje niet alleen is. Zij heeft haar woongroep en de lieve mensen van de verzorging. En ik red me, maar gezellig is het niet.”

Immense belang van contact

In 2015 is door de Kamercommissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Manifest intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg opgesteld: meer oog voor het immense belang van contact, lichamelijke aandacht, intimiteit en seksualiteit. Daarmee is er veel ten goede veranderd, maar met de druk op verpleeg-/verzorghuizen ligt er nog steeds een uitdaging. Het levert in zorgteams vaak dilemma’s op, zoals bij het blijven slapen van de partner, want vaak is er praktisch geen ruimte in een verzorgingshuis. Er zijn geen extra bedden of kamers, zodat er makkelijk een bed kan worden bijgeschoven. Een op de zeven bewoners mist romantisch of seksueel contact, blijkt uit een onderzoek uit 2018 door seniorenorganisatie kbo-pcob.

Het lichamelijke intieme contact

“Ik mis het lichamelijke intieme contact met mijn vrouw Greetje ontzettend”, vertelt Henk (59). “Er is in het verzorgingstehuis geen ruimte om te blijven slapen. Van seksualiteit tussen ons is geen sprake meer. Greetje is incontinent en die gevoelens zijn bij haar ook weg. Maar ik verlang ernaar om weer eens samen in een bed liggen en tegen elkaar aan in slaap vallen.”

Saar (68) ervaart het tegenovergestelde. “Mijn dementerende man zegt soms: ‘Ik wil met je naar bed.’ Ik taal daar niet meer naar. Daarin is onze relatie veranderd. Ik hou nog steeds van hem, maar voel me niet meer lichamelijk tot hem aangetrokken. Ik wil hem niet afwijzen dus dan probeer ik hem af te leiden. ‘Joh, dat past toch niet in dat kleine bedje, dan vallen we er toch uit?’ Dan is hij het meestal weer snel vergeten en praten we over iets anders.”

Lees ook:
Schrijfster Loes den Hollander: ‘Ik heb een korter lontje gekregen na de hersenbloeding’

Gezondheidssituatie en zorgvraag

Hoe gaan medewerkers uit de zorg om met de liefde en het missen daarvan? Dat hangt af de gezondheidssituatie en zorgvraag. “Wij geven stellen zo veel mogelijk ruimte om even echt samen te zijn door bijvoorbeeld te zorgen dat de verzorging al klaar is als de partner op bezoek komt”, zegt Milenka. Zij is verzorgende individuele gezondheidszorg (VIG) bij een woongroep voor demente ouderen. “We geven zo veel mogelijk liefdevolle zorg en aandacht aan onze bewoners. Ik zing, dans en knuffel met de mensen die dat willen. Vrijwilligers komen ‘snoezelen’, een moment van een-op-een-aandacht met een hand- of hoofdmassage.”

Ontbrekende facilitaire mogelijkheden

Suzet is fysiotherapeute in een grote zorginstelling. “Helaas kunnen partners bij ons niet blijven slapen, daarvoor ontbreken facilitaire mogelijkheden. Het kan ook verwarrend zijn als de partner er de ene nacht wel, maar de volgende niet meer is. Partners zijn wel vrij om hun geliefde mee naar huis te nemen, al lukt dit vaak niet vanwege de hoge zorgvraag.”

Met privacy wordt wel rekening gehouden. Er wordt altijd aangeklopt. Maar zo privé als thuis is het natuurlijk nooit. Stellen die samen in een verzorgingshuis wonen, slapen vaak ieder aan een kant van de kamer, omdat de gezondheid dat vereist of omdat er ’s nachts medicatie moet worden toegediend. Het zorgpersoneel probeert de liefde wel te stimuleren door het stel voor te stellen elkaar een nachtkus te geven.

Seksualiteit

“Voor sommige paren is seksualiteit een belangrijk onderdeel van de relatie. Ook op hoge leeftijd”, vertelt Annette Heffels. “Wat ik van veel paren hoor, is dat het alleen slapen lastig is. Het grote bed van degene die thuis alleen woont voelt leeg en het kleine bed in het verzorgingshuis voelt vreemd en eenzaam. Aangeraakt worden is een basisbehoefte. Als wij liefdevol worden aangeraakt, heeft dat aantoonbaar effect op onze stresshormonen die dalen en op ons knuffelhormoon, oxytocine, dat toeneemt.”

Voor jezelf blijven zorgen

Jan, partner van Dieuwertje (79), verhuisde in 2011 na een hersenbloeding naar een verzorgingshuis. Dieuwertje: “Ik ging elke dag naar hem toe en werd al snel vrijwilliger op zijn afdeling. Het gaf me houvast. Vaak ging ik pas na het avondeten weer naar huis. In het begin was het me nooit te veel, het was daar fijner dan thuis. Langzamerhand begonnen de dagelijkse bezoekjes me op te breken. Door het hersenletsel werd Jan vergeetachtiger en het gebeurde geregeld dat hij helemaal niet blij was als ik er was of alleen maar mopperde.”

“Mijn dochters overtuigden me dat ik echt meer ruimte voor mezelf mocht nemen. Ik vond dat moeilijk, het voelde alsof ik hem in de steek liet als ik niet dagelijks naar hem toeging. Toch heb ik naar mijn dochters geluisterd. Nu ga ik om de dag en staat mijn leven niet meer alleen in het teken van hem en zijn welzijn. Ik spreek af met een vriendin, mijn kleinkinderen komen langs of ik ga bij mijn dochters eten. Als ik de volgende dag naar Jan ga, ben ik weer opgeladen.”

Steun en aandacht

Het is belangrijk om ook voor jezelf te blijven zorgen, vindt Annette Heffels. “Als de gezonde partner steeds meer moet geven en minder kan krijgen van de zieke partner, omdat die daar niet meer toe in staat is, wordt het extra belangrijk anderen in te schakelen bij wie je terechtkunt voor steun en aandacht en met wie je leuke dingen kunt doen. Het schuldgevoel dat je mogelijk daarbij bekruipt omdat je partner daar geen deel van kan uitmaken, is begrijpelijk en misschien onvermijdelijk, maar ook zinloos. Want je partner heeft niets aan jouw schuldgevoel, maar profiteert wel mee als jij je gelukkig voelt.”

Veroordelen

“Dat geldt ook voor een eventuele nieuwe relatie in het leven van een van beide partners. Dat kan ook gevoelens van schuld of schaamte oproepen. Verliefdheid of sterke gehechtheid aan een medepatiënt in het verzorgingshuis komt af en toe voor en kan kwetsend zijn voor de partner die al zo lang, zo veel heeft opgeofferd. Vaker overkomt het de gezonde partner dat hij iemand leert kennen met wie hij (een deel van) zijn leven deelt. Soms zullen kinderen of familie dit veroordelen, maar gelukkig is er vaker ook begrip en blijdschap dat de ander niet alleen blijft. Uiteindelijk ben je je man of vrouw soms al heel lang kwijt, ook al leeft die nog.”

‘Ik hou van je’

Voor Dieuwertje is dat anders. “Door het hersenletsel is Jan een heel andere man geworden, maar dat lieve heeft hij nog steeds. ‘Ik hou van je’, zegt hij soms zomaar en dan kijkt hij net zo lief als vroeger. Dan moeten we allebei lachen. Op deze momenten voel ik weer even dat we bij elkaar horen. Ik mis de man die hij was ontzettend. Hij was heel ondernemend, we gingen overal naartoe en hij stelde mijn geluk voorop.”

“Laatst zei iemand goedbedoeld dat ik maar op zoek moet gaan naar een andere man. ‘Je bent zo’n leuke vrouw! Je verdient het om nog zo veel mooie dingen te doen met iemand samen.’ Maar ik peins er niet over. Jan en ik hadden een heel fijn leven en hij is altijd goed voor mij geweest. Ik hoor nog steeds bij hem en blijf hem trouw zolang we leven.”

Een beetje verliefd

En soms bloeit de liefde onverwachts ook in het verzorgingshuis op. “Een van onze bewoners lijkt een beetje verliefd op de buurvrouw”, vertelt verzorgende IG Milenka. Er worden stiekeme kusjes uitgedeeld op de gang. Een van hen is getrouwd. Haar man komt geregeld op bezoek, maar dat weet ze niet meer. We halen deze mensen met toestemming van de partner niet uit elkaar. Als ze samen zijn, zijn ze gelukkig en rustig. Wie zijn wij om dat van hen af te nemen?”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.   

Tekst | Annette Heffels, Caroline van Mourik
Beeld | Getty Images

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 48-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant