Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Ruth Jacott: ‘Het voelt wel heel fijn, 
dat niets meer per se moet’

ruth-jacott.jpg

Na haar zoals zij het zelf noemt zeven magere jaren, is Ruth Jacott nu weer helemaal terug. Fit en vol levenslust. Op de grens van het oude naar het nieuwe jaar, kijken we terug en vooruit met de zangeres.

Vroeger

“Negen jaar oud was ik, toen ik voor het eerst drie beeldschone, zwarte vrouwen zag zingen. Een en al glitter and glamour, geweldige choreografieën, prachtige stemmen, mooie kapsels. The Supremes. Ik wist niet wat me overkwam, echt, er was niks mooiers dan dat voor mij. Tot die tijd waren er alleen blanke rolmodellen – Shirley Maclaine, Liza Minelli – en ineens waren daar ook zwarte vrouwen tegen wie ik kon opkijken. Terugkijkend is mijn liefde voor de muziek en de showbizz 
allemaal met hen begonnen. Ik ben geboren in Suriname. Mijn ouders scheidden toen ik vier jaar was, daarna bleven mijn broertje, zus en ik bij mijn moeder. Omdat zij werk vond in Mungo, een plaats in district Marowijne ver buiten de stad, zorgden mijn opa en oma doordeweeks voor ons. En dan vooral mijn oma, want opa was nogal een stille, teruggetrokken man. Mijn oma zag ik als een tweede moeder. Ze was een heel bijzondere, lieve en zachtaardige vrouw. Behalve op ons drieën paste ze ook op mijn neefjes en nichtjes. We speelden altijd samen buiten, op het erf. Dat was onze kleine, veilige wereld. Het was toen normaal dat kinderen niet alleen werden opgevoed door de ouders maar door de hele familie, zelfs de buren konden je corrigeren als je iets stouts deed. Dat betrokkene, dat vind ik zo mooi. Ik heb heel warme herinneringen aan mijn vroegste jeugd in Suriname.
Mijn moeder hertrouwde met mijn stiefvader en toen ik negen was, verhuisden we naar Nederland. Oma en opa gingen ook mee. Nederland was een soort fantasieland dat ik onder andere kende uit de verhalen van Ot en Sien, die wij lazen op school. Het was winter toen we aankwamen, de sneeuw stond metershoog. Ik vond het maar koud. We gingen wonen in IJmuiden en ik maakte snel vriendjes. Ach, als kind pas je je zo makkelijk aan aan nieuwe 
omstandigheden. Het wás gewoon zo. 
Er waren niet veel zwarte mensen in IJmuiden in die tijd, maar we werden niet gek aangekeken. Mijn oma was graag 
gezien: iedereen respecteerde haar en als zij door de straat liep, groetten de mensen haar vrolijk. Ze overleed aan kanker toen ik vijftien was. Op het laatst was ze ontzettend mager geworden. Een beeld dat op mijn netvlies staat gebrand is dat oma, verzwakt en ziek, toch nog opstaat om een vrolijk dansje te maken, om ons, haar 
kinderen en kleinkinderen te plezieren. Het is een van mijn mooiste herinneringen aan haar. Terugkijkend denk ik weleens: ik had 
liever gehad dat ik pas op mijn achttiende naar Nederland was verhuisd. Want ik weet zo weinig van Suriname, heb alleen de ervaringen tot mijn negende. Gelukkig spreek ik de taal wel. Ik krijg heel vaak de vraag of ik me meer Nederlands of meer Surinaams voel. Maar ik kan niet kiezen. Als ik in Suriname kom, ben ik bij de 
landing al als een kind zo blij om terug te zijn. Maar ik ben hier in Nederland ook omarmd. Ik ben het dus beide. Een heel rijk gevoel. Als kind zong ik al, maar ik was heel 
verlegen. Op mijn veertiende haalde mijn oom, die in het bandje The Vips speelde, mij voor het eerst op het podium. Toen ik het applaus hoorde, wist ik: ja hoor, dit is het, dit moet ik gaan doen. Ik ben professioneel bezig sinds mijn zeventiende. Toen ik 25 was, kreeg ik een rol in de musical Cats. Ik was nog steeds erg schuchter in die tijd, maar daar móest ik wel uit mijn schulp kruipen. Vanaf dag één moesten we improviseren. Zaten we in een grote kring en moesten we bijvoorbeeld een krolse kat nadoen. Ik schaamde me rót, vond het verschrikkelijk. Na een week wilde ik al stoppen. Maar ik kreeg heel positieve feedback. En ik realiseerde me dat ik niet zo verlegen kon blijven als ik echt succesvol wilde zijn – en dat wilde ik. Ik moest mijn talent laten zien, nog dieper in mezelf graven. Bij de musical The night of the Cotton Club was er een heel kritische, Amerikaanse regisseur, een beul. Hij ging er met de zweep overheen, daagde iedereen uit nog beter te worden. Het werkte, hij wist er alles uit te halen bij me. Daar ben ik hem dankbaar voor. Ik vind zoiets veel fijner dan dat iedereen maar zegt hoe geweldig het is wat je doet, zelfs als dat helemaal niet zo is. Want dan kun je nooit peilen of je echt goed bezig bent. De entertainmentwereld kan hard zijn, mensen kunnen heel gemeen zijn om hun doel te bereiken. Daarom heb ik geleerd sterker te zijn, mijn mannetje te staan zodat niemand over me heen kan walsen. Maar ik kan nog steeds heel verlegen zijn hoor, vergis je niet. Die kant kennen 
alleen mijn goede vrienden en familie. 
En dat houd ik zo.”

Nu

“De laatste jaren heb ik veel pech gehad. Ik zeg weleens: het waren mijn zeven 
magere jaren. Tijdens de generale repetitie van mijn laatste show kukelde ik van het podium af en brak mijn voet. Anderhalf jaar geleden ben ik geopereerd aan mijn knie en daarvoor was ik al aan beide schouders geopereerd. Ik heb erg lang moeten revalideren. Zes jaar geleden ging mijn relatie uit na 22 jaar. Ik kon het niet geloven. De periode erna voelde als een rouwproces. Maar ik bleek sterker dan ik dacht en heb mezelf in die tijd echt overwonnen. Ik wil er 
verder niks over zeggen. Dat is geweest 
en ik zit nu in een heel andere fase. Want na die magere jaren heb ik voor mijn gevoel mijn leven weer op de rails. Ik ben er weer! En ik geniet. Elke dag kom ik tijd tekort, zo veel wil ik op een dag. Ik ben heel gretig, nog steeds. Dat heb ik van mijn moeder, dat is ook zo’n bezig bijtje. Op dit moment zit ik volop in de voorbereiding voor mijn nieuwe tour die eind 
januari van start gaat. Het wordt een 
intiem en tegelijkertijd uitbundig programma met Nederlandstalig repertoire. Ik sta te popelen om te beginnen.
In totaal ga ik zestig shows geven. Dat moet je niet onderschatten, dat is topsport. Ik word natuurlijk ook een dagje ouder dus ik moet er hard voor werken om dat voor elkaar te krijgen. Ik wil niet hijgend op het podium staan, maar als een veertje over die bühne zweven. Daarom ben ik minimaal drie keer in de week als een gek aan het trainen met een personal trainer. Vind ik niet erg, het is fijn om door iemand gestimuleerd te worden. En ik weet hoe blij ik straks ben als ik fit ben en er goed uitzie. Minder leuk vind ik het dat ik rekening moet houden met mijn dieet, want ik houd zo veel van eten. Mijn familie wordt er weleens gek van. Hebben we net gegeten, zeg ik een half uur later: ‘Wat zullen we nu gaan eten?’ (uitbundige lach) Eten loopt als een rode draad door mijn leven. Dat is geen geheim.
Hoe het met de liefde is? Ik zat al op die vraag te wachten, hij komt altijd. Maar daar praat ik niet over. Nee, ook niet of ik aan het daten ben. Ik kan wel zeggen dat Tinder absoluut niet mijn stijl is. Want vindt iemand mij dan leuk om mij of omdat het leuk is te kunnen zeggen dat je een keer seks hebt gehad met Ruth Jacott? Maar meer dan dit ga ik er niet over zeggen. Ik ben een happy vrijgezel en verre van eenzaam. Ik heb zo veel lieve vrienden en familie om me heen. Ik kan genieten van een huis vol mensen voor wie ik mag koken. Dat vind ik het mooiste wat er is. Zelf ben ik bewust niet aan kinderen begonnen. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Een kind opvoeden is de allermoeilijkste taak die er is. Een enorme verantwoordelijkheid. Veel ouders doen het fout en sommige doen het goed, maar krijgen later alsnog een trap na van hun kinderen. Mijn zus heeft twee kinderen en hen zie ik ook een beetje als mijn eigen kinderen. Een paar keer per jaar ga ik met een clubje jonge Surinaamse meiden, dochters van vrienden en familieleden, naar het theater. Ik ben zelf niet grootgebracht met theater en wil hun dat wel meegeven. Zodra je het theater instapt, beland je in een soort fantasiewereld, dat vind ik zo bijzonder. Daarom neem ik die meiden al sinds hun vierde mee – ze zijn nu tien. We genieten met z’n allen. De laatste keer gingen we naar de musical The lion king. Als ik die kraaloogjes zie stralen, ben ik gelukkig. Ik zit in verschillende vriendinnengroepen. De meeste van mijn vriendinnen zijn tussen de vijftig en 68, we hebben allemaal een berg bagage. Als ik met hen ben, wordt er gelachen, gehuild en gedanst. We gaan samen eten, bezoeken een voorstelling, enzovoorts. Ik kan daarentegen ook heel goed alleen zijn. Lekker alleen thuis, geen muziek, geen mensen. Zo laad ik me ook op. Een tijdje geleden bezocht ik regelmatig de kerk. Daar vond ik ook rust. Als de pastor preekte, leek het alsof zijn verhaal altijd over mij ging. Geweldig. Ik voelde me er ook goed bij om daar te komen. Ik kwam daar voor mezelf, het verhaal, voor inspiratie. Maar ik vind niet dat ik per se naar de kerk hoef te gaan om aan te geven dat ik gelovig ben. Ik ben ook niet het type dat elke dag bidt, maar ik geloof heel sterk dat er iets of iemand machtiger is dan wij.”

Interview: charlotte latten
Fotografie: nine ijff

Dit is een gedeelte uit het interview met Ruth Jacott. Het volledige interview lees je in Margriet 54-2016. Dit nummer nabestellen? Dat kan bij Tijdschrift365.nl of via Blendle.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant