null Beeld

Renée Fokker: ‘Ik moet er niet aan denken om samen te wonen’

Het was in alle opzichten een ‘anders dan anders’-jaar voor actrice Renée Fokker. Een jaar vol tegenslagen, maar ook mooie momenten en inzichten. “Wat ben ik een geluksvogel dat ik zo veel lieve mensen om me heen heb.”

‘Het is eindelijk mooi weer, dus laten we lekker ergens buiten afspreken,’ appt Renée als we het interview plannen. Een week later komt ze het terras op lopen. Korte broek aan, accu van haar elektrische fiets onder haar arm. Ze zit lekker in haar vel, zegt ze. Eíndelijk. Want ze heeft eigenlijk best een zware tijd achter de rug. Eind januari werd ze door een auto aangereden terwijl ze door de stad fietste en lag ze met twee gebroken polsen en een bont en blauw lichaam thuis op de bank. Daarna kreeg ze een heftige nierstenenaanval op de dag dat haar moeder overleed, en onlangs moest een kies worden getrokken.

“Tja, je ligt in de lappenmand, of niet. Jarenlang gaat het wat betreft gezondheid goed, en dan krijg je ineens alles achter elkaar. Als je het zo opdreunt voel ik me net een oude vrouw, maar het gaat juist heel goed met mij.”

Ben jij iemand die een innerlijke rust heeft om met tegenslag om te gaan?

“Ik maak me niet snel druk. Ik ben misschien eerder praktisch dan paniekerig. Dat is ook wel een beetje mijn leefstijl. Ik meander eerder door het leven dan dat ik jaren vooruit plan. Ik heb namelijk al vroeg geleerd dat het leven niet te plannen is. In die zin hebben we geen controle over ons leven, al denken we dat vaak wel. Ik was zeventien toen ik door een dronken automobilist werd geschept. Ik lag helemaal in de kreukels, ik had onder meer een verbrijzelde schedel, en heb een jaar in het ziekenhuis gelegen. Dat was niet het leven dat ik had gepland. Ik zou naar Amsterdam gaan, naar de Toneelschool, in plaats daarvan werd ik aangereden. Dat jaar heb ik veel geleerd, maar vooral geleerd dat het beter is om dingen los te laten.

Ik kan me heel druk maken om wat me overkomt, of denken: het is wat het is. Daarin zit denk ik die rust. Het is fijn om je te realiseren dat je niet alles in de hand kunt hebben.” (lachend) “Maar ik kan ook een obsessive mind hebben, hoor. Toen mijn kies onlangs was getrokken, dacht ik heel obsessief dat de boel zou gaan ontsteken. En dan de hele tijd maar op die wang drukken om te voelen of de pijn erger wordt.”

Hoe was dat toen je met beide armen in het gips zat, denk je dan ook: ik laat het maar op me afkomen?

“Ik moest wel! Want ik kon helemaal niks, niet eens zelf naar de wc gaan. Wat ik overigens wel heb gedaan, want ik vond het zó raar om daar hulp bij te vragen. Dus rommelde ik zelf maar wat en had een stok om mijn broek naar beneden te duwen. Het was gek genoeg ook een ontzettende leuke tijd. Mijn nichtje kwam de eerste dagen langs om te helpen en die heeft een schema op de ijskast gehangen waarop iedereen kon intekenen. En dat liep als een gek vol. Mijn kinderen, vriendinnen, Wie is de mol?-kandidaten, mensen van het productieteam, collega’s, vrienden die ik heel lang niet had gezien; iedereen wilde helpen. Mijn haar werd gewassen, er werden boodschappen gedaan, gekookt, mijn huis opgeruimd.

Zes weken lang had ik elke dag twee of drie mensen over de vloer die me hielpen en met wie ik ook kon bijpraten. Ik ben in die periode als een gek aangekomen, want iedereen kwam met eten aanzetten. Ik ben niet snel iemand die om hulp vraagt, maar ik vond dit hartverwarmend. Hoe vaak ik in die weken niet heb gedacht: god, wat ben ik een geluksvogel dat ik zo veel lieve mensen om me heen heb.”

In die periode overleed ook je moeder.

null Beeld

“De dag dat ze overleed, lag ik in het ziekenhuis met een heel heftige nierstenenaanval. En dus met die twee armen in het gips. Het is dat ik het zelf heb meegemaakt, anders zou je bijna niet geloven hoeveel pech iemand kan hebben.”

Heb je wel goed afscheid kunnen nemen van je moeder?

“Toevallig was ik twee dagen daarvoor nog met mijn zusje bij haar geweest. Ze was toen al ver weg, maar ik heb nog wel tegen haar kunnen zeggen dat het goed is, en dat ik van haar hou. Mijn moeder is 94 geworden en eigenlijk heel langzaam het leven uit gegleden. Ze had ouderdomsdementie, ze was dus vergeetachtig, maar haar kinderen herkende ze altijd. Soms veranderen mensen als ze dement worden, maar mijn moeder is altijd haar vrolijke, blije zelf gebleven. Ze noemde zichzelf altijd een vlinder, ze kon ook op een bepaalde manier door het leven fladderen. Op haar 86ste heeft ze nog een tatoeage van een vlinder op haar arm laten zetten. Dat was mijn moeder ten voeten uit. Haar kleinkinderen lieten in die periode tatoeages zetten en toen zei zij: ‘Nou, dan neem ik er ook een!’”

Lijk je op haar?

“Mijn moeder hield van mensen om zich heen, dat herken ik wel. En ze had iets ondeugends, daarin lijk ik ook op haar. Ik ben niet zo van de gevestigde orde, of bijvoorbeeld dingen laten omdat je er te oud voor zou zijn. Nu kan het niet, maar ik ga graag een avond stappen, of doorzakken. Mijn kinderen hebben leuke vrienden en dan ga ik gewoon met hen mee op stap. Ik vind het ook heerlijk om alleen op reis te gaan. Vier jaar geleden heb ik de Camino de Santiago gelopen, maar ik ga ook gerust een paar weken alleen naar Cuba, of naar familie in Mexico.

Ik lijk, nu ik er over nadenk, ook wel op mijn vader. Hij was architect en een sociale man. Hij kon mensen goed aan zich binden, ik kan dat ook. Ik kom uit een creatief gezin. Mijn moeder kon prachtig schilderen. En er waren altijd feestjes en huiskamerconcerten bij ons thuis. Dat kon, want we woonden in een groot huis, dat mijn vader zelf had ontworpen."

Filmhuis in de kelder

"Toen ik een jaar of acht was, hadden we een filmhuis in de kelder. De hele familie hielp mee, ik zat achter de kassa. Het waren de jaren zeventig, mijn oudere broers en zussen waren hippies en mijn ouders zijn daar eigenlijk in mee gegroeid. We kregen als kinderen veel vrijheid, alles kon. De grootste les die mijn ouders me leerden was dat als je gelukkig wilt zijn, je iets moet doen waar je van houdt. Dat klinkt voor de hand liggend, maar veel mensen doen wat ze denken wat er van hen wordt verwacht en niet per se dat waar ze

blij van worden. Die les vonden ze belangrijk omdat ze zelf hebben ervaren hoe moeilijk het is om precies datgene te doen waar je blij van wordt. Want dat betekent soms ook moeilijke keuzes maken. Ik denk bijvoorbeeld dat als mijn moeder geen acht kinderen had gehad ze actrice was geworden.”

En jij hebt haar droom verwezenlijkt.

“Misschien wel. Mijn moeder hield van verkleden, optreden en zingen. Ze kende heel veel rijmpjes en gedichten uit haar hoofd. Ze kwam uit Limburg en droeg vaak Limburgse gedichten voor. Mijn moeder vond het leuk dat ik naar de Toneelschool ging, maar ze was niet expliciet heel trots. Voor mijn ouders waren alle kinderen, ik heb zeven broers en zussen, even belangrijk. Ze waren ook altijd heel kritisch als ze naar een toneelstuk of film kwamen kijken. Mijn vader ging dan over de inhoud praten, terwijl ik gewoon wilde horen dat ik het goed had gedaan. Dat doe ik met mijn kinderen anders.

Ik benadruk de hele tijd hoe trots ik op hen ben. En dat wat ze doen, ze heel goed doen. Toen we het huis van mijn moeder gingen opruimen, vond ik een map met allemaal artikelen over mij en interviews die ik had gegeven. Ik wist helemaal niet dat ze die had verzameld. Het ontroerde me enorm, die map vol knipsels. Het was alsof ze daarmee alsnog zei dat ze trots op me was.”

Is dat nog een vreemd gevoel als je dan ineens geen ouders meer hebt?

“Het is eigenlijk net als de geboorte van een kind, je leeft ernaartoe en je weet dat het gaat gebeuren. Mijn vader is al lang geleden overleden. We hebben van beiden heel mooi afscheid genomen. Het is heel bevredigend als je dat goed kunt doen. Met mijn vader heb ik voor zijn dood nog mooie gesprekken gehad over het leven en kunnen vragen hoe hij over de dood dacht. Hij zei dat hij een prachtig leven had gehad en ik weet nog dat ik dat mooi vond om te horen. Hij zei ook: ‘Zorg dat je de dingen doet waar je gelukkig van wordt en geef dat ook weer door.’”

Heb jij dat doorgegeven aan jouw kinderen?

“Ik denk het wel. Ik hoop het in elk geval. Daan is 28 en werkt als makelaar, Esah is 23 en studeert. Ze zijn nog jong en moeten op een bepaalde manier hun weg nog vinden, maar ik heb wel het idee dat ze hun hart volgen.”

Vonden ze het leuk dat jij afgelopen seizoen de mol in Wie is de mol? was?

“Ja, want ze kennen het programma. We hebben ook vaak samen gekeken. Ik bleef natuurlijk maar in het spel en elke keer vroegen ze of ik de mol was. Dat vond ik het moeilijkste van alles, dat ik tegen mijn kinderen niks kon zeggen.”

Helpt het dan dat je acteur bent?

“Niet als ik bij mijn kinderen ben, want ik ben gewoon hun moeder. Maar in het spel zelf wel. Ik ben kandidaat gaan spelen, dat was mijn rol. Ik zei dan wie ik verdacht vond, of wat ik raar aan het spel vond. Dat was wel een fijne mindset, waardoor ik meer in het spel kwam. Ik vind het overigens wel leuk dat ik de oudste mol ooit was.”

Omdat je wilt laten zien dat het leven niet voorbij is op je zestigste?

“Misschien onbewust wel. Al ben ik niet zo bezig met mijn leeftijd. Het klinkt misschien heel gek, maar in mijn hoofd blijf ik dat verlegen meisje van zeven uit Nijmegen. Als iemand vraagt hoe oud ik ben en ik hoor mezelf zestig zeggen, denk ik: huh, echt? Ik ken mensen van mijn leeftijd die het al rustiger aan gaan doen. Dat doe ik absoluut niet. Laatst was er muziek in het park en stond ik tussen allemaal mensen salsa te dansen. Op een gegeven moment dacht ik: wat doe ik hier tussen al die jonge mensen? En tegelijkertijd mag ik dat niet van mezelf denken, want hoe leuk is het om te kunnen dansen in het park?”

Hoe was voor jou het afgelopen jaar?

“Mijn werk viel stil, ik had ineens heel veel tijd. Op een andere manier werd mijn creativiteit aangeboord. Ik ben bijvoorbeeld veel gaan tekenen met houtskool. En ik heb ook wel gedacht: wat als er geen werk meer komt, want dat kan natuurlijk ook. Al heb ik wel weer zicht op een film en een theatervoorstelling waarin ik ga spelen.”

null Beeld

Heb je een antwoord op die vraag, wat als er geen werk meer is?

“Als ik iets nieuws zou moeten gaan doen, dan lijkt het me leuk om de kant van coaching op te gaan. Ik vind zoiets als familieopstellingen ontzettend interessant. Ik ben heel sensitief en voel vaak bij mensen wat er aan de hand is. Dat ze bijvoorbeeld moeilijk verbinding kunnen maken, of wegrennen voor iets. Er zijn natuurlijk duizenden coaches in dit land, maar ik denk dat ik wel wat in die richting te bieden heb.”

Ook daarin ben je pragmatisch: als het een niet lukt, doe ik het ander. Geldt dat ook voor de liefde?

“Laat ik het wat liefde betreft algemeen houden, want over mijn privéleven is al zo veel geschreven. Het is ook ingewikkeld en ik stoot er mensen mee tegen het hoofd. Dat wil ik niet meer. Ik ben niet meer samen met de vader van mijn kinderen, maar heb wel heel goed contact met hem. En verder… Weet je, ik ben niet van plan om alleen oud te worden, dat wil ik echt niet, maar ik zou er nu ook niet aan moeten denken om met iemand samen te wonen.

Dat ik nu alleen ben, is voor mij ook een ontdekking. Niet alleen in de zin van wie ik ben en wat ik wil, maar dat ik ook best veel zelf kan. Dingen die ik eerder eng vond, of waarvan ik dacht dat ik ze niet kon, lukken nu gewoon. En dat zijn helemaal geen levensgrote dingen, maar zelf kunnen beslissen hoe je je leven vormgeeft. Het gesprek aangaan met jezelf als het ware. Dat is eigenlijk heel mooi, het brengt me nog dichter bij wie ik ben.”

null Beeld

Margriet 33 ligt nu in de winkel! Met in dit nummer: álles over alleen op vakantie gaan, je decolleté in de spotlights, hoe gelukkig zijn we nu, dit bijzondere interview met Renée Fokker en nog véél meer. Haal het nummer snel in huis of bestel ‘m online zonder verzendkosten.

Redactie Margriet

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden