Persoonlijk

Relatietherapie: ‘Het liefst wil hij me in een tehuis hebben’

relatietherapie-het-liefst-wil-hij-me-in-een-tehuis-hebben.jpg

Het huwelijk van Joost (68) en Paulien (69) was al niet goed, maar sinds Pauliens gedrag is veranderd na een ongeluk, lopen de frustraties op.

Uit de praktijk van psycholoog en relatietherapeut Annette Heffels

Joost: “Laatst werd ik zó boos op Paulien dat ik haar hard heb vastgepakt en door elkaar heb geschud. Ik ben daar vreselijk van geschrokken. Naderhand zag ik dat ze blauwe plekken op haar arm had. De bange blik waarmee ze me aankeek, zal ik nooit vergeten. Maar ze had me zó het bloed onder mijn nagels vandaan gehaald, dat ik mezelf niet meer in de hand had. Ik heb dat tegen niemand verteld, alleen tegen de huisarts en die heeft me doorgestuurd naar jou, omdat jij ons al kende van de therapie van vijftien jaar geleden.”

Spanning en irritatie

“We hadden toen ook een moeilijke tijd. Emma was toen net het huis uit en er was tussen ons zó veel spanning en irritatie dat ik me serieus afvroeg of ik zo wel verder wilde. We hebben het daar toen over gehad in de therapie en het is daarna ook wel een tijdje beter gegaan, maar nooit echt goed. Paulien wilde geen scheiding en heeft daarbij ook Emma ingezet; die mij smeekte om niet te gaan scheiden.”

“Ik had niet verwacht dat mijn dochter het daar zo moeilijk mee zou hebben. Ik dacht altijd dat het belangrijk was om bij elkaar te blijven zolang zij thuis woonde. Maar toen het na de therapie wat beter ging, in de zin dat er minder ruzies waren en we beiden wat meer ons eigen leven leidden, dacht ik: er is overal wel wat. Misschien verwacht ik te veel.”

‘Het valt me zwaar om met haar te leven’

“Nu denk ik: ik had toen de scheiding moeten doorzetten, want nu kan het niet meer. Ik kan Paulien niet in de steek laten, ook al valt het me steeds zwaarder om met haar te leven. Ik weet dat ze er niet veel aan kan doen en dat het door haar ongeluk komt dat ze zo is geworden. Haar hersenen zijn beschadigd en dat heeft ervoor gezorgd dat ze lichamelijk minder kan én dat haar karakter is veranderd. In het begin viel dat niet zo op, omdat zij altijd al kritisch en snel geïrriteerd kon zijn, vooral naar mij.”

Onrustig en ongeduldig

“En ik ben zelf natuurlijk ook niet altijd even aardig. Maar ik merk nu dat de eigenschappen in haar die ik altijd al moeilijk vond heel erg zijn versterkt. Ze kan enorm tegen me uitvallen, echt op een denigrerende manier. Ze scheldt me soms zó grof uit. Vlak daarna is ze het vergeten en maakt ze me uit voor leugenaar als ik erop terugkom. Ze is ook vaak onrustig en ongeduldig. Ze wil dan van alles, bijvoorbeeld naar buiten en vervolgens moeten we weer meteen naar huis. Dit gedrag vertoont ze vooral tegenover mij. Als Emma komt met haar gezin lijkt het alsof ze zich gedurende dat bezoek goed houdt. Voor mij wil ze die moeite kennelijk niet doen.”

Twee handen op een buik

Paulien heeft het verhaal van Joost aangehoord en is ergens halverwege begonnen met huilen. Ze kan daar bijna niet meer mee stoppen. Tussendoor probeert ze te zoeken naar woorden, maar komt daar niet echt uit. Uiteindelijk, na tissues, een kop thee en de verzekering dat we alle tijd hebben, zegt ze: “Ik weet dat hij van me af wil. Het liefst wil hij me in een tehuis zetten, zodat hij geen last meer van me heeft. Iedereen zegt maar steeds tegen me dat hij zo goed voor me zorgt en zo lief voor me is, maar ze weten niet wat er bij ons thuis gebeurt.”

“Hij slaat mij en hij rammelt me door elkaar als ik niet snel genoeg doe wat hij zegt. Ik heb het mijn dochter verteld, maar zij gelooft me niet. Ze heeft natuurlijk het verhaal van haar vader gehoord en hij doet net of ik gek ben en of het allemaal aan mij ligt. Emma en hij zijn altijd al twee handen op een buik geweest. Als ze ruzie met mij had, ging ze altijd naar haar vader, want hij vond alles goed en ik was dan steeds degene die zeurde of moeilijk deed.”

‘Hij praat slecht over mij’

“Natuurlijk ben ik nog niet helemaal hersteld van dat ongeluk. Ik beweeg me moeilijker, voel me soms onzeker en draaierig en heb minder kracht. Dus er zijn veel dingen waar ik hulp bij nodig heb. Ik kan niet in mijn eentje een stuk gaan lopen of met de auto ergens heen. Boodschappen moeten we samen doen. Natuurlijk snap ik dat Joost daar niet altijd zin in heeft. Dat maakt hij me ook heel duidelijk. Hij praat ook slecht over mij tegen andere mensen. Net zoals hij zojuist hier tegen jou deed. Hij kan zich niet voorstellen hoe het voor mij is om allerlei dingen niet meer te kunnen.”

“Ik ben snel moe en kan me slecht concentreren. Lezen of tv-kijken houd ik maar even vol. Ik had een actief leven met vriendinnen en vrijwilligerswerk. Ik verveelde me nooit. Maar als er zoiets gebeurt, merk je dat je eigenlijk maar weinig echte vrienden hebt. Ik zie nooit meer iemand. Dan is het toch niet zo gek dat ik me vaak depressief voel en weleens gefrustreerd reageer? Dat zou hij ook hebben.”

‘Ik had beter dood kunnen gaan na dat ongeluk’

“Ik heb tegen Joost gezegd: ‘Als het omgekeerd zou zijn, als jij dit had gehad, dan zou ik er echt alles aan doen om het voor jou zo makkelijk mogelijk te maken. Doordat hij me laat voelen dat ik zijn leven verpest, denk ik vaak: ik had beter dood kunnen gaan na dat ongeluk. Dat zou voor iedereen beter zijn geweest, want wat voor nut heeft mijn leven op deze manier nog?”

Verschillende verwachtingen

Ik herinner me de gesprekken met Joost en Paulien indertijd nog heel goed. Het was geen gemakkelijke therapie en het was ook niet zo dat ze gelukkig en tevreden vertrokken na die gesprekken. Het patroon tussen hen verliep toen ook al zo dat Paulien Joost verweet dat hij tekortschoot als partner en vader, waarna hij zich boos verdedigde tot beiden zich na zo’n ruzie zwijgend terugtrokken. Dat zwijgen werd vaak via hun dochter opgelost. Beiden spraken tegen haar en daardoor na verloop van tijd ook weer tegen elkaar.

De uitkomst van de therapie was dat ze elkaar niet alleen bestookten met kritiek, maar dat ze in plaats daarvan probeerden te zeggen en begrijpen wat ze nodig hadden van elkaar. Dat lukte soms, maar vaak ook niet. Duidelijk was dat ze totaal verschillende verwachtingen hadden van een relatie en van elkaar en dat ze die verschillen moesten accepteren als ze bij elkaar wilden blijven.

Blijvende schade

Door het uit huis gaan van hun dochter en later door het ernstige auto-ongeluk van Paulien werd het broze evenwicht tussen hen weer verstoord. Op fysiek gebied zijn er restklachten. Belangrijker echter is dat Paulien ook emotioneel, cognitief en gedragsmatig blijvende schade heeft opgelopen. Ze is driftiger en impulsiever, kan zich moeilijk concentreren, heeft problemen met haar geheugen en heeft er last van als plannen worden gewijzigd. Ook is het lastiger voor haar om zich verbaal goed uit te drukken.

Als paren vóór een dergelijke dramatische verandering in hun leven een goede relatie hadden, is het makkelijker voor de gezonde partner om de liefde, het geduld en het begrip op te brengen om voor de ander te zorgen. Joost en Pauline hadden echter niet zo veel relatiecredit opgebouwd, dus valt de zorg Joost zwaar. Hij wil Paulien niet in de steek laten, maar heeft wel meer ruimte voor zichzelf nodig om dit te kunnen volhouden. Hij begrijpt dat Paulien het niet altijd kan helpen als ze lelijk tegen hem doet, maar het doet toch pijn.

Dagopvang

We spreken af dat hij dat zegt op de momenten dat het gebeurt, en dat hij dan even wegloopt om zich te herstellen. Daarnaast raad ik hem aan om met Emma, die twee uur rijden ver woont, en met een aantal vrienden en familie te overleggen of zij op regelmatige basis Paulien kunnen ophalen om iets met haar te ondernemen. Er is een netwerk nodig om te helpen.

Ten slotte overleg ik met de huisarts of Paulien een dag per week naar een dagopvang kan waar ze met mensen kan praten, die net als zijzelf moeten leven met uitval van bepaalde functies, met lichte dementie of met lichte psychiatrische problemen. In dat centrum, waar ze aanvankelijk onder ernstig protest naartoe gaat, wordt ze liefdevol opgevangen en ontdekt zij dat ze plezier heeft in de schilderlessen die ze daar kan volgen. Zo kan Joost zich gedurende een dag en twee keer per week een dagdeel bezighouden met dingen die hij graag doet. Het helpt een beetje.

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd.

Tekst | Annette Heffels
Beeld | iStock

Annette Heffels

Annette Heffels is psychologe. Ze is getrouwd en heeft een zoon, twee dochters en een kleinkind.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant