Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Esthers dochter kampt met een reactieve hechtingsstoornis

reactieve-hechtingsstoornis-margriet.jpg

Jade, de dochter van Esther Groenewegen (50) sprak jarenlang amper, wilde niet worden aangeraakt en had gedragsproblemen. Ze bleek een reactieve hechtingsstoornis te hebben. Uiteindelijk wist Esther alsnog een band met haar op te bouwen.

Ze vertelt over de moeilijke, maar inspirerende, weg die zij met haar gezin heeft moeten afleggen.

Twee gezichten

“Als baby liet Jade al opmerkelijk gedrag zien. Ze had als het ware twee gezichten. Zo kon ze bijvoorbeeld in een restaurant mensen lang aanstaren. Ze keek hen dan recht in de ogen aan. De mensen in kwestie vonden het geweldig: ‘Wat een leuk kind! Kijk nou hoe ze kijkt.’ Aan de andere kant kreeg ík niet echt contact met haar. Zo kon ik haar niet aanraken. Althans, niet zoals een moeder dat normaal bij haar baby doet. Als je je kind vastpakt, heb je een soort van versmelting. Jade en ik hadden dat niet. Het ging altijd onhandig. Alsof ze liever niet had dat ik haar vasthield.

Toen ze groter werd, hield Jade altijd haar beentjes stijf naar voren in plaats van deze om me heen te slaan, als ik haar op mijn heup droeg. Ook zat ze niet vol overgave bij mij op schoot. Met haar knuffelen was helemáál uit den boze. Ik had geen vergelijkingsmateriaal en vroeg me af of het misschien aan mij lag: was ik niet leuk genoeg? Natuurlijk hield ik zielsveel van Jade, maar altijd als ik naar haar keek, dacht ik: wat is er nou aan de hand? Ligt het aan mij of ontbreekt er iets bij háár? Dat onderbuikgevoel was moeilijk, omdat ik het niet kon plaatsen.”

Drank, drugs en geweld

“Voordat ik Jade kreeg, woonde ik tien jaar in Amerika. Ik had daar een succesvolle modellencarrière, werkte voor Ford Models. Vanaf mijn zeventiende deed ik al modellenwerk, dus toen ik richting de dertig ging, kende ik het trucje wel. Ik besloot terug te gaan naar Nederland waar ik de opleiding Natuurgeneeskunde begon. Hier werd ik verliefd op een Indiase man. Al snel trouwden we en kregen we Jade. Mijn man bleek verslaafd aan drank en drugs. En hij was agressief. Hij mishandelde mij, ook tijdens de zwangerschap. Kort na de geboorte van Jade ben ik bij hem weggegaan. Mijn zwangerschap was dus niet bepaald een roze wolk. Ik had negen maanden lang veel stress door mijn toenmalige man.

Ook al waren we weg bij mijn ex, het gedrag van Jade werd steeds eigenaardiger. In de nabijheid van oudere mensen kreeg ze een soort grenzeloosheid: ze ging bij vreemden op schoot zitten en zei dat ze hen lief vond. Heel schattig, zou je zeggen, maar het vervelende voor mij was dat ze al míjn toenaderingen afwees. Jade kwam wel op schoot zitten als ik dat vroeg, maar haar beentjes bleef ze vooruitsteken. Dat ik mijn dochter bijna niet kon aanraken en dat ze niet liefdevol tegen mij deed, was het meest afschuwelijke gevoel dat je maar kunt bedenken. Het was een bal van emoties: wanhoop, boosheid, verdriet en eenzaamheid. Als ik dit zo uitspreek, krijg ik weer een brok in mijn keel.

Steeds erger

Bijna drie jaar heb ik met Jade alleen gewoond. We woonden in een eengezinswoning, dicht bij mijn vader met wie ik een erg goede band had (hij is vier jaar geleden overleden). Ik had goede vrienden in de buurt en werkte weer als model. Na drie jaar ontmoette ik mijn huidige man. Een jaar later trokken Jade en ik bij hem in Laren in en zes maanden later, nadat onze zoon was geboren, verhuisden we met het hele gezin naar Rotterdam. Ondertussen zag ik Jade afglijden. Ze was al ongrijpbaar en kwetsbaar, maar dat leek erger te worden. Ik kan het niet goed omschrijven. Je zag geen expressie meer in haar gezicht. Alsof ze een lege huls was waarmee je geen contact kon maken.”

Geen aansluiting

“Kijk, ik ben natuurlijk een soort paradox voor haar. Door mij heeft Jade, onbewust, die onveiligheid in de baarmoeder en daarbuiten meegemaakt. En toen we in wat rustiger vaarwater zaten, kwam er ook nog een nieuwe papa. In groep 1 was Jade voor de juf een lastig kind: informatie beklijfde niet. Regels, liedjes, taakjes… Het lukte allemaal niet. Ze kon ook geen aansluiting vinden bij andere kinderen. Jade werd door alles en iedereen verstoten. Twee jaar zat ze op regulier onderwijs en al die tijd had ze nul speeldates en werd ze ook nooit uitgenodigd voor een kinderfeestje.

Als ik één ding heb geleerd van het schoolplein, is het dat je met andere ouders nauwelijks aanspraak hebt als je kind niet goed ligt bij andere kinderen. Dus stond ik twee jaar lang alleen op het schoolplein. Vaak met een zonnebril op. Elke dag huilde ik. Ik voelde me falen in het moederschap: was dit waar ik zo naar verlangde toen ik kinderen wilde? Had ik een kind gekregen dat niet van mij hield? Waar ging het mis? Ik voelde me machteloos. Wat ik ook probeerde, niks leek te helpen om een gezonde band met haar op te bouwen.”

De ommekeer

“Het voordeel van een stad als Rotterdam was dat er veel opties waren voor Jade. Uiteindelijk kwamen we terecht bij een instelling – een dagbehandeling – die het met haar wilde proberen. De psychologen daar vertelden me na wat onderzoeken dat Jade een reactieve hechtingsstoornis had. Ik dacht: een wát? Ga je mij nu vertellen dat het mijn schuld is dat zij deze stoornis heeft ontwikkeld? Woedend was ik. Het was natuurlijk niet wat ze zeiden, maar het vóélde wel zo.

Toch was ik wel blij dat ze een plekje hadden waar ze dagelijks naartoe kon. Waar ze veilig was en niet kon worden geplaagd door andere kinderen. Toen ik meer over de stoornis te weten kwam, kon ik de diagnose gaan accepteren. Maar daar heb ik echt wel een paar jaar over gedaan.

Reactieve hechtingsstoornis

Een reactieve hechtingsstoornis is een psychische aandoening. De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren. Kinderen die aan een reactieve hechtingsstoornis lijden, slagen er niet in om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders, of anderen die voor hen zorgen. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing (affectief, emotioneel of onthouden van fysieke basisbehoeften) of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind onvoldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen, bijvoorbeeld als het geregeld andere verzorgers krijgt.

Onveilige buitenwereld

In de jaren dat Jade mijn aanraking niet wilde, maar wel de aandacht van vreemden opzocht, dacht ik steeds: ze vindt me niet leuk. Dankzij die diagnose wist ik dat ze mijn liefde niet kon ontvangen, omdat ze een vroegkinderlijk trauma heeft meegemaakt. Dit tegenstrijdige gedrag is een van de belangrijkste symptomen bij een hechtingsstoornis. Dat maakt het ook zo moeilijk voor de hulpverlening: de kinderen zijn bij buitenstaanders vaak een engel, zeker de eerste weken. Ze kijken diegene in de ogen, geven een complimentje over zijn of haar kleding en pakken die persoon helemaal in. Dat komt, omdat ze voorgeprogrammeerd zijn op de onveilige buitenwereld. Die maken ze op die manier veilig voor zichzelf.

De buitenwereld denkt dus: wat heb jij een lief, leuk en charmant kind. Maar tegen jou als ouder doet je kind heel anders. Ik had een kind dat ik niet kon aanraken, dat ik nergens mee naartoe kon nemen, dat gekke dingen deed en constant in de overlevingsmodus stond. Haar traumagedrag had invloed op alles. Ze wilde niet eten, zich niet aankleden en praatte amper. Gebruikte spraak alleen om een behoefte te bevredigen: ‘Mag ik wat drinken?’ of: ‘Jij bent stom.’

Therapie

De therapie die Jade toen ze zes was in Rotterdam ging volgen, was serieus. Het was niet meer de bedoeling dat ik de wereld over zou vliegen. We moesten dit samen aangaan. Mijn man zei: ‘Dit meisje heeft er niet om gevraagd. Dit wordt jouw missie. Ga haar helpen.’ Dat was de ommekeer. Toen ben ik mijn eigen pad gaan bewandelen. Omdat mijn man een eigen zaak had, kon ik stoppen met modellenwerk. Ik was daarin bevoorrecht, maar moest ook het leukste beroep van de wereld vaarwel zeggen. En of dat nou wel of niet goed is, je ontleent toch een deel van je identiteit aan je baan.

Het klinkt misschien hard, maar ik vond het moeilijk om mijn droombaan los te laten voor een dochter die amper met me praatte, niet met me knuffelde en van wie ik geen liefde ontving.”

Stapjes maken

“Op een gegeven moment ben ik alles gaan lezen over trauma, opvoeden en hechtingsproblematiek. Eerst Nederlandse, daarna Amerikaanse boeken. En ik zocht traumatherapie voor Jade. Pakte alles aan: van EMDR– tot somatische therapie. Alle therapieën heb ik vóór en mét haar gedaan. Eerst in Nederland. Tot ik erachter kwam dat ze in Amerika veel verder waren op dit gebied. Een aantal keer zijn we met het hele gezin naar een ‘Healing Heart Camp’ in de Verenigde Staten gegaan, de eerste keer was Jade zestien. Je krijgt daar alles aangereikt: traumataal, trauma sensitieve-methodes, noem maar op. De focus ligt op dingen samen doen. Samen zijn, samen spelen, samen plezier maken. Spelletjes doen, wandelen, samen een boek lezen.

De heling zit in het herstellen van de hechting tussen de ouders/verzorgers en het kind. En deze heelt als je positieve ervaringen hebt en tijd met elkaar doorbrengt. Daar gebeurde een soort wonder. Binnen een paar dagen was het contact met onze dochter al sterk verbeterd. En wij konden het gedrag van onze dochter veel beter begeleiden, zonder zelf uit balans te raken. We hadden weer plezier met elkaar en konden samen leuke dingen doen, zonder dat de diagnose het weer verpestte.

Als hechten niet vanzelf gaat

We zijn als gezin zó anders teruggekomen. Vervolgens ben ik intens aan de slag gegaan met alles wat ik had geleerd. Ik wist: dit zijn tools waarmee je trauma in een brein kunt helen. Het tegenstrijdige in die periode was dat ik Jade zag verbeteren, maar dat ik me ontzettend eenzaam voelde. Juist omdat ik in die lastige begintijd met Jade nauwelijks tot geen empathie van de buitenwereld heb gevoeld. Vrienden en kennissen dachten namelijk: wat een lief, leuk kind. En zagen niet hoe hard wij, en ik in het bijzonder, thuis aan het strijden waren. Omdat ik op zoek was naar ouders die deze problemen herkenden, ben ik mijn blog Als hechten niet vanzelf gaat begonnen. Ik wilde zó graag ook Nederlandse ouders van getraumatiseerde kinderen ontmoeten.

In no-time bouwde ik een community op, waardoor ik me veel minder eenzaam voelde. Vervolgens maakte ik een Facebookpagina waarop ik al snel een paar honderd volgers kreeg. Inmiddels zijn het er zo’n duizend én heb ik een mailinglist van vijfduizend mensen.”

Uitdagingen

“Ik weet nog dat een psychiater van de dagbehandeling tegen me zei: ‘Jade gaat nooit op een gewone school terechtkomen, ze zal nooit normaal werk kunnen doen en je zult nooit met haar op reis kunnen.’ Als je dan nu kijkt, barst ik uit elkaar van trots: Jade is twintig en heeft een bijbaantje bij de Hema, waar ze dol op haar zijn. Ze heeft vmbo-eindexamen gedaan en gaat een vervolgopleiding doen. Ze heeft zelfs voorzichtig vriendschappen opgebouwd.

Natuurlijk heeft ze nog uitdagingen: op bepaalde vlakken heeft ze enorme achterstanden, Jades kalenderleeftijd is twintig, maar emotioneel is ze vijftien. Ook verbaal heeft ze wat in te halen. Als je de eerste tien jaar van je leven amper hebt gesproken, ga je eerst praten, dan vertellen en daarna invoelend praten, inhaken op iemand anders. Zo zie je haar langzaam stapjes maken. Ik ben zo trots op wat we als gezin allemaal hebben bereikt met Jade. Wie had dat vijftien jaar geleden ooit kunnen denken?”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Thea Tijssen
Beeld | Mariel Kolmschot

Reactieve hechtingsstoornis Margriet


Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-39. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook interessant