Persoonlijk

Lezeres Apolinaria (56) over racisme: ‘Verandering begint met bewustwording’

lezeres-apolinaria-56-over-racisme-verandering-begint-met-bewustwording.jpg

Het debat rond racisme is ons land in volle gang. Maar hoe worden vrouwen in het dagelijks leven geconfronteerd met vooroordelen en racisme? Lezeres Apolinaria Almeida (56) vertelt haar verhaal.

Apolinaria is geboren in Kaapverdië en woont sinds haar tiende in Nederland. Ze werkt als verpleegkundige. Uit een relatie met een Nederlandse man heeft zij twee kinderen én twee kleinkinderen.

Eerste ervaring

“De eerste keer dat ik met een vorm van racisme werd geconfronteerd, weet ik nog goed. Dat was eind jaren zeventig en ik was een tiener. In de bioscoop was de miniserie Roots te zien, die gaat over Kunta Kinte, een man die uit Gambia wordt meegenomen om in de Verenigde Staten als slaaf te worden verkocht, in het Amerika van de achttiende en negentiende eeuw. Een heel confronterende serie, waarin je zag hoe zwarte mensen van hun moeder vandaan werden gerukt en op een boot werden gezet. Ik liep op straat en een klein meisje kwam achter me aan en riep: ‘Hé, Kunta Kinte!’ Ik reageerde fel en gaf haar een mep. Aan haar vader, een grote witte man, vertelde ik wat er was gebeurd. Hij strafte – terecht – meteen zijn kind.”

‘Blijf trots’

“In 1975 ben ik in Nederland komen wonen. Mijn moeder kwam hierheen om te werken. Mijn lieve zusje Angelica, mijn oma en ik gingen mee. Oma was een geweldige vrouw, heel lief en zorgzaam. Ze nam voor een groot deel de verzorging van ons op zich. Helaas is ze overleden toen ik achttien was, maar ik heb veel van haar geleerd. Een heel belangrijke les: blijf trots. Ik ben opgevoed met het idee: laat je niet raken als het gaat om je huidskleur. Dat genot mag je niemand gunnen. Ik heb een zwarte huid en misschien daarmee ook een olifantshuid.

Mijn moeder had het goed voor elkaar, hier in Rotterdam. We woonden in een mooi huis en zij ging geregeld uit. Nooit heb ik het idee gehad dat ze iets niet voor elkaar kreeg vanwege haar huidskleur. Mijn oma zei bovendien altijd tegen me: ‘Als jij ergens bent en ze kijken naar je, komt dat omdat je een mooie, verzorgde vrouw bent.’ Ik kan me ook niet herinneren dat ik Zwarte Piet als racistisch heb ervaren. Ze waren toch gewoon zwart omdat ze door de schoorsteen kwamen? Het besef dat er nog veel ongelijkheid bestaat, ook in Nederland, kwam pas later.”

Op de werkvloer

“Toen ik ging werken als verpleegkundige voor ouderen merkte ik dat de cliënten van tevoren werden ‘gewaarschuwd’ dat er een zwarte vrouw zou komen werken. Dat gebeurt trouwens nog steeds! Toen ik nog in een verpleeghuis werkte, was ik een ‘senior’. Toen ik een keer met een ‘junior’ samenwerkte, een witte vrouw, kwam er iemand van de administratie binnen met een formulier dat moest worden ondertekend. Direct stapte deze vrouw op mijn witte collega af. Die mocht niet tekenen. ‘Maar wie moet er dan tekenen?’ riep ze verontwaardigd. Ik dus, maar dat was blijkbaar voor haar niet vanzelfsprekend.

Racisme zit ’m in dat soort dingen. Het komt voor een groot deel voort uit onwetendheid. Bovendien zijn mensen geneigd te generaliseren. Heeft een Surinamer één keer iemand iets aangedaan dan zijn meteen alle Surinamers klootzakken. Daarom is het zo belangrijk om met elkaar te praten en verhalen te delen. Verandering begint met bewustwording. Als mijn leidinggevende vraagt of ik een mevrouw wil verzorgen, omdat bijna niemand dat wil vanwege de racistische opmerkingen die ze maakt, zeg ik ja. Dan ga ik het gesprek aan en blijkt het vaak erg mee te vallen.”

Machtsvertoon

“De dood van George Floyd vind ik van een andere orde. Die raakt me tot in mijn kern. Dat machtsvertoon! Op de school van mijn kleinzoon is erover gesproken en op televisie had hij al de beelden gezien. Hij kwam naar huis en zei: ‘Oma, die man hè, die heeft dezelfde kleur als jij. Straks word jij ook kapotgemaakt.’ Hij is vijf jaar. Ik moet nog huilen als ik aan dat moment denk. Dat hij zich realiseert dat er mensen op deze aarde zijn die niet van hem en zijn oma houden omdat we zwart zijn. Ook in ons land wordt er door de politie heel fout gehandeld. Denk maar aan Mitch Henriquez vijf jaar geleden, die stierf door het aanleggen van de nekklem door een agent. Je zou Mitch’ moeder maar zijn…”

Rotterdam

“Ik zie het ook hier in Rotterdam. Mijn zoon was in zijn tienerjaren een rapper en droeg bandana’s en afgezakte broeken. Hoe vaak hij er niet door de politie is uitgepikt. Later, toen hij volwassen was, deed hij een keer boodschappen voor me in de avond, want ik had nachtdienst. Hup, daar werd hem weer naar zijn ID gevraagd. De desbetreffende agent zei dat hij staande werd gehouden omdat zijn uiterlijk en boodschappentas ‘binnen het profiel pasten’.

Lees ook: Waarom de dood van George Floyd ook in Nederland tot protesten leidt

Verandering

Er moet iets veranderen, en niet alléén bij de politie. Dat is waarom ook ik ben gaan demonstreren. Samen met mijn dochter. Want we zien racisme om ons heen. Mijn collega van zestig die naar de markt ging om wat appels te halen en de ene verkoper tegen de ander hoort zeggen: ‘Zo, Zwarte Piet is vroeg dit jaar.’ Een voetballer die hier is geboren en die in het stadion hoort dat bezoekers apengeluiden maken en bananen gooien. Het is allemaal zo vernederend. En ik begrijp heel goed dat mensen dan gaan zeggen dat Zwarte Piet weg moet.”

Elkaar opvoeden

“Racisme is net als corona een pandemie en komt bovendien voor in alle soorten en maten. Ik heb twee kinderen. Mijn dochter heeft een getinte huid, maar is blond en heeft blauwe ogen, mijn zoon is een echte ‘mokkababy’. Een vriendin zei tegen me: ‘Weet jij dat jouw zoon minder ver zal komen dan je dochter?’ Dat geloof ik dus niet. Ik zei: ‘Hoe kun je dat zeggen? Ik ben zwart als roet en ben verpleegkundige.’ Ik geloof dat we in Nederland allemaal de kans krijgen om ons te ontwikkelen en ik ben blij dat ik hier woon. En toch ben ik me steeds bewuster van het racisme dat er bestaat.

Mijn dochter wijst me daar geregeld op. Zij is, eigenlijk net als haar hele generatie, veel feller als het om dit onderwerp gaat. Als ze ergens komt en iemand vraagt of ze op vakantie is geweest, omdat ze zo’n lekker kleurtje heeft, pakt ze haar telefoon en laat ze een foto van mij zien: ‘Kijk, dit is mijn moeder.’ Ze is constant mensen aan het opvoeden en zegt vaak: ‘Hoe is het mogelijk; ik ben hier geboren en heb een Nederlandse vader en nog zien ze mij vaak niet als Nederlander.’

Motto

Mijn motto is: behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Een chauffeur die mij in de bus heel hard vastpakt en ‘je pas!’ roept, terwijl ik even mijn tas neerzet, spreek ik daar dus op aan. We moeten elkaar een beetje opvoeden. Dat is ook waarom ik aan dit interview meerwerk. Toen de visagiste belde voor de fotoshoot, zei ik automatisch: ‘Ik ben wel zwart hè.’ Toen zei mijn dochter: ‘Mam, dat hóef je dus helemaal niet te melden.’ Snap je wat ik bedoel?”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Dit interview verscheen eerder in Margriet 2020-29/30. Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst | Marijke Kolk
Beeld | Mariel Kolmschot

Ook interessant