Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Dicky (54) verloor haar been: ‘Mijn schaamte is nu vervangen door trots’

dicky-kreeg-prothese-mijn-schaamte-werd-vervangen-door-trots-margriet.jpg

Als 18-jarig meisje raakte Dicky de Best door een ongeval een been kwijt. Langzaam maar zeker kreeg ze grip op haar nieuwe leven. “Mijn schaamte werd vervangen door trots.”

“De avond ervoor stond ik nog als achttienjarig meisje te dansen in de disco. Geen enkel benul dat het mijn laatste danspassen zouden zijn. Het was 6 december 1984 toen ik tijdens mijn vakantiebaantje van de ene fabriekshal naar een andere overstak. Ik moest naar het toilet. Tijdens het oversteken werd ik door een vorkheftruck gegrepen. Ik had hem niet horen aankomen. Het enige wat ik daarna zag waren de vorken van de truck die omhoog stonden, terwijl ik op de grond lag.”

“Ik ben bij bewustzijn gebleven en herinner mij grote paniek om mij heen. Het bedrijfsalarm ging af, allemaal stemmen, ‘bel de ambulance!’, ‘bel 112!’ Pijn, immens veel pijn. De heftruck was twee keer over mijn beide benen gereden, eroverheen en achteruit. Ik wilde kijken, maar dat mocht ik niet. Mensen hielden mij tegen de grond. Ik wist meteen dat het erg was. Stemmen fluisterden: ‘Heel veel bloed.’ Mijn broer die ook in de fabriek werkte, belde meteen mijn vader. Die kwam rechtstreeks naar het ziekenhuis waar ik met loeiende sirenes naartoe was gebracht. Ik schrok van de angstige blik in mijn vaders ogen toen hij mijn benen zag.”

prothese

Niet meer volwaardig

“De arts op de spoedeisende hulp vertelde dat waarschijnlijk allebei mijn benen eraf moesten. ‘Als dat zo is, dan moet mijn dochter naar een academisch ziekenhuis’, stelde mijn vader. Ik werd naar het Dijkzigt Ziekenhuis gebracht en ben daar onmiddellijk geopereerd. Toen ik wakker werd, zaten allebei mijn benen er nog aan. Verdoofd door de morfine en soms bij kennis vroeg ik mij af: ‘Is dit echt gebeurd of droom ik?’ Tot eind maart heb ik in het ziekenhuis gelegen. De werkelijkheid dat dit mij echt was overkomen, drong steeds meer door. Dit was geen nachtmerrie, dit was echt. Ik onderging diverse operaties en intens pijnlijke huidtransplantaties. De moed zonk mij in de schoenen. Soms dacht ik: laat mij maar doodgaan.”

“Na ontslag uit het ziekenhuis zat ik in een rolstoel met nog steeds een verbrijzeld linkerbeen. Door het altijd moeten zitten, was ik zo veel kleiner dan anderen. Ik voelde mij niet volwaardig meer. Het rechterbeen werd gelukkig steeds sterker, maar het linkerbeen deed al pijn als iemand ernaar keek, laat staan als iemand eraan kwam. Op een poli-afspraak kwam ter sprake ‘hoe nu verder?’ De artsen hadden weinig tot geen andere oplossing dan over te gaan op een amputatie.” 

Impact

“De impact van de amputatie drong pas echt door toen ik wakker werd. Bij het wegslaan van de dekens werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn been weg was, afgezaagd. Een stomp. Het had iets ‘bruuts’. Misschien dat ik daarom het woord ‘stomp’ nog steeds akelig vind. In het ziekenhuis leerde ik omgaan met het feit dat ik nu anderhalf been had, zoals hoe een trap af met krukken. Maar omgaan met mijn incomplete lichaam viel mij zwaar. Ik durfde niet in de spiegel te kijken. Het idee dat ik mijzelf zou zien zonder been, ik kon er niet mee dealen. Gelukkig zijn medici niet zo onder de indruk van een half been. Maar ik wist, er komt een moment dat ik het ziekenhuis uit mag en de buitenwereld in moet. Daar zag ik als een berg tegenop.”

Sociale leven ‘voorbij’

“Buiten het ziekenhuis voelde ik mij een uitzondering. Mensen in de buurt wisten dat ik dat ongeval had gehad. Ik zag hun blikken afdwalen naar mijn stomp en had het gevoel dat ze mij zielig vonden. En zo voelde ik mij ook: zielig. De eerste keer dat een vriendin bij mij thuiskwam, merkte ik dat de vriendschap anders was. Dat kwam niet door haar, maar door mij. Ik hield mezelf afzijdig. Voor mij golden onderwerpen als de disco, sport, op vakantie gaan en lekker zwemmen niet meer. Mijn sociale leven voelde ‘voorbij’. Mijn interesse om leuke dingen te ondernemen was weg en ik zag de toekomst somber in.”

“Gelukkig nam met behulp van een kokerprothese mijn bewegingsvrijheid wel iets toe. Maar ik heb die prothese altijd een blok aan mijn been gevonden, letterlijk en figuurlijk. Het zat niet comfortabel en ik vond hem foeilelijk. Bekleed met schuimrubber en overtrokken door een geeloranje pantykous. Het zag er niet uit. De schaamte voor dit nepbeen zorgde ervoor dat ik minder graag onder de mensen kwam. Zelfs tijdens het passen van kleding in een winkel voelden de gordijnen van de pashokjes nog te kort. Ik veranderde langzaamaan steeds meer in een schichtige jonge vrouw. Een binnenvetter die alleen nog maar broeken droeg en zich het liefst verstopte.”

Structuur en voldoening

“De tijd verstreek, maar er kwam een moment dat ik mij afvroeg: is dit nu mijn toekomst? Ik had nog een heel leven voor me. Natuurlijk wilde ik net als iedereen deel uitmaken van de maatschappij. Vriendinnen hadden een goede baan, trouwden en kregen kinderen. Hun wereld was zo anders dan die van mij. Als ik dan bij ze was, gingen daar de verhalen over. Maar ik had geen verhaal, ik maakte niets mee. Mijn leven stond stil. Ik voelde mij nutteloos en eenzaam. Ik had wel familie en wat contacten, maar zonder werk en perspectief zat ik gevoelsmatig op de reservebank.”

“Dit kon zo niet langer, besloot ik op een gegeven moment. Ik verzamelde moed en schreef mij in voor een opleiding bedrijfsadministratie. Tijdens een van de lessen kwam er iemand langs die personeel zocht voor hun salarisadministratie. Ik besloot te solliciteren en werd aangenomen. Dat deed mij goed. Werken bood structuur en voldoening, ik deed weer mee. Mijn zelfbeeld ‘dat ik toch wel wat kon betekenen’ ging vooruit, maar de schaamte voor mijn prothese bleef. Ik werkte hard, had inmiddels mijn eigen appartement, maar mij echt laten zien aan de wereld? Nee, dat niet. Het ongeluk had niet alleen mijn lichaam beschadigd, maar ook mijn zelfbeeld. Het mooie plaatje van een huisje-boompje-beestje had ik losgelaten. Ik nam genoegen met hard werken. Dit heeft bijna dertig jaar geduurd.”

Lees ook:
Elles (42) had borstkanker: ‘Je denkt meteen: shit, ga ik mijn kindjes wel zien opgroeien?’

Nieuwe prothese

“Ooit had ik tegen mijn prothesemaker gezegd: ‘Als ze benen kunnen transplanteren, meld ik mij meteen aan.’ Het was jaren later, in 2009, toen hij mij een krantenartikel aanreikte. Het artikel beloofde geen transplantatie, maar een goed alternatief: een klikprothese. Interessant, vond ik, maar het was nog in de experimentele fase. Ik bewaarde het artikel in een lade, totdat een collega mij twee jaar later erover benaderde. Hij had ook een been verloren. Hij vertelde mij dat het Radboudumc startte met een nieuwe prothesetechniek: de klikprothese.”

Beide benen op de grond

“Twee jaar later, het was 2013, was ik er klaar voor. De eerste operatie betrof het inkorten van mijn stomp. Het wegnemen van een stuk been went gewoonweg nooit, maar dit keer had het een doel. Na de tweede operatie kon mijn prothese rechtstreeks worden aangeklikt aan mijn stomp. Ik leerde tijdens de revalidatie opnieuw lopen. Ik merkte dat ik veel mooier en makkelijker ging lopen. Het kostte minder energie en de prothese zat heel comfortabel. Ik stond weer met beide benen op de grond, zo voelde het echt. Het maakte mij bij elke stap zelfverzekerder. Het revalidatieteam was bovendien een enorme steun en zij moedigden mij dagelijks aan: ‘Dicky, moet je kijken hoe mooi je loopt.’ Ook mijn familie en vrienden zagen mij opbloeien. Ik werd vrolijker en optimistischer. Ik zag weer mogelijkheden om wat actiever te worden en meer in het leven te staan.”

Ervaringsdeskundige met prothese

“Op een dag werd ik door het team gevraagd of ik als ervaringsdeskundige op een voorlichtingsdag voor de klikprothese aanwezig wilde zijn. ‘Aan jou kunnen ze rechtstreeks vragen stellen zoals: doet het zeer, laat het eens zien, wat kun je ermee?’. Voorwaarde was wel dat ik in een korte broek of rok moest komen. Ik aarzelde niet en zei: dat doe ik graag voor jullie. Ze hadden zo veel voor mij gedaan! Ik stond toen wel van mijzelf te kijken, want ik had mijn vorige prothese dertig jaar verborgen gehouden, maar dit keer reageerde ik voor het eerst zonder schaamte.”

“Na de eerste voorlichtingsdag voelde mijn openheid al heel goed. Met deze prothese kon ik wat betekenen voor anderen, iets positiefs! Dat gaf mij zo’n fijn gevoel. Ik begon de prothese anders te bekijken, eerder als iets bijzonders en waardevols. In het begin kleedde ik mij nog om in een kleedkamer op de poli, maar op een gegeven moment stapte ik thuis de auto in met korte broek en nam ik gewoon de hoofdingang van het ziekenhuis. Mijn prothese: zichtbaar voor iedereen. De knop was om. Schaamte vervangen door trots. Het betekende de ommekeer in mijn leven. Ik liep voortaan overal naartoe, steeds mooier en makkelijker. Er viel een last van mij af en beetje voor beetje kwam het positieve gevoel van vóór het ongeval terug. Ik maakte weer afspraken met vriendinnen, ik dook de stad in om te winkelen en plande een paar keer per jaar een stedentrip.”

Dansen op de afterparty

“Ik besloot dat het ook tijd werd om op zoek te gaan naar een mooie afwerking van mijn klikprothese. Ik dacht: als ik er zo mee naar buiten treed, dan wil ik het modieus doen ook. Na wat googelen vond ik een bedrijf dat ‘covers’ maakt. Dit zijn ontwerpen en kleuren die het tonen waard zijn, een accessoire voor mijn been. Ik heb er inmiddels vijf en van mij mogen ze juist opvallen. Ik draag helemaal geen broeken meer, alleen nog rokken en jurkjes. Goedkoop zijn de covers niet, maar goed, vroeger kocht ik een dure tas, nu is dit mijn guilty pleasure.”

“Regelmatig sta ik met mijn prachtige prothese op het podium. Bij congressen onder andere in Rome, Leipzig en zelfs Zuid-Afrika. Mensen vragen mij dan om de klikprothese af en aan te klikken, ik toon hun gewoon mijn stomp, ze willen mij zien lopen, en stellen allerlei vragen. Op een afterparty ben ik zelfs de dansvloer opgegaan. In het begin wat onwennig, maar uiteindelijk supertrots op mijzelf dat ik van zover ben gekomen. Langzaam maar zeker krijg ik mijn leven weer terug.”

Tekst | Eva van Dorst
Beeld | Mariel Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-37. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant