Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Prinses Margriet: ‘Ik ben een beetje allergisch voor het woord oma’

prinses-margriet-ik-ben-een-beetje-allergisch-voor-het-woord-oma.jpg

Columnist Marjan van den Berg interviewt onze gasthoofdredacteur, prinses Margriet (78). Een mooi gesprek over midden in het leven staan, liefde en geen oma genoemd willen worden. 

De hond des huizes, borderterriër Boogiewoogie, komt als eerste de bibliotheek binnenlopen van Huis Het Loo, waar de prinses en haar man Pieter van Vollenhoven wonen en waar het interview plaatsvindt, en springt op de bank. Een paar minuten later volgt de prinses die vertelt dat de hond haar naam eer aandoet, want ze danst door het leven en weet altijd de beste plek te vinden. Ze wijst op het kussen waar Boogiewoogie tegenaan ligt en waarop staat: If you want the best seat in the house, move the dog. Lachend: “Zullen we de hond voor deze keer dan maar laten liggen?”

Een rustig jaar

Ze heeft, vertelt ze, door corona een rustig jaar achter de rug. En met rustig bedoelt ze niet dat ze achterover is gaan leunen, maar dat ze veel thuis was en haar werkafspraken en vergaderingen via de telefoon moest doen. Prinses ­Margriet: “Ik heb geprobeerd om zo veel ­mogelijk contact te houden met alle organisaties en goede doelen waaraan ik verbonden ben. En dat heb ik eigenlijk heel primitief ­gedaan, gewoon met de telefoon. Dat zoomen vond ik echt helemaal niets, ik word afgeleid als ik mezelf steeds zie. Gelukkig kan er nu weer meer, want het allerliefst kijk ik de mensen met wie ik een gesprek heb in de ogen.”

Meer reflectie in 2020

Marjan: “Leverde dat veel thuis zijn ook iets moois op?”
Prinses Margriet: “Soms ren je harder dan je wilt en is er minder tijd voor reflectie. Die tijd was er nu wel. Ik denk, en dat zal voor veel mensen zo zijn, dat we bewuster zijn gaan nadenken over de dingen die we doen. Mijn man en ik gingen altijd al veel de natuur in, maar zijn dat nu nog meer gaan doen en hebben daar ook ontzettend van genoten. Dat zijn dingen waarvan we denken, dat moeten we erin houden. Ik hoop dat ik dat stilstaan bij dingen waar ik anders te druk voor ben, kan vasthouden. Het was voor iedereen een enorm vreemde ­ervaring dat we ineens stilstonden. 2020 was een jaar waarin ik veel op de agenda had staan, waaronder een bezoek aan een SOS-kinderdorp. Dat ging natuurlijk niet door.”

SOS Kinderdorpen

Marjan: “SOS Kinderdorpen is een van de ­doelen waar u zich al heel lang voor inzet.”
Prinses Margriet: “Ik ben sinds 1984 ­beschermvrouwe van SOS. Het is in 1947 opgezet door een Oostenrijker, Hermann Gmeiner, die kinderen die door de oorlog wees waren geworden een ‘thuis’ wilde geven. Ik werd in het eerste SOS-kinderdorp in Oostenrijk rondgeleid door de heer Gmeiner en werd zó enthousiast van zijn verhaal en ideologie, dat ik heb toegezegd. Naast het opvangen van kinderen in de Kinderdorpen richt de stichting zich ook op familie-ondersteunende projecten. Dat vind ik belangrijk, die steun voor kwetsbare gezinnen waardoor kinderen binnen de familie of de gemeenschap kunnen blijven wonen. Het is gelukkig niet altijd nodig om een kind uit zijn of haar vertrouwde omgeving te halen.”

Marjan: “SOS Kinderdorpen kwam in het voorjaar onder vuur te liggen (er kwam in mei een rapport over misbruik naar buiten, red.), wilt u daar iets over zeggen?”
Prinses Margriet: “De stichting was zelf het onderzoek naar eventueel misbruik gestart. Ik vind het goed dat de organisatie niet wegkijkt, maar meteen onderzoekt wat er is ­gebeurd. En ook vooral hoe het heeft kunnen gebeuren, zodat je het in het vervolg kunt voorkomen. Als je werkt met mensen, kunnen er helaas ook dingen gebeuren die je niet wilt en die tegenstrijdig zijn met de doelen en de visie die je hebt. En dan is het belangrijk dat het serieus wordt genomen en het niet onder het tapijt wordt geschoven.”

78 jaar oud, maar met een fulltimebaan

Marjan: “U werkt voor meer goede doelen en organisaties. Ik kan wel stellen dat u op uw 78ste gewoon nog een fulltimebaan heeft.”
Prinses Margriet: “Haha, ja, als je het aantal uren optelt, komt het aardig dicht in de buurt. Dat is overigens een keuze. Ik vind het belangrijk om midden in het maatschappelijk leven te staan, om me nuttig te maken, om dingen in beweging te kunnen zetten. Dat heb ik ook meegekregen van huis uit. In de kern gaat het werk dat ik doe om mensen. Of het nu het Rode Kruis, Introdans of het Prinses Christina Concours is. De ene organisatie richt zich meer op zorg, de andere op muziek, maar de rode draad van mijn werk wordt gevormd door mensen.”

Marjan: “Geeft u het werken voor goede doelen ook door aan uw vier zonen?’
Prinses Margriet: “We hebben nooit expliciet tegen onze zonen gezegd dat ze anderen móéten helpen of dat ze zich móéten verbinden aan een goed doel. We hebben gewoon laten zien hoe wij daarin staan. Als ik op reis was ­geweest voor SOS Kinderdorpen, kregen ze daar door mijn verhalen natuurlijk iets van mee.”

‘Allergisch voor het woord oma’

Marjan: “U bent grootmoeder van elf klein-kinderen, gebruikt u de term oma?”
Prinses Margriet: “Nou, ik ben eigenlijk een beetje allergisch voor het woord oma.”
Marjan: “Dat snap ik heel goed, ik deel dat ­gevoel met u.”
Prinses Margriet: “Ik moet dat misschien even uitleggen, want ik heb veel vriendinnen die zich gewoon oma laten noemen en dat is natuurlijk oké. De weerstand komt bij mij uit de tijd dat ik in het ziekenhuis werkte, begin jaren zestig van de vorige eeuw. Tegen oudere vrouwen werd toen altijd gezegd: ‘Zo, omaatje, we gaan even uw temperatuur opnemen,’ terwijl ik dan dacht: het is gewoon een vrouw van een bepaalde leeftijd en niet jouw oma. Ik kon daar heel slecht tegen, het klonk zo denigrerend.”
Marjan: “Hoe noemen uw kleinkinderen u?”
Prinses Margriet: “Toen ons oudste kleinkind Anna was geboren, heb ik gewoon afgewacht wat ze ging zeggen. Het werd nanna en dat is zo gebleven.”

Vier jongens

Marjan: “U komt uit een meidengezin en kreeg zelf vier jongens. Was dat een cultuurshock?”
Prinses Margriet: “Precies zoals u het zegt: een cultuurshock. De jongens hebben heel andere interesses. Die zijn gefascineerd door alles wat rijdt en vliegt en renden toen ze klein waren naar buiten als ze een helikopter hoorden. Ik ben door mijn zoons wel door hún ogen naar de wereld gaan kijken. Dat is leuk, maar vooral verrijkend. En vier zoons betekent in mijn geval ook vier lieve schoondochters. Gelukkig is met hen de balans in mijn mannenhuishouden weer hersteld.”

Marjan: “De band tussen mijn drie dochters is heel hecht. Is dat ook zo tussen uw zoons?”
Prinses Margriet: “Die is absoluut hecht. Mijn jongens zijn alle vier heel verschillend, maar als er iets ingrijpends gebeurt, dan vormen ze met elkaar één clan. Het is mooi om te zien dat ze onvoorwaardelijk van elkaar houden en voor elkaar door het vuur gaan. Toen onze zoon Bernhard ziek was (in 2013 kreeg hij de diagnose non-hodgkinlymfoom, een vorm van lymfeklierkanker, red.) heb ik dat heel goed ervaren. De jongens waren er meteen voor hem en voor elkaar. De band tussen hen was al stevig, maar werd daardoor nog extra verstevigd.”

‘Ik mis mijn zusje erg’

Marjan: “Uw zusje Christina is overleden. Ik heb zelf mijn zusje drie jaar geleden verloren en ben daar veel meer van geschrokken dan ik van tevoren had verwacht. Herkent u dat?”
Prinses Margriet: “Ja, en misschien komt dat omdat ze de jongste was. Ik scheel vier jaar met haar. Ze had botkanker en is lang ziek geweest. Ik mis haar erg, ze was zo’n lief en heerlijk mens. Ik kon enorm met haar lachen. Gelukkig hebben we haar muziek nog en dat geeft veel troost. Ik heb al haar cd’s en het is fijn dat ik ­altijd haar stem kan horen als ik dat wil. En ik ben betrokken bij het Prinses Christina ­Concours, waar ik onder meer een aantal prijzen uitreik. Ik vind het een hele eer dat ik dat ik dat van haar mocht overnemen, al kan ik haar natuurlijk nooit evenaren. Ze heeft zo veel voor jonge musici gedaan.”

Marjan: “Als u die prijs uitreikt, voelt ze dan ook een beetje dichtbij?”
Prinses Margriet: “Ze voelt eigenlijk altijd wel dichtbij. Ik heb haar foto naast mijn computer staan en als ik aan het werk ben, ben ik in ­gedachten ook altijd even bij mijn zusje.”

55 jaar getrouwd

Marjan: “Als we even naar volgend jaar kijken; in januari bent u 55 jaar getrouwd. Gaat u dat groots vieren?”
Prinses Margriet: “We vieren elk jaar onze trouwdag, want de liefde is er om te worden gevierd, toch? Hoe we dat nu gaan doen, is ­lastig te voorspellen in deze tijd. Misschien dat we het alleen met de kinderen en klein­kinderen vieren.”

Marjan: “Het wordt u vaker gevraagd, maar wat maakt dat u na 55 jaar nog steeds blij bent met uw man?”
Prinses Margriet: “Ik geloof niet zozeer in hét geheim van een goed huwelijk. We zijn voor ­elkaar gevallen omdat we veel delen – muziek, cultuur, dieren – en dat is nog steeds zo. Daarnaast is het belangrijk om je ‘eigenheid’ te ­behouden in een relatie. Mijn grootmoeder Armgard, de moeder van mijn vader, zei altijd: ‘Het is ook goed om af en toe even vakantie van elkaar te nemen,’ waarmee ze bedoelde dat het goed is als je gewoon een week of twee je eigen ding gaat doen. Heel modern eigenlijk, dat ze dat zelf ook al deed aan het begin van de vorige eeuw.”

Marjan: “Wat doet u zonder elkaar?”
Prinses Margriet: “Mijn man gaat duiken. Daar heb ik helemaal niks mee, ik vind het doodeng onder water. Dus dat doet hij met vrienden. Ik ga dan bijvoorbeeld met een vriendin naar Oostenrijk om te wandelen en skiën.”

‘Ik heb geen bucketlist’

Marjan: “Kijkt u terug op een mooi leven?”
Prinses Margriet: “Ja. Een volmondig ja. Op een mooi en vol leven.”

Marjan: “En als u vooruitkijkt, zijn er dan nog dingen die u heel graag gerealiseerd zou willen zien?”
Prinses Margriet: “Ik heb geen bucketlist, als u dat bedoelt.”
Marjan: “Heeft u die bewust niet?”
Prinses Margriet: “Ik heb er niet heel bewust over nagedacht. Maar er zijn mij door de jaren heen veel mensen ontvallen, zoals mijn zusje, misschien dat ik daarom denk dat het geen zin heeft om een lijstje te maken. Maar als het mogelijk is, dan zou ik nog wel een keer naar Canada willen gaan.”

Een speciale band met Canada

Marjan: “Omdat daar uw wortels liggen?”
Prinses Margriet: “Mijn familie heeft een ­speciale band met Canada, ze waren heel ­gastvrij in de Tweede Wereldoorlog voor mijn moeder en zusters. Ik ben er geboren. Ik denk dat Canadezen en Nederlanders veel gemeen hebben. We hebben dezelfde normen en waarden, dezelfde nuchterheid. Ik vind het altijd heerlijk om er te zijn en om zo de band die ik heb met het land en de mensen te onderhouden. En de natuur is prachtig. Al werd ik daar ook vroeg geconfronteerd met de klimaatverandering. De effecten zijn het meest merkbaar in het noorden van Canada; het ijs smelt, het zeeniveau stijgt. Het is verschrikkelijk dat mensen niet nadenken welke schade ze aan de natuur kunnen aanbrengen. Natuurrampen komen niet vanzelf, maar zijn vrijwel altijd ­gerelateerd aan het doen en laten van mensen. Daar wilde ik iets aan doen, mensen bewust maken, maar ook hulp bieden in gebieden waar een natuurramp heeft plaatsgevonden.”

Zorgen om het klimaat

Marjan: “U maakt zich, terecht, zorgen, en met u gelukkig heel veel mensen. Welke stappen zet u om bij te dragen aan een beter klimaat?”
Prinses Margriet: “Ik probeer natuurlijk zoals veel andere mensen mijn steentje bij te dragen, bijvoorbeeld door het scheiden van afval en ­bewust met energie en water om te gaan. Maar mijn bijdrage zit toch vooral in het werk dat ik doe voor het Rode Kruis. In 2011 is het Prinses Margrietfonds binnen het Rode Kruis opgericht. Het fonds zet zich in om de gevolgen van natuurrampen te beperken door onder meer preventie. En als u nu vraagt wat mijn passie is, dan is het preventie. Ik ben al twintig jaar bezig om de klimaatproblematiek aan te kaarten, om bewustwording te creëren. We zien een verdubbeling van de natuurrampen en we moeten en kunnen ons beter voorbereiden op de gevolgen daarvan. De overstromingen deze zomer in Limburg waren natuurlijk verschrikkelijk.”

“Naast de aanpassingen aan dijken en wateropvang kunnen we meer doen om de gevolgen voor mens, dier en natuur zo beperkt mogelijk te laten zijn. Niet alleen door het klimaatprobleem aan te pakken, maar ook door voorbereid te zijn op door de klimaatverandering veroorzaakte rampen en, niet te vergeten, de humanitaire gevolgen daarvan. En dan is wat ik thuis bijdraag, bijvoorbeeld hergebruiken, natuurlijk maar iets kleins, maar toch. Die wegwerpmaatschappij vind ik zorgelijk. ­Gelukkig heeft dat door het coronajaar echt wel een positieve wending gekregen. Tenminste, dat gevoel heb ik. Dat we ons bewuster zijn geworden van de dingen die we consumeren. Ik hoor ook om me heen dat mensen genoeg hebben van al die verspillingen en dat we ­kritisch kijken naar ons koopgedrag. Want waarom zou je elke keer iets nieuws kopen?”

‘Als je denkt: het helpt toch niet, dan gebeurt er ook niets’

Marjan: “Het aanpakken van de klimaatproblemen is ook wel lastig en niet iets wat we binnen één generatie hebben opgelost. Hoe lukt het u om de moed niet te laten zakken?”
Prinses Margriet: “Door te blijven proberen om het bij mensen tussen de oren te krijgen. Er zijn zo veel dingen die moeten gebeuren, maar als je denkt: het helpt toch niet, ja, dan gebeurt er ook niets. Ik probeer het ook van de positieve kant te blijven bekijken: wat gaat wel goed? Ik zie dat het zwerfafval een stuk minder is ­geworden. Dat is misschien iets kleins, maar wel iets om blij over te zijn. Want daarmee wordt hopelijk iets groters in beweging gezet.”

‘Een mooie levensfase’

Marjan: “Vindt u deze leeftijd een mooie ­levensfase?”
Prinses Margriet: “Wel als je gezond en fit bent.”
Marjan: “Werkt u daar hard aan en staat u elke dag op de loopband of zit het in de genen?”
Prinses Margriet: “Of het in mijn genen zit, durf ik niet te zeggen. Feit is dat als je ouder wordt en fit wilt blijven, je in beweging moet blijven. Daar zorgt Boogiewoogie voor, want we wandelen veel met haar, maar ik zwem ook bijna elke dag en we fietsen. En ik train ook mijn hersenen. Die moeten óók in beweging blijven. En dat is niet alleen op de hoogte zijn van het nieuws, ik puzzel ook veel.”

Marjan: “U maakt kruiswoordpuzzels?”
Prinses Margriet: “Ik ben meer van de ­sudoku.”
Dan, na een stilte: “Weet u, we hadden het net over die bucketlist en ik heb dan wel geen lijstje, maar wat ik wél wens is dat ik zowel ­lichamelijk als geestelijk gezond blijf. Mijn drive om het werk dat ik nu doe nog lang te kunnen doen is behoorlijk groot.”

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Marloes Bosch

Ook interessant