Persoonlijk

Presentatrice Carrie Ten Napel: ‘Ik ben misschien wel een beetje een laatbloeier’

presentatrice-carrie-ten-napel-ik-ben-misschien-wel-een-beetje-een-laatbloeier.jpg

Op het gebied van werk trad Omroep Max-presentatrice Carrie ten Napel (40) in de voetsporen van haar vader. Maar de belangrijkste levensles leerde ze van haar moeder: ‘Opstaan en doorgaan, hoe moeilijk het ook is.’

Elke woensdagavond presenteert ze samen met Charles Groenhuijsen de talkshow Op1. Een uur lang livetelevisie ziet ze een beetje als topsport: zestig minuten scherp en gefocust zijn. Tijdens de coronacrisis komt daar nog een schepje bovenop en voelt ze misschien wel meer dan ooit dat ze midden in het nieuws staat. “Het is nóg belangrijker om goed te luisteren en de vragen te stellen die we allemaal hebben.”

Laten we even teruggaan naar eind 2019, de dag dat je werd gevraagd of je Op1 wilde presenteren.

“Het was vrijdag en ik was net klaar met het presenteren van Tijd voor Max. Jan (Jan Slagter, directeur en presentator Omroep Max, red.) kwam naar me toe – hij kan dat zo heerlijk doen: ‘Ten Napel, even meekomen,’ met zo’n handgebaar erbij – en vroeg of ik interesse had. Ik zei meteen ‘ja’. Ik heb zes jaar lang talkshows gedaan bij de regionale omroep en dat vond ik altijd ontzettend leuk. Ervaring had ik dus al. Maar belangrijker was het gevoel. Ik voelde meteen dat het bij me paste en dat moet ik hebben om ergens ‘ja’ op te zeggen.”

Je dacht niet: ik overleg even met het thuisfront?

“Nee, eigenlijk niet. Maar dat komt ook omdat Michiel (Teeling, sportverslaggever, red.) en ik heel goed van elkaar weten waar onze passies liggen en dat we de kansen die voorbijkomen met beide handen aangrijpen. Het voordeel van beiden min of meer hetzelfde werk doen, is dat je de ander heel goed begrijpt. Ik weet zeker dat als ik Michiel had gebeld om te vragen wat hij ervan zou vinden, hij zou zeggen: ‘Wat denk je zelf? Gewoon doen!’ Mijn ouders wisten het zelfs eerder. Toen ik na dat gesprek met Jan thuiskwam, waren zij namelijk hier aan het oppassen en heb ik het ze verteld.”

Het ligt voor de hand om te vragen wat je vader, sportverslaggever en -commentator Evert ten Napel, ervan vond.

“Dat snap ik wel, want we zijn natuurlijk op een bepaalde manier collega’s. Mijn vader riep meteen: ‘Car, dit is geweldig!’ Hij was er een beetje emotioneel van en dat zie ik niet zo vaak bij hem. Mijn vader vond het zo’n mooie volgende stap, maar zei ook: ‘Weet dat ze met de kettingzaag klaarstaan’. Hij heeft vroeger ook wel gezien dat ik niet het type ben dat in de belangstelling wil staan en dat ik de mening van anderen over mij ook niet zo gemakkelijk naast me neerleg. Daar ben ik in de loop van de jaren natuurlijk wel in gegroeid. Ik voelde me dusdanig zelfverzekerd dat ik dacht: kom maar op, dit ga ik gewoon doen.”

Voor iemand die niet in de belangstelling wil staan is je beroepskeuze best opmerkelijk.

“Mijn ouders hebben zich ook afgevraagd of dit wel ‘mijn wereldje’ was. Ze kennen het natuurlijk van mijn vader. Het kan hard zijn en grillig en onvoorspelbaar. Maar het is vooral mooi en afwisselend en boven op het nieuws. Dát vind ik er leuk aan. Het is nooit mijn ambitie geweest om een bekende Nederlander te worden, wel om een goede verslaggever en journalist te worden.”

Toch ben je eerst een toerismeopleiding gaan doen.

“Nou, het plan was om, net als mijn vader, voetbalcommentator te worden. Ik wilde naar de School voor Journalistiek en was zelfs al ingeloot, maar mijn ouders en docenten dachten dat het niet mijn plek zou zijn. Of ik luisterde? Ja. Ik was best een brave puber. Maar ook omdat ik wist dat ze het goed bedoelden. Ik was zeventien en eigenlijk te jong, te lief en te onzeker. Een paar vriendinnen gingen een toeristische opleiding doen en dat leek mij ook wel leuk. Daarna ben ik alsnog de kant van mijn vader opgegaan.”

Yeah, Margriet is genomineerd voor Website van het Jaar 2020!
Help jij ons winnen? Stem dan snel!

Als klein meisje ging je vaak mee met je vader. Wat vond je leuk aan zijn werk?

“Dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Ik was ook echt klein toen hij me al meenam, een jaar of zes. Het is misschien de intimiteit van het samen met hem zijn wat het zo magisch maakte. Ik zat naast mijn vader in dat grote stadion en dat voelde heel vertrouwd, heel veilig. Zo vertrouwd, dat ik ook rustig negentig minuten naast hem kon zitten en stil zijn en niet zeurde over dat ik moest plassen, of het koud had. Ik was een serieus meisje en heel gedreven. Ik maakte er een wedstrijd van om als eerste te zien welke voetballer aan de bal was. Als ik de naam dan wist voordat mijn vader het zei, vond ik dat geweldig.”

Lijk je op je moeder?

“Ik heb het sociale en zorgzame van mijn moeder. Mijn moeder wil het liefst voor de hele wereld zorgen. We noemen haar weleens de majoor Bosshardt van de straat. Er wonen best veel oudere mensen bij mijn ouders in de straat en de deur staat voor iedereen open. Elke week eet er wel iemand mee die alleen is, van een buurman tot aan een tennisvriend die zijn vrouw is verloren of een vriendin die alleen is. En daar dan weer een vriend van die ook alleen is. Ik vind dat heel mooi om te zien, maar denk ook weleens: vergeet je jezelf niet?”

Wie past er dan een beetje op haar?

“Wij allemaal, alleen ze luistert niet zo goed, haha. Hoe ouder, hoe eigenwijzer. Mijn moeder is 66 en negen jaar jonger dan mijn vader. Zij houdt hem jong en hij is degene die af en toe tegen haar zegt dat ze wat rustiger aan moet doen. Terwijl zij juist nu de behoefte heeft om met mijn vader, nu hij meer thuis is, van alles te ondernemen. Als zij vraagt: ‘Wat gaan we doen?’ zie ik mijn vader alweer denken: pffft, moet ik weer op visite? Hij is het ook niet gewend. Hij was altijd aan het werk in de weekenden, dus dat hele sociale leven, wat zich voornamelijk in het weekend afspeelt, kent hij niet. Mijn moeder was altijd alleen met ons. Dat is echt niet altijd makkelijk of leuk, dat merk ik nu ook. Michiel werkt ook in het weekend en dan ben ik ook alleen met de kinderen.”

Wat is de grootste les die je van je moeder hebt geleerd?

“‘Niet opgeven, gewoon doorgaan.’”

Hoe heeft je dat geholpen in jouw leven?

“Op werkgebied heeft me dat op momenten dat ik het moeilijk had geholpen om te kijken naar het grotere geheel. Toen ik bij Talpa werkte, was ik niet gelukkig. Ik had op dat moment kunnen opgeven, maar ik focuste me juist op wat ik wilde en hoe ik dat zou kunnen bereiken. Ik besloot te stoppen bij Talpa en ging op reis. Toen ik terugkwam, kon ik bij de regionale omroep aan de slag, waar ik helemaal op mijn plek zat. Maar ook privé heeft dat ‘doorgaan’ me geholpen.”

Ik weet dat je het er liever niet over wilt hebben omdat het te pijnlijk is voor je ouders, maar je hebt een broertje verloren toen je vier was. Heb je uit die moeilijke periode ook iets van je moeder geleerd?

Ze is even stil, zoekt naar woorden. “De dood van mijn broertje heeft natuurlijk erg bepaald wie ik ben geworden. Ik werd al heel jong geconfronteerd met verlies. En daarna was ik ook erg bang om dierbaren te verliezen. Ik moest leren loslaten. Therapie heeft geholpen. Maar ook accepteren dat de dood bij het leven hoort, hoe verdrietig ook. Met terugwerkende kracht realiseer ik me nu dat mijn moeder in die periode dat ik ermee worstelde ook een voorbeeld is geweest. Ik zag dat zij, hoe moeilijk het ook voor haar ook was, altijd is doorgegaan. Twee jaar na het overlijden van Henk Jan werd mijn broertje Rik geboren. Ik heb een ontzettend leuke jeugd gehad. Ik heb heel veel bewondering voor hoe ze het heeft gedaan. Ze is niet alleen een lieve vrouw, maar ook een heel sterke vrouw.”

Heeft het moederschap jou veranderd?

“Het kan niet anders dan dat het je verandert. In de kern ben ik nog dezelfde Carrie, maar er is een laagje bij gekomen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn twee kinderen en dat maakt dat ik andere keuzes maak. Vroeger vond ik álles leuk en belangrijk. Ik wilde mijn werk goed doen, mijn familie en vriendinnen vaak zien, uitgaan, sporten… Ik wilde alles meepakken. Nu maak ik veel meer bewuste keuzes en in die zin kun je zeggen dat ik een stuk rustiger ben geworden.”

Terwijl je nog steeds honderd dingen tegelijk doet.

“Ja, maar het uitgangspunt is altijd mijn gezin. Mijn ouders en schoonouders passen op als Michiel en ik moeten werken, maar we vangen ook heel veel zelf op. Het fijne van ons werk is dat Michiel en ik overdag veel tijd hebben. Voor de kinderen, maar ook voor elkaar. Een ander stel gaat op vrijdagavond samen eten, wij lopen maandagmiddag het bos in en gaan lekker samen lunchen.”

En gaat het dan altijd over sport?

“Nee joh, als we samen zijn kunnen we ons werk ook wel loslaten.” Dan lachend: “Nou ja, dat zeg ik wel, maar Michiel is verslaafd aan Twitter. Die volgt alles, zodat hij continu op de hoogte is. En ik zit om dezelfde reden met mijn neus in de krant. Gelukkig begrijpen we elkaar. En als de een het even zat is, kunnen we dat ook tegen elkaar zeggen.”

De perfecte match dus.

“Ja, al heeft hij wel zijn best moeten doen. Michiel en ik werkten samen bij Talpa en hadden meteen een leuke klik. Toch duurde het nog negen jaar voordat het iets werd tussen ons. We waren elkaar uit het oog verloren nadat ik was overgestapt. Toen onze paden weer kruisten was het voor hem duidelijk, maar ik hield de boot een beetje af. Geen idee waarom, bindingsangst denk ik.

Op een avond belde hij me heel stoer en vroeg of hij langs kon komen. Hij zei: ‘Ik vind je echt heel leuk’ en nóg wist ik het niet, ik vond het supereng. Vele pogingen later stuurde hij me een brief waarin hij schreef dat hij het irritant vond dat ik nergens op inging. Een vriendin zei dat ik stom was als ik niet gewoon zou afspreken. Ze had natuurlijk gelijk, dus belde ik hem om te vragen of hij iets wilde gaan drinken.” Schouderophalend: “Ik ben misschien wel een beetje een laatbloeier.”

Niks mis mee, toch?

“Nee. Al heb ik ook wel een tijd gedacht dat ik het allemaal niet goed deed. Mijn vriendinnen gingen trouwen, kregen kinderen en ik was alleen maar aan het werk. Maar dat aanloopje had ik blijkbaar nodig. Ik heb me ook laat losgemaakt van thuis, voelde me lang verantwoordelijk voor mijn ouders, broertje en oma. Terwijl niemand daarom vroeg, hè, dat zat gewoon in mij. Pas toen ik naar Amsterdam verhuisde, lukte dat beter. En nu ik weer terug in Ermelo ben, valt alles op zijn plek. Een fijn gezin, mijn ouders en broertje om de hoek, natuur om me heen, werk dat ik leuk vind. Ik ben nooit zo van roepen dat het allemaal fantastisch is, maar dit is wel een heel fijne fase van mijn leven.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst| Saskia Smith
Fotografie| Ester Gebuis

Dit artikel verscheel eerder in Margriet 24 – 2020. Deze editie nabestellen kan hier.

Ook interessant