Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Plácido Domingo: ‘Mijn linkervoet is het geheim van mijn succes’

_mg_8056-credit-ruben-marti.jpg

Hij is de grootste tenor aller tijden: Plácido Domingo. Margriet sprak hem in Wenen over zijn geboorteland Spanje, maar ook over verdriet, snelheidsduivel Max Verstappen en zijn tomeloze energie.

Madrid, 1946. Aan de Calle Ibiza nummer 34 zijn een Catalaanse man en een Baskische vrouw met stomheid geslagen. Hij is Plácido Francisco Domingo Ferrer, zij is Josefa Pepita Embil Echániz. De echtelieden zijn bekende vertolkers van de ‘zarzuela’, een Spaans operettegenre. Als de twee thuiskomen van een optreden, horen ze hun zoontje van vijf de muzikaal zéér complexe openingsaria van die avond neuriën. Uit zijn hoofd. Meteen weten vader en moeder: ons kleintje wordt later een groot musicus. Plácido Domingo glimlacht als we hem deze anekdote over zijn ouders voorleggen. “Het is waar,” zegt de 76-jarige operaster in de Allianz Arena in Wenen. In de thuishaven van voetbalclub Rapid Wien ontvouwt de levende legende die dag zijn plannen voor de Aida Stadium World Tour. Deze grootse stadiontournee van de wereldberoemde opera moet de zoveelste diamant worden in de kroon op zijn toch al imposante carrière. “Maar wist je dat ik eigenlijk helemaal geen muzikant wilde worden?” vervolgt Domingo. Op de comfortabele bank van een skybox in de nok van de Arena vouwt de vriendelijke, charmante en o zo charismatische reus van 1.90 meter ontspannen zijn handen. Zijn gedachten gaan terug naar de tijd dat de grootvorst van de opera nog een ukkie was. “Vroeger had ieder Spaans jongetje twee dromen: stierenvechter worden of voetballer bij Real Madrid. Dat wilde ik ook, in de aanval spelen bij mijn favoriete voetbalclub en mensen blij maken met veel doelpunten.” Het loopt anders. Als Plácido Domingo zeven is, verhuist hij met zijn vader, moeder en zusje Maria naar Mexico waar zijn ouders een zarzuela-gezelschap beginnen. Op zijn veertiende gaat hij in Mexico-Stad naar het conservatorium,waar hij leert pianospelen, zingen en dirigeren. Om wat bij te verdienen, treedt Plácido op als pianist in chique grand cafés, morsige kroegen of bij solo optredens van zijn moeder. Ook scoort hij kleine, zingende rollen in toneelstukken en musicals. Dan – in 1959 – lonkt opeens het echte werk. Plácido mag auditie doen bij de Nationale Opera van Mexico. De toelatingscommissie is onder de indruk van zijn stem en twee jaar later debuteert de tenor in Monterrey als de gedoemde romanticus Alfredo in La Traviata, de opera van de Italiaanse componist Giuseppe Verdi. “Ik heb veel aan Mexico te danken,” mijmert Domingo. “Het land heeft mij de kans geboden mezelf te ontwikkelen tot wie ik nu ben: de gelukkigste man op aarde. Ik heb er mijn twee echtgenotes ontmoet en mijn eerste kind is er geboren (zie kaders, red.). Door de liefde die ik van alle Mexicanen heb ontvangen, is Mexico mijn tweede thuis geworden. Ik houd van dit land. Maar toch blijf ik een Spanjaard in hart en nieren. Ik ben er geboren en ben trots op mijn Spaanse bloed. Daarom zal ik altijd naar dit prachtige land blijven terugkeren.”

‘Al vanaf mijn zestiende heb ik van alles moeten aanpakken om rond te kunnen komen en voor mijn vrouw en kind te zorgen’

Na zijn debuut in La Traviata verovert Plácido Domingo in rap tempo de wereld. In steden als New York, Washington, Londen, Parijs en Berlijn genieten miljoenen fans van zijn veelzijdige repertoire. In 3.800 optredens zingt hij 147 rollen en wel in het Spaans (Pepita Jiménez), Italiaans (Aida, Il Trovatore), Frans (Carmen, Faust), Duits (Parsifal), Engels (Madame Butterfly) en Russisch (Queen of Spades). In 1991 vestigt Plácido zelfs een record als hij in de Weense Staatsopera Otello speelt. Maar liefst 101 (!) keer moet de maestro terugkomen om een slotapplaus in ontvangst te nemen. In totaal zal de ovatie één uur en twintig minuten (!!!) duren. Het levert hem een vermelding op in het Guinness Book of Records.“Het geheim van mijn succes?” Domingo lacht en wijst: “Mijn linkervoet! Na jaren zingen, spelen en dirigeren realiseerde ik me: als ik met mijn linkervoet het podium betreed, wordt de avond een succes. Sindsdien heb ik rond elk optreden een vaste routine: in de kleedkamer trek ik altijd eerst mijn linkerschoen aan, vervolgens stap ik met mijn linkervoet het podium op en na afloop verlaat ik als laatste de kleedkamer. Als het moet, jaag ik zelfs de schoonmakers eruit! Het is een ritueel dat je ook bij voetballers ziet. Die móéten bijvoorbeeld eerst met de linkervoet het veld betreden, anders scoren ze geen goal. Noem het bijgeloof, maar ik vaar er wel bij.”

Tekst | Eric le Duc
Fotografie | Ruben Martin, Thomas Ludwig, Getty images, anp, Hollandse Hoogte

Dit interview met Plácido Domingo komt uit Margriet-23. Dit nummer nabestellen? Dat kan via magazine.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Bekijk ook dit schattige filmpje van vriendschappen tussen honden en kinderen:

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

 

Ook interessant