null Beeld ANP, privébeeld
Beeld ANP, privébeeld

PREMIUM

Philip Freriks: ‘Mijn geluk is dat ik word gevraagd voor programma’s. Al denkt Lili geregeld: wanneer houdt het eens op?’

Journalist en televisiepresentator Philip Freriks (77) woont al ruim 55 jaar in Frankrijk. Wat trok hem aan in dat land? En waarom is hij er altijd gebleven?

In de zomer van 2021 was Philip Freriks weer even terug in het Parijs van mei 1968; een stad van studentenprotesten, barricades en hevige confrontaties met de politie. Voor Omroep Max interviewde hij hierover ooggetuigen voor In de voetsporen van…, ditmaal gewijd aan de jaren zestig; dit najaar op televisie. En omdat hij zelf ook ooggetuige was, vertelde hij zijn eigen verhaal. Niet dat hij zelf deelnam aan de acties. “Ik was keurig sociaaldemocratisch opgevoed en een reformist,” vertelt hij. “En een reformist was in die tijd een soort verrader, dus hield ik me gedeisd. Maar ik ging wel kijken met Lili, met wie ik net was getrouwd. We woonden in een chique, rechtse buurt die niets ophad met die opstand, maar de studerende kinderen daaruit deden actief mee. We hadden sympathie voor onze generatiegenoten. De Fransen spraken over ‘le joli mois de mai’: de mooie meimaand. En dat was het ook. Het had iets vrolijks, iedereen sprak elkaar aan als kameraad.”

Waarom werd er actiegevoerd?

“Het was begonnen als een protest tegen het conformisme en bekrompenheid van de oude Franse machthebbers en tegen de Vietnamoorlog. De studenten kregen massaal steun van generatiegenoten, maar vakbonden en de communistische partij grepen heersende onvrede over lage lonen en slechte werkomstandig-heden aan om het land plat te gooien. Langzaam veranderde Parijs in een chaos. Het gerucht ging dat president De Gaulle zelfs tanks wilde inzetten tegen de betogers.”

Was het niet gevaarlijk?

“O, ja. We hebben meerdere malen voor ons leven moeten rennen. Het harde optreden van de politie was choquerend. Ik was al journalistiek bezig en verrichte hand- en spandiensten voor uit Nederland overgekomen verslaggevers. Ik heb menig keer huilend langs de weg gestaan vanwege het traangas.”

Groots en meeslepend leven, dat was de droom van de jonge Philip. Hoewel hij niet precies wist wat dat inhield, vertrok hij daarom op z’n 21ste naar de Franse hoofdstad. “Ik dacht dat het daar te realiseren moest zijn,” vertelt hij in zijn Amsterdamse appartement, terwijl hij koffie en stroopwafels serveert – de presentator is tijdelijk in Nederland voor opnamen van De slimste mens. “Maar er was niets groots en meeslepend aan. Alleen kunstenaars in bepaalde kringen of mensen met veel geld konden genieten van die stad en alles wat-ie te bieden had. Ik was geen kunstenaar en had geen cent te makken. Voor mij was het sappelen.”

null Beeld

Waarom wilde je weg uit Nederland?

“Utrecht was in de jaren zestig een grauwe, grijze en saaie ambtenarenstad. Ik wilde journalist worden. Er bestond nog geen school daarvoor, je leerde het vak bij een krant. Vaak kwam je dan bij een editieredactie in een provinciestad terecht, waar je een wisselpagina moest vullen. Ik was bang dat ik nooit meer uit zo’n provinciestad zou wegkomen, want mijn talenten waren beperkt. Ik besloot daarom naar het buitenland te gaan. Ik kende een leuke Parisienne en dacht: ik begin daar. Ook omdat het natuurlijk buitengewoon aantrekkelijk was om bij haar te zijn.”

Maakten je ouders geen bezwaar?

“Mijn moeder was verdrietig omdat ik uit huis ging en ook nog zo ver weg. Maar mijn vader werkte bij de spoor­wegen en ze konden gratis op en neer naar Parijs. Ze zijn vaak geweest.”

Wat was Parijs destijds voor stad?

“Ook grijs en grauw. Frankrijk was arm en liep enorm achter, het land zat in de nasleep van de Algerijnse onafhanke-lijkheidsoorlog. Overal stonden afbraakpanden en reden vooroorlogse bussen. Als ik naar Nederland wilde bellen, moest dat via een telefoniste. Na 1968 kwam de modernisering op gang en werd het liberaler.”

Kon je jouw journalistieke ambities snel realiseren?

“Welnee. Ik deed wel wat journalistiek werk, maar verdiende weinig. Daarom had ik allerlei baantjes ernaast. Zo was ik een tijdje conducteur bij Wagons-Lits op Gare du Nord. Ik moest wel. Uiteindelijk werd ik in 1971 Frankrijk-correspondent voor Het Parool, een grote landelijke krant toen. Dat was mijn doorbraak. Voor het eerst had ik een regelmatig inkomen.”

Je werd later Frankrijk-correspondent voor de Volkskrant en het NOS-Journaal. Je droom was uitgekomen. Hoe voelde dat?

“Ik vond dat natuurlijk geweldig en spannend. Ik was freelancer en pakte alles aan. Het was hard werken, daardoor heb ik mijn privéleven een beetje verwaarloosd. Werk ging altijd voor. Ik was nooit voor acht uur ’s avonds thuis. En dan belden ze rond tienen vaak nog of ik iets wilde checken. Na een jaar of twintig merkte ik dat het te veel werd. Ik werd kortaf als ze zo laat nog een beroep op me deden. Ik dacht: dat is niet goed, Freriks. In 1993 ben ik gestopt. Net op tijd, want ik zat tegen een burn-out aan.”

null Beeld
null Beeld Philip met zijn vrouw Lili (r).
Beeld Philip met zijn vrouw Lili (r).

Wat voor Frankrijk wilde je Nederland laten zien als correspondent

“Het irriteerde me dat er in Nederland veel in clichés over Frankrijk werd gedacht. Fransen waren arrogant, nationalistisch en leden aan grootsheidwaanzin. Ik herkende dat helemaal niet, integendeel. Dé Fransman bestaat niet, net zoals dé Nederlander niet bestaat. En de overeenkomsten zijn veel groter dan de verschillen. Ze hebben dezelfde problemen als wij. Ook daar gaat het nu over de zorg, het gebrek aan personeel en de daling van de koopkracht.”

Staan Fransen anders in het leven dan wij?

“Sommige gewoonten zijn anders en ze genieten op een andere manier. Nederlanders vinden een broodje eten gezellig, in Frankrijk nemen ze de tijd aan tafel. Maar die verschillen worden minder. In mijn jeugd werd er thuis geen druppel wijn gedronken, moet je nu eens zien in Nederland.”

Zien de Fransen je nog altijd als een Nederlander?

“Onze Franse vrienden vinden het grappig dat ik zo ben geïntegreerd en ingeburgerd. Als ik over ‘naar huis gaan’ spreek, doel ik op Parijs. Maar dan ook echt Parijs, ik moet er niet aan denken om in een Franse provincieplaats te wonen. Ik spreek vloeiend Frans; wel met een accent, maar ze merken dat ik de taal spreek zoals zij. Een Parijse taxichauffeur zal me nooit belazeren, die weet onmiddellijk dat ik net zo goed de weg weet als hij.”

null Beeld

Maar waarom voel je je daar meer thuis dan in Nederland?

“Ik woon er al zo lang, ik ben een gewoontedier. Maar ik ben ook graag in Nederland, hoor. Dan waardeer ik weer de openheid en het gemak van de mensen hier. Nederland is minder bureaucratisch, minder hiërarchisch. Al hoeft het meisje achter de kassa bij Albert Heijn geen ‘doei!’ tegen me te zeggen als ik heb afgerekend. In Frankrijk zijn ze veel hoffelijker. Daar zegt de caissière beleefd: ‘Au revoir et bonne journée monsieur’: tot ziens en prettige dag, meneer.”

null Beeld Halverwege de jaren 60, als conducteur bij Wagons-Lits op Gare nu Nord (l). Samen met de Joodse verzetsstrijdster Selma van de Perre voor het programma In de voetsporen van de Bevrijding.
Beeld Halverwege de jaren 60, als conducteur bij Wagons-Lits op Gare nu Nord (l). Samen met de Joodse verzetsstrijdster Selma van de Perre voor het programma In de voetsporen van de Bevrijding.

Freriks en zijn vrouw bezitten ook een vakantiehuis op Corsica. “Als correspondent was het plannen van vakanties lastig,” vertelt hij. “Altijd gebeurde er wel iets. We zochten daarom een plek waar we naartoe konden wanneer we maar wilden. We waren al een aantal keer op Corsica geweest, want Lili heeft daar vrienden. Het is er prachtig en rustig. Ik had een romantisch idee van een oud stenen huisje op een berg. Tijdens een feestje daar werden we gewezen op een leegstaande woning. We kwamen terecht in een complete ruïne, alles was kapot. Maar toen we door het huis liepen en aan de achterkant kwamen, bleek het op een klif te staan met uitzicht over de Middellandse Zee en de eilanden Elba en Monte-Cristo. Dat was het! We kochten het uitzicht en zagen het wel verder. Het is een zeventiende-eeuws huis waarin kastanjes en hammen werden gerookt in een tussenruimte boven het plafond. Ik ben maanden bezig geweest met een metaalborstel om dat roet weg te krijgen. Het was de moeite waard, we hebben het daar heerlijk. Ik geniet nog elke dag op ons terras van dat uitzicht.”

Waarover mijmer je op dat terras?

“Ik heb nergens spijt van. Het leven is gelopen zoals het is gelopen. Binnen de mogelijkheden die ik had, heb ik er alles uitgehaald. Meer talent had ik niet. Er zijn nog wel leuke dingen die ik zou willen doen, bijvoorbeeld een serie podcasts onder de titel Trage treinen. Het spoorwegnetwerk ligt er al sinds de negentiende eeuw, die treinen leiden ons door de geschiedenis. Afgelopen september reisden Lili en ik door Polen per trein van Gdansk naar de Wolfsschanze, Hitlers hoofdkwartier in Oost-Europa tijdens de oorlog. Het zijn nu allemaal Poolse plaatsnamen, maar in feite rijd je door het oude Duitsland. Een reis door het verleden. Daar houd ik van.”

null Beeld

Het verleden speelt een steeds grotere rol in je werk, zoals in de serie In de voetsporen van…. Hoe komt dat?

“Ik heb het verleden altijd interessant gevonden, ik kreeg nu de mogelijkheid er iets mee te doen. Ik krijg er steeds meer lol in, de interesse neemt alleen maar toe.”

Je blijft maar werken, terwijl je ook lekker kunt gaan tuinieren op Corsica.

“Dat is niets voor mij. Mijn geluk is dat ik word gevraagd voor programma’s. Al heeft Lili er wel gemengde gevoelens over. Die vraagt zich geregeld af: wanneer houdt het eens op? Zelf heeft ze altijd gewerkt en ze is nu veel aan het schilderen in haar atelier. Als meisje wilde ze naar de Kunstacademie, maar dat vonden haar ouders niet goed. Ze heeft onlangs geëxposeerd in Utrecht. Hartstikke leuk, ik gun het haar. Ze maakt mooie dingen. Maar ze heeft wel altijd het gevoel gehad dat ze meer concessies aan mij doet dan andersom.”

Bent je een leukere echtgenoot als je werkt?

“Ik vermoed van wel.”

Wat maakt het leven de moeite waard?

“Ach, ik ben niet zo’n filosoof, hoor. Het is belangrijk dat je plezier hebt in wat je doet. Ik beleef veel plezier aan de dingen die ik mag doen. Maar ook op dat terras kan ik ontzettend genieten. Als ik zeilbootjes zie, fantaseer ik dat ik naar de Graaf van Monte-Cristo (uit het beroemde boek van Alexandre Dumas, red.) kijk, die naar zijn grot met schatten zeilt om diamanten op te halen.”

Eigenlijk heb je jouw droom om groots en meeslepend te leven voor elkaar gekregen. Toch?

“Ik ben erachter gekomen dat zoiets helemaal niet bij me past. Uiteindelijk ben ik iemand die van een regelmatig leven houdt en niet van chaos. Maar alles bij elkaar heb ik het heel goed, dat is zo. Ik word ook niet verscheurd door frustraties over wat ik allemaal níét heb kunnen doen. Ik zit hier als een tevreden mens.”

null Beeld

Over Philip Freriks

Philip werd op 27 juli 1944 geboren in Utrecht. Na de hbs vertrok hij naar Parijs voor een carrière in de journalistiek. Hij was van 1971 tot 1993 Frankrijk-correspondent voor verschillende media en presenteerde van 1996 tot en met 2009 het NOS Achtuurjournaal. Op televisie was hij ook te zien in onder meer Het groot dictee der Nederlandse taal en In de voetsporen van de wederopbouw. Sinds 2012 presenteert hij De slimste mens. Philip woont met zijn Franse echtgenote Lili in Parijs, ze hebben één zoon.

Freriks Franse favorieten

Regio “Naast Corsica is dat Bretagne, waar Lili’s familie vandaan komt. Het is een streek met een ziel en veel geschiedenis. Overal staan middeleeuwse kerkjes waar je de legendes en mythologieën voelt. En de mensen zijn er verschrikkelijk aardig.”

Stad “Marseille, een ruige havenstad met veel persoonlijkheid en het venster op de Middellandse Zee en Afrika. Bij aankomst met de trein daal je vanaf Gare Saint-Charles via een brede trap af de stad in. Prachtig.”

FilmLes enfants du paradis van Marcel Carné uit 1945. Een fantastisch melodrama over een onmogelijke liefde tussen een getrouwde acrobaat en een oudere dame, dat zich afspeelt in negentiende eeuw op Boulevard du Temple, het uitgaanscentrum destijds. Daar gebeurde alles wat God had verboden en die sfeer wordt fantastisch neergezet.”

ChansonCes gens-là van Jacques Brel, mijn jeugdheld. Ik heb Brel verschillende malen ontmoet. De eerste keer had ik me slecht voorbereid en begon ik over de Belgische taalkwestie. Hij had meteen de pik op me. De keer daarop, dacht hij: o nee, hij weer! En reageerde stug. Dat was een belangrijke journalistieke les: interview nooit je helden.”

Eten “Voor mij geen nouvelle cuisine, maar de klassieke Franse familiekeuken, zoals lamsbout met Pasen. En ik ben gek op oesters.”

Wijn “Ik koop vaak wijn uit de Languedoc, een miskend wijngebied. De prijs-kwaliteitverhouding is daardoor goed.”

Plek in Parijs: “Ik vertoef graag in Le Jardin du Palais Royal, een prachtige binnentuin achter de Comédie-Française.”

Française “Actrice Jeanne Moreau. Beslist geen sekssymbool, maar een fantastische actrice en persoonlijkheid. Ze speelde van 1953 tot 2015 in talloze films. Ik interviewde haar ooit op een filmset in Annecy. Ze was heel charmant, maar flirtte met mijn fotograaf. Ik voelde me ontzettend buitengesloten.”

Bram de GraafANP, privébeeld
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden