Petra: ‘Als ik dat herseninfarct niet had gehad, had ik mijn grote liefde nooit leren kennen’

Deel dit artikel:

Als Petra Oudshoorn zich na een beroerte bij de CVA-patiëntenvereniging aansluit kan ze niet alleen beter omgaan met haar klachten, maar vindt ze óók de man van haar dromen. “Ik zag hem en dacht: wat een leuke, ondeugende man.”

“Ik was 33 toen ik op een dag in 1998 aan het begin van de avond een knak in mijn hoofd voelde. Mijn achterhoofd kriebelde en ik zag wazig. Na vijf minuten kon ik de linkerhelft van mijn lichaam niet meer bewegen. Onmiddellijk gingen alle alarmbellen af; mijn broer had op zijn negentiende een herseninfarct gehad en in de familie van mijn moeder komen hart- en vaatziekten voor: ik wist dat ik erfelijk belast was.”

Herseninfarct of TIA

“Ik belde mijn broer die een stukje verderop woonde. Binnen een paar minuten was hij bij me. In het ziekenhuis bleek dat ik een herseninfarct had gehad. Jong als ik was dacht ik: ik laat me niet kisten. Ik wist dat je van een TIA volledig kon herstellen, maar dat je aan een herseninfarct vaak klachten overhield (een TIA is een tijdelijke verstopping, een herseninfarct een blijvende verstopping, red.). Maar als je 33 bent, ben je nog redelijk onbevangen, dus ik dacht: dit lukt me wel.”

Revalidatie

“Dat bleek toch lastiger dan gedacht. Na een jaar van revalidatie keerde ik weer terug op mijn werk. Ik had een baan als administratief medewerkster en mijn baas ontving me met open armen. Toch ging het moeizaam. Van de buitenkant zag je niets aan me, maar ik merkte dat ik snel moe was. Ook had ik veel cognitieve klachten. Zo kon ik me niet goed concentreren en had ik last van geheugenproblemen en krachtverlies.

Daarbij was ik altijd linkshandig geweest, maar moest ik door de verlamming aan de linkerkant van mijn lichaam opeens met rechts leren schrijven. Als volwassene leer je dat een stuk trager dan als kind, zeker als je fijne motoriek is beschadigd. Verder stond mijn mond scheef en hing mijn linkerhand raar, maar daar kon ik wel mee leven. Wat ik moeilijk vond, was dat ik niet meer kon meedraaien in de ratrace van de maatschappij. Dat ik veel dingen zelf niet meer kon doen.”

‘Ik voelde me alleen en onbegrepen’

“Mijn vriend, met wie ik al tien jaar een latrelatie had, was een schat. Hij ving zo veel mogelijk voor me op: deed boodschappen, verschoonde mijn bed en verzorgde de beesten die ik had. Hij kon goed met mijn beperkingen omgaan.

De klachten bleven en zorgden ervoor dat ik na een jaar of zeven het gevoel had dat ik gek aan het worden was. Het feit dat niemand aan je kan zien wat je hebt, maakt het extra moeilijk om je grenzen aan te geven. Om het aan mensen te vertellen. De vermoeidheid bleef, ik kon niet tegen harde geluiden en twee dingen tegelijk doen lukte me al helemaal niet. Ik voelde me vaak alleen, onbegrepen.”

Lotgenotendag

“En toen was daar die uitnodiging van de CVA-vereniging voor een lotgenotendag voor jonggetroffenen. Laat ik me eens aanmelden, dacht ik. Wie weet heb ik er wat aan. Het werd een huilend feest der herkenning. Door met lotgenoten van dezelfde leeftijd te praten en te horen dat zij dezelfde klachten hadden, wist ik: ik ben niet gek. Dit is blijkbaar normaal. Het gaf me zó veel steun. Ik voelde me zo thuis bij de vereniging dat ik een gooi deed naar een bestuursfunctie en die kreeg, zowel op landelijk als regionaal niveau.

Vooral dat laatste vond ik leuk. Voor de regio organiseerde ik lotgenotenavonden. Ik bracht mensen in contact met elkaar en haalde zo veel voldoening uit dat werk. Mijn klachten waren nog steeds hetzelfde, maar ik kon er beter mee omgaan doordat ik erover kon praten. En doordat ik zag dat dit hetzelfde effect had op anderen gaf me dat energie.”

Zijn ogen vielen me als eerste op

“Elk jaar organiseerde ik het kerstdiner. Steeds weer bij hetzelfde restaurant omdat de eigenaar zo goed rekening met ons hield. Zo draaiden ze geen harde muziek De radio ging zelfs helemaal uit. Met een grote groep van zo’n vijftig CVA-leden en introducées genoten we elk jaar van een driegangenmenu. Zo ook die betreffende kerst in 2010.

Ria, een lotgenote, nam normaal gesproken haar kinderen mee, maar nu zat haar broer bij haar aan tafel. Zijn ogen vielen me als eerste op. Zijn uitstraling. ‘Jongens, ik heb er zin in. Kom maar op!’ leken die te willen zeggen. Normaal gesproken houd je je een beetje op de achtergrond als je ergens wordt geïntroduceerd en nog niemand kent. Althans, ik wel. Maar hij maakte meteen met iedereen een praatje en was op een gezellige manier aanwezig. Wat een leuke broer heeft Ria, dacht ik bij mezelf. Maar ik had een relatie. Dus daar bleef het bij.”

Overlevingsmodus

“In december 2012 kreeg ik mijn allereerst kus van hem, Iwan. In de twee jaar daarvoor had ik in overlevingsmodus gestaan. Mijn vriend bleek ernstig ziek en overleed in 2011. Zelf bleek ik in mijn dunne darm een tumor te hebben, die bij toeval werd gevonden. Eén week na deze ontdekking lag ik op de operatietafel. Er waren uitzaaiingen, maar die konden gelukkig allemaal worden weggehaald zodat ik geen heftige nabehandelingen hoefde te krijgen. De uitjes van de CVA-vereniging verdwenen voor mij even naar de achtergrond.”

Nieuwe relatie

“Iwan was al die tijd wel gegaan. Zelf had hij jaren daarvoor een TIA gehad en ook hij had veel aan het lotgenotencontact. In augustus 2012 zag ik hem weer op een avond van de vereniging. ‘Volgens mij is er meer tussen jou en die man,’ zei mijn moeder, die ook mee was, na afloop in de auto. Ik vond hem leuk inderdaad. Maar of dat wederzijds was, wist ik niet. Hij had niet met me geflirt. Tot dan toe hadden we alleen heel leuke gesprekken gehad.

Het kwartje viel tijdens sinterklaasavond. Toen ik hem na een wederom geslaagde avond buiten gedag zei, kuste hij me. Ik had het niet zien aankomen. Achteraf bleek Iwan mij al die tijd al leuk te vinden, maar had hij niets laten merken omdat hij nog niet wist of hij een nieuwe relatie wilde aangaan.”

Prins op het witte paard

“Ik heb mijn prins op het witte paard gevonden. Iwan is zo lief voor me, hij steunt me zo goed. Zelf zie ik snel beren op de weg, maar hij is de rust zelve en stimuleert me. Als je het nu eens op zo’n manier probeert, zegt hij bijvoorbeeld, lukt het waarschijnlijk wél. Ook als ik het moeilijk vind om aan mijn vermoeidheid toe te geven, stimuleert hij me om dat juist wél te doen. ‘Ga even lekker liggen,’ zegt hij dan. ‘Dan ben je extra fit bij die afspraak vanavond.’

Ik denk niet dat het door zijn TIA komt dat hij me zo goed begrijpt. Mijn klachten zijn namelijk heftiger dan die van hem. Hij is van nature iemand die begrip heeft voor mensen en ervan overtuigd dat je lichaam je beste raadgever is en dat je daarom goed naar je lijf moet luisteren. Geeft je lijf aan dat je rust wil, neem die dan zodat je weer verder kunt in plaats van door te jakkeren totdat je vanzelf wordt teruggefloten, wat ik vaak geneigd ben te doen.”

Sluipmoordenaar

“Ondanks dat we hier verschillend in zijn, kunnen we er goed samen over praten. Ook over het feit dat we wat angstiger zijn door wat we hebben meegemaakt. Als je lichaam je in de steek heeft gelaten, wie zegt dat dat niet elk moment weer kan gebeuren? De ergste angst is gelukkig inmiddels gesleten.

Zowel Iwan als ik slikken medicijnen en we worden regelmatig gecontroleerd. Dat geeft rust. Die kwaadaardige tumor in mijn darmen vind ik eerlijk gezegd enger. Dat is een sluipmoordenaar waar je niets tegen kunt doen, terwijl ik voor die CVA medicijnen slik. Iwan en ik hebben afgesproken dat we er voor elkaar zullen zijn. No matter what.

Geen romantisch aanzoek

“Twee jaar geleden zijn we getrouwd. Niet dat zijn aanzoek heel romantisch was, hoor, zo zijn we niet. We stonden op het punt van samenwonen en waren op internet aan het kijken wat gunstiger was: geregistreerd partnerschap of trouwen. Bij trouwen doe je een belofte, bij geregistreerd partnerschap niet. ‘Een belofte vind ik zó belangrijk,’ zei Iwan meteen. ‘Laten we gaan trouwen.’

Onze bruiloft was geweldig. Lekker nuchter ook. ’s Ochtends vroeg liep ik in mijn trouwjurk over de wekelijkse markt naar het gemeentehuis, samen met drie getuigen. ’s Avonds hadden we een intiem diner met mensen die écht speciaal voor ons zijn. Het menu? Een stampottenbuffet. Dat past bij ons.”

Dankzij mijn infarct

“Elk jaar op 10 november denk ik terug aan mijn infarct. Het is bizar dat zo’n nare gebeurtenis mij twintig jaar later zo veel heeft gebracht. Als ik dat infarct niet had gehad, had ik Iwan nooit leren kennen. En was ik niet zo gelukkig geweest als ik nu ben.”

Tekst | Nathalie de Graaf
Fotografie | Mariel Kolmschot
Visagie | Nicolette Brondsted

M20-CoverDit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-20.
Je kunt deze editie nabestellen op MAGAZINE.NL >

 

 

 

 

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.