Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Paul Groot: ‘Ik heb een 
groot talent voor kluizenaarschap’

paul-groot.jpg

Acteur Paul Groot (49) maakte naam met zijn persiflages in Kopspijkers en Koefnoen. Maar na vijftien jaar is de lach voor hem niet heilig meer. Tijd voor een serieuzer soloprogramma?

Je speelt binnenkort in de musical Into the woods, met liedjes van Stephen Sondheim. Wat gaan we zien?
“Het gaat over een bakker en zijn vrouw die kinderloos zijn door de vloek van een heks. Om die vloek op te heffen moeten zij het bos in. Daar ontmoeten ze figuren uit allerlei sprookjes van de gebroeders Grimm. Ik speel de grote boze wolf en de prins die Assepoester door zijn vingers laat glippen.”

Valt daar speltechnisch eigenlijk iets aan te verhapstukken?
“Zeker. Die prins is een zelfbewust, van zelfmedelijden overlopend figuur. Hij klaagt: prinsessen breken je hart, maar ze zijn onbereikbaar omdat ze in een toren zitten. Dan zingen wij het nummer Hartenpijn, Agony. Dat zit op het randje van grotesk spel. De vraag is hoe geloofwaardig ik die man ga maken. Best een uitdaging.”

Je speelde in 2015 de hoofdrol in de 
musical Robert Long. Gaan we de komende jaren meer van jouw serieuze kant zien?
“Ja, dat heb je goed gezien. Ik vind het mooi om een iets zwaardere kant aan te boren. Wat meer ontroering. De lach is voor mij niet heilig. De nummers die mij in Robert Long het meest na aan het hart lagen, waren de tearjerkers. Zoals Flink zijn of Waarom huil je nou?. Na dit seizoen ga ik Cole Porter spelen in You are the top. Een mooie, gelaagde rol. Ik fantaseer over een soloprogramma in het theater. Een cabaretvoorstelling met eigen liedjes en bestaande nummers als I don’t care much uit de musical Cabaret. En Broken van Jake Bugg. Vrij donkere nummers.”

Daag je jezelf daar meer mee uit?
“Ja, of misschien past het beter bij mij. Omdat ik van mezelf melancholieker ben.”

Waarom ben je dan ooit de humor in 
gedoken? Volgens de analytische psycho
logie is humor afweer. Het bedekken van emoties met een grap.
“Ja! Ja! Humor is absoluut een middel om je staande te houden en je door het leven te bluffen. Als je jezelf vrolijk moet 
houden, helpt het om een ironische toon aan te slaan. Dat wordt op een zeker 
moment een manier van doen.”

Waarom moest je je vrolijk houden?
“Nee, tot hier. Anders wordt het meteen weer zo somber!”

Jij geeft de voorzet, ik kop hem in.
“Dat doe je goed, haha. Nee, ik zeg het toch duidelijk genoeg.”

Je wordt dit jaar vijftig. Heb je al gehuild?
“Nou, niet daarom. Van dat getal heb ik niet zo’n last. Maar mijn moeder is twee maanden geleden overleden. In de zomer kreeg ze alvleesklierkanker en opeens had ze nog maar een paar weken te leven.”

Hoe was jullie verhouding?
“Ik was heel dik met mijn moeder. Ze was de archetypische moeder-moeder. Warm, lief en zacht. Opgewekt, veel humor. Heel streng voor zichzelf, perfectionistisch.”

Hoe ben je eronder?
“Nog een beetje confuus eigenlijk. Ik mis haar met de week erger.”

Wat mis je het meest?
“Nou, daar blijf ik van weg hoor, want dan ga ik heel hard zitten huilen. Maar
 de vanzelfsprekendheid van het goede contact. Dat je je moeder kwijt bent.
 De onvoorwaardelijke liefde die ze gaf.”

Je vader leeft nog. Van wie heb je het meest, van je vader of je moeder?
“Mijn vader is lange tijd slager geweest. Dat is hij nóg in hart en nieren. Heel 
sociaal, aards, een babbelkont. Ik heb meer het karakter van mijn moeder. Mijn moeder is ook… wás wat gereserveerder. In een grote groep viel ze niet op, net als ik.”

Tijdens je jeugd in Uithoorn zaten jullie samen op de toneelclub.
“Van mijn vijftiende tot mijn twintigste. Vanaf mijn vierde zagen mijn ouders al dat ik acteurstrekken had. Ik speelde met een servet onder mijn kin Sinterklaas en bleef dagenlang consequent in die rol. Ging langzamer lopen, bloedserieus, haha. Ik wás Sinterklaas! Ik maakte poppen en marionetten voor mijn poppentheater. Een echte knutselaar.”

In dat gezelschap kon je je moeder van een andere kant leren kennen.
“Omdat ze zo bescheiden was, vond ik het leuk dat ze op toneel eens iets grotesks speelde. Tja…” (Breekt de zin af) “Ik wist wel dat mijn moeder die kant had. Ze deed vaak rare stemmetjes en haalde thuis grappen uit, ook om het gezellig te houden. Soms kan het efficiënt zijn om een rol aan te nemen om te zeggen wat je niet bevalt.” (zet een krakerige stem op) “‘Zo dochter, ruim je rotzooi eens op!’ Je verpakt je boodschap in een rolletje. Samen spelen was fantastisch. Elke woensdagavond 
repeteerden we op de zolder van een oud schoolgebouw. Op de vliering lagen alle decorstukken, en snorren en baarden met de schmink er nog in. Heerlijk, die geur van oud vet. Ik heb decors ontworpen, en tekende de plaatsbewijzen.”

Maak je nog poppen?
“Dat niet, maar ik ben weer aan het 
tekenen. Als kind wilde ik striptekenaar en reclametekenaar worden. Maar ik werd niet aangenomen op de kunstacademie. Jammer, anders was ik nu een werkloos graficus geweest. Haha! Ik kreeg van Owen (Schumacher, zijn medespeler bij Koefnoen, red.) voor mijn verjaardag een workshop bij Siegfried Woldhek, de tekenaar van NRC. Fantastisch! Ik maak kleine portetten van een foto of van mensen op tv. Soms doe ik een voorstudie voor de make-up van Koefnoen. Dan denk ik: als ik Trump ga spelen, moet ik die wenkbrauwen omhoogtrekken, die ogen een beetje knijpen. Als kind zette ik de radio aan en werkte ik uren aan één tekening. Eerst een potlood, dan inkt, vervolgens arceren. De uren vliegen voorbij als je in je eigen wereld zit.”

interview: minou op den velde
fotografie: ester gebuis

Dit is een gedeelte uit het interview met acteur Paul Groot. Het volledige interview lees je in Margriet 01-2017. Dit nummer nabestellen? Dat kan via Tijdschrift365.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant