null Beeld Illustratie: Kristel Steenbergen
Beeld Illustratie: Kristel Steenbergen

PREMIUM

Ook last van kerstergernissen? Zo gaat Marjan van den Berg ermee om

Zít je weer met z’n allen aan het jaarlijkse kerstdiner. Oftewel: het jaarlijkse ‘kijk ons het toch eens ontzéttend leuk en gezellig hebben’-toneelstukje. En ondertussen maar op je tong bijten om al die ergernissen binnenboord te houden. De grote vraag, óók van Marjan van den Berg: kan dat niet anders?

“Nodig je serieus ome Kees weer uit?” Ik wil ze zo graag allemaal om tafel. Zo veel familie heb ik niet. En hé: ik ben ook geen fan van ome Kees. Maar hij is alleen. En met kerst moet niemand alleen zijn. Dus zitten ze er uiteindelijk allemaal. Met rugzakjes vol frustratie. Dochters, aanhang, broer, schoonzus, neef, nicht, kleinkinderen en ome Kees. Ik bewaar dapper de lieve vrede. Terwijl ik eigenlijk liever zou zeggen: ‘Meiden, ga lekker skiën!’ Maar ze zouden niet geloven dat ik het meende! En ik weet zelf niet helemaal zeker of ik dat wel meen...

Kerst doet iets raars met je. Ik vraag me ernstig af hoeveel mensen met kerst ergens zijn waar ze liever niet zouden zitten. Allemaal omdat ze beantwoorden aan de verwachting van een ander. Misschien zit zelfs ome Kees gewoon liever lekker op zijn eigen bank te kijken naar As the world turns. Wie weet?

Ontsnappen met een codewoord

Een vriendin van me, die directeuren coacht in ernstige zaken als de reorganisatie van enorme bedrijven inclusief akelige afvloeiingsregelingen, begeleidt die mensen ook vaak met kerst. Want dan moeten ze bij hun schoonmoeder aan het diner. Dan zegt die schoonmoeder altijd iets heel venijnigs, waardoor de echtgenote van de directeur op slag zó verdrietig is, dat het precies een jaar duurt om daarvan een beetje te herstellen. De directeur krijgt een woedeaanval, want die zag het allemaal al aankomen en heeft voor de zekerheid een extra whisky’tje weggetikt.

“Kerstdiners zijn bronnen van ellende,” zegt ze. “Daar zit je ineens op een plek waar familie­patronen zich vanaf je jeugd hebben ingeslepen in je gedrag. Daar kan ineens een zus iets zeggen, waardoor je een golf van woede en verbittering voelt om iets wat ooit gebeurde en nooit goed is verwerkt.”

Zij leert mensen hun grens te bewaken door middel van trucs. Arriveer op dat kerstdiner vlak voor etenstijd. Als je eenmaal aan het eten bent, heb je iets te doen en kun je je daarop focussen. Dan is de kans dat iemand je triggert met een gemene opmerking een stuk minder groot. Je kunt afspreken met je partner dat je naar elkaar knipoogt als je die sneer van je schoonmoeder oppikt. En in het uiterste geval kun je een codewoord of -zin afspreken voor als je echt acuut weg wilt. Iets als: ‘Het wordt vast een koude winter!’ Waarop je partner dan een aanval van darmkoliek kan faken, zodat je met de armen om elkaar heen kreunend naar je auto kunt strompelen. En daarna rijd je lekker langs de McDonald’s om de ontsnapping te vieren.

Stabiel irritante factor

Zijn dat geen laffe manieren om grenzen te bewaken? Moet die man niet gewoon rustig met zijn schoonmoeder bespreken dat haar uitlatingen niet aardig zijn? Kwetsend? Dat ze haar dochter pijn doet? Mijn vriendin schudt lachend haar hoofd. Die schoonmoeder opvoeden is een heilloze zaak. Wat je zou kunnen doen, is je afvragen waarom ze van die akelige dingen zegt. Dan vind je oorzaken die voor haar verdrietig zijn. Ze voelt zich misschien afgewezen, is ontevreden, ongelukkig en teleurgesteld. En dan heeft ze ook nog een dochter die haar verwaarloost, met de verkeerde man is getrouwd en domme kinderen heeft gebaard. Los dat maar eens op.

“Maar misschien kun jij wel met jouw ome Kees bespreken waarom hij als bloedirritant wordt beschouwd tijdens het kerstdiner,” stelt ze lachend voor.

“Ik zou niet durven,” mompel ik. Want ome Kees heeft in rust de gelaatsuitdrukking van iemand die ontzettend nodig moet poepen, maar voorlopig geen kans ziet om dat ergens te doen. Beter kan ik het niet omschrijven. Het is niet erg bevorderlijk voor je eetlust. Hoe moet ik dat ooit bespreken? Ik kan hooguit de rest van de familie aanbieden een tafelkleedje over hem heen te gooien.

Het schrijnende is ook nog dat Kees intens gelukkig glimlacht als je hem vraagt of hij het eten lekker vindt. Maar dat duurt maar even. Daarna valt hij terug. Feit is wel dat hij een stabiel irritante factor is aan een nogal emotioneel instabiele tafel. Want mijn drie meiden zitten op slag in die familiemodus waarover mijn vriendin de coach sprak. Met alle jeugdtrauma’s in hun rugzakjes. En die rugzakjes staan tijdens zo’n diner wijd open.

null Beeld

Jeugdtrauma’s en ander leed

“Zo leuk was het anders vroeger allemaal niet,” zegt de jongste dochter bijvoorbeeld, als de oudste net een grappige vakantieherinnering heeft gedeeld. We zitten nog maar aan het voorgerecht en hopla, daar gaan we. Want er was ooit een echtscheiding. In 1992. Je zou zeggen: dat is toch een tijdje geleden. Maar wat er in je jeugd is gebeurd, kan akelige krassen maken op je ziel. Met een beetje pech vertellen ze straks hoe ze bibberend in hun bedjes hoorden hoe ik ooit een glas stukgooide tegen de muur van de woonkamer. Rode wijn zat erin. Ik heb die muur opnieuw moeten witten. Een paar maanden later woonde ik ergens anders. Als ze dat verhaal gaan vertellen, zou ik kunnen zeggen: ‘Zorg maar dat je dat soort fouten nooit maakt.’ Maar dan ben ik net zo’n vals kreng als die ene schoonmoeder en hebben we er een nieuw trauma bij. De enige die op zo’n moment geen spier van zijn gezicht vertrekt, is onze ome Kees. Die moet nog steeds nodig.

“Wat doe je als je zo’n opmerking hoort die dwars door je hart snijdt?” vraag ik aan mijn coachende vriendin. Ze zegt: “Neem het niet persoonlijk.” Vier woorden. Supersimpel. Werkt dat?

“Reken maar,” zegt ze. Ze legt uit. Die jongste heeft toch gelijk? Het was vroeger toch niet allemaal even leuk? Je kunt rustig beamen dat ze gelijk heeft en misschien zelfs vertellen van dat glas wijn en die muur. En dan de draai maken naar: “Maar wat wél lachen was, was die keer dat jij…” En dan een lekkere anekdote vertellen.

Ze heeft gelijk, mijn coach. Dat werkt. Als je schoonmoeder zegt: ‘Ik zie de kleinkinderen echt veel te weinig’, dan kun je dat opvatten als: ‘Jij brengt ze niet vaak genoeg, je houdt ze van me weg.’ Of je zegt: ‘Nou, dat vind ik eigenlijk ook! Zullen we in de meivakantie eens een paar dagen met z’n allen een huisje huren?’ Of iets anders aardigs. Of je houdt je mond. Maar dan moet je weer uitkijken dat het bij jou vanbinnen niet gaat broeien.

Doen alsof je een discobal bent

Ik ben zo’n broeier. Ik kan kauwen op uitspraken en allemaal akelige dingen bedenken die ze niet zeggen, maar wel bedoelen. Ik neem dus bijna alles persoonlijk. Dit is mijn les. Niet meer doen! Neem het niet persoonlijk! Maar ai, wat kunnen mensen je soms raken.

Net als ik denk: ik neem het allemaal niet persoonlijk, zegt mijn broer: “Jij was als kind al een jankerd. En nu ben je een manipulatieve persoonlijkheid.” Hoe zou ik dat niet persoonlijk kunnen nemen? Dat ís toch gewoon persoonlijk? Help! Coach?

Hier heb ik een andere coach bij nodig. De wijze vrouw met wie ik ooit tijdens een boswandeling kwetsbaarheden deelde en al lopend groeide naar inzicht. Zij raadde me de discobal aan. Als iemand iets tegen je zegt waarvan je in de war raakt, dan denk je: ik ben een discobal. En dan weerkaats je alles wat mensen tegen je zeggen. In prachtige kleuren en blij licht. Hopla, terug met die opmerking! Ik ben een discobal!

Dus ik zeg tegen mijn broer: “Daarom ben je zo dol op me, hè lieverd?” waarmee ik alles smoor in liefde en de hele tafel aan het lachen maak. Maar vermoeiend blijft het. Het wordt natuurlijk ook nooit zoals op de foto’s in zo’n kerstspecial met al die bloedmooie blije mensen aan tafel en al die kreukvrije kinderen. Die mensen zijn zo blij omdat ze elkaar niet kennen! Ze ontmoeten elkaar hier voor het eerst, voor die fotoshoot. Na afloop gaan ze allemaal naar hun eigen kerstdiner met hun eigen familie en hun eigen frustraties. Dan zien ze er heel anders uit.

Woedeaanval en de slappe lach

“En we moeten uitkijken dat we niet te veel invullen voor een ander, hè?” waarschuwt de vriendin nog. Ze illustreert het aan de hand van Ferry, haar blinde broer. Ferry is al zijn hele leven blind en hij is de enige blinde die ik ken, die daar woedend om is. Gek genoeg ken ik heel wat blije blinden. Maar die broer! Die zit dus jaar na jaar aan hun kerstdiner te chagrijnen en hij is heel gemeen tegen zijn zus als ze zijn bord uitlegt, zo van: de konijnenstoof ligt op drie uur. Als iedereen door elkaar heen praat, schreeuwt hij dat hij het niet meer kan volgen. Dat ze één voor één moeten praten. De jongste zoon van mijn vriendin heeft ooit op zijn veertiende aan tafel voorgesteld na het eten verstoppertje te spelen en dat oom Ferry hem dan maar moest zijn. Ferry kreeg een woedeaanval en mijn vriendin zó de slappe lach, dat ze het in haar broek deed.

Sinds de jongste zoon achttien is, komt Ferry op eerste kerstdag. Haar kinderen en klein­kinderen komen een dag later.

“Dat is toch wel zielig voor Fer,” concludeer ik bij haar verhaal, vol mededogen om de blinde broer. “Dat dachten wij eerst ook. Maar het bleek voor iedereen een opluchting,” zegt mijn vriendin. “Fer vindt het supergezellig met z’n drieën.”

Wespennesten van oude patronen

Zitten we nu met kerst allemaal krampachtig te beantwoorden aan de verwachting van een ander? En hebben we het daardoor geen van allen naar ons zin? Het begint er een beetje op te lijken. Zéker als mijn middelste dochter na het laatste kerstdiner opmerkt: “Ik heb wel een halfuur met ome Kees zitten praten.” “Ja! dat zag ik,” zeg ik. “Was het leuk?” Ze kijkt verstoord. “Nee! Dat doe ik voor jou, hè?”

En dat hoeft niet. Dat hoeft echt niet. Van ome Kees waarschijnlijk ook niet. Dus tijd om echt wijzer te worden.

We gaan alleen maar ergens heen als we dat echt willen en we nodigen iedereen totaal vrijblijvend uit. We verwachten niets van anderen en we verwachten ook niets van onszelf. We beseffen dat we ons in wespennesten van oude familiepatronen begeven. Om ons daartegen te wapenen, vatten we niets persoonlijk op. Helemaal niets. Als dat onvermijdelijk is, zijn we een discobal. En we kunnen altijd ontsnappen. Alles voor de lieve vrede. Maar let op: met kerst kunnen de openingstijden van McDonald’s afwijken, dus haal voor de zekerheid een diepvriespizza in huis.

null Beeld
null Beeld

Wil je meer weten over weerbaarheid, google dan eens op ‘assertiviteitstrainingen’. Het aanbod is enorm divers en van die websites steek je vaak al heel wat op. Is het een serieus probleem aan het worden, kijk dan bij bokstherapie.nl. Dat is echt een prachtige manier om lijf en geest in balans te krijgen en weerbaarheid op te bouwen. In het hoofdstukje ‘negatieve energie’ op de site holistik.nl vind je ook nuttige handvatten. Zij hebben een heel divers aanbod van zelfhulp én een wekelijkse nieuwsbrief. Op YouTube vind je veel rustig makende muziek van klankschalen, didgeridoos et cetera. Maar voor sommige mensen werkt een technoconcert veel beter. Verder is het in de winter redelijk rustig op het strand. Als het allemaal te veel is geworden, kun je daar heerlijk tegen de storm en de golven gillen, zonder te worden gearresteerd.

Marjan van den BergIllustratie: Kristel Steenbergen

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden