Persoonlijk

Noortje Herlaar: ‘Ik vind mezelf een leuker mens dan voor ik moeder was’

nieuw-hr_m42-noortje-herlaar_6454_.jpg

Sinds ze vorig jaar een dochter kreeg, heeft Noortje Herlaar (34) nauwelijks gewerkt. Ze was thuis met Bobbi en herontdekte door haar de liefde voor zingen. Nu staat ze weer op de planken met de David Bowie-musical Lazarus, geregisseerd door de man die haar passie voor haar vak aanwakkerde.

Tijdens het interview kijkt Noortje af en toe vlug op haar mobiel. “Even checken hoe het thuis gaat.” Ze leest een berichtje. “Ah, ze ligt lekker te slapen.” Haar moeder past op, voor het eerst. Eerder was dat niet nodig, want Noortje heeft sinds de geboorte van haar dochter, die ze eind oktober vorig jaar met acteur Barry Atsma kreeg, vrij genomen.

Nu Bobbi negen maanden oud is, begint Noortje langzamerhand wat werk op te pakken. Een interview geven, achter de piano muziek instuderen en daarna de repetities voor haar rol in de David Bowie-musical Lazarus.

Was dat jaar vrij een bewuste keuze of liep het toevallig zo?

“Een beetje van allebei. Ik heb werk afgezegd om het eerste jaar bij onze dochter te kunnen zijn, maar ik wist al voor haar geboorte dat ik een rol in Lazarus had. Dat maakte het wel makkelijker om het besluit te nemen. Barry is dit jaar juist druk, met veel filmopnames in het buitenland, dus het was ook handig als ik thuis was. Ik voel me heel bevoorrecht dat dit kon, want de meeste ouders moeten veel eerder weer gaan werken.”

Hoe heb je de eerste negen maanden met Bobbi ervaren?

“Ik vind het moederschap allemachtig prachtig. Het klinkt misschien hoogdravend, maar dichter bij de bron van het leven dan in die periode van zwangerschap en bevalling kom je niet. Bij mij is dat gelukkig allemaal heel goed gegaan, dus ik heb er intens van kunnen genieten. En ik vind het ook heel bijzonder dat ik dat eerste jaar zo bewust kan meemaken.

Ik ben alleen maar thuis geweest, een symbiotisch samenzijn met haar. Het leven van een baby hangt natuurlijk aan elkaar van mijlpalen. Kortgeleden is ze voor het eerst gaan staan. Dan roep ik weer door de kamer: ‘Ze staat! Ze staat!’ Je zou al die momenten wel willen vastpakken. Mijn telefoon begint behoorlijk vol te raken van alle filmpjes en foto’s.”

Verlang je nog niet naar andere dingen doen dan het moederen?

“Dat begint een beetje te komen, ik merk dat ik zin krijg om weer aan de slag te gaan. Maar ik bleek ook wel goed in alleen moeder zijn. Ik ben nog nooit zo los geweest van die wasmachine aan gedachten die zo in mijn hoofd kan ronddraaien. De natuur zorgt na een bevalling blijkbaar voor een fijne focus: alles was gericht op mijn kind en de rest deed er niet veel meer toe.

Mijn prioriteiten zijn opeens een stuk helderder dan voor ik moeder was. Ik vind mezelf er een leuker mens van geworden. Praktischer en met minder twijfels.”

Barry heeft al twee dochters van tien en twaalf uit een eerdere relatie. Hebben jullie de komst van Bobbi verschillend beleefd?

“Ze is voor hem natuurlijk een even groot cadeau als voor mij, maar ik ben voor het eerst moeder geworden en hij was al vader. Ik vond de kwetsbaarheid die je opeens voelt en de oneindige verantwoordelijkheid best overweldigend. Barry kende dat gevoel al.”

Lees ook: Jesse Klaver: ‘Dat het vaderschap bijna een agendapunt is, zit me dwars’

Is er iets tussen jullie veranderd sinds jullie een kind hebben?

“In essentie niet, maar in het dagelijks leven gaat het natuurlijk wel heel veel over de kinderen. We zijn als samengesteld gezin met een baby en onze onregelmatige werktijden echt een productiebedrijf geworden. Je moet je verwachtingen bijstellen als het gaat om je relatie, het even doen met wat er is. Gelukkig zijn we allebei flexibel ingesteld en pakken we de momenten waarop we samen zijn vol aan.”

Dat klinkt wel heel harmonieus.

Lacht: “Ik zeg niet dat het altijd makkelijk is, hè? Soms raak je jezelf of elkaar even kwijt en vooral in een samengesteld gezin is het ook zoeken naar je plek in het geheel. Toen ik een relatie met Barry kreeg, had ik er opeens ook twee kinderen bij. Tijdens onze eerste vakantie samen zat de achterbank meteen vol. Het zijn de leukste meisjes die ik ken en ze hebben mijn leven enorm verrijkt, maar ik moest er wel aan wennen.

Ik ben niet hun moeder, maar vorm wel samen met hen een gezin, daar moest ik in groeien. Het gaat wel natuurlijker nu ik zelf moeder ben geworden, mijn plek is duidelijker geworden. Ik heb voor mijn gevoel meer te zeggen over de gang van zaken met de kinderen, omdat die nu ook mijn dochter aangaan. Voorheen liet ik dat meer over aan Barry.”

Hoe hebben Barry’s dochters hun zusje ontvangen?

“Vooraf vroeg ik me af hoe dat zou gaan, vond ik het ook wel spannend, maar ze hebben Bobbi meteen in hun hart gesloten. Het is één grote bron van liefde, die drie zussen bij elkaar. Mij hebben ze ook helemaal toegelaten in hun levens en met hun moeder heb ik er een warme vriendin bij gekregen. Ik ben echt trots op hoe we het met z’n allen doen. Dit geluk gun ik elk samengesteld gezin.”

Wat doe je graag met Bobbi?

“Zingen en muziek maken. Ik heb de muziek echt een beetje herontdekt nu ik moeder ben geworden. Ik had een lichte haat-liefdeverhouding ontwikkeld met zingen, omdat het mijn vak is en zingen dus ook altijd te maken heeft met presteren, met topsport bedrijven met mijn stem. Toen ik zwanger was, begon ik contact te maken met de baby in mijn buik door te zingen en nu ze er is, merk ik dat het iets met haar doet als ik zing.

Ze wordt er vrolijk van of het troost haar. Ik merk dat ik haar daarin echt iets te geven heb. Dat is natuurlijk de essentie van zingen; dat je met je stem een ander kunt raken. Ik heb dat weer ontdekt in de puurste vorm, met mijn kind. Dat heeft veel voor me betekend. Ik zing meer dan daarvoor en ben weer zanglessen gaan nemen.”

En je gaat in een musical spelen: Lazarus van David Bowie, onder regie van Ivo van Hove die het stuk in 2015 samen met hem heeft ontwikkeld in New York. Hoe ben je in deze productie terechtgekomen?

“Ik ben gevraagd om auditie te doen. Ze zochten acteurs die ook kunnen zingen. Maar al meteen toen ik hoorde dat Lazarus naar Nederland zou komen, dacht ik: muziek in combinatie met theater én Ivo van Hove, daar wil ik bij zijn.”

Jouw belangstelling had dus weinig met David Bowie te maken?

“Eerlijk gezegd kende ik Bowie niet goed, nee. Ik ben het dichtst bij hem gekomen in de voetbalkantine van mijn broer in Maassluis, waar ik nog weleens sta te zingen voor zijn vrienden. Dat zijn allemaal ouwe rockers en dan komt er soms een verzoeknummer van Bowie voorbij. Ik ben nu documentaires aan het kijken en muziek aan het luisteren om me zijn werk eigen te maken. Vooral interviews met hem intrigeren me. Hij durft zo eigen, serieus en intellectueel te zijn. Heel inspirerend. Maar ik hoef voor de rol geen kenner te zijn, want het is geen biografische musical.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief

Wat is het wel?

“Dat is best moeilijk uit te leggen en misschien moet je dat ook niet willen proberen. Het is een surrealistisch verhaal, gebaseerd op de sciencefictionfilm The man who fell to earth. Centraal staat Bowies alter ego Thomas Newton, een buitenaardse man. In de musical komen bekende nummers van Bowie voorbij, ik zing bijvoorbeeld Changes. De musical is zijn laatste meesterwerk, niet lang na de première is hij overleden. Hij was een groot kunstenaar, dus het wordt hoe dan ook een bijzondere voorstelling, zeker omdat de regie in handen is van Ivo van Hove, die al jaren prachtige voorstellingen maakt bij Toneelgroep Amsterdam.”

Omdat hij Lazarus regisseert, werd jij meteen enthousiast. Waarom?

“Toen ik nog op de theaterschool zat, zag ik Het temmen van de feeks met Halina Reijn, dat hij had geregisseerd. Dat maakte zó’n indruk. Er zat een vrijheid in het acteren, het was emotioneel, rauw en heel actueel, terwijl het een klassieker van Shakespeare is. Vanaf dat moment wilde ik met Ivo werken, maar ik durfde nooit auditie bij hem te doen. Hij leek zo onbereikbaar. Een paar jaar geleden speelde ik lang in een voorstelling die niet zo goed was geworden. Dat zoog me helemaal leeg, ik raakte mijn enthousiasme voor mijn vak even kwijt.

Ik besloot een week naar New York te gaan om bij te komen en bezocht daar zeven voorstellingen, waaronder The Crucible, onder regie van Ivo. Het was het mooiste wat ik de hele week zag. Ik dacht: jeetje, vlieg ik helemaal naar New York en dan is het die Vlaming van Toneelgroep Amsterdam die me weer zo weet te raken. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en hem te mailen of ik een keer auditie mocht doen. Hij zat toevallig ook in New York en vroeg of we de volgende dag koffie zouden gaan drinken.”

Je kijkt er nog beschroomd bij.

“Ja, dat hij wist wie ik was, vond ik zo bijzonder. Hij had de serie Ramses gezien, waarin ik Liesbeth List speelde, en was geïnteresseerd in wat ik wilde.”

En wat zei je: ‘Ik ben uitgekeken op mijn vak, maak me weer enthousiast.’?

Lacht: “Ik heb uitgelegd waar ik naar op zoek was. Als je wilt groeien als acteur, is het heel goed om toneel te gaan doen. Televisie is heel snel: je leert je tekst, je hebt je medespelers vaak niet eens ontmoet voor je op de set komt en je speelt veel op je intuïtie. Er is niet altijd tijd om te repeteren of in meerdere takes verschillende dingen te proberen. Ik wilde heel graag langer repeteren, dingen onderzoeken, werken aan mijn tekstbehandeling.

Ik mocht een paar scènes voor hem komen spelen en daarna gebeurde er een tijdje niks, tot ik werd gebeld of ik een rol wilde in Kleine zielen bij Toneelgroep Amsterdam. Doodeng vond ik dat! Zat ik opeens met Hans Kesting en Chris Nietvelt in een repetitieruimte. Iedereen kende zijn tekst feilloos en ze begonnen gewoon vanuit het niets te spelen. Ik zat aan de kant met lichte buikpijn: zo meteen komt mijn scène, wat moet ik doen?! Inmiddels ben ik daar wel aan gewend, hoor.” (grinnikt)

Heb je hierdoor je enthousiasme voor acteren hervonden?

“Ja, ik heb echt iets nieuws in mezelf aangeboord. Het was fijn om me te bezinnen en een nieuwe uitdaging aan te gaan. Er zijn weinig momenten geweest dat ik zo bewust zelf achter het roer van mijn carrière ben gaan staan. Dat mailtje aan Ivo was wel zo’n moment. Je kunt natuurlijk niet altijd alles afdwingen en wat je precies wilt kan ook een hele zoektocht zijn. Maar ik heb het gevoel dat in het werken met Ivo veel dingen op hun plek vallen.”

Lazarus is vanaf 3 oktober 2019 t/m 5 april 2020 te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Kaarten: delamar.nl.

Interview | Bas Maliepaard

Fotografie | Marloes Bosch

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 42, 2019.
Het hele nummer lezen? Dat kan! Bestellen kan hier.

 

 

 

 

 

Ook interessant