Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik was zó depressief, dat ik voor abortus koos’

nnv-vrouw-en-man.jpg

Joline (29) wilde niets liever dan moeder worden. Maar toen ze zwanger raakte, werd ze zó depressief, dat een abortus onvermijdelijk voor haar was.

“Ik ben nog steeds verbijsterd over wat mij is overkomen. Ik voel me beurs, alsof ik in elkaar ben geslagen. Werken gaat nog niet, ik zit hele dagen 
verdwaasd op de bank. Ik tel de uren tot Maarten thuiskomt. Pas als hij komt, komen de tranen, in zijn veilige armen. Als die zijn gevloeid, kan ik me een beetje ontspannen; samen eten, 
afleiding zoeken bij een film. Voor het slapengaan denk ik: misschien gaat het morgen wel beter. Maar ik zie nog geen licht aan het einde van de tunnel. Mijn ouders en schoonouders, collega’s en andere mensen om mij heen denken dat ik overspannen ben. Dat ik een burn-out heb of een depressie. Ik laat ze in die waan, want wat er écht is 
gebeurd, krijg ik niet over mijn lippen. Het heeft zeker met depressie te maken, maar met een aanleiding die juist prachtig had moeten zijn. En 
uitmondde in iets vreselijks.”

Grote fout
“Driekwart jaar geleden ben ik gestopt met de pil. Ik wilde dat al een tijdje, maar Maarten had nog wat drempelvrees. Tijdens onze laatste vakantie zei hij opeens dat hij er klaar voor was.
We gingen enthousiast aan de slag, waren vol vertrouwen. Maar vier maanden laten sloeg mijn stemming om. Ik sliep slecht en piekerde over dingen waar ik me anders nooit druk om maak. Vanuit het niets werd mijn werk me te veel en zat ik elke morgen huilend in de auto naar kantoor.
 Pas toen ik een zwangerschapstest deed en die positief bleek, besefte ik dat dit de oorzaak moest zijn van mijn akelige stemming. Ik hoopte dat ik die door dit goede nieuws meteen zou kunnen relativeren, maar het staafje met het plusje in mijn handen maakte me allesbehalve blij. Het voelde als een loodzware last. Maarten was wél opgetogen en ving me goed op. Hij vond dat ik een weekje thuis moest blijven om lekker te slapen. Dan zou ik me wel weer beter voelen. Dit was toch wat ik zo graag had gewild? Hij herhaalde alle fantasieën over een kind, waarmee ik hem eerder had willen overtuigen.
 De leuke dingen die we konden doen, hoe mooi het zou zijn als we ons kindje zouden zien opgroeien. Zijn verhalen gingen langs me heen. In mijn hoofd was het pikzwart. Ik kon amper nog logisch denken. Het enige wat ik deed was piekeren. Ik wist opeens zeker dat ik het moederschap niet aankon. Dat het Maarten en mij uiteen zou drijven. Dat we het financieel niet zouden 
redden. De vreselijkste doemscenario’s doken op. Ik deelde ze huilend met Maarten. Hij probeerde er voor me te zijn, maar al snel zat hij met zijn 
handen in het haar. Ik lag hele dagen in bed, werken was uitgesloten. Ik was zo verschrikkelijk moe. En naarmate de weken voorbijgingen, werd één 
gedachte steeds sterker: ik wilde dit kind niet. Het zou een grote fout zijn.”

Wanhopig gevoel
“Als Maarten naar zijn werk was, rende ik de trappen op en af om een miskraam op te roepen. Dat had ik ooit in een film gezien, wist ik veel. Ik sloeg op mijn buik. En ik las op internet over abortus, iets waarvan ik mij vroeger nooit had kunnen voorstellen dat ik dat zou overwegen. Bij dat speuren stuitte ik op de term ‘prenatale 
depressie’. Dat gaf me het laatste zetje om te doen waar Maarten al op 
aandrong: praten met onze huisarts. Die bevestigde wat ik al had gelezen: 
sommige vrouwen raken door een zwangerschap hormonaal zó van slag, dat ze een depressie krijgen. Uitzitten was zijn advies; meestal gaat het na drie maanden over. Al moest hij 
toegeven dat het ook de gehele 
zwangerschap kon duren en in het 
ergste geval zelfs tot een kraambedpsychose kon leiden. Hij adviseerde me visolie te nemen en vitamine B6. Dat slikte ik beide al, maar het hielp niets. En zijn advies ‘uitzitten’ maakte me woedend. Als ik ’s ochtends wakker werd, voelde ik me vaak zó ellendig, dat ik het liefst dood wilde. Hoe kon ik dat uitzitten? Een paar weken heb ik het nog geprobeerd. Maar ik haatte de baby in mijn buik zó hevig, dat ik bang was dat ik mezelf iets zou aandoen. Maarten was er wanhopig over; en dan wist hij nog maar half wat voor gruwelijke dingen zich in mijn hoofd afspeelden. Het ging niet, het ging écht niet.”

‘Toen mijn buik leeg was, ging het meteen weer wat beter’

Opgelucht én verdrietig
“Ik was elf weken zwanger toen ik mij heb laten aborteren. Maarten huilde 
op de terugweg, ik was alleen maar opgelucht. Lamgeslagen, maar opgelucht. De dag erna ging het meteen wat beter. Mijn leven voelde nog steeds donker, maar mijn buik was leeg. Dát probleem was opgelost, dat was in elk geval iets. In de weken erna kwam ik langzaam weer op aarde. Ik was mezelf al die tijd kwijt geweest, nu voelde ik weer
 helderheid. Daarmee kwam ook het besef van wat er was gebeurd. Ik, die zo graag moeder had willen worden, had mijn eigen kind laten weghalen. Nog steeds ben ik verbaasd dat dit mij heeft kunnen overkomen. Dat ik zó de weg ben kwijtgeraakt.
Ik ben er heel verdrietig om. En boos. Boos op mijn dokter. Ik vind dat hij me beter had moeten begeleiden, laten opnemen misschien, een behandeling met antidepressiva had moeten starten. Soms ben ik ook boos op Maarten, omdat hij me niet heeft tegengehouden. Maar ik ben vooral boos op mezelf. Omdat ik zo laf was en mijn kind 
zomaar heb laten weghalen. En ik ben bang voor de toekomst. Momenteel ben ik alleen maar bezig met overleven. Ik moet mijn leven weer op de rit krijgen. Weer normaal worden, krachtig, zoals ik vroeger altijd was. Ik moet met 
iemand gaan praten om te kijken hoe ik dit een volgende keer kan voorkomen. Want ja, ik wil nog steeds kinderen. Ik verzamel moed om hiermee naar buiten te treden. Nu is dit nog het geheim van Maarten en mij. Maar ik wil, ik móét hierover leren praten, steun vragen, hulp aannemen. Anders zal mijn grootste wens nooit in vervulling gaan. En zal ik de hevige eenzaamheid die ik nu voel nooit overwinnen.”

interview: lydia van der weide

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit verhaal komt uit Margriet 05/2017 en ligt nu in de winkel!

Lees ook:
Nog nooit verteld: ‘Ik ben verlaten voor een oudere vrouw’
Nog nooit verteld: ‘Ik voel me afgedankt door mijn kleinkinderen’
Nog nooit verteld: ‘Ik heb mijn buurjongen ontmaagd’
Nog nooit verteld: ‘Mijn kersverse vrouw heeft vaginisme’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant