Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik wilde hun verdriet niet erger maken’

vrouwnnv2.jpg

Petra werd als meisje misbruikt door haar vader. Net toen ze hem daarmee wilde confronteren, bleek hij ziek.

“Ik was elf toen het begon. Ik kreeg borsten en voelde me daar ongemakkelijk bij. Ik wilde geen strakke 
kleding meer dragen en pakte wijde hemden van mijn broers uit hun kast. Op een dag kwam ik op de trap mijn vader tegen. ‘Zonde,’ zei hij, terwijl hij zijn blik over mijn bovenlichaam liet glijden. ‘Je moet ze juist laten zien, wij mannen zijn er gek op.’ En hij stak zijn hand uit om mijn prille heuveltjes te strelen. Ik schrok me rot. Ik was 
er niet aan gewend dat mijn vader 
aandacht voor me had. In ons gezin met vijf kinderen, vier jongens en 
ik, was het altijd druk. Met mijn 
moeder had ik een goede band, van mijn vader had ik het idee dat hij me amper opmerkte. Maar dat ik borsten kreeg, had hij dus wél gezien. Na dit incident zag ik hem vaker naar me 
kijken. Ook toen ik een bh ging dragen en me meisjesachtiger ging kleden. Hij maakte weleens opmerkingen over mijn billen en mijn mooie lange haar. Altijd als niemand het kon horen. Ik vond het raar, maar ergens was ik 
ook wel gevleid. Simpelweg omdat 
hij opeens oog voor me had. En dat voelde fijn.

Dat veranderde toen hij ’s nachts bij mij langs begon te komen. Soms zat 
hij zomaar aan mijn bed. In het begin praatte hij alleen maar. Hij hoorde mij uit. Had ik al een vriendje? Wat wist ik over seks? Zat ik weleens aan mezelf? Vol gêne probeerde ik het gesprek dan 
op wat anders te brengen. Tot hij een keer naast mij kroop. En mij seksuele voorlichting gaf. Niet alleen met woorden.

Veilig
Het heeft drie jaar geduurd. In die drie jaar veranderde ik van een vrolijk meisje in een angstige puber met 
slaapproblemen. Hoewel mijn vader ‘maar’ een paar keer per maand langskwam, sliep ik geen nacht meer door. Ik werd ook bang voor mijn broers. Wanneer ze grapjes maakten over seks, kromp ik in elkaar. Doodsbang dat ze op een nacht ook aan mijn bed zouden staan. Op een dag werd er op school gesproken over incest. Toen pas besefte ik dat wat mijn vader deed, helemaal niet mocht. Diezelfde nacht kwam hij en heb ik hem weggeduwd. ‘Ik ga het aan mama vertellen, en aan de politie,’ blufte ik. Hij is nooit meer gekomen. Voortaan was ik veilig 
’s nachts. Maar dat voelde niet zo; tot ik het huis uitging, heb ik nooit meer goed geslapen. En in het studentenhuis waar ik daarna woonde, deed ik altijd de deur van mijn kamer op slot. Soms barricadeerde ik hem zelfs. Dan pas voelde ik me veilig. Contact met jongens verliep moeizaam. Grapjes maken, lachen, ouwe-jongens-krentenbrood; dat gedrag ging me goed af, maar iemand dichterbij laten komen, lukte niet. Ik heb zelfs geprobeerd 
lesbisch te ‘worden’, want voor 
vrouwen was ik níét bang. Maar 
natuurlijk werkte dat niet, je 
geaardheid kun je niet aanpassen. 
En toen was daar Cees. Hij keek door mijn pantser heen, nam maandenlang genoegen met vriendschap. Hij voelde dat hij geduld moest hebben, maar 
dat het dan goed zou komen. Het kwam goed. We zijn nu al ruim dertig jaar samen. 
We waren een paar jaar bij elkaar toen ik hem vertelde over vroeger. Hij vermoedde al zoiets, maar dacht dat het een van mijn broers was geweest. Dat het uitgerekend mijn vader was, met wie hij goed kon opschieten, vond hij zo erg dat hij moest huilen. Hierna vond hij het nog moeilijker om mee te gaan naar familiebijeenkomsten. 
Hij noemde het een poppenkast, een leugenfestijn. En hij vond dat mijn moeder recht had op de waarheid. Maar hij zei ook dat het mijn keuze moest zijn. Hij zou me nooit dwingen. Zelf wist ik niet wat ik ermee aan moest. Aan de ene kant wilde ik het verleden niet oprakelen. Aan de 
andere kant vond ik dat mijn vader er niet zomaar mee weg kon komen.

Schuldgevoelens
Ik ben in therapie gegaan. Erover praten met een psycholoog deed 
me goed. Ik had nog altijd het gevoel dat het ook míjn schuld was. De psycholoog leerde me naar mezelf kijken, als twaalfjarig meisje. Natuurlijk had ik geen schuld, natuurlijk niet. 
En toen ik net had besloten dat ik niet langer wilde meedoen aan de komedie bij ons thuis, werd mijn vader ziek. Wat een longontsteking leek, was kanker. Uitgezaaid. Hij had niet lang meer te leven. En toen kón ik het niet meer. Ik zag het verdriet van mijn moeder, van mijn broers, van hun kinderen en dat wilde ik niet nog erger maken. Met mijn verhaal zou ik hen de man van wie ze hielden al 
afnemen voordat hij overleden was. 
Ik zou zijn nagedachtenis voor altijd besmeuren. Ik hield mijn mond. Zat gewoon aan mijn vaders bed. Ik denk dat niemand zag dat ik nooit zijn hand pakte. Terwijl hij dat wel probeerde. Ik heb het idee dat ik spijt las in ogen, als hij naar me keek. Maar voor mij was dat te laat. Toen hij overleden was, voelde ik weinig. Het was alsof het verdriet (het was toch mijn vader) en de opluchting (voortaan zou ik nooit meer bang hoeven zijn ’s nachts) elkaar ophieven.

Dit jaar is mijn vader 25 jaar dood. Mijn moeder is hertrouwd, maar noemt mijn vader nog haar grote liefde. Zijn sterfdag wordt nog elk 
jaar herdacht met het hele gezin. 
Voor mij is dat nog altijd dubbel, 
maar ik ben blij dat het mij gelukt is om te blijven zwijgen. De waarheid vertellen heeft geen zin meer. Ik zou 
er alleen anderen pijn mee doen. De schuldige is al lang dood. Daarmee moet wat hij heeft gedaan ook maar begraven blijven.”

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit interview stond in Margriet 2018-18. Deze editie kun je nabestellen via Magazine.nl

Ook leuk en interessant om te lezen

Bekijk ook

Vriendinnen Ingrid en Liezet gaan op pad in het oosten van Nederland.

 

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op

Ook interessant