Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Stiekem eet ik toch af en toe vlees’

nog-nooit-verteld-stiekem-eet-ik-toch-af-en-toe-vlees.jpg

Afgelopen jaar stopte Sophie (47) met vlees eten. Ze vond het moeilijker dan verwacht en zwicht soms voor een bitterbal. Dat durft ze absoluut niet aan haar omgeving te vertellen. “Speciaal voor mij had mijn zus vegetarisch gekookt.” 

“Het spookte al jaren door mijn hoofd. Altijd wanneer ik met een vegetariër sprak, dacht ik: ‘Wat ben ik toch slap dat ik nog wél vlees eet.’ Hoe we met dieren omgaan in onze maatschappij vind ik echt niet kunnen. We gebruiken ze als productiemiddel en houden er totaal geen rekening mee dat het levende wezens zijn met gevoel.”

Goed voornemen

“En dat is het ook nog eens slecht voor het klimaat. En al at ik hooguit twee, drie keer vlees per week, ik kon het niet langer goedpraten voor mezelf. Dus eind 2018 besloot ik met een ouderwets ‘goed voornemen’ het nieuwe jaar in te gaan. Geen vlees meer voor mij! Ik vertelde het trots aan iedereen om mij heen. En ik nam dankbaar de vele complimenten in ontvangst.”

“Wel zei ik dan graag dingen als: ‘Als je het zo knap van mij vindt, waarom stop je er dan zelf ook niet mee?’. Hoewel ik wist dat ik nog geen enkel recht van spreken had met mijn jarenlange uitstelgedrag, voelde ik me door mijn voornemen direct superieur. Ik deed iets goed voor de wereld, vleeseters niet.”

‘Jehovagetuige’

“De eerste maanden van dit jaar leek ik wel een Jehovagetuige, vrees ik. Ik had me verdiept in feiten rondom het dierenleed en sloeg daar iedereen mee om de oren. Zo had ik in een artikel van de Correspondent gelezen dat wij mensen 65 miljard dieren per jaar eten. In de 50.000 jaar dat de mensheid bestaat, hebben er in totaal 110.000 miljard mensen geleefd.”

“In slechts twee jaar tijd eten wij dus net zo veel dieren op als er ooit mensen zijn geweest. Ongelofelijk toch? En dan te bedenken dat er zo veel in de meest gruwelijke omstandigheden leven. Ook vertelde ik iedereen graag hoe slim dieren zijn. Kippen kunnen tellen, oreerde ik, en varkens zijn goed in computerspelletjes en kunnen zichzelf herkennen in de spiegel.”

Hypocriet

“Wanneer mensen moeilijk keken bij mijn verhalen en aandroegen dat zij als flexitariër het vlees ook vaak lieten staan, zei ik dat dat natuurlijk beter dan niets was, maar in wezen hypocriet. Want als je tegen discriminatie van minderheidsgroepen bent, dan zeg je toch ook niet: ‘Ik vind dat je ze de hele week niet in elkaar mag slaan, maar in het weekend, vooruit, dan kijk ik wel even de andere kant op’.”

Lees ook: Nog nooit verteld: ‘Ze hebben geen idee dat ik ziek ben’

‘Ik miste het vlees behoorlijk’

“O, wat wist ik het allemaal goed. En wat predikte ik het graag. Wat niemand wist, was dat ik niet alleen anderen maar ook mezelf probeerde te overtuigen. Want hoewel ik een hoop lekkere vegaburgers ontdekte – het is echt geen straf om die te eten – miste ik het vlees behoorlijk.”

“Meer dan ik had verwacht. Gek genoeg wende dat niet. Natuurlijk, in de supermarkt liep ik al snel griezelend langs alle schappen kiloknallers. In de verpakking zie je ook nog dat het dier is geweest, dus dat maakte het makkelijk.”

Uit eten

“Maar uit eten vond ik het lastig. Zat ik bij de Italiaan, dan realiseerde ik me dat mijn lievelingspizza met peperoni nooit meer zou kunnen bestellen. Ging ik naar de afhaal-Indonesiër, dan begon ik al te watertanden wanneer ik rendang draadjesvlees zag. Tot me te binnen schoot: ‘O nee, dat mag ik niet meer’.”

“Dan corrigeerde ik mezelf; het was immers geen kwestie van mogen, maar van willen, nietwaar? Toch baalde ik stiekem als ik mijn vriend bij de Chinees babi pangang zag eten, mijn favoriet sinds ik kind was, en ik zelf aan saaie foe yong hai zat. Thuis vond hij het overigens geen enkel probleem om geen vlees te eten. Maar op een terras, bij een biertje, bestelde hij wel rolletjes parmaham en zat ik er knarsetandend bij.”

‘Ik zwichtte voor een bitterbal’

“Natuurlijk vond ik het ontzettend kinderachtig van mezelf. Ik gaf mezelf voortdurend op mijn kop. Maar ik had gewoon niet verwacht dat ik er zo mee zou worstelen. Een paar jaar geleden ben ik gestopt met drinken. Dat ik mijn levensstijl van veel uitgaan ook aan de wilgen hing, hielp daarbij. Na een paar maanden heb ik nooit meer naar alcohol gegrepen. Maar geen dier meer eten bleek dus gek genoeg veel moeilijker.”

“Het kon niet uitblijven. Twee maanden geleden ging het mis. Te banaal voor woorden: ik zwichtte voor een bitterbal met mosterd toen ik een dagje in mijn eentje naar de sauna was. En lekker dat het was! Direct daarna voelde ik me schuldig. ’s Avonds in bed kon ik er zelfs niet van slapen. Ik had het gevoel alsof ik al het dierenleed van de wereld op mijn schouders droeg.”

Af en toe vlees

“Toch is het niet bij die ene keer gebleven. Sinds ik weer af en toe vlees eet – niet vaak, twee keer per maand – voel ik me gek genoeg beter. Ik heb niet langer het nare gevoel dat ik mezelf per se iets moet ontzeggen. Ik voel me niet langer zielig. Door mezelf af en toe iets toe te staan, kan ik de andere dagen met veel meer overtuiging vlees laten staan.”

“Ik vind het slap van mezelf – het is duidelijk, met mij win je de oorlog niet – maar zo werkt het kennelijk voor mij. Dus ik heb besloten me erbij neer te leggen. En niet meer stiekem slecht vlees te snacken, maar het incidenteel te halen bij de biologische slager. Dan hebben zowel de dieren als ik tenminste kwaliteit.”

‘Vleesuitspatting’

“Maar ik heb nog wel een coming out te doen… Want mijn ‘vleesuitspatting’ heb ik tot nog toe verborgen gehouden. Zelfs mijn vriend weet van niets. Laat staan de andere mensen tegen wie ik mij zo superieur heb opgesteld begin dit jaar. En dat kan natuurlijk niet. Ze verdienen mijn eerlijkheid. Mijn schoonzus had speciaal voor het kerstdiner vegetarisch gekookt. ‘Omdat we jou zo knap vinden en je willen steunen’, zei ze.”

“‘En om ook iets goed te doen voor de dieren.’ Ik kon wel door de grond gaan. Ik kan me goed voorstellen dat mensen er schamper over gaan doen. Zeker de echte vegetariërs in mijn vriendenkring – voor wie ik meer dan ooit diep respect heb. Ik heb mijn lesje wel geleerd qua wereld verbeteren. Ik ben niet sterker of beter dan anderen; integendeel. Een harde maar wijze les.”

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-04. Je kunt deze editie hier nabestellen.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant