Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik zat aan het sterfbed van mijn minnaar’

nnv2.png

Toen Sarah (37) haar collega bezocht in het ziekenhuis, wist niemand dat zij al twee jaar zijn minnares was en hij op het punt stond om voor haar zijn gezin te verlaten.

“Het was iets over half negen toen ik die ochtend ons kantoor binnenstapte. Ik was vrolijk, want Harrie en ik zouden samen naar een klant gaan, twee uur rijden heen en terug. Extra tijd met hem was altijd een cadeautje. Ik haalde koffie, keek rond of hij al achter zijn bureau zat. Maar ik zag alleen een andere collega die met gebogen hoofd bij de koffiemachine stond. ‘Heb je het al gehoord?’ vroeg hij. ‘Harrie heeft vannacht een hersenbloeding gehad. Hij ligt in coma.’

Al twee jaar lang had ik een affaire met Harrie. Hoe verkeerd dat ook was, want Harrie was niet vrij. Maar sommige dingen voelen zo goed dat al je principes verdwijnen. Ook Harrie kon zich er niet tegen verzetten. Zijn vrouw was hem dierbaar, maar hij voelde geen echte liefde meer. Als zijn kinderen de middelbare school hadden afgerond en het huis uit zouden gaan, zou onze toekomst beginnen. Dat hij voor mij zou kiezen, daaraan heb ik nooit getwijfeld. We troffen elkaar twee jaar lang een paar keer per week bij mij thuis. Wat waren we gelukkig!

En toen kwam dit nieuws. Op de wc hapte ik naar adem en daarna ben ik aan het werk gegaan. Iedereen had het over Harrie. ’s Avonds, thuis, heb ik Harries vrouw gebeld. ‘Dag Sarah,’ zei ze. ‘Ik weet dat Harrie erg op je is gesteld, fijn dat je belt.’ Na afloop heb ik zo gehuild. Intens verdriet en schuldgevoel vochten om een eerste plek.

Nog een paar weken is er hoop geweest. Ik ben één keer, samen met twee collega’s, bij Harrie op bezoek geweest. Voordat we zijn ziekenhuiskamer verlieten, liet ik expres mijn sjaal op de grond glijden. Buiten op de gang zei ik dat ik om die sjaal even terug moest. Zo had ik een paar seconden met Harrie alleen. Voor het laatst voelde ik zijn warmte.

Twee dagen later is Harrie overleden. Ik ben niet naar de begrafenis gegaan. Ik kon het niet aan om daar als buitenstaander te komen, terwijl ik zo veel meer was. Bovendien voelde het als een te groot verraad tegenover zijn onwetende vrouw.

Harrie was een goed mens, wat anderen ook zouden zeggen als ze van ons geheime liefde hadden geweten. Ondanks alles ben ik blij dat zijn vrouw en zijn kinderen op het nippertje bespaard is gebleven dat hij is vertrokken. Dat ze in alle rust met liefde aan hem kunnen terugdenken. Kennelijk moet het zo zijn, het is goed zo.”

De namen in deze tekst zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Ook interessant