Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik heb last van ziekmakende heimwee’

vrouw-strand-denken.jpg

Vivianne gaat in de zomer naar haar huisje aan het strand. Ze moet er niet aan denken Nederland te verlaten. “Niemand begrijpt het. Iedereen reist maar, zo ver mogelijk.”

“Mijn vriend Bas was verbaasd dat ik nog nooit in Londen ben geweest. ‘Ik houd niet van reizen, dat weet je toch?’ had ik gezegd. ‘Ja, maar Londen!’ bracht hij ertegenin. ‘Iederéén houdt van Londen. Wacht maar, ik neem je er eens mee naartoe.’ Ik kende hem toen nog maar kort en zei niets. Eerst maar eens kijken of onze relatie serieus werd. En dat wérd-ie. Ik genoot ervan om met hem samen te zijn en vergat wat hij over Londen had gezegd. Tot het zomer werd en hij begon over andere uitstapjes. En het huis van vrienden in Italië noemde, waar we naartoe konden. Ik werd zó nerveus van zijn plannen, dat ik zelfs even overwoog om het uit te maken. Toegeven wat er met mij aan de hand is, voelde zó kinderachtig. Maar toen Bas me op een dag verraste met een lang weekend naar de Britse hoofdstad moest ik wel. Want hij begreep het niet, dat ik begon te huilen, op de ochtend dat we drie maanden bij elkaar waren. Waarom schoot ik zo in paniek? Omdat ik met vakantie gaan verschrikkelijk vind. Ik kamp met heimwee. En nee, niet dat melancholische gevoel dat iedereen weleens heeft, zeker als je het niet naar je zin hebt op een bestemming. Bij mij is het intens en ziekmakend. Het knijpt mijn keel dicht en vergalt al mijn plezier. Met de jaren is het erger geworden. Mogelijk omdat ik er niet meer tegen vecht; ik ga gewoon niet weg, heel simpel. Want alles wat ik eraan heb geprobeerd te doen, is op niets uitgelopen.”

‘Pas toen we Nederland in reden kon ik weer rustig ademhalen’

Overdag ging het wel…

“Ik had het voor het eerst tijdens een schoolkamp, toen ik acht was. Het was het jaar voordat mijn ouders gingen scheiden. Er was toen al heel veel ruzie tussen hen. Ik voelde me thuis niet veilig en had uitgekeken naar het schoolkamp, waar ik met al mijn vriendinnetjes in een grote tent zou slapen. Maar het begon al op de eerste avond, de hevige pijn in mijn buik omdat ik zo verlangde naar mijn eigen omgeving. Ik durfde er niets van te zeggen tegen de leiding, ook niet tegen vriendinnetjes. Maar ik lag de hele nacht te woelen en te huilen. Overdag ging het wel, maar alle nachten was het raak. Uiteindelijk moest mijn moeder me ophalen, ik was wit en slap van ellende. Dat ze ongeduldig tegen me deed, kon me niet eens schelen, zo opgelucht was ik dat ik weer naar huis mocht. Al waren mijn ouders dan ’s avonds zoals gebruikelijk tegen elkaar aan het schreeuwen, alles was beter dan weg te zijn. En niet te weten wat er gebeurde en met de angst te moeten leven dat mijn vertrouwde basis bij terugkomst weg zou zijn. Het jaar erna verdween mijn vader uit mijn leven. Geld voor vakanties hadden mijn moeder en ik niet. We logeerden alleen bij een tante aan de kust. Daar had ik het wel naar mijn zin, maar ik was toch altijd blij dat ik weer thuis was. Pas toen ik achttien was, ging ik voor het eerst op vakantie: met vriendinnen naar Lloret de Mar in Spanje. Wat had ik ernaar uitgekeken. Mijn heimwee van vroeger was ik vergeten. Maar al de eerste nacht ging het mis. Slapen ging niet en ik kreeg ’s ochtends geen hap door mijn keel. Ik ben de vakantie doorgekomen door veel alcohol te drinken. Mijn vriendinnen hebben niets 
gemerkt, maar wat heb ik geleden en wat heb ik, verborgen in de badkamer, een hoop tranen gelaten. En waarom? Ik kan het niet uitleggen. Ik voelde me gewoon niet op mijn plek, onveilig en diep ellendig. Pas toen we met de bus Nederland in reden kon ik weer rustig ademhalen.”

De wereld laten zien

“Dit is niet de laatste keer dat ik het heb geprobeerd. Toen ik mijn echtgenoot, die drie jaar geleden is overleden, tegenkwam en we smoorverliefd op zijn motor naar Frankrijk reden, dacht ik: dit moet lukken. Híj was mijn thuis. Dus waarom zou ik terug naar huis willen? Twee dagen hebben we genoten, toen begon het. Na vijf dagen reden we terug, omdat er met mij geen land te bezeilen was. Het is lastig gebleven in ons huwelijk, want mijn man was gek op reizen en hij wilde onze kinderen de wereld laten zien. Maar verder dan België zijn we met ons gezin nooit gekomen. Hoewel ik verder alles voor mijn kinderen overheb, is reizen me niet gelukt. Ik voel me alleen maar thuis in ons huisje aan het strand, op anderhalf uur rijden van onze woonplaats. Ja, daar slaap ik ook graag. Tussen mijn eigen spullen. In de wetenschap dat we zo weer ‘echt’ thuis kunnen zijn. Maar verder wilde ik nooit ergens heen. Mijn kinderen hebben er nooit echt onder geleden, volgens mij. Toen zij oud genoeg waren om zelf op reis te gaan, heb ik ze daarin altijd gestimuleerd, ook al vind ik het moeilijk als ze weg zijn. Ik mis ze en maak me zorgen. Soms heb ik zelfs dezelfde hyperventilatieaanvallen zoals ik die heb als ik zelf weg ben. Dan stuur ik berichten en ben pas gerust als ik iets van hen hoor. Zo is het wel te doen. Zolang ik zelf maar niet weg hoef.  Ik vertel zelden waar ik mee kamp, want het lijkt wel alsof niemand het begrijpt. Iedereen reist maar, zo veel en zo ver mogelijk. Goede vrienden van mij trekken nu twee maanden door Australië. Ik krijg het al benauwd als ik eraan denk. ‘Laat mij maar lekker naar mijn strandhuisje gaan,’ zeg ik, als mensen ernaar vragen. Dieper ga ik er niet op in. Maar met mijn nieuwe vriend, die als een onverwacht cadeautje in mijn leven is gekomen, word ik opnieuw met mijn heimwee en reisangst geconfronteerd. Hoewel hij zich begripvol opstelt, merk ik dat hij het niet echt begrijpt. Londen is gecanceld, maar hij hoopt nog steeds een keer met mij naar zijn lievelingsstad te gaan. ‘Wie weet lukt het in de toekomst wel,’ zegt hij hoopvol en dan knik ik om hem niet teleur te stellen. Maar ik kan mij niet voorstellen dat mijn gevoelens ooit veranderen.”

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit interview stond in Margriet 2018-36. Deze editie kun je nabestellen via Magazine.nl.

Lees ook:

Twee keer per week de leukste nieuwtjes, mooiste verhalen en handigste tips & tricks in je mailbox – geselecteerd door de redactie van Margriet. Wil je dat ook? Schrijf je hier gratis in voor onze nieuwsbrief.

Ook interessant