Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Dit zullen ze mij nooit vergeven’

nog-nooit-verteld.jpg

Zeven jaar geleden leende Elvira in het geheim twee ton van haar vader om haar bedrijf van de ondergang te redden. Maar het tegenovergestelde gebeurde…

Vaderskindje

“Ik was thuis het enige meisje, een nakomertje na drie jongens. Mijn vader vond het gezin met drie kinderen wel compleet, maar mijn moeder verlangde zó naar een meisje, dat ze slordig was met de pil. In eerste instantie was mijn vader niet blij toen ze vertelde dat ze weer zwanger was. Maar volgens mijn moeder veranderde dat toen hij mij in zijn armen hield. Ik heb mijn leven lang gevoeld dat ik zijn lievelingetje was. Hij droeg me op handen en wat ik ook deed, hij was trots op me. Mijn broers waren daar weleens jaloers op. Voor hen was hij niet makkelijk. Hij stelde hoge eisen aan hun studie en werk. Het was pijnlijk voor hen dat hij bij mij alles blind bejubelde. Pas toen ik mijn man Joost ontmoette, ontdekte ook ik mijn vaders kritische kant: hij onderwierp Joost aan een streng kruisverhoor en heeft zich nog minstens een jaar argwanend tegenover hem gedragen.

De jaloezie van mijn broers is nog steeds niet over, al zijn ze in de vijftig. Maar ze zijn ook dol op hun ‘kleine zusje’, zoals ze me nog altijd noemen. Sinds de dood van mijn moeder houd ik het gezin bij elkaar en daar zijn ze me dankbaar voor. Nog wel. Het zal niet lang meer duren voor ze voor een vervelende verrassing zullen komen te staan. En ik weet dat ze mij die niet zullen vergeven.”

Kredietcrisis

“Acht jaar geleden overleed mijn moeder. Omdat ik dichtbij woon, de meeste tijd had, en tja, ook door onze goede band, lag het voor de hand dat vooral ik mijn vader opving. Ik haalde hem vaak op, zodat hij bij mijn gezin kon logeren. Hij is minstens zo dol op mijn dochters als op mij en dat is wederzijds, dus hij was nooit te veel. Doordat hij zo veel bij ons was, hoorde hij Joost en mij weleens praten over onze zaak, een cateringbedrijf. Daar waren de ouders van Joost mee begonnen, wij hadden het overgenomen toen we vijf jaar getrouwd waren. Mijn vader, die altijd werkzaam was geweest in de financiële wereld, had ons daar nog over geadviseerd.

In het begin waren de zaken prima gegaan, maar door de kredietcrisis ging het al een tijd slechter. De kosten liepen te veel op, we zouden nog meer personeel moeten ontslaan. Het was zelfs de vraag of we wel in het fijne huis konden blijven wonen dat we een paar jaar eerder helemaal naar onze wensen hadden verbouwd.

Financiële injectie

Het was niet mijn intentie om hier met mijn vader over te praten. En al helemáál niet om te vragen of hij onze zaak een financiële injectie wilde geven. Maar hij ving gesprekken op en had al snel door hoe de vork in de steel zat. Toen hij een halfjaar later het huis waar hij met mijn moeder had gewoond verkocht om kleiner te gaan wonen, kwam hij met een voorstel. Hij wilde het geld dat hij na de verkoop overhield – bijna twee ton was dat – aan ons lenen, zodat wij niet hoefden te krimpen, maar juist konden uitbreiden. Hij had er alle vertrouwen in dat we snel winstgevend zouden worden. Natuurlijk zouden we het goed regelen, zwart-op-wit. Het betrof tenslotte geld dat in de erfenis zou belanden en waar mijn broers ook recht op hadden. Maar zij kwamen op dat moment niets tekort. Joost en ik wel. Mijn vader zag dit bovendien als investering. Als wij een verstandig plan zouden opstellen, konden we die lening binnen een paar jaar ruimschoots afbetalen. En dan hoefden mijn broers er ook nooit van af te weten.

Hoe lief dit ook was, ik twijfelde. Ik wist dat mijn broers zich gepasseerd zouden voelen als ze het wisten en bovendien woest zouden zijn over het risico dat er met ‘hun’ geld werd genomen. En wat als mijn vader zou overlijden voordat we het konden terugbetalen? Dan moesten zij op hun erfdeel wachten. Maar mijn vader wuifde dit weg met: ‘Jullie zijn nog lang niet van me af.’ En ik zag Joost helemaal opleven. Dat gunde ik hem zo, na jaren van keihard werken. Dus namen we het verleidelijke aanbod aan. Ik weet nog dat ik mijn broers hierna voor het eerst weer zag, op de verjaardag van mijn vader. Ik voelde me vreselijk schuldig. Tegelijkertijd haalde ik daar ook motivatie uit om me voor honderd procent voor ons bedrijf in te zetten. We zouden dit geld zo snel mogelijk terugbetalen.”

Alles kwijt

“Lang verhaal kort: we hebben het niet gered. Tegenvallende resultaten, een paar verkeerde beslissingen en simpele pech daarbovenop hebben voor de doodsklap gezorgd. Achteraf gezien hadden we veel eerder moeten stoppen, maar uit stress kregen we een ‘alles of niets’-gevoel. Vorig jaar zijn we failliet gegaan. Ons mooie huis zijn we ook kwijt. En ons huwelijk heeft het maar ternauwernood overleefd. Ondertussen gaat het met mijn vader helemaal niet goed. Hij heeft twee keer een hersenbloeding gehad. Daardoor woont hij in een verzorgingstehuis. Het is vreselijk om mijn sterke, slimme vader daar te zien. Hij kan amper nog praten en het meeste ontgaat hem. Een schrale troost daarbij is dat hij geen idee heeft van de huidige moeilijke situatie van Joost en mij. Ik weet niet of hij zich nog iets herinnert van zijn lening. Maar die zullen we nooit kunnen terugbetalen. Mijn broers kunnen fluiten naar hun erfdeel als mijn vader overlijdt. Het is simpel: ze krijgen niets, noppes. Maar dat weten zij natuurlijk niet. Het liefst zou ik het ze al vertellen.

Boos op mij gaan ze toch wel worden, dus dan maar liever meteen. Maar ze zullen ook heel boos zijn op mijn vader. Hem verwijten dat hij een veel te groot risico heeft genomen, voor míj natuurlijk, zijn lieveling. Grote kans dat ze hem dan niet meer zullen bezoeken. Dat wil ik niet, dus zolang mijn vader er nog is, speel ik toneel. Maar ik besef heel goed dat als mijn vader overlijdt, ik al mijn familie in één klap kwijt zal zijn.”

Tekst | Lydia van der Weide.
Beeld | iStock

M13

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-13. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant