Persoonlijk

Nog nooit verteld:’ De schranspartijen zijn weer terug’

nog-nooit-verteld-m11.jpg

Annemarijn worstelt haar hele leven al bij vlagen met eetbuien. Sinds haar scheiding is het weer mis. Het ergst vindt ze nog dat ze haar kinderen voorliegt.

“‘Mam, waar is die zak chips die ik onder in de voorraadkast had verstopt?’ schreeuwde mijn dochter Lotte. ‘Heeft Rico die soms opgegeten? Ik word er gek van dat alles altijd weg is.’ ‘Ik heb helemaal niets opgegeten,’ riep mijn zoon vanuit zijn kamer.
Hij stormde de trap af. ‘Jij hebt het vast zelf gedaan en nu geef je mij de schuld!’ Ze vlogen elkaar bijna in de haren toen ik bekende: ‘Die heb ik opgegeten.’ ‘Je liegt!’ riepen mijn beide kinderen tegelijkertijd. Lotte vervolgde: ‘Houd Rico niet de hand boven het hoofd, jij eet nooit chips!’

‘Ik kon wel huilen’

Ik heb moeten praten als Brugman en er een onverwacht bezoek van een vriendin bij moeten verzinnen om ze te overtuigen dat het echt mijn schuld was dat de zak weg was. Toen ze zich beiden terugtrokken op hun kamer, kon ik wel huilen. Ik schaamde me diep. Ze moesten eens weten hoe ik de avond ervoor had zitten schransen toen zij in bed lagen. De hele voorraad eten die ik in het geheim had gekocht en had opgeborgen in mijn kledingkast was er te snel doorheen gegaan. Ik had de hele keuken afgestruind.
De zak chips – die ik in welgeteld zes minuten leeg had gehad – was gevolgd door een pak koekjes en een halve pot Nutella. Pas toen zakte ik op de bank. Kotsmisselijk. Woest op mezelf. Ziek van schaamte. En vastbesloten de voorraad aan te vullen voor de kinderen het zouden ontdekken. Precies om een ruzie als deze te voorkomen.”

Eetbuien

“Tot mijn vijftiende was ik een vrolijk, populair meisje. Alles veranderde toen mijn vader stierf door een hartaanval. Hij was mijn grote held. Ik miste niet alleen hem, maar ook mijn moeder, die na zijn dood veranderde in een gestreste en verbitterde vrouw.
Ik zocht wanhopig naar troost, maar wist niet waar of hoe. Ik kreeg eetbuien waarbij ik alles wat ik maar kon vinden naar binnen propte. Het liefst snoep of vettigheid, maar het kon ook oud brood zijn – dat ik dan nat maakte zodat het makkelijker naar binnen gleed – of een pot koude sperziebonen. Vaak zat ik na afloop zo vol dat ik alleen nog maar op mijn rug kon liggen. Dat was afschuwelijk, toch deed ik het exact daarvoor: om verder alles uit te schakelen. Al mijn gedachten en gevoelens verdwenen op zo’n moment.

Mijn moeder had niets in de gaten, die was te veel met zichzelf bezig. Het enige wat ze deed, was mij geld toestoppen – voor het zwembad, voor de bioscoop; als ik haar maar niet voor de voeten liep – maar dat ging allemaal linea recta naar de supermarkt. In een jaar tijd kwam ik tien kilo aan. Daar schaamde ik me enorm voor, vooral omdat ik precies wist op welke walgelijke manier ik die kilo’s eraan at. Op school werd ik een teruggetrokken buitenbeentje.

Een gematigde eter

De eetbuien zijn me altijd parten blijven spelen, ook toen ik tijdens mijn studententijd uit mijn schulp kroop. Het studeren ging me goed af, ik deed veel leuke dingen met vriendinnen. Dat ik nog altijd mollig was, verhulde ik met opvallende, kleurige kleding. Er was niemand die begreep waar die overtollige kilo’s vandaan kwamen. Nee, natuurlijk niet: in gezelschap was ik een zeer gematigde eter. Zelfs toen ik ging samenwonen wist ik te verbergen hoe ik erg kon proppen. Dat deed ik alleen als ik in mijn uppie was.

Ik schaamde me vreselijk voor de ongecontroleerde eetbuien. Ik snapte zelf ook niet waarom ik het deed. Het móést gewoon af en toe, de drang was zo intens. Als ik daar niet aan toegaf, hield ik het niet meer.”

Guilty pleasure

“Natuurlijk heb ik wel duizend keer geprobeerd te stoppen. Als ik alle lege verpakkingen stiekem ging weggooien, zoals een alcoholist in het geniep naar de glasbak gaat, dacht ik: nooit meer, nooit meer. Elke keer weer tevergeefs.

Toch heb ik nooit hulp gezocht. Ik wist lange tijd niet eens dat ik een ziekte had. Ik kende alleen anorexia en boulimia. Maar overgeven deed ik niet en hoewel ik wel met de lijn bezig was, compenseerde ik mijn eetbuien niet. Inmiddels weet ik dat ik binge eating disorder heb. Dat weet ik uit de media, door verhalen waarin ik mezelf herkende. Maar ik heb er nooit met iemand over gepraat. Jaren heb ik gedacht dat het ook helemaal niet hoefde: toen ik kinderen kreeg, ging het namelijk veel beter. De moederrol bleek mij geweldig te passen, ik had het fijn met mijn man: ik hoefde niet veel meer weg te eten.

De enkele keren dat de aandrang toch te sterk werd en ik mijn heil zocht bij het benzinestation en in de auto een hoop koek en snoep wegwerkte, zag ik graag als guilty pleasure. Zo erg als vroeger was het niet meer, dit was best te doen. En iedereen had toch wel een geheimpje?

Verslaving

De laatste tijd realiseer ik me dat mijn eetstoornis een verslaving is. En die gaan nooit vanzelf over. Sinds ik in scheiding lig, zijn de schranspartijen terug. Als de kinderen naar hun vader zijn, sta ik als vanouds bij de supermarkt met een kar waar ik me diep voor schaam. ‘Kinderfeestje,’ glimlach ik dan naar de caissière, maar ik heb het gevoel alsof ze op mijn voorhoofd kan lezen dat ik het die avond allemaal in mijn eentje naar binnen ga werken.

Erger is het nog als ik mijn drang naar verdoving niet kan beheersen als de kinderen thuis zijn. Want hoe bang ik ook ben dat ze me zullen betrappen, het houdt me niet tegen. Tot nog toe heb ik het voor ze kunnen verbergen. Al zal dat niet lang meer duren, als er nog vaker koekjes en chips zomaar op zullen zijn. Opnieuw denk ik elke keer: Nooit, nooit meer. Ook nu weer. Echt, ik heb zo’n afschuw van mezelf dat ik me niet kan voorstellen dat het ooit nog weer mis zal gaan. Ik geef mezelf nog een halfjaar. Dan moet ik toch over de scheiding heen zijn? Ja, dan zal ik mijn eetbuien vast weer onder controle hebben. Zo niet, dan weet ik dat ik echt hulp moet zoeken…”

Tekst | Lydia van der Weide.
Beeld |iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-11. Je kunt deze editie hier nabestellen.

Ook interessant