Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

De zoon van Yvonne (62) kreeg een nier van zijn zus

niertransplantatie-margriet.jpg

Als het eerste donororgaan van niertransplantatie van haar zoon wordt afgestoten, komt de dochter van Yvonne Laurens met een bijzonder gebaar: zij geeft hem een van haar nieren.

“Op een dag vertelde mijn dochter Maronne dat zij haar nier wilde laten transplanteren voor mijn zoon Steven. Ze was toen 21. Ik vond haar keuze heel heftig. Ze was kerngezond en nu moest zij op zo’n operatietafel gaan liggen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ik vond haar veel te jong, maar ik kon en wilde haar niet op andere gedachten brengen; het was zo’n mooi en lief gebaar. Maronne is een fantastisch kind. Door gesprekken in het ziekenhuis en haar studie Geneeskunde wist ze min of meer waar ze aan begon.”

Zwarte vlek

“Mijn zwangerschap van Steven verliep niet gemakkelijk. Per toeval kwamen we erachter dat er iets mis was, dat bleek uit een van de echo’s. De gel werd op mijn groeiende buik gesmeerd en vol verwachting keek ik naar het scherm. Daarop was een klein baby’tje te zien met een grote zwarte vlek op zijn lichaam. Zijn blaas liep vol met urine die niet kon worden afgevoerd. Het leek alsof hij ieder moment kapot kon knappen. Het bleek dat zijn urineklepje was vergroeid. Levensgevaarlijk. De kans op een doodgeboorte was groot en het ziekenhuispersoneel zat met de handen in het haar.”

“Met 32 weken werd Steven gehaald. Ik was doodsbang, maar hoopte dat het mee zou vallen. Ik ben zelfs gaan bidden voor een goede afloop, ook al ben ik niet gelovig. Mijn man Bert vertrouwde het niet en zag het somber in. De artsen waren hoopvol en dachten dat zijn nieren voor zo’n 40 procent zouden werken. Dat bleek uiteindelijk maar 10 procent te zijn. Het scenario was zo zwart als mijn man had voorspeld.”

Sterkste kind

“Steven begon op zijn derde met dialyseren. Daarbij neemt een apparaat de functie van zijn nieren over. Dat moest drie keer per week. We kwamen voor die tijd al regelmatig in het ziekenhuis om zijn bloedwaarden te laten controleren. Nu was er grover geschut nodig, hij had nog maar weinig energie. Ik vond het afschuwelijk om mijn kleine kind aan zo’n apparaat te zien liggen zodat hij kon blijven leven.”

“Steven ging goed met de situatie om. Dialyseren is heel intensief: het duurt zo’n vier uur en daarna moet je echt even bijkomen. Je voelt je flink beroerd. Aan mijn zoon merkte je dat nauwelijks. Als hij thuiskwam, liep hij meteen met zijn voetbal naar buiten. Hij wankelde dan op zijn benen, maar ging wel. Na hem heb ik nog een zoon en een dochter gekregen, maar ik denk dat Steven uiteindelijk de sterkste van de drie is. Ondanks zijn ziekte.”

Niertransplantatie

“Voor ons gevoel stonden we vroeger altijd ‘aan’, omdat we op elk moment door het ziekenhuis konden worden gebeld voor een niertransplantatie. Dan moet je alles laten vallen en meteen langskomen. Op zijn zesde kreeg Steven zijn eerste donornier, eindelijk. Die kwam van een tienjarig Duits jongetje dat was overleden, meer weten we niet. Zijn toptijd brak aan: mijn zoon is gek op sporten en hij had ineens de energie om te gaan tennissen én te voetballen. Ik was soms bang dat hij een bal in zijn buik zou krijgen en dan zijn nieuwe nier zou beschadigen. Gelukkig is dat altijd goed gegaan. Hij kon eindelijk meedoen met zijn leeftijdsgenoten. Helaas kwam daar na bijna tien jaar een einde aan: de nier werd afgestoten. Steven kon nog een tijd rondlopen met een verminderde nierfunctie, maar moest toch weer aan het dialyse-apparaat. En of dat nog niet genoeg was, werd ook mijn man ernstig ziek. Een hersentumor werd Bert fataal.”

“Bert wilde graag laten vastleggen dat zijn nier na zijn dood naar Steven zou gaan. Dat mag volgens de wet alleen niet, ik kan er nog boos om worden. Alleen als mijn man bij leven de operatie had ondergaan, mocht hij aan zijn eigen zoon doneren. Dat vond ik mensonterend. Hij was zo ziek, Bert zou dat niet meer aankunnen. Ik had ook graag mijn nier aan Steven gegeven, maar ik heb helaas niet de juiste bloedgroep. Maronne wel.”

Positief

“Steven staat heel positief in het leven. Dat lukt mij niet altijd. Veel ouders zeggen dat ze de ziekte van hun kind graag hadden overgenomen. Zo sta ik er niet in. Natuurlijk wil je niet dat je kind zo veel pijn heeft, maar ik had het niet aangekund. Hij zegt: ik wil er zijn en daar knok ik voor. Dat bewonder ik. Door hem heb ik gezien dat het belangrijk is om altijd vertrouwen te houden.”

Vanuit de hemel

“Steven en Maronne gingen op de sterfdatum van hun vader onder het mes. Dat hadden de artsen toevallig zo gepland. Dat verzin je toch niet? Op deze manier was Bert er wel een beetje bij en leek het alsof hij er zich vanuit de hemel mee kon bemoeien. Het is een heel speciale dag voor ons geworden. Tijdens de ingreep heb ik met mijn zus, mijn andere zoon en diens vriendin in de wachtkamer gezeten. Het duurde uren. Ik heb het in een roes beleefd. Maronne sprak later iemand die mij had zien zitten. Diegene had gezegd: ‘Je moeder zag er zo verdrietig uit, ik heb haar maar even gelaten.’ Het is ook niet niks.”

“Maronne was als eerste klaar en werd huilend de operatiekamer uit gereden. Ze bleef de dagen erna kotsmisselijk en had vreselijke pijn. Daar schrok ik van. Bij Steven verliep het herstel ook niet vlekkeloos: hij had moeite met plassen en werd ook nog even ziek tussendoor. Ik was doodsbang. Straks zou zijn nieuwe nier direct worden afgestoten. Wel had hij na de operatie al meer energie dan normaal. Een teken dat het orgaan meteen zijn werk goed deed.”

Alcoholvergiftiging

“Steven is nooit boos geweest op het feit dat hij met zo veel gezondheidsproblemen kampt. Of nou ja, dat heeft hij nooit naar mij geuit. Wel is hij benieuwd hoe ver hij met zijn sporten was gekomen als hij niet ziek was geweest. Het zit in zijn aard om er altijd wat van te maken. Vroeger is hij weleens slordig met zijn medicijnen geweest. Ook is hij twee keer in het ziekenhuis beland met een alcoholvergiftiging. Je kunt beter niet drinken als je medicatie slikt, maar Steven was zich daar toen niet voldoende van bewust.”

“Ik besef nu dat dat te weinig met hem is besproken. Hij mag wel één of twee biertjes drinken, maar meer kan niet. Daarin is hij wel eens te ver gegaan met zijn vrienden. Hij was een puber en zijn vader lag op sterven. Natuurlijk schrik je op zo’n moment, maar geef hem eens ongelijk. Dan begrijp ik wel dat je een keer uit de band springt.”

Humor

“Het is echt niet altijd kommer en kwel geweest binnen ons gezin. Toen Stevens eerste nier werd afgestoten en hij weer moest dialyseren, zocht ik hem een keer per week in het ziekenhuis op. Die momentjes koester ik. Wij hadden veel lol samen. We lagen regelmatig in een deuk met z’n tweeën, terwijl hij aan dat apparaat zat. Dan maakte Steven weer een droge opmerking en gierden we het uit. Zo is hij ook met Maronne. Ze maken graag grapjes over de niertransplantatie. Als zij een keer ziek is, vraagt Steven: ‘Je hebt dat virus toch niet in je nier laten zitten?’ Heerlijk. Zo dealen we met de situatie. Maronne is een heel ander kind dan Steven, maar zo’n ingrijpende gebeurtenis verbindt je wel.”

“Maronne kan in principe gewoon verder leven met één nier. Ze hoeft ook geen medicijnen te slikken en heeft nog net zo veel energie als voor de operatie. Wel heeft ze later meer kans op zwangerschapsvergiftiging. Daarom hebben ze liever dat je een nier doneert als je al kinderen hebt gehad. Maar Maronne wilde dit graag nú voor haar broer doen.”

“Met Steven gaat het ook goed. Hij is blij dat hij nu meer energie heeft en in principe kan doen wat hij wil. Ik maak me soms nog wel zorgen om hem. Hij is nu 33 en een volwassen man, maar door zijn gezondheid loopt ‘ie maatschappelijk gezien wat achter. Hij woont bijvoorbeeld nog op kamers en het lukte eerst niet om een studie af te ronden. Ik vind dat soms best naar voor hem. Gelukkig heeft hij onlangs zijn diploma tot tennisdocent behaald. Ik had graag gezien dat het leven anders voor hem was gelopen. Steven vindt het zelf niet heel erg, dus ik probeer er ook geen probleem van te maken.”

Dankbaar

“Een nier van een levende donor gaat niet voor altijd mee. Als nierpatiënt hangt er een zwaard van Damocles boven je hoofd. De gemiddelde levensduur zit rond de 20 à 25 jaar en dan heb je er echt lang mee gedaan. Ik probeer niet te veel stil te staan bij de toekomst. Het orgaan doet nu in elk geval goed zijn werk.”

“Ze zeggen altijd: je gezondheid is het belangrijkste wat er bestaat. Ik wil daar ‘je geestelijke gezondheid’ van maken. Doordat Steven mentaal gezien zo sterk is, heeft hij altijd positief in het leven gestaan. Mijn zoon straalt ook uit dat hij intens blij is om te leven. Ik heb de afgelopen jaren veel van mijn kinderen geleerd. Mijn man en ik waren vroeger bang dat we hem met te veel problemen op de wereld zouden zetten. Moesten we dat wel willen? Alle drie onze kinderen laten zien dat je moet gaan voor wat je wilt. En blij moet zijn met wat je hebt. Ik ben dankbaar dat ik hen heb. Wij redden het wel met z’n vieren.”

Tekst | Jorieke van Noorloos
Fotografie | Mariël Kolmschot

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Niertransplantatie Margriet

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2020-40. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook interessant