Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Nelleke Noordervliet: ‘Het buitenstaandergevoel past bij mijn karakter’

nelleke-noordervliet-margriet.jpg

Door de coronacrisis is schrijfster Nelleke Noordervliet (74) zich er nóg meer van bewust dat ze inmiddels tot de ouderen behoort. Maar die wetenschap maakt haar bevlogenheid en betrokkenheid er niet minder op.

“De afgelopen maanden had ik erg het gevoel dat ik naar de uitgang werd geduwd,” zegt Nelleke. “Als 74-jarige behoor ik tot de risicogroep. Het was nog net niet zo dat ik ernstige gesprekken met mijn huisarts voerde als: ‘Wil jij nog wel naar de ic?’ Maar ik kreeg het idee: jongens, het is mooi geweest. Je bent er dan nog wel, maar je doet er niet zo heel erg meer toe. Je hebt je kans, je tijd, gehad. En dat allemaal onder het mom van: we moeten jullie beschermen.”

We zitten in Nellekes Amsterdamse kantoor, een appartement op de vijfde verdieping in de buurt van het IJ. Op ruime afstand van elkaar, want het coronavirus woekert nog altijd rond. En de schrijfster is zich daar zeer van bewust. “De indruk werd gewekt dat wij als ouderen geen beslissingen konden en mochten nemen. Dat was confronterend. Maar dat die ouderdom op de deur klopt, is een feit.”

Hoe ervaar je dat op zich?

“Vaak wordt gezegd dat er veel fijne dingen zitten aan het ouder worden. O ja, wat dan? Dat je niet zo veel meer hoeft? Dat is waar. Maar aan de andere kant is er het verval van het lichaam. Pijntje hier, pijntje daar. En het feit dat er inderdaad nog weinig tijd is. Misschien heb ik nog tien jaar. Dan reken ik tien jaar terug en denk ik: ik was 64, wat is de tijd snel gegaan! Peter en ik praten er eindeloos over. We zeggen dan tegen elkaar: ‘Laten we er maar over ophouden en genieten van het moment.’ En dan maken we leuke plannen en doen we alsof we het eeuwige leven hebben.”

Nellekes productiviteit lijdt er in elk geval niet onder. Schrijven is haar leven, ze zal dat doen tot de laatste snik. Essays, columns, novellen; nu is er weer een nieuwe roman: De val van Thomas G.. Het verhaal gaat over een uitgever van een extreem controversieel boek dat veel stof doet opwaaien. Erin worden afwijkende visies weergegeven over onder meer de gelijkheid tussen man en vrouw en die leiden tot heftige discussies in de landelijke media. “Er lijkt de laatste jaren een conflict tussen generaties te woeden als het gaat over bepaalde issues,” antwoordt ze op de vraag vanwaar dit thema. “De identiteitspolitiek is opgekomen. Mensen voelen zich niet alleen thuis in een welomschreven, beperkte identiteit, ze verschansen zich er ook in. Er ontstaat een soort strijd tussen verschillende groepen en ook generaties. Zoals in het boek tussen de nieuwe generatie en die van mijn hoofdpersonen Thomas en Isa, die in de jaren zestig zijn opgegroeid.”

Jouw generatie!

“Inderdaad. We hadden het geluk dat we als generatie veel dingen als eerste konden doen, omdat de generaties daarvoor door de crisis en de oorlog werden belemmerd. Wij hebben voor het eerst gebruik kunnen maken van een grote vrijheid en toenemende welvaart. We wilden dingen veranderen, ook ik. Wat niet wil zeggen dat dat altijd goed uitpakte. Soms gingen we te ver. Die vrijheid wordt nog steeds door iedereen gekoesterd, maar ook anders ingevuld. Vrijheid wordt vaak geplaatst tegenover de mening van anderen, alsof anderen jouw vrijheid bedreigen. De hele discussie van identiteiten zorgt ervoor dat er naar mijn idee soms onbegrijpelijke ruzies ontstaan.”

Hoe komt dat?

“Alles wordt al snel een halszaak. In mijn tijd was er meer humor, nu sluiten mensen elkaar uit. Ze komen in het geweer tegen uitsluiting, maar doen het zelf ook. Ik begrijp dat je fel bent als je als minderheid lang hebt moet knokken voor je plekje, maar je moet wel in gesprek blijven. Het is goed om de ander te wijzen op tekortkomingen in zijn visie, maar er moet geen uitsluiting op volgen. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat witte mannen van een bepaalde leeftijd per definitie schuldig zijn aan alles. Binnen het kader van die discussie wilde ik dat boek schrijven.”

Je hebt eens gezegd dat je gezien je leeftijd nog een boek of vier zou kunnen schrijven. Kies je daarom zorgvuldiger je thema’s uit?

“Het is meer dat ik op een bepaald moment door een thema word gegrepen en me daarmee wil bezighouden.”

Wil je nog steeds de wereld veranderen?

“Die illusie heb ik niet meer. Maar het nastreven van rechtvaardigheid blijft een belangrijk ideaal van me.”

Dat ideaal is haar met de paplepel ingegoten. Nelleke groeide op in een socialistisch katholiek Rotterdams gezin. Haar vader was automonteur, haar moeder huisvrouw. “Ik was de jongste en ‘het lieve kind’,” zegt ze. “Mijn zus was kattig en gehaaid. Zij speelde altijd buiten met andere kinderen en ik mocht nooit meedoen. Mijn moeder kwam dan uit huis en gaf die een draai om de oren, die een schop onder de kont en zei dan tegen mij: ‘Spelen jij!’ Dat vond ik niet fijn.”

Je was een buitenstaander, zei je eens.

“Omdat ik verlegen was en geen kattenkop werd ik in die positie gedwongen. Daar probeerde ik dan maar het beste van te maken. Ik kon gelukkig goed leren. Als eerste van de familie ging ik studeren en daardoor kwam ik in een heel ander milieu terecht. In Leiden was er een enorme kloof tussen de arbeiders en burgerij enerzijds en de academische wereld anderzijds. Mijn medestudenten waren kinderen van artsen, van advocaten. Een totaal andere achtergrond. Ik was daarom altijd bedacht op codes. Hoe gedragen ze zich? O, dat doen we thuis anders. Dan paste ik me aan of deed extra mijn best. Las ik net even wat meer boeken dan de anderen.”

Lees ook:
Schrijfster Lucinda Riley: ‘Ik investeer emotioneel veel in een boek’

Was je succesvol geweest als je dat niet had meegemaakt?

“Dat weet je natuurlijk nooit, maar het is me vaak opgevallen dat mensen uit gegoede milieus hun talent makkelijker verkwanselden dan mensen uit een arbeidersmilieu, zoals ik. Dat harde werken van mijn vader zat ook in mij. Het Rotterdamse: niet lullen, maar poetsen.”

Had je destijds al een idee waartoe dat moest leiden?

“Welnee. Mijn generatie van babyboomers was niet zo heel erg bezig met carrières. Ik vind het belachelijk hoe kinderen nu al op de lagere school worden gedrild om na te denken over hun toekomst. Ik ging studeren en ik zag wel. Eerst Sociologie, maar dat bleek niets voor mij. Toen Nederlands, omdat lezen mijn hobby was. Daarmee zou ik dan voor de klas terechtkomen, dacht ik. En dat gebeurde. Ik schreef al weleens iets, maar wist niet dat je het schrijven als carrière kon nastreven. Ik moest mijn kinderen goed opvoeden, dat vond ik ook belangrijk.”

Ging dat je goed af?

“Een vriend van mij zei laatst: ‘Ik heb het idee dat de moeders van jouw generatie zich allemaal schuldig voelen, omdat ze het niet goed hebben gedaan.’ Ik dacht: dat klopt. Ik vind dat ik het best goed heb gedaan, want ze zijn uitstekend terechtgekomen en hebben nooit geklaagd, maar toch heb ik dat gevoel voortdurend gehad.”

Wat had je meer kunnen doen?

“Meer aandacht misschien, meer begeleiding. Al hadden ze dan misschien gedacht: mens hou toch op, laat me met rust en laat me on-geobserveerd rustig volwassen worden. Ik was 28 toen ik moeder werd en gaf nog les. Maar, omdat ik met de banen van mijn man meeverhuisde, heb ik ook een tijdje geen werk gehad. Was ik huismoeder met als bijbaantje gemeenteraadslid. Dus ik heb ze aandacht genoeg gegeven, al heb ik daar zelf altijd over getwijfeld. Maar ze zullen waarschijnlijk zeggen: ‘Stel je niet aan.’”

Maar toch dat gevoel?

“Mijn generatie vrouwen groeide nog op met als eerste eis voor vrouwen een goede echtgenote en moeder te zijn. Wij wilden meer. En terecht. Maar moesten dat bekopen met een schuldgevoel.”

Op haar 41ste debuteerde Nelleke als schrijver. Een succes was het aanvankelijk niet. Dat veranderde toen haar boek Het oog van de engel in 1991 werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. “Toen kwam ook dat debuut weer naar boven en werd herdrukt,” zegt ze. “Ik vond het fijn dat ik me vanaf toen helemaal op dat schrijverschap kon richten. Het past bij me, ondanks dat het soms veel moeite kost.”

Voel je je sindsdien geen buitenstaander meer?

“Dat ben ik nog steeds, maar ik cultiveer dat. Het buitenstaandergevoel past bij mijn karakter en hoort bij mijn werk.”

Daarin gaat het vaak over de ethische vraag hoe een mens moet leven. Ben je daar inmiddels achter?

“Een roman is geen antwoord, maar een uitgesponnen vraag. Allerlei aspecten van het probleem dat aan de orde is worden onderzocht. Als schrijver laat je de personages een aantal antwoorden formuleren. Maar natuurlijk is het een levensvraag van mijzelf. Op de middelbare school heb ik de godsdienst achter me gelaten. Een godsdienst geeft je een instructie wat je moet doen om in de hemel te komen. Maar als je niet gelooft in een opperwezen, een heilig boek of een hiernamaals moet je dat zelf uitzoeken. We leven met elkaar samen op basis van een aantal rechtsregels die steeds in ontwikkeling zijn. Als mens draag je daaraan bij door vragen te stellen en antwoorden te geven. Over kwesties als abortus en euthanasie bijvoorbeeld, vragen die vroeger niet aan de orde waren. Hoe moet ik leven? Hoe moet ik sterven?”

Hoe denk jij daar dan over?

“Je moet in het leven zo min mogelijk schade aanrichten. Dat is misschien wel een heel minimaal geformuleerde boodschap, maar je kunt er beter mee uit de voeten dan met hooggestemde idealen. In een roman kun je de worsteling van de personages met dat principe goed aantonen.”

Wat hoop je dat daarvan is blijven hangen als jij er straks niet meer bent?

“Joh, daar denk ik nooit over na. Mijn schoonmoeder zei daarover altijd: ‘Dan doen mijn kiezen geen pijn meer.’ En zo is het.”

Over Nelleke

Petronella Maria (Nelleke) Noordervliet-Bol werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Ze had een twee jaar ouder zusje. Na het gymnasium studeerde ze Nederlands en daarna werkte ze als bureauredactrice bij een uitgeverij en als lerares Nederlands. Ook was ze een tijdje gemeenteraadslid voor de PvdA in Monster. Ze is getrouwd met fysisch chemicus Peter en heeft twee dochters. In 1987 debuteerde ze als schrijfster met Tine of de dalen waar het leven woont. Inmiddels heeft ze elf romans geschreven en talloze essays, columns en verhalen. Ze won meerdere prijzen. Ook bekleedde ze verschillende bestuursfuncties in de culturele sector; ze is nog voorzitter van de Schrijverscentrale, bestuurslid van het Genootschap Onze Taal en commissaris bij Vereniging Hendrick de Keyser. Ze is columnist bij dagblad Trouw en bij het VPRO radioprogramma OVT.

Nellekes favorieten

Boek “Momenteel lees ik Actress van de Ierse Anne Enright. Ieren zijn in de Angelsaksische literatuur al eeuwenlang de betere schrijvers.”

Muziek “Een combinatie van jarenzestigmuziek zoals Van Morrison, The Beatles en The Rolling Stones en de minimal music van Philip Glass. En ik houd van strijkkwartetten; vooral die van Sjostakovitsj en Schubert vind ik prachtig.”

Toneelrol “Als student in Leiden speelde ik toneel. Daarin mocht ik anders zijn, dat was leuk. Het liefst zou ik nog eens Medea van Euripides spelen, ook een buitenstaander.”

Film “Apocalypse now met Martin Sheen en Marlon Brando uit 1979. Een reis naar de Heart of Darkness, gemaakt op basis van het gelijknamige boek van Joseph Conrad. De ultieme film over de waanzin van de oorlog.”

Land “Ierland. De eenvoud en oprechtheid van de Ieren spreekt me enorm aan. Het land dwingt je daartoe. Het is goed volk. En een prachtig, ruig land.”

Stad “De enige plek waar ik me echt thuis voel is Rotterdam, hoewel ik al jaren in Amsterdam woon. Het is die mentaliteit. Er hangt iets in die stad wat ervoor zorgt dat iedereen die overneemt.”

Voetbalclub “Feyenoord! Mijn man is Amsterdammer van geboorte en het is dus altijd strijd als ze tegen Ajax spelen. Thuis zongen we: ‘Ajax is een afwasmiddel’.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst|Bram de Graaf
Beeld|Iris Planting


Dit artikel verscheen eerder in Margriet 41-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant