Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Acteur Nasrdin Dchar: ‘Je familie is je fundament; daar bouw je je eigen gezin weer op verder’

nasrdin-dchar-moeder.jpg

Acteur Nasrdin Dchar (42) maakt indruk met zijn voorstelling Familiekroniek, een drieluik over zijn moeder, zijn vader en zijn vrouw. Margriet sprak met Nasrdin en zijn moeder Habiba (72) over de voorstelling, maar ook over opvoeden en familie.

Witgrijze wolken steken af tegen een blauwe hemel en laten af en toe een zonnestraal door. De lucht kan niet Hollandser boven het Zeeuwse Willemstad, vlak bij Steenbergen waar acteur Nasrdin Dchar werd geboren en opgroeide, en waar zijn moeder Habiba Dchar nog steeds woont. Aan het water poseren moeder en zoon voor de fotograaf van Margriet. Ze houden elkaar stevig vast. “O, dat knuffelen, dat heb ik de afgelopen twee jaar zo gemist!” roept Habiba, terwijl ze Nasrdin nog eens even extra tegen zich aandrukt.

Over Nasrdin Dchar

Nasrdin Dchar wordt geboren in Steenbergen, als derde kind in een gezin van vier. Al jong staat hij graag op de planken en speelt veel toneel. Na een studie bedrijfskunde breekt hij door als acteur in De geschiedenis van de familie Avenier. Daarna gaat het hard, speelt hij in tal van tv-series zoals De 12 van Oldenheim en Mocro Maffia, films zoals Wolf en Süskind en toneelstukken zoals Ghetto en Branden. Voor zijn rol in de film Rabat wint hij in 2011 een Gouden Kalf. En er volgen meer prijzen. Over zijn moeder, zijn vader en zijn vrouw maakt hij de solovoorstellingen OUMI, DAD en JA. Die zijn nu te zien in het drieluik ­Familiekroniek. Dchar is getrouwd met Amy met wie hij twee kinderen heeft, Dina (7) en Malik (5).

Nasrdin Dchar moeder

Contact in coronatijd

Even later, tijdens de lunch, vertellen ze dat ze zich tijdens de coronacrisis streng aan de regels hielden. (Dit interview werd eind november afgenomen, red.) “Veel mensen waren ziek en mijn ouders zijn best kwetsbaar,” zegt Nasrdin. “We hadden vooral contact via FaceTime en via stoep- en raambezoekjes.” Habiba voegt toe dat dit de eerste keer is sinds de pandemie begon dat ze haar zoon omarmd heeft. “Die afstand vond ik het moeilijkst. Ons jongste kleinkind werd in die periode geboren en zelfs dat kleine baby’tje kon ik niet vasthouden. Dat heb ik inmiddels gelukkig wel weer ingehaald.”

Nasrdin, jouw werk viel ook helemaal stil. Hoe ben jij daarmee omgegaan?

N: “Ik was in die tijd vooral huisvader. Mijn vrouw Amy is maatschappelijk werker, zij had het heel druk. Ik heb heel veel tijd doorgebracht met onze kinderen, Dina van zeven en Malik van vijf. Ik heb ze lesgegeven; dat was vooral leuk en heel waardevol.”

H (trots): “Dat deed hij geweldig!”

N: “Daarnaast heb ik ADEM gemaakt, mijn oudejaarsconference over de twee grote thema’s van dat jaar: corona en racisme. Die heb ik uiteindelijk gespeeld voor de camera, hij werd uitgezonden bij BNN VARA. Het was vervreemdend om zonder publiek te spelen en tegen de camera te praten, maar ik was ook blij dat ik het kon doen.”

Habiba, hoe was Nasrdin als kind?

H: “Hij was een lief jongetje. Een innemend kind, van wie iedereen hield en om wie je niet heen kon. Hij was charmant en iemand die de aandacht opeiste. En zo schattig om te zien, vooral als hij danste. Als we met de hele familie in Marokko bij elkaar waren, werd er altijd veel muziek gemaakt en Nas jutte iedereen op om mee te dansen. Iets ouder zat Nas het liefst tussen zijn vader en mij in op de bank, en wilde hij kletsen. Hij was zo nieuwsgierig, stelde veel vragen en vertelde zelf ook veel. Daarin was hij anders dan onze andere kinderen.”

Herinner jij je dat ook zo, Nasrdin?

N: “O ja, en terwijl we kletsten, lag ik het liefst met mijn hoofd op mijn moeders schoot terwijl zij door mijn haren kroelde. En het leuke: dat doet mijn zoontje Malik nu bij mij. Kijk maar!” (Nasrdin laat op zijn telefoon een foto zien, waarop te zien is hoe zijn zoontje door zijn haren kroelt)

N: “Ik was een gangmaker, maar ik maakte me ook altijd zorgen. Ik was lange tijd voor alles bang; bovenal voor de dood. Pas sinds de komst van Dina is dat weg. Alsof het minder uitmaakt, omdat ik het leven al heb doorgegeven.”

Waarin lijken jullie op elkaar?

H: “Dat sociale, iedereen erbij betrekken en veel plezier hebben samen, dat heeft hij van mij.”

N: “Ik hoop nog wel meer dan dat! Ik zou zeggen dat we op elkaar lijken in het nooit opgeven. Ook al voelt mijn moeder zich slecht, ze gaat altijd door, ze is er altijd. Dat herken ik wel, dat doe ik ook.”

H: “Dat klopt. En het verhalen vertellen komt ook uit mijn familie, ooms, tantes, iedereen is daar verhalenverteller. Nas lijkt eigenlijk in heel veel dingen op mij, meer dan op zijn vader.”

N: “Maar dat angstige heb ik van hem. Zijn familie is wat introverter, en wat conservatiever.”

Ben je streng opgevoed?

N: “Het was thuis vooral warm en veilig, mijn ouders waren heel beschermend. Maar ook wel streng en vooral toen we kleiner waren heel religieus.”

H: “Daar hebben vooral mijn de oudste twee kinderen last van gehad. Nas is nummer drie van de vier, de jongste twee kregen meer ruimte.”

N: “Mijn ouders dachten lange tijd dat we uiteindelijk terug zouden gaan naar Marokko en voedden ons daarom op vanuit die cultuur. Toen duidelijk werd dat we in Nederland zouden blijven, pasten zij zich meer aan aan de gebruiken hier. Ik voetbalde, mocht buiten spelen, acteren, eigenlijk alles zolang het op school maar goed ging. Ik mocht alleen een keer niet naar de verjaardag van een meisje.”

H: “Ik dacht: als hij daarnaartoe gaat, pakt dat meisje hem in en dan ben ik hem kwijt, ha ha.”

N: “Ik zat in groep 7 of 8! Als het om de liefde ging, waren mijn ouders nogal conservatief. Zij hebben gaandeweg geleerd dat je de liefde niet kunt sturen. Zoals dat bij hen ook niet het geval was. Zij waren echt verliefd op elkaar toen ze trouwden. De huwelijken van mijn ooms en tantes zijn bijna allemaal gearrangeerd.” 

Hoe was het als Marokkaans gezin in het zeker in die tijd toch vooral witte Steenbergen?

H: “We hebben het daar altijd goed gehad, werden vooral warm ontvangen. En nog steeds. Er werd weleens wat naar mij geroepen, zoals: ‘Doe die hoofddoek af!’ maar dan nam ik de volgende keer een andere route. Ik trok me er niets van aan. Maar dit kwam weinig voor, ook nu niet. Ik voel me hier vrij, veel vrijer dan in Marokko.”

N: “Mijn ouders doen het goed, en hebben het altijd goed gedaan. Het scheelt dat zij zelf warm en hartelijk zijn. Met name mijn moeder maakt makkelijk contact. En hun wereld is klein, in Steenbergen kent iedereen haar, ze is geliefd.”

H: “Jij had geen moeite om vrienden te maken.”

N: “Ik hoorde ook weleens ‘Rot op naar je eigen land’, maar ik had vooral een leuke tijd en deed mee met de rest.”

In 2011 was jij de eerste acteur van Marokkaans-Nederlandse afkomst die een Gouden Kalf won. Je hield een bevlogen speech, onder meer over de angst voor ­buitenlanders. Ruim tien jaar later lijkt er weinig verbeterd.

N: “Het is veel erger geworden. Nederland is sindsdien alleen maar verhard, het klimaat is veel rechtser geworden. Ik krijg nu soms in tweets hetzelfde te horen als op de basisschool, met het verschil dat dat soort uitspraken nu politieke draagkracht hebben. Toch probeer ik optimistisch te blijven. Dat moet, zeker als je kinderen hebt. Nederland, en zeker ook de toneel- en filmwereld, is wel veel diverser geworden, inclusiviteit staat overal op de agenda. Daar focus ik me liever op. Dat doe ik ook in de stukken die ik speel.”

In Familiekroniek, het drieluik waarmee je nu in het theater staat, komen jouw voorstellingen OUMI – over je moeder –, DAD – over je vader en het vaderschap – en JA – over je vrouw en de liefde – samen. Daarvoor interviewde je hen allemaal uitgebreid. Hoe is het voor Habiba om haar levensverhaal op het toneel terug te zien?

Nasrdin Dchar moeder

H: “Ik heb dat verhaal aan mijn zoon gegeven, hij mag zelf weten wat hij ermee doet.”

N: “Maar als jij in de zaal zit, en alle mensen kijken naar mij terwijl ik jou speel, wat voel je dan?”

H: “Het voelt heerlijk.” (ze lacht) “Ik herken veel, en kan ernaar blijven kijken, zoals hij mij speelt. Ja, dat is heerlijk.”

N: “Toen ik je interviewde, dat is inmiddels elf jaar geleden, zei je: ‘Ik vind het mooi dat mijn verhaal straks het verhaal wordt van alle vrouwen van mijn generatie.’ Zo had ik dat nog niet bekeken, maar zo was het wel. En daarom vind ik het belangrijk dat zij ook geïnterviewd wordt hierover. Haar verhaal komt los van het particuliere, dat moet altijd met een persoonlijk verhaal. Als jij in de zaal zit, moet je door wat je daar ziet en hoort ook denken aan jouw moeder, aan jouw familie. De thema’s zijn universeel.”

Wat is het thema in OUMI?

N: “Loyaliteit. Het stuk kwam tot stand doordat ik een rol kreeg in De geschiedenis van de familie Avenier, een bekend stuk van Maria Goos. Maar het was wel de rol van de Marokkaanse immigrant, een man zoals mijn vader, die er met het familiekapitaal vandoor gaat. Dat voelde niet goed, alsof ik daarmee mijn achtergrond verraadde. Ik heb Maria toen een brief geschreven, zei dat ik eruit wilde stappen. Maar zij zei: ‘Daar moet je iets mee doen, met dat loyaliteitsconflict’. Koos ik voor mijn ouders, mijn familie, voor Marokko? Of voor het spelen van zo’n rol, voor het theater, voor mijzelf? Daar ben ik toen over in gesprek gegaan met mijn moeder, en zo ontstond de voorstelling rond haar verhaal, waarvoor Maria Goos de tekst schreef. Mijn moeder was zo open, ook als het confronterende vragen waren, over de liefde en familie. Later met mijn vader, voor DAD, verliep dat proces iets lastiger, het duurde een halfjaar voor hij toestemde.”

Welke rol vind je het lastigst om neer te ­zetten?

N: “Het verhaal over de liefde vond ik het moeilijkst om te maken. Hier was het echt een grote uitdaging om het persoonlijke groter te maken dan alleen ons verhaal. JA gaat over de verschillen tussen mij en Amy, Marokkaans versus Nederlands, islamitisch versus niet-islamitisch. Hoe zet je dat neer, op een manier dat het laat zien hoe we dat als samenleving zouden moeten doen? Ik speel wel Amy, gebruik onze persoonlijke gebeurtenissen. Hoe reageert de buiten­wereld daarop? Komt het over zoals ik bedoel?”

Wilde je altijd al het toneel op?

N: “Nee, ik dacht er niet aan dat dat een serieuze optie was. Ik heb eerst bedrijfs­economie gestudeerd. In die periode, ik was negentien, overleed een goede vriend van ons, door een auto-ongeluk. Dat heeft heel veel impact gehad op mijn leven. Ik realiseerde me hoe snel het voorbij kan zijn, en vroeg me af: wat wil ik eigenlijk met mijn leven? Mijn ouders raadden me aan een beroepskeuzetest te doen. Daar kwam uit dat ik iets cultureels moest gaan doen.”

Stonden jullie als ouders daarachter?

H: “Ik vond dat niet leuk, en mijn man al helemaal niet. Nas moest zijn studie afmaken. Dat was waarom wij in Nederland waren gebleven, om onze kinderen een beter leven te geven. Hij moest zijn diploma halen. Dat heeft hij toen toch gedaan. Nu heb ik er wel een beetje spijt van dat we dat toen wilden.”

N: “Dat hoeft niet, mam. Ik ben er toch gekomen. Na mijn studie deed ik auditie voor de toneelschool, maar werd afgewezen. Maar ik was al bezig met spelen, buiten schooltijd acteerde ik al, en ging langzaam van amateur naar semiprofessioneel tot professioneel. Toen ik afstudeerde kreeg ik die rol in De geschiedenis van de familie Avenier. Daarna is het balletje gaan rollen.”

H: “Ze hebben gewoon gewacht tot jij dat diploma had!”

Ze moeten allebei hard lachen. Maar dan zegt Nasrdin ineens serieus: “Ik denk, en dat komt voort uit ons geloof, dat als je je aan het woord van je ouders houdt, ook als dat moeilijk is, daar uiteindelijk mooie dingen uit voort komen.”

Heeft het maken van voorstellingen over je geliefden de relaties veranderd?

N: “In zekere zin wel, dat we nu samen een interview doen is vrij uniek. Als ik bij een ensemble had gezeten, was dat niet gebeurd. We maken er samen mooie dingen door mee; toen ik optrad in Carré zaten mijn ouders naast de koningin. Maar bovenal heb ik mijn ouders er veel beter door leren kennen. Ze zijn er voor mij meer mens dan ouder door geworden. En ik weet nu beter waar ik vandaan kom, dat is essentieel. Je familie is je fundament; daar bouw je je eigen gezin weer op verder.”

H: “Het heeft ook anderen geïnspireerd meer in gesprek te gaan. Ik herinner me dat na de voorstelling veel mensen zeiden, ik zie nu hoe belangrijk het is om met je moeder te praten.”

N: “Mijn broers en zussen hebben ook baat gehad bij mijn voorstelling. Zij kennen nu hun ouders ook beter.”

Kijk je ook anders naar je ouders sinds je zelf vader bent?

N: “O ja, met nog meer respect. Ik denk vaak, zij hadden er vier, en veel minder middelen, in een land dat niet hun land was. Wij hebben twee kinderen, een dak boven ons hoofd en niets te klagen. Maar kinderen opvoeden is toch wel een ding.”

H: “Ik ben heel trots op hem, hij doet zo veel thuis. Zo was hij niet, er werd voor hem gezorgd, niet andersom. Nu zie ik hem eten klaarmaken, de kinderen naar bed brengen, stofzuigen. Hij is een goede vader en een echte man.”

N: “Ik ben altijd erg verwend, ook met aandacht.”

H: “Nou, jullie geven je kinderen veel meer aandacht, daar had ik helemaal geen tijd voor. Maar ik heb wel genoten van mijn kinderen, en nu helemaal van mijn kleinkinderen.”

Nasrdin, wat heb je van je ouders meegekregen dat je nu ook graag aan jouw ­kinderen doorgeeft?

N: “Vertrouwen, in jezelf en in elkaar. Dat staat voorop. En het samen zijn, samen dingen vieren, plezier maken en gesprekken voeren, verhalen vertellen. Dat zijn de mooiste momenten. Ik hecht veel aan familie. We zijn open en eerlijk, maar de energie is altijd licht, dat is plezierig en streef ik in mijn gezin ook na.”

H: “We zijn een leuke familie, maken overal graag een feestje van, en we gaan goed met elkaar om. Er is altijd een goede sfeer, en veel warmte.”

N: “Het liefst zit ik nu tussen mijn kinderen in op de bank, stel ik hun vragen; ik luister graag naar ze. En net als mijn moeder vertel ik hun verhalen, nu ze groter worden ook over het geloof. Of het nu de Bijbel is of de Koran, overal zitten dezelfde belangrijke boodschappen in over hoe we met elkaar omgaan; over naastenliefde. Mijn uitdaging is nu om op dat op mijn manier door te geven.”

Op nasrdinspeelt.nl vind je meer informatie over de voorstelling Familiekroniek.

Tekst | Deirdre Enthoven
Fotografie | Petra Hoogerbrug

Ook interessant