Persoonlijk

Nahid (50) werd op haar veertiende uitgehuwelijkt aan een veel oudere en gewelddadige man

nahid-50-werd-op-haar-veertiende-uitgehuwelijkt-aan-een-veel-oudere-en-gewelddadige-man.png

De Iranese Nahid Akhondi (50) wordt op zeer jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan een veel oudere en gewelddadige man. Ze krijgen twee kinderen. Als ze zwanger raakt van een ander vlucht ze om aan steniging te ontkomen.

“Vrijheid is voor mij: zélf over mijn eigen lijf beslissen, zeggen wat ik wil, met eigen gekozen vrienden omgaan en mijn eigen geld verdienen. En zonder gevaar voor mijn leven veilig en ongesluierd op straat lopen. Heel graag wil ik in de verpleging gaan werken. Hier in Nederland word ik gelukkig, dat weet ik zeker.”

Uitgehuwelijkt

“Pas veertien jaar was ik. Ik heb geschreeuwd, gehuild en gesmeekt toen ik hoorde dat ik moest trouwen met een veel oudere man. Ik had een lieve vader die veel van mij hield, maar hij was niet opgewassen tegen zijn dominante vrouw. Zij was heel religieus en vond mij te rebels. Ik was sportief, had de zwarte band in karate en droomde ervan om later te leren duiken. Mijn moeder vreesde dat ik voor galg en rad zou opgroeien en dacht dat een strenge echtgenoot van mij een gehoorzame vrouw kon maken. En dus vond ze een man voor mij: Reza, een ver familielid en ruim twintig jaar ouder dan ik. Elke dag huilde ik. ‘Je gaat gelukkig worden,’ was het enige wat mijn moeder zei. Op de dag van mijn bruiloft zei mijn vader verdrietig: ‘Nu wordt het donker in huis.’ Tijdens de trouwceremonie vroeg de Mullah aan mij: ‘Wil je met deze man trouwen?’ Ik antwoordde niet. Daarna stelde hij de vraag nog een keer. Het is gebruikelijk dat je als bruid twee keer zwijgt. Maar toen de Mullah het voor de derde keer vroeg – het moment waarop je ‘ja’ hoort te zeggen – hield ik alsnog mijn mond. Toen de Mullah zijn vraag nóg een keer herhaalde, zei mijn moeder met verdraaide stem alsof ik het was ‘ja’. ‘Nu ben jíj met hem getrouwd,’ zei ik boos tegen haar. Zelf heb ik nooit ‘ja’ gezegd. Maar officieel was ik wel degelijk getrouwd. Van vrijheid kon ik alleen nog maar dromen.”

Steniging

“Zes maanden lang weigerde ik seks te hebben met Reza. Op een dag was zijn geduld op. Hij drogeerde mij en toen ik bewusteloos raakte, verkrachtte hij mij. Ik was vijftien toen mijn zoon Amir werd geboren. Zelf was ik nog een kind, ik had geen idee hoe ik hem borstvoeding moest geven. Maar natuurlijk hield ik meteen van hem, net als van mijn dochter Farzaneh die vijf jaar daarna werd geboren.

Mijn huwelijk was een hel. Continu lag ik in het ziekenhuis omdat Reza mij in elkaar had geslagen. Elf keer ben ik geopereerd aan verwondingen. Reza sloeg me, smeet me tegen de muur en ranselde me af met een riem. Meestal was mijn weigering om seks met hem te hebben de reden van zijn woede. Hij was extreem jaloers en ik mocht niet eens boodschappen doen in m’n eentje.

Uitgehuwelijkt

Zwanger

We woonden in een appartementencomplex en zo ontmoette ik Said, de zoon van mijn huisbaas. Ik praatte graag met Said, hij was lief en grappig. Voor het eerst in mijn leven werd ik echt verliefd. En zo gebeurde het dat wij seks hadden. Ik stond niet stil bij het gevaar, tot ik zwanger bleek. Het kón niet van Reza zijn; wij hadden al maanden geen gemeenschap gehad. In Iran staat op overspel de doodstraf door middel van steniging. Ik was doodsbang en dacht aan zelfmoord. Snel bedacht ik een list. Ik strooide rozenblaadjes in de slaapkamer en zei tegen Reza dat ik nu wél met hem naar bed wilde. Een paar weken daarna voerde ik een act op: ik was ‘ineens’ misselijk en bleek in verwachting te zijn. Toen mijn zoon Cyrus zeven maanden later werd geboren, dacht Reza simpelweg dat ik te vroeg was bevallen.

In de anderhalf jaar daarop zag ik Said niet omdat hij in het buitenland werkte. Maar ik bleef verliefd op hem en toen hij weer terug was in Iran vroeg ik de scheiding aan. Reza was woest en dreigde me te vermoorden. Iedereen sprak schande over mij, maar toch zette ik door. Direct na de scheiding trouwde ik met Said. Amir was toen tien en verbleef volgens islamitisch recht, waarbij jongens vanaf hun tweede aan hun vader worden toegewezen, bij Reza. Dochters mogen tot hun zevende bij hun moeder blijven, maar Reza weigerde Farzaneh aan mij mee te geven. Cyrus was nog geen twee en mocht bij mij blijven. Uiteindelijk zag ik mijn oudste twee kinderen alleen in het weekend. Toen na Cyrus ook nog Milad werd geboren, hoopte ik met heel mijn hart dat ik eindelijk het gezinsgeluk zou krijgen waar ik zo naar verlangde.”

Uitgehuwelijkt

Openbaring

“Alles kwam in een stroomversnelling toen Cyrus een ongeluk kreeg. Hij had een bloedtransfusie nodig en mijn bloed bleek niet geschikt. De arts belde Reza dat hij moest komen om bloed te doneren. Said en ik waren wanhopig. Het spel was uit; nu zou duidelijk worden dat Reza niet Cyrus’ vader was! Toen de arts weg was, namen we onze zoon stiekem mee uit het ziekenhuis, voordat Reza zou arriveren. We waren zó bang dat we geen andere uitweg zagen. Toen we op een veilige plek waren, hebben we een bevriende arts naar Cyrus laten kijken. Gelukkig was zijn situatie toen stabieler en had hij geen bloedtransfusie nodig. We hebben later van familie gehoord dat Reza paars aanliep van het schreeuwen toen hij na het bloedonderzoek hoorde dat Cyrus weg was.

Waarschijnlijk vermoedde hij toen al dat hij niet de vader was. Hij gilde dat ik de doodstraf zou krijgen – hij zou de eerste steen werpen – en dat hij Said en Cyrus zou vermoorden. Met slechts een tasje met wat toiletspullen sloegen Said en ik met onze zoons op de vlucht. Gelukkig stond mijn lieve vader aan onze kant. Via zijn vriend regelden we valse paspoorten. Een mensensmokkelaar bracht ons naar Turkije. Drie dagen lang reden we door de bergen. Ons eten was op, de kinderen huilden van de honger. Mijn opluchting was enorm toen we de Turkse grens waren gepasseerd. Compleet uitgeput bereikten we Istanbul.

Gelijkheid

In Turkije is het leven zwaar voor illegale vluchtelingen en we wilden onze zoons een beter leven geven. Daarom vluchtten Said en ik met de kinderen naar vrienden in Duitsland. Daar aangekomen, werd mijn blijdschap overschaduwd door een enorm schuldgevoel, omdat ik Amir en Farzaneh had achtergelaten. Van vrienden hoorden we ondertussen dat Duitsland niet zo’n fijn land was voor asielzoekers en dat we beter in Nederland asiel konden aanvragen. Dat deden we in 1994. Alles was hier vreemd voor ons: de straten, de mensen, de huizen, en alles was zo schoon en opgeruimd. Het viel me op dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, wát een openbaring. Zelf kunnen beslissen en gaan en staan waar je wilt.

Vakantie naar Nederland

Na jaren van onderdrukking vond ik dat heerlijk. Uiteindelijk konden we ons settelen in Arnhem. Ik genoot van mijn vrijheid en zag Milad en Cyrus opbloeien. Maar het gemis van mijn oudste kinderen wierp altijd een donkere schaduw over mijn leven. Pas in 2009, zeventien jaar na mijn vlucht, kon ik voor enkele weken teruggaan naar Iran. Ik heb toen een volwassen Amir in mijn armen kunnen sluiten. Farzaneh heb ik slechts een halfuurtje kunnen zien, zij had huisarrest van haar vader. Inmiddels heb ik contact met hen via FaceTime en WhatsApp. Mijn grote droom is om hen een keer voor een vakantie naar Nederland te laten komen.

Mijn relatie met Said redde het uiteindelijk helaas niet, we zijn vorig jaar uit elkaar gegaan. Nu is het eindelijk tijd voor mezelf. Ik koester mijn vrije leven.”

M18-Cover-HR-JPG-1

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 18– 2020 Dit nummer terug lezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst | Anne Broekman
Fotografie | Mariel Kolmschot

Ook interessant