Oh mama: ‘Voor ik het wist zag ik haar met een klein vaartje regelrecht de heg in rijden’

Deel dit artikel:

Inmiddels zijn we zo’n anderhalf jaar verder na het herseninfarct van mijn moeder en het gaat een stuk beter met haar. Mijn nichtje is weer aan het werk en woont niet meer bij haar, en het lukt ons om haar de ondersteuning te geven.

De tia’s blijven komen – “die rotzakjes,” zoals ze ze noemt – dus ze heeft best veel slechte dagen, maar er zitten ook goede tussen en dan geniet ze van haar tuintje, haar eigen buurt en dat de supermarkt op loopafstand zit. Een stok is niet meer genoeg, ze moet nu met een rollator lopen. We hebben er eentje geleend en het ding na een paar maanden gekocht. “De fysiotherapeut zegt dat ik grote stappen moet nemen,” zegt en ze concentreert zich op hoe ze haar voeten neerzet. Wát een handig ding, zo’n rollator! Mandje voorop en een zitje om even pauze te nemen tijdens de gang naar de viskraam. Altijd je eigen stoeltje bij je.

Vier wielen

Het lastige van ouder worden lijkt me dat je van steeds meer mensen én dingen afscheid moet nemen. Zo reed mijn moeder altijd nog auto. Ze tufte gerust in haar Opeltje met een vriendin naar Harlingen voor een lang weekend Terschelling. Maar na dat herseninfarct mocht ze een tijdlang niet rijden. Toen eenmaal echt duidelijk werd dat autorijden er niet meer in zat waren wij, de vaste mantelzorgers (Nels Angels), ‘in’ voor een scootmobiel. Daar moest mama over nadenken. Want ja, van een auto naar een scootmobiel, dat was even slikken. “Dan kunt u zelf een lekker harinkje halen!” paaide ik haar. Uiteindelijk wilde ze het weleens proberen. Het moest er per se eentje met vier wielen worden, want, zo zei een vriendin van haar: “Met drie wielen lig je zó om!” Het zou nog een heel gedoe worden, want er moest een oplaadpunt in de tuin komen. En waar moest dat ding staan? Nou ja, eerst maar oefenen!

Haasje en schildpad

Op een open dag van de hulpmiddelenwinkel gingen mijn moeder en ik een kijkje nemen. Er stonden meerdere exemplaren op het terreintje bij de winkel en mama zag een mooie, grote ‘scoot’, zoals het populair werd genoemd door een vriendelijke medewerker. Ze mocht plaatsnemen en de man begon uit te leggen hoe alles werkte. Hij liep met mijn moeder mee over het erachter gelegen parkeerterrein. Het was een vrolijke boel en mijn moeder maakte grapjes met de medewerker. Toen bleek dat deze scootmobiel niet te huur was en een flink prijskaartje had, keken we verder. Er stond nog een kleiner exemplaar, zo eentje die je kunt huren via de gemeente. Dat zou ’m waarschijnlijk worden, dus wilde ze deze ook proberen. De knop met het haasje betekende sneller en de knop met de schildpad langzamer. Kat in ’t bakkie, dacht mama, maar toen het ding begon te rijden wist ze zo gauw niet meer waar de remknop zat… En voor ik het wist zag ik haar met een klein vaartje regelrecht de heg in rijden.

Scheenbeschermers

In eerste instantie was het ontzettend komisch, ze moest met vier man uit de heg worden getrokken, maar de sfeer sloeg om toen bleek dat haar scheenbeen enorm aan het bloeden was. Er werd snel wat papier uit de winkel gehaald om het bloeden te stelpen en ik pakte de auto om haar direct naar de huisarts te rijden. Die perkamenten huid van haar én de bloedverdunners die ze slikt, tja, dat wil wel… Uiteindelijk heeft het zo’n vier maanden geduurd voordat de wonden weer waren geheeld. We konden er achteraf gelukkig om lachen en mijn moeder maakte grappen dat ze de scheenbeschermers van mijn jongste dochter die ze draagt met voetbal wel wilde lenen. De meiden van de Thuiszorg verzorgden de wond en in de tussentijd wilde mijn moeder er even helemaal niets meer mee te maken hebben. “Ik kan het woord scootmobiel niet meer horen!”

Weinig kracht

Na een maand of vijf probeerde ik het toch weer. “Mam, dan kunt u zelfs naar mij toe komen rijden. En natuurlijk een broodje haring kopen bij de visboer verderop!” Met name dat harinkje vond ze wel heel aantrekkelijk, dus we besloten het toch weer te proberen. Er zou een scoot worden thuisgebracht, zodat mama het nog eens kon uitproberen in haar eigen straat, en de ergotherapeute zou het haar gaan leren als er eenmaal eentje in de tuin stond. De dag dat het ding werd afgeleverd, had mijn moeder een slechte dag. Ze had weinig kracht in haar handen en was wat wiebelig. Maar ja, dat zal ze nooit zeggen. Gewoon flink zijn en doen, dat is haar motto. Ze deed dus alsof er niets aan de hand was en stapte op. En wat denk je? Nog geen meter verderop reed ze wéér een heg in. “Ik ben gék op heggen!”, zei ze met een knipoog. Maar het avontuur van de scootmobiel was wat haar betreft nu echt ten einde.

Eindredacteur Alexandra Holscher (52) is getrouwd en moeder van drie kinderen (15, 18 en 21). Naast haar werk is ze mantelzorger voor haar moeder van 92. Om te ontspannen doet ze aan yoga, bootcamp en zingt ze in een koor. Ze houdt van films kijken en ‘met haar handen bezig zijn’.

Beeld| iStock